Chris Sharp: Mijn vaderfiguren

Issue no6
dec-jan 2019/2020 2020
Nieuwe criteria
Ralph Rugoff

Mijn eerste reactie op de vraag naar de vaderfiguur is om te proberen alleen aan vrouwen te denken. Helaas zijn degenen die mij het meest hebben beïnvloed als curator en schrijver toevallig bijna allemaal mannen. Dé Ralph Rugoff van CCA Wattis is waarschijnlijk de curator die ik het meest respecteer en bewonder - zijn tentoonstelling A Brief History of Invisible Art (2006) was een openbaring voor mij. Hoewel het duidelijk een auteurstentoonstelling was, gaat deze tentoonstelling niet zozeer over Rugoff of zijn ideeën maar veel meer over kunst. Als hij op zijn best is bereikt hij een perfecte balans tussen de auteur-stijl van cureren, een geweldige pen (bemiddeling) en een oprechte betrokkenheid met wat hij toont.

Het was de Italiaanse curator Simone Menegoi die me de betekenis van 'het persoonlijke' (in zowel tentoonstelling maken als kunst maken) deed begrijpen. Zonder het persoonlijke is, anders dan vaak wordt aangenomen, goede kunst of goed cureren niet mogelijk. Anders gesteld, Syntax is een vermogen van de ziel - Paul Valéry.

Claire Le Restif

Op dezelfde manier deden de evangelische vasthoudendheid van de krankzinnige visionaire curator / directeur van Culturgest, Miguel Wandschneider en groepstentoonstellingen van Claire Le Restif, met name Le travail de rivière (2009) op Credac in Ivry-sur-Seine, me de waarde van het eigenzinnige inzien. In een tijd waarin kunst en cureren steeds meer verwacht worden dat zij zich rationeel gedragen zoals wetenschap, sociologie of antropologie, zijn dit soort ketterse praktijken van cruciaal belang.

Jean-Luc Moulène

Wellicht nog belangrijker in dit opzicht zijn de solotentoonstellingen van de Franse kunstenaar Jean-Luc Moulène. Zijn solo in Galerie Chantal Crousel, Ce que j’ai (2009) is een van de beste tentoonstellingen ik ooit heb gezien vanwege de toonaangevende formele diversiteit (tekenen, beeldhouwen, fotografie en video) en de perversiteit ervan. Ondanks het feit dat Moulène volledig is toegewijd aan de plasticiteit van kunst maken, is zijn werk in wezen en elke keer weer verkeerd. Gewoon verkeerd. Over het verkeerde gesproken, ik heb ook Bob Nickas misstappen van exquise curatorieel wangedrag zien begaan, zoals het positioneren van een vergulde junk sculptuur van John Miller bovenop een vloer van pauwenveren. Het resulterende beeld raakte mijn ziel en is me altijd bijgebleven.

Padgett Powell

Dat gezegd hebbende, mijn belangrijkste zogenaamde vaderfiguren, komen niet uit de kunst, maar uit de literatuur. Van Nabokov leerde ik de grote vreugde van de textuur van taal en een algemeen, zeer onmodieus wantrouwen voor de actualiteit (wat meer op kunst dan cureren van toepassing is). De korte verhalen schrijver Donald Barthelme - die kort als directeur en curator werkte bij het Contemporary Arts Museum in Houston in de jaren vijftog - geef me het fundamentele geloof in de kracht van formele uitvindingen en de capaciteit voor geestelijke vernieuwing, een overeenkomstige antipathie en intolerantie voor platitudes en de onmisbaarheid van affect (zoveel kan ook worden gezegd, in verschillende mate, van het werk van Georges Perec en in formeel opzicht Alain Robbe-Grillet, evenals de dichters John Ashbery, Frank O'Hara en Ted Berrigan, wiens ‘curatorele’ Sonnets [1964] van een onuitputtelijke schoonheid zijn). En met affect bedoel ik de kunst van het hart breken, volgens een bekende anekdote over Donald Barthelme. In de herstelling door een van zijn oud-studenten, de schrijver Padget Powell die onder Barthelme studeerde in Houston (en wiens roman Edisto [1984] een klein meesterwerk is). “We have wacky mode”, dat is wat Powell zich herinnert dat Berthelme tegen zijn klas zegt, een schrijfworkshop die ook Powell volgde. ‘Wat moet wacky mode doen?’ De studenten, zonder enig idee, bleven stil. Barthelme antwoordde daarop: 'Harten breken'.

Virginia Woolf

Van Virginia Woolf, leerde ik ritme en nog belangrijker, barmhartigheid; harten zijn inderdaad breekbaar en ze worden voortdurend gebroken. To The Lighthouse (1927) blijft voor mij het artistieke en literaire toonbeeld van mededogen. Ik weet dat compassie een van de specifieke domeinen van de literatuur is, maar hoe verder ik me begeef in de hedendaagse kunst, hoe meer ik besef dat het werk dat me boeit meer gedreven is door een wil om te begrijpen dan te veroordelen.

Ik word maar wat graag herinnerd door de Amerikaanse dichter Eileen Myles dat:

Iedereen
heeft een ontbrekend stuk
en alle schoonheid
gaat daar over.


Chris Sharp is criticus en curator, momenteel co-directeur van Lulu in Mexico Stad

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M Nr 2-2016 WHO'S YOUR DADDY AND WHAT DOES HE DO? LEES OOK AL HET ANDERE EERBETOON AAN DE VADERFIGUUR IN:

NU IN DE WINKEL. OF BESTEL [email protected]
OOK VERKRIJGBAAR OP AMSTERDAM ART FAIR . KOM NAAR ONZE STAND BIJ HET RESTAURANT EN KOOP OUDE EN NIEUWE NUMMERS VOOR EEN SPOTPRIJS

Share this Article:
|Back to Top
Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 6 — 2020