Graduation Fever 2: de Rietveld Academie

Issue no5
okt / nov 2017
REMIX

Games als medium voor alledaagse observaties

Screenshot of ADVENT: Collosal Cave

Interactive Fiction is de naam van een genre computergames, waarin de speler via tekstcommando’s op zijn virtuele omgeving kan reageren. Vroege versies van deze games stonden bekend als text adventures, waarin de speler alleen een interactief script - zonder graphics - tot zijn beschikking had. Spelers dienden daarom te beschikken over een gezonde hoeveelheid verbeeldingsvermogen. Het resultaat was een avonturenroman waarin de lezer zelf invloed kon uitoefenen op de loop van het verhaal. Heel groot was die invloed overigens niet: de speler had maar een beperkt aantal standaardcommando’s (get, use, drop, walk) gekoppeld aan in de tekst voorkomende zelfstandige naamwoorden voor handen.

Arjan van Amsterdam, An Interactive Fiction (2008)
Arjan van Amsterdam, An Interactive Fiction (left screen), 2008, courtesy of the artist Arjan van Amsterdam, die behoort tot eerste lichting afgestudeerden van de deeltijdafdeling ‘Dogtime’, werd geïnspireerd door deze sobere games. Zijn eindexamenwerk An Interactive Fiction (2008) heeft qua vormgeving dan ook veel weg van illustere games als ADVENT en Zork I, maar Van Amsterdam heeft het genre aangevuld met een 'mix van disciplines' als cinematografie en proza. Arjan van Amsterdam, An Interactive Fiction (right screen), 2008, courtesy of the artist Van Amsterdam vermengt in An Interactive Fiction het alledaagse met bekende citaten uit de populaire cultuur. Zo ligt er in een shabby koffietent een portemonnee ligt met daarop de woorden ‘Bad Motherfucker’.Een verwijzing naar de beroemde diner-scène uit de film Pulp Fiction. Andere delen van het verhaal behelzen vooral herkenbare alledaagse scènes en omgevingen. De beschouwer speelt geen spel, maar wordt meegevoerd in een filmisch script dat tegelijk herkenbaar, vervreemdend en bij tijd en wijle zelfs komisch is. Tegelijkertijd ontwricht Van Amsterdam het scenario door de opeenvolgende scènes in tijd en plaats willekeurig achter elkaar te plakken. Dus na een commando als ‘You go through the door’ is het maar afwachten waar je terecht komt; letterlijk een ontdekkingsreis die, net als een boek, een groot beroep doet op het verbeeldingsvermogen van de beschouwer.

Commenaar op Hollywoods traditionele rollenpatroon

Daphne Rosenthal, Him and Her (2008)
[figure 813_399_H-en-h-3.jpg] Daphne Rosenthal toont tijdens het Gerrit Rietveld eindexamen 2008 ondermeer de korte animatie Him and Her (2008). Aan de basis van het werk ligt een fragment uit de film The man who knew too much van Alfred Hitchcock. Tijdens de emotionele scène, waarbij Jo McKenna (Doris Day) van haar man (James Stewart) te horen krijgt dat hun zoon is gekidnapt, is Jo Mckenna door Rosenthal beplakt met kleine stukjes doorschijnend plakband. Dit ‘plakbandsilhouet’ volgt als een hardnekkige kwelgeest alle bewegingen die ze maakt. Daphne Rosenthal geeft antwoord op enkele vragen over haar werk.

—Jan KappersWat is de aanleiding geweest juist dit fragment te kiezen?

[figure 813_397_h-en-h-1.jpg]

—Daphne RosenthalIk zag de film de eerste keer toen ik twaalf jaar oud was en dacht bij deze scène: dit is een goed huwelijk. Wat ontroerend: de man beschermt zijn vrouw. Hij weet dat zij gevoelig is en probeert haar te ontzien. Toen ik de film later nogmaals zag, viel me op hoe ik als kijker door Hitchcock gemanipuleerd werd mee te gaan in een traditioneel rolpatroon waar ik mij inmiddels bepaald niet meer in kan vinden. Ik zag de twee personages gevangen in hun rol van man en vrouw.

—Jan KappersHoe verhoudt dit werk - dat qua uiterlijk het karakter van een animatie heeft -zich tot de andere films of foto's die je tot dusver hebt vervaardigd?

[figure 813_398_h-en-h-2.jpg]

—Daphne RosenthalEigenlijk is alle film animatie. Het gaat erom dat 24 dia's of 24 tekeningen per seconde een beweging tot stand brengen die de illusie oproept van een gebeurtenis. Met de animatie kan ik in verhalen stappen, ze abstraheren, becommentariëren en erop reflecteren. In mijn fotowerk doe ik iets soortgelijks. In het vierluik Angel in the House, gebaseerd op stills uit de BBC serie Pride and Prejudice heb ik vier beelden niet geprojecteerd op een wit vlak maar op een reliëf van klei, waardoor ik een suggestie van verval aanbreng in de smetteloze perfectie van Lizzy en in het droomkasteel van de ideale man. Met de animatie Drowning laat ik zien hoe diep de Hollywoodidealen verankerd zijn in ons onbewuste. Daarnaast heb ik in dit werk geprobeerd puur fysieke ervaringen naar film te vertalen.

—Jan Kappers Waarom heb je er voor gekozen Jo McKenna 'af te plakken'? Kan dit worden gezien als een soort 'gender statement'?

[figure 813_400_h-en-h-4.jpg]

—Daphne RosenthalHet begon uit een frustratie dat ik mij als kijker een buitenstaander voelde. Ik zag iets wat me niet beviel en wilde ingrijpen. Ik heb me als vrouw waarschijnlijk direct met Jo McKenna geïdentificeerd. Ik wilde haar verstoppen, voelde schaamte bij het zien van iemand die zich niet zelfstandig opstelt. Het is wellicht een 'gender statement', maar ik zie het ook breder. Het publiek van films, met name van commerciële Hollywood cinema identificeert zich vaak zonder enige reflectie met een conservatieve agenda. Laatst heb ik de film van Sex and The City gezien en het viel mij op hoe single vrouwen onder het mom van vrijgevochtenheid worden gedegradeerd tot consumerende modepoppetjes. Maar tegelijkertijd ben ik niet ongevoelig voor zo'n ideaal: ik raak ook nog steeds verleid door dit soort sprookjes. Het is een gecompliceerde gewaarwording: dat je emotioneel en fysiek volledig mee kan gaan met een identificatie en er tegelijkertijd volledig doorheen prikt.

Comments
Posts 1 — 1 / 1
1
16 juli 2008
Andre Wittens

Daphne is the bom! Daar zullen we nog veel van horen.

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2017