Meiro Koizumi, Defect in Vision, 2013, courtesy Annet Gelink Gallery Amsterdam

Merleau-Ponty: de belichaamde blik

Issue no4
aug - sept 2019
Ziektebeelden
Meiro Koizumi, Defect in Vision, 2013, courtesy Annet Gelink Gallery Amsterdam

Maurice Merleau-Ponty’s geruchtmakende filosofie van de waarneming staat momenteel weer volop in de aandacht. Zijn boeken worden opnieuw uitgegeven en vertaald, met dank aan de ontwikkelingen in de neurowetenschappen. Nieuwe digitale technieken en vormen van overdracht hebben de fysiologie en psychologie van de waarneming weer tot een centraal discussiestuk gemaakt.

De camera obscura was voor denkers en artiesten van Leonardo Da Vinci tot Isaac Newton het favoriete model voor het menselijk oog: de lichtstralen die door een klein gat in het apparaat (de pupil) binnenkomen worden op de achterwand van de camera obscura (het netvlies) geprojecteerd: op de kop en veel kleiner dan het origineel, maar toch accuraat. Sindsdien is er in de opvattingen over menselijke waarnemingen weinig veranderd. De camera obscura is in onbruik geraakt, maar we proberen nu gretig uit te rekenen wat de scherpte van het menselijk oog in megapixels is.

Het is opmerkelijk dat we vast blijven houden aan het idee dat menselijke waarneming en de registratie van een camera volgens hetzelfde proces tot stand komen. Want wanneer we de wereld in kijken, is onze ervaring totaal anders dan die van een camera. Onze blik is geen neutrale registratie van lichtstralen, maar een oriënterend rondtasten in een betekenisvolle ruimte. We zien nooit eerst een groene vlek die we vervolgens interpreteren als appel – we zien de appel zelf. We zien bovendien de hele appel, zelfs al is maar één kant van de vrucht aanwezig in ons blikveld. We weten hoe de andere, onzichtbare kant er ongeveer uit zal zien. Bovendien zien we de appel als zurige appel: niet alleen de achterkant van de appel, maar ook de textuur van de binnenkant, de geur, het gewicht is ons gegeven met de waarneming van de appel. Het vergt een bijzondere operatie van abstractie om de appel te zien als een groene vlek; om hem te zien zonder te weten hoe het zal voelen om een hand uit te strekken en het gladde oppervlak van de vrucht door onze vingers te laten gaan.

De erfenis van de fenomenologische wijsgeer Maurice Merleau-Ponty (1908-1961) is een ongeëvenaard rijke beschrijving en analyse van het werkelijke proces van waarnemen, los van de constructies van eerdere psychologen die waarnemingen wilden reduceren tot indrukken. Merleau-Ponty contrasteert het oude model van ‘sensatie’ (de camera obscura, Frans: sensation) met het fenomenologische begrip van de waarneming (in het Frans perception): in sensatie begint het proces met neutrale indrukken, die vervolgens geïnterpreteerd dienen te worden, waarneming is direct al zwanger van betekenis.

Het cruciale verschil tussen de twee opvattingen van de menselijke blik is de opvatting van het menselijk lichaam. In de klassieke sensatieleer is het menselijk lichaam slechts een object onder andere objecten, dat toevallig ook het geometrische nulpunt van zintuiglijke indrukken is. Maar vanuit Merleau-Ponty’s fenomenologisch oogpunt is het eigen lichaam een bijzonder domein van de werkelijkheid. We kunnen ons perspectief op andere objecten altijd variëren, door er omheen te lopen of het in onze handen om te draaien; maar ons perspectief op het eigen lichaam is altijd hetzelfde. Dat komt doordat het lichaam de bron van alle perspectieven is. Ook wanneer we onszelf in de spiegel zien, zien we geen neutraal object. Het gezicht in de spiegel is altijd een starende blik die op zichzelf is gericht – dat geldt zelfs voor een onverwachte glimp van jezelf in een winkelruit.

LEES VERDER IN METROPOLIS M Nr 3-2015 NO LONGER ART & OOG OOR HAND
NU IN DE WINKEL OF BESTEL: [email protected]

Share this Article:
|Back to Top
Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2019