Fris en onafhankelijk, vrij van kunstpolitieke tendensen

Issue no5
okt / nov 2017
REMIX

Juist in de periferie van kunstminnend Nederland ontstaan projecten die een duidelijk statement willen maken over de staat van de kunst. In Lokaal 01 in Breda wordt een neomoderne tendens geconstateerd: steeds meer kunstenaars doen afstand van het narratieve en gaan weer op zoek naar de essentie.

In MyPainting.nu worden 35 werken getoond van evenveel schilders die op het eerste gezicht niet veel gemeen hebben. Zij verschillen in stijl, intentie, leeftijd en bekendheid. Toch lijken zij elkaar te ontmoeten in een zoektocht naar de fictieve ruimte buiten het doek, het zichtbaar maken van het verborgene. Doordat de wanden van top tot teen behangen zijn met schilderijen doet de tentoonstellingsruimte denken aan de Parijse salon, maar in dit geval ontbreekt elke hiërarchie. De verschillende hoogtes waarop de schilderijen hangen hebben een andere functie: zij dwingen de toeschouwer op een nieuwe manier naar de werken te kijken, zowel mentaal als fysiek. De tentoonstelling zal onderhevig zijn aan drie ingrepen van gastcuratoren, die de dialoog aangaan met de basisselectie.

De tentoonstelling is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen de Belgische schilders Kris van Dessel en Jean-Marie Bytebier die maandenlang onderzoek deden naar verschillende standpunten in de schilderkunst en de wisselwerking tussen kunstwerk, toeschouwer en (museale) omgeving. Een eerdere versie van hun project werd in 2008 gepresenteerd in Cultuurcentrum Hasselt, in de tentoonstelling De visuele compositie van de plaats. Maar’, zegt Van Dessel: ‘deze tentoonstelling zien we nu als een try-out. In MyPainting.nu zijn de fouten van toen eruit gefilterd’.

De schilderwijze van de Franse kunstenaar Pierre Bonnard (1867-1949) vormde een directe inspiratiebron voor de tentoonstellingsmakers. Bytebier: ‘Door zijn zieke echtgenote was hij twintig jaar lang aan huis gekluisterd. Gedwongen om aan huis te werken, ontdekte hij noodzakelijkerwijs nieuwe manieren om de ruimte – en zijn vrouw in die ruimte – weer te geven. Hij dreef langzaam weg van het reguliere perspectief van de ruimte. Op zijn laatste schilderijen werd alleen nog de periferie geschilderd, het werd pure abstractie. Zijn standpunt, de plaats en de ruimte waren een belangrijk gegeven dat we naar deze tentoonstelling over hebben willen hevelen. Het hoofdbegrip in deze tentoonstelling is daarom het standpunt in de schilderkunst in letterlijke zin. We willen deze keer voorbij gaan aan de narratieve aspecten van de schilderkunst. Wij proberen aan de toeschouwer duidelijk te maken dat het schilderij voor een groot stuk afgemaakt kan worden door zijn omgeving, of door de toeschouwer; dat je als toeschouwer ook een aantal handelingen moet verrichten - mentaal en fysiek - om het werk te ontdekken. De toeschouwer wordt medeplichtig.’

Van Dessel: ‘Het stilleven van Johan de Wilde is bijvoorbeeld bewust zo laag gehangen. De toeschouwer bekijkt het vanuit een vogelperspectief en moet door de knieën om de details te kunnen zien. Dan pas kom je erachter dat je bedrogen wordt. Je verwacht een 16e/17eeeuws stilleven te aanschouwen, maar ineens verraad het kunststof netje van de mandarijnen dat het eigentijds moet zijn, en blijk je niet naar een schilderij maar naar een foto te kijken. In het werk van Lucas Devriendt, Zwarte Plastic ervaart de toeschouwer het omgekeerde effect. Van dichtbij kijk je naar een haast lelijk geschilderd werk van een vuilniszak. Echter, hoe verder je ervan af staat, hoe reëler de illusie van de vuilniszak wordt. De toeschouwer wordt hierbij juist gedwongen om uit te zoomen. Tegelijkertijd wil je weer dichterbij komen, want: “Wat zit er achter die vuilniszak?”’ Bytebier: ‘Er zitten er veel van dit soort tegenstellingen in de tentoonstelling: uitvergrotingen en verkleiningen, overviews en beelden waarachter wat verborgen wordt gehouden. Vaak gaat het ook over landschappen, in de brede zin. De mens heeft de eigenschap om te sublimeren, betekenis toe te kennen aan zaken die dat van zichzelf niet hebben. Hiermee wordt in de tentoonstelling bijvoorbeeld gespeeld in een landschapstekening van Bruno Hardt: Building Site / Ditch (2007). Van een afstand zullen mensen onder de indruk zijn van het kabbelende water in een bergdal, maar als je dichterbij komt zie je dat het een sloot in een sloppenwijk is. Op dat moment valt alle sublimatie weg. Dan krijg je plotseling een schaalverkleining. In dit geval grijpen wij in door een werk dat vanuit een kikvorsperspectief gemaakt is, vanuit een vogelperspectief te bekijken.’

Bruno Hardt, 'Ditch'


Deze nieuwe manier van kijken zit ook in de tentoonstellingstitel verborgen. ‘.nu’ verwijst naar Niue, fonetisch new-way, een alternatief voor de ‘.com’ domeinnaam. ‘De toeschouwer wordt in deze tentoonstelling uitgenodigd om op een nieuwe wijze naar de werken te kijken, vrij van maatschappelijke, politieke en kunsthistorische context. Zo kan iedere individuele toeschouwer nieuwe verbanden leggen en zich de schilderijen opnieuw toe-eigenen.’

MyPainting.nu wordt door Van Dessel en Bytebier gezien als een bevrijding voor kunstenaars die voorheen in een bepaalde kunsthistorische hoek werden gedreven. Van Dessel: ‘De reactie van de meeste schilders is dat zij hun werk nu in een totaal andere context zien. Niet langer in de context van de Nederlandse of Belgische schilderkunst, of de romantische, architectonische of landschapschilderkunst.’ Bytebier vult hem aan: ‘Het hokjesgevoel is weg. Dat is ook een van de maatstaven waarop deze tentoonstelling is gemaakt: om bepaalde kunstenaars uit hun hokje te halen. We gaan voorbij aan de afkomst en de maatschappelijke context, maar ook de intenties van de kunstenaars. Luc Tuymans is bijvoorbeeld een maatschappelijk zeer sterk geëngageerde kunstenaar. Wij verwijderen deze maatschappelijke lading en geven het werk weer een stukje vrijheid. Zo ontnemen we ook Teun Hocks zijn status van vooraanstaand Nederlands surrealist. Ik beschouw het als een noodzakelijkheid om het kunstwerk weer in een positie te plaatsen waarin het fris en onafhankelijk is, en vrij van kunstpolitieke tendensen.’

Teun Hocks


Tijdens het onderzoek werkten Van Dessel en Bytebier nauw samen met gastcurator Christophe van Eecke, die de begeleidende tekst bij de tentoonstelling heeft geschreven en in het essay Displacement / This Placement dieper ingaat op hoe tegenwoordig in de kunst narrativiteit wordt ingeruild voor kortstondige observaties, die hij typeert als een neomoderne tendens. Van Eecke beschrijft de kunstwerken in de tentoonstelling als een rizoom van betekenissen. Deze plantkundige term adopteerden Gilles Deleuze en Félix Guattari in 1987 om structuren te beschrijven die zowel non-hiërarchisch als non-lineair zijn. In MyPainting.nu is het gegeven van de rizoom niet ingesloten in de werken zelf, maar is het aanwezig als tentoonstellingsmodel. Van Eecke: ‘De tentoonstelling is een organisme dat groeit, net zoals de links tussen digitale informatie op het internet eindeloos toenemen.’ Van Dessel: ‘Een meerwaarde in de tekst van Van Eecke is dat hij de toekomst van de tentoonstelling die wij op een gegeven moment loslaten, bevat in het begrip rizoom. In de tentoonstelling staat de rizoom voor een structuur zonder begin en zonder einde. Elk punt kan aan een willekeurig ander punt verbonden worden. Daar zit ook het aspect van zich voortdurend verjongen of verfrissen in. De rizoom is daardoor de perfecte metafoor voor ons project.'

Het plan om de 35 geselecteerde werken onderhevig te laten zijn aan ingrepen van drie andere curatoren benadrukt volgens Bytebier de openheid van het concept waarbij de toeschouwer steeds opnieuw uitgenodigd wordt om zijn plaats te bepalen ten opzichte van de getoonde werken. ‘Het model van de verschillende curatoren die ingrepen doen in de presentatie is eigenlijk een vorm van verlicht despotisme. We leggen anderen onze selectie op, maar geven hen wél de vrijheid om er alles mee te doen. Na onze selectie en de eerste presentatie hiervan houdt ons werk op, maar kunnen anderen nieuwe invalshoeken openen.’

De eerste ingreep in de selectie van Bytebier en Van Dessel vindt plaats van 11 tot 24 mei. Christophe van Eecke heeft hiervoor een videoprogramma samengesteld waarin hij films en video’s aandraagt die een directe link aangaan met een aantal aanwezige schilderijen. Op 7 juni vindt de presentatie van de tweede selectie plaats door gastcurator Jan Maarten Voskuil. De derde presentatie, samengesteld door gastcurator Olphaert den Otter, zal plaatsvinden op 28 juni.

Voorlopig is MyPainting.nu het eindstation van het onderzoek. ‘Anders zorg je weer voor een nieuw stramien, en dat willen we absoluut vermijden’, aldus Van Dessel. In april 2010 zullen Bytebier en Van Dessel met eigen werk te zien zijn in de tentoonstelling Transit Station in het MCA in Malta.

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2017