Overzicht Tala Madani, The Jinn in SMBA. Links: Time to Kill, 2011. Rechts: Batman, 2011.

De demonen van Tala Madani in SMBA

Issue no5
okt / nov 2017
REMIX
Overzicht Tala Madani, The Jinn in SMBA. Links: Time to Kill, 2011. Rechts: Batman, 2011.

In SMBA is op dit moment The Jinn te zien van Tala Madani, een solopresentatie die een nieuwe reeks schilderijen laat zien met als uitgangspunt een demonische obsessie.

Kerstin Winking schreef in de nieuwsbrief van SMBA een begeleidend essay over Madani's onderwerp de djinn en de aantrekkingskracht van het demonische, uitgelegd aan de hand van het werk van schrijver en kunstenaar Pierre Klossowski, Jodi's analyse van het werk van Slavoj Žižek, en de immens populaire televisieserie Breaking Bad, waarin hoofdrolspeler Walter White een carrièreswitch maakt van scheikundeleraar naar geniaal methamfetamineproducent en onderweg steeds doortrapter en gewelddadiger wordt. Waarom sympathiseren massa's mensen met de hoofdpersoon en waarom blijven ze kijken? Een vergelijkbare verheerlijking van de demonische obsessie is volgens Winking in de tentoonstelling in SMBA terug te vinden. Het essay is hier te lezen.

Wat ouder, maar nog steeds superleuk om te lezen is het interview van Maxine Kopsa met Tala Madani in Metropolis M nr. 2 - 2009.

Begoochelde mannen. Over de schilderkunst van Tala Madani

De schilderijen van Tala Madani (1981, Teheran, Iran, momenteel woonachtig in Amsterdam) worden omschreven als ‘dapper’, ‘gepassioneerd’ en ‘onafhankelijk’. In besprekingen van Saatchi’s tentoonstelling Unveiled: New Art from the Middle East wordt haar werk er telkens uitgepikt en omschreven als ‘geweldig’. De verfstreken worden vergeleken met de kracht van een ‘vlammenwerper’, terwijl ander werk in dezelfde tentoonstelling doorgaat als een ‘slap’ of ‘teleurstellend’. Tala Madani is ‘goed omdat ze gevaarlijk is’, blijkbaar.

—Maxine KopsaBen je gevaarlijk?

—Tala Madani‘Nee, ik ben heel aardig. Ik denk dat het belangrijk is om je eigen grenzen en die van de maatschappij op te rekken. Ik geloof niet in simpele provocatie, dat kan snel vervelend worden, maar het is wel belangrijk om bepaalde opvattingen uit te dagen, vooral nu het conservatisme overal regeert. De eenentwintigste eeuw heeft geen goede start gemaakt, zeker niet als je het vergelijkt met de jaren zeventig en tachtig. Kijk bijvoorbeeld naar de muziek en televisie, zowel in Amerika als in Groot-Brittannië is er sprake van een terugval in zelfgenoegzaamheid.’

—Maxine KopsaJe hebt me gewaarschuwd dat je werk heel makkelijk een etiket opgeplakt krijgt. In veel van wat ik gelezen heb, staat dat jij een krachtige en provocerende Iraanse mannenhaatster zou zijn. Je schildert vaak, zo niet altijd, mannen: mannen in ongebruikelijke omstandigheden en houdingen, trekkend aan elkaars baarden, zittend in een rij met papieren maskers op terwijl bolletjes ijs op hun hoofd druppen, knielend in een halve cirkel als dieren die wachten tot hun baasjes hun te eten geven, lachend en schreeuwend naar elkaar. Waarom allemaal mannen?

Tala Madani, Guts, 2011. Courtesy: SMBA, Amsterdam and Pilar Corrias, London. Photo: Gert Jan van Rooij

—Tala Madani'Ik houd ervan te denken over mannen als fenomeen. Ik ben erg geïnteresseerd in ordinaire zaken, maar meer uit nieuwsgierigheid. Ik ben niet geïnteresseerd in het veroordelen van mannen. Voor mij is het werke als een spel, en in de studio zit geen rechter of jury, er is absolute vrijheid. Kunst die mijn interesse heeft zit altijd op dat licht schurende vlak, Paul McCarty bijvoorbeeld, Robert Crumb, Nicole Eisenman en Paul Rego. Ook al staat in al mijn werk de man centraal, er is een verschil in de manier waarop de grote en de kleine schilderijen functioneren. In mijn studio is een dialoog aan de gang tussen de ezelschilderijen en de muurschilderingen. De grote werken spelen in op de grote Amerikaanse abstracte kunst, door er met een plotselinge banaliteit menselijke figuren in te duwen. Ze hebben een tekstuele kwaliteit in plaats van een ruimtelijke. De kleinere werken bevinden zich in een wereldlijke ruimte, en spelen in op een scala aan onderwerpen van het karikaturale tot het sentimentele. Ik ben geïnteresseerd in massagedrag versus privégedrag, als een kind van de [Iraanse] revolutie en getuige van vele voetbalwedstrijden ben ik geïntrigeerd door wat mensen kunnen doen in een massa, wat ze alleen niet zouden doen. Het weglaten van vrouwelijke karakters was nuttig voor het beperken van de betekenis, de vrouwelijke figuur is erg beladen met betekenissen en in geen daarvan was ik geïnteresseerd.

—Maxine Kopsa In je werk zie ik een heleboel brutaal geschilderde verbindingslijnen die bijna functioneren als stroppen. Het meest letterlijk in een werk als Hanging with the Tiger (2008) waar de afgehakte staart van een tijger tweemaal rond de nek van een man is gewikkeld, en vlak achter hem een galgje is getekend. In Panties (2008) en On the Table (2008) zijn de vloeibare lijnen veranderd in iets wat lijkt op ingewanden, alsof de darmen van de geportretteerde mannen zich hebben losgemaakt uit hun binnenste. Maar de roze en rode buisjes die uit hun broek komen, zijn verbonden met iets wat lijkt op rubberen waterflessen, als een soort zelfgeknutselde klysma’s. Deze lijnen smelten regelmatig samen in grotere patronen. In je recente schilderijen, getiteld Dazzle Men, refereer je aan de dazzle-camouflage, een tactiek van de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog, en gebruik je deze in huiselijke situaties – mannen in kleding met patronen die zich bevinden in kamers met vergelijkbare patronen. Kan je iets meer vertellen over deze – bij gebrek aan een beter woord – ‘holistische’ aanpak?

—Tala Madani‘Ik vind het interessant dat jij het op deze manier ziet en dit soort connecties maakt, maar er zit geen holistische formulering achter. Bij het schilderij Hanging with the Tiger was ik specifiek bezig met taal, en met het woordspel ‘galgje’. Taal is macht en als je het niet kan spelen, dan hang je. Het is behoorlijk wanhopig eigenlijk. De klysmazakken, tja, die zijn geschikt om van de shit af te komen, een mogelijkheid tot zelfdistillatie. De schilderijen tonen actie, dat is iets wat ze allemaal met elkaar delen.’

—Maxine Kopsa Los van enkele basiselementen, zoals een tafel, vloer, deurknop, raam of bed, zijn er niet veel overdadige details in jouw settings. Elk element, levend of levenloos, is afgebeeld op een soepele maar doelbewuste manier, waardoor elk wekr overkomt alsof het een zeer compacte, betekenisvolle gebeurtenis verbeeldt, als een parabel. Kan je hierop reageren?

—Tala Madani‘Ik maak geen gebruik van fotografisch referentiemateriaal of levende modellen, de werken komen voort uit de verbeelding. En de geest levert geen overbodig materiaal, enkel het idee. Schilderkunst als een conceptuele kunstvorm, schudt de overbodige vormen van zich af en houdt vast aan haar doel. Voor mij is het spel belangrijk en dus zijn de werken niet heel bewerkelijk.’

Tala Madani, Feather Flight, 2010. Courtesy: SMBA, Amsterdam and Pilar Corrias, London. Photo: Gert Jan van Rooij

—Maxine KopsaOngerijmdheid lijkt ook een belangrijke factor te zijn in je werk – kale, vaak halfnaakte mannen in ogenschijnlijk trieste maar toch humorvolle omstandigheden zijn afgebeeld in zoete, verleidelijke pastelkleuren. Ze zijn bezig met voetenspray, verjaardagstaarten, wapens, klysma’s, in vreemdsoortige homo-erotische situaties; ze vlechten elkaars baarden of wachten in blinde, stille groepjes of staren onderdanig voor zich uit in het decoratieve niets. In wat voor wereld bevinden zij zich?

—Tala Madani‘De kleine schilderijen werken als vignetten die van het ene verhaal naar het andere springen, zoals de verschillende appartementen in Tati’s Playtime. De figuren worden soms uitgedaagd om iets te doen wat onmogelijk is in het echte leven, zoals lachend op gebroken glas zitten. Alle handelingen vinden plaats met een gevoel van spel, bijna infantiel. Ze creëeren als het ware een ruimte voor de mannen in Belle de Jour. Mijn gevoel over wat vandaag de dag dominant is in veel samenlevingen, speelt ook door in mijn werk: machismo, het verlangen om elkaars gedrag te kopiëren, zelfs in absurde situaties, kuddegedrag, et cetera. Maar ik ben ook bereid om Goethe te geloven als hij zegt: “Perversiteit is het enige dat ons kan redden”. De grote schilderijen gebruiken vaak stijlfiguren uit de westerse schilderkunst om commentaar te geven op wat vandaag de dag dominant is, zowel sociaal als artistiek. In het schilderij Smiley (2008) houden enkele figuren een smiley-gezichtje, het vredessymbool van de jaren zeventig, voor hun eigen gezicht. De dun geschilderde blauwe en rode strepen doen denken aan de Amerikaanse minimalistische traditie en Jasper Johns’ Flag-schilderijen. Het uitpuilende gezicht dat door de smiley heen breekt en de lijnen die veranderen in druppels, spelen met het falen van die ideologie.

—Maxine KopsaIk las in The Observer dat je weigerde om met je foto in de Saatchi catalogus te staan. Je wilde niet dat je gezicht werd onthuld op een foto. Is dit zo opzettelijk politiek als de krant beweert?

—Tala Madani‘Ik weigerde inderdaad om mijn foto te tonen, maar niet om de redenen die de krant gaf. Hoe meer oppervlakkige informatie je hebt over een kunstwerk, hoe minder je het werk echt kan zien. Mijn afwijzing was niet om een of andere politieke reden. We leven in een cultuur met een obsessie voor beroemdheden, met het gevaar dat al het andere wordt geneutraliseerd.’

—Maxine KopsaToen je nog student was aan de Oregon State Universiteit participeerde je in de Model Arab League in Portland. Dit was een conferentie die was opgezet om het bewustzijn en de discussie tussen degenen die geïnteresseerd waren in - zo niet toegewijd aan - de politieke kwesties in en tussen Arabische landen. Je wordt geciteerd als zeggende dat de bond een mogelijkheid biedt om anderen te vinden die “begaan zijn met het oplossen van het conflict”.

—Tala Madani [lachend] ‘Dat is waar, ik was erg idealistisch. Ik stelde een tentoonstelling samen met tekeningen van Palestijnse kinderen uit Gaza en organiseerde vele gesprekken met psychologen, politieke activisten, Israëlische en Palestijnse studenten. Ach, je weet wel, het is verschrikkelijk om dit probleem te hebben. Dat was tijdens Clinton, toen er meer optimisme was, het is nu nog erger.’

—Maxine Kopsa Journalisten en persberichtenschrijvers lijken jouw Iraanse afkomst uit te buiten. Je verhuisde naar de Verenigde Staten toen je dertien was, je bent daar opgeleid, ging naar Yale voor je Masters graad, rondde onlangs een periode aan de Rijksakademie in Amsterdam af – hoe Iraans ben je, op het gebied van je artistieke praktijk, maar misschien ook op andere gebieden?

—Tala Madani‘Ik voel me verbonden met veel plekken. Ik heb veel geleerd over schilderkunst in Amerika, en de manier waarop ik schilder is heel Westers. Het feit dat al op jonge leeftijd Farsi leerde schrijven is denk ik wel van invloed. Maar de categorisering ‘Iraanse kunstenaar’ is natuurlijk onvolledig. Het is ook een lastige kwalificatie nu Iran een gepolariseerde verhouding tot het Westen heeft en zijn cultuur niet heel transparant is. Deze categorisering geeft het westerse publiek dus niet heel specifieke informatie, het signaleert alleen maar iets als “anders”, “gevaarlijk”, “nieuw”, “mysterie”. Deze discussie is al oud, het is beter om te spreken over hoe het werk functioneert, in plaats van over de kunstenaar.

Tala Madani - The Jinn
10 december 2011 - 5 februari 2012
SMBA

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2017