2010 No2 April / Mei

Op het moment dat ik dit redactioneel schrijf gaat het op de radio toevallig over de grote onderwerpen uit dit nummer: kunst, literatuur en engagement. Joost Zwagerman spreekt over het lege Stedelijk Museum dat hem inspireerde tot het schrijven van Duel, zijn boekenweekgeschenk van dit jaar.
In een recensie in de NRC valt te lezen dat Zwagerman al zijn halve oeuvre bezig is kunst terug te geven aan de straat. Dat is de plek waar kunst thuishoort en waartoe ze zich dient te verhouden, midden tussen de mensen, tot in haar diepste wezen geëngageerd. Tegelijkertijd beweert Zwagerman tijdens het radio-interview dat de kunstenaars die hij kent als liefste wens hebben om in een museumverzameling te worden opgenomen, ook al weten ze dat dat de definitieve onzichtbaarheid van hun kunst met zich meebrengt. Slechts 1 % van de verzamelde kunst wordt wel eens in het museum getoond.
Eigenaardige doodsdrift, lijkt mij, dit verlangen naar onzichtbaarheid. In volle vaart op weg naar totale vergetelheid, die de kunstenaars liefst nog tijdens hun leven hopen te bereiken. Het verklaart wellicht waarom Zwagerman zelf ervoor heeft gekozen schrijver te worden, zoals volgens dit nummer meer kunstenaars momenteel doen in een poging te ontsnappen aan een vroege dood.
Het nummer biedt veel meer: Anna Tilroe verbaast zich over het gebrek aan werkelijk engagement in de internationale kunstwereld, lees over vier talenten uit een nieuwe generatie Amerikaanse kunstenaars, de 'uncoole' schilder Pere Llobera, de kunstscene van Lima, een gesprek met Macha Roesink van De Paviljoens, columns uit New York, Mexico en Amsterdam, enz, enz...
- Domeniek Ruyters



