metropolis m

Li Mu, Quizhuang Project, 2013. With a copy of John Körmeling, HIHA, 1992. Photo Li Mu from Confessions of the Imperfect
Li Mu, Quizhuang Project, 2013. With a copy of John Körmeling, HIHA, 1992. Photo Li Mu from Confessions of the Imperfect

Beste kunstenaars. Vergeet Hans den Hartog Jager met zijn sceptisch gepraat over engagement. De samenleving wacht op jullie!

Jet

Vorige week bracht het ministerie van OCW zijn poging de cultuur in Nederland te bedienen met statistische data uit onder de titel Cultuur in Beeld. De op blogs flink bekritiseerde trendanalyse ging vergezeld van een brief van Jet Bussemaker aan de kamer, en van een cadeautje van 7 miljoen voor nieuwe kunstprojecten, in een nieuwe tweejarige regeling met de titel The Art of Impact.

Het versopgerichte fonds (met nieuw geld!) steunt niet zomaar wat nieuwe kunstprojecten, maar kunstprojecten die de maatschappij dienen. Ik citeer uit het persbericht: ‘Dit programma onderzoekt en stimuleert bestaande en nieuwe kunstprojecten die een duidelijk maatschappelijk effect hebben. Hoe kan kunst verschil maken voor een leefbare wijk en stad, energie en klimaat, zorg, welzijn, life sciences en circulaire economie? The Art of Impact richt zich op initiatieven die kunst en maatschappij verbinden. Het is erop gericht om de impact van bestaande projecten te versterken en meer publiek te bereiken. Daarnaast ondersteunt het nieuwe initiatieven die vanuit een culturele invalshoek een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van actuele maatschappelijke vraagstukken.’

Ook de minister wordt aangehaald: ‘Kunst, cultuur én samenleving hebben elkaar nodig. Niet alleen omdat het ons inspiratie biedt en bijdraagt aan onze identiteit. Ook omdat kunstenaars hun werk vaak concreet inzetten om de wereld beter, mooier, schoner en leefbaarder te maken.’

Het enthousiasme waarmee de minister de kneuterige kruideniersmentaliteit van haar voorganger Zijlstra links inhaalt, werkt aanstekelijk. Eindelijk een minister die werkelijk gelooft in het belang van kunst. Zij het bepaalde kunst, namelijk kunst volgens oud sociaaldemocratisch recept. Kunst dus die in andere dingen gelooft dan de markt en dat opvat als een sociale missie (pech voor de autonomen die in niets en niemand geloven en rode uitslag krijgen als het gaat over kunst en praktisch nut).

Hoewel de opsomming levensbereiken uit het persbericht een indruk geeft van wat er mogelijk ondersteund gaat worden, kan ik me er toch niet echt een voorstelling van maken. Hoe groot moet de impact van de ondersteunde kunst zijn dat die uit dit fonds en niet een ander betaald gaat worden? Hoe diep gaat ze ingrijpen in de samenleving? En wie meet het verschil?

Xi

Bussemaker krijgt twee dagen na de bekendmaking op maandag bijval uit het Verre Oosten. Xi Jinping, de president van China, is het van harte met haar eens, zo blijkt uit een naar buiten gebrachte redevoering over cultuur in China.

Xi ergert zich al tijden groen en geel aan de verwording van kunst en cultuur, zoals die zich met name manifesteert in verschrikkelijk lelijke gebouwen. In de NRC lees ik over een nieuwe cultuurpolitiek waarmee hij architecten en kunstenaars tot de orde wil roepen. De exuberantie en het exces moet de wacht aan worden gezegd. China dreigt anders het land te worden van de wansmaak, en van egotrippende kunstenaars die enkel kiezen voor het grote geld. In zijn redevoering stelt Xi op Bussemakeriaanse wijze dat kunstenaars beter weer leren dat ze dienaars van de maatschappij zijn. of op z’n Chinees, van ‘het volk’.

Xi probeert de cultuurverandering niet te bewerkstelligen met softe stimuleringsregelingen, à la Bussemaker, maar volgens beproefd Chinees recept: old school heropvoedingscursussen. Kunstenaars, architecten en cineasten krijgen een uitnodiging tot een verplicht verblijf van vier weken op het platteland om daar in confrontatie met het simpele boerenleven te ervaren waar het echte gemeenschappelijk bestaan over gaat.

Xi zegt het niet met zoveel woorden, maar China wacht een nieuwe culturele revolutie, zij het een die wat kleiner zal zijn dan de grote van Mao uit de jaren zeventig, toen miljoenen stedelingen onvrijwillig zijn gedeporteerd naar het platteland en velen van honger zijn omgekomen.

De beweging van Xi is schijnbaar al direct in gang gezet en met bedenkelijke gevolgen. Journalist Oscar Garschagen meldt dat de eerste demonstratie van loyale studenten tegen ‘onbegrijpelijke abstracte kunst’ al heeft plaatsgevonden.

John

Drie dagen na lezing van het stuk over Xi Jinping bezoek ik het Van Abbemuseum waar de tentoonstelling Confessions of the Imperfect net is geopend. Een tentoonstelling met een complex script, want zij wil een alternatieve kunstgeschiedenis bieden aan de hand van een argument voor utopisch denken in de kunst, met dientengevolge ook het recht op mislukking. Op de voorgrond staat kunst die op z’n Bussemakers direct heeft willen ingrijpen in de samenleving om daar iets aan te verbeteren, maar daarin heeft gefaald.

Utopieën zijn nu eenmaal voorbestemd immer en altijd utopie te blijven. want eenmaal werkelijkheid geworden veranderen ze spoorslags in hun tegendeel: de dystopie. Waarop we weer verder moeten gaan werken aan een nieuwe utopie.

De tentoonstelling bundelt een aantal historische en actuele initiatieven die bol staan van dadendrang en van tragische mislukking, met daaropvolgend een soms ronduit ironische zelfreflectie, waardoor je niet zeker weet of je alles nu wel of niet helemaal serieus moet nemen.

Renzo Martens bijvoorbeeld, die – ik geloof oprecht – werknemers van een oud-plantage van Unilever – een multinationale sponsor van grote kunstprojecten die, lees ik in een tekst van Martens, helaas vergeten is de eigen werknemers op de Afrikaanse cacaoplantage even goed te verzorgen als de kunstenaars in de Turbine Hall – van een nieuw inkomen probeert te voorzien via in cacao vertaalde zelfportretten. Ze staan te koop in de museumwinkel voor 36 euro. Op zaal zijn de schattige hoofden uitgestald, in een door een Belgische chocolatier verzorgde interpretatie.

Een ander minstens zo dubbelzinnig voorbeeld van schuivende belangen biedt Wendelien van Oldenburgh die op geheel eigen wijze ’t Karregat uit Eindhoven in film portretteert. Dit in de jaren zeventig ontwikkelde New Babylon-achtige complex, had een agora moeten worden die optimaal flexibel zou zijn, en gemeenschappen zou gaan vormen en herbergen via tal van ter plekke verzonnen initiatieven. Het project is jammerlijk mislukt. Binnen de kortste keren stonden er overal muurtjes ter bescherming van het nieuwbakken eigenbelang.

Terwijl ik bedenk dat Martens en Van Oldenborgh vermoedelijk nooit in aanmerking zullen komen voor een bijdrage uit het nieuwe fonds van Bussemaker, want hun werk is veel te dubbelzinnig, kritisch en ineffectief, lees ik in een andere zaal over John Ruskin, de negentiende-eeuwse inspirator van deze tentoonstelling. De cultuurtheoreticus ontpopte zich aan het eind van zijn leven als een sociaal begaan strijder voor een menswaardige samenleving, die tegen de industriële revolutie en al haar nare excessen in, oog had voor traditie, kwaliteit, schoonheid en cultuur. Kunst was bij Ruskin een effectief middel tot verbetering van de samenleving in bredere zin.

In een vitrine kom ik een interessant voorbeeld tegen hoe hij die samenleving waarin kunst en maatschappij innig verbonden samen optrekken, dacht te kunnen gaan verwezenlijken. Met zijn kunststudenten, onder wie Oscar Wilde, trok hij naar het platteland van Oxford om enkele dagen te gaan helpen bij de aanleg van een weg.

De kunstenaar/boer/arbeider, er wordt al jaren in kleine kring over gesproken, al dan niet in landelijke omgeving, stadstuinen, creatief hergebruikte kantoorgebouwen en wat dies meer zij. Maar niet eerder zag ik hem in een week op zoveel fronten en op zo hoog politiek niveau naar voren geschoven worden.

Wie volgt?

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Recente artikelen