Nairy Baghramian, Chin Up (First Fitting), installatie S.M.A.K., 2016 

Fantoompijn, het werk van Nairy Baghramian

Issue no5
okt / nov 2017
REMIX

Het werk is zeer invloedrijk, maar toch is het in Nederland en België niet heel veel te zien geweest. Nairy Baghramian, meesterontwerper van de artistieke binnenruimte, die er steeds weer voor weet te zorgen dat je bij het betreden van haar installaties het gevoel krijgt daadwerkelijk een hoofd te betreden, zij het op moleculair niveau, met alle huivering en verwondering die daarbij hoort. Momenteel exposeert ze in een imponerende tentoonstelling in het S.M.A.K..

Het doet letterlijk pijn. Als ik de Londense galerie Marian Goodman binnenga om de tentoonstelling Scruff of the Neck (2016) van Nairy Baghramian te bekijken trekt mijn maag zich samen. De dag ervoor was ik bij de tandarts geweest voor een zenuwbehandeling. Als je vanaf het chique Golden Square de galerie betreedt en naar beneden gaat ben je in de surrealistische wereld van de Duitse kunstenaar Nairy Baghramian (1971 Isfahan, Iran). Waar witte glanzende sculpturen aan muren hangen die lijken op uitvergrote medische instrumenten en materialen uit een tandartspraktijk. Het voelt even alsof ik binnenkom in mijn eigen hoofd, waar tanden lijken te zweven en slechts aan elkaar verbonden zijn met glimmende ijzeren staven en balken.

Als ik mijn indrukken weken later met haar deel, lacht ze. Een betere ervaring was amper mogelijk geweest, zegt ze, omdat alle elementen van haar werk samenkomen in die fysieke ervaring, het fantoom van de pijn. Het trappetje naar beneden de galerie in, was een van de redenen waarom ze zo enthousiast was over de ruimte; je kon als bezoeker direct het hoofd binnenwandelen. De titel voor je stuk heb je dan ook meteen gevonden, zou ze erover zeggen. (Dit is overigens geen quote.)

Ze is namelijk net zo precies met haar werk als met het wegen van haar eigen woorden en de beeldvorming rondom haar persoon. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om Baghramian te spreken te krijgen. Nadat ik haar verschillende e-mails stuurde, antwoordde ze in een uiterst vriendelijke mail dat ze geen tijd had en dat een interview op dit moment te zwaar voor haar is, omdat een interview haar net zoveel energie zou kosten als het zelf schrijven van het artikel. Ze stelde voor dat ik met haar galeriehouder en met de curatoren van haar aankomende, grote rondreizende tentoonstelling zou gaan praten.

Nairy Baghramian, Grubby Urchin Formage de Tete( Maitre Faux), installatie S.M.A.K., 2016

Nairy Baghramian, Jupon Reassemble, installatie S.M.A.K., 2016

Nairy Baghramian, Babbler Bounder, installatie S.M.A.K., 2016

Marges

In november 2016 opende een tentoonstelling met de voorlopige werktitel Déformation Professionelle in het S.M.A.K. in Gent, om aan het eind van het jaar verder te reizen naar het Museum der Moderne in Salzburg en begin 2017 naar het Walker Art Center in Minneapolis, waar ook een publicatie rondom de tentoonstelling zal verschijnen en een nieuw werk voor de Minneapolis Sculpture Garden zal worden gepresenteerd. Alle drie de locaties bevinden zich in kleinere steden, die zijn gelegen nabij grote bekende centra. Een is vlakbij Brussel, een vlakbij Wenen en de derde vlakbij New York. Dat kan haast geen toeval zijn.

Het werk van Baghramian is een bewustwordingsproces. Ze wil de toeschouwer bewustmaken van de productie en de waarneming, en daarmee de waarde van kunst herdefiniëren. De uitvoering van haar werken is op een haast griezelig chirurgische manier exact. Ze analyseert de contouren, bestudeert het centrum en de marge; het dorpsplein en de rotonde. Om vervolgens op beide plekken haar eigen monumenten te ontwikkelen. Het maakt haar werk tot een ongrijpbaar spotlight. Ze licht iets uit, vergroot de schaal van een situatie of object en vervolgens zweeft het weer verder. Het is een wankel evenwicht, dit schaduwspel dat balanceert tussen functionaliteit, decoratie en gebruiksvoorwerp. Deze precisie vertaalt zich niet alleen in het werk, de uitvoering en de keuze voor het materiaal, maar ook in de manier waarop ze zichzelf vormgeeft.

‘Hoe zij de ruimte gebruikt is geheel uniek. Zij is als geen ander van haar generatie in staat om dat wankele evenwicht te vinden en te presenteren in haar werk. Het is een balans van elegantie en schoonheid, van masculien geweld en een grenzeloze ambitie.’ Aan het woord is Andrew Leslie Heyward, directeur van Marian Goodman Galerie in Londen waar tot eind juli Scruff of the Neck te zien was. ‘Nairy spreekt in haar werk steeds over de marges, zowel in het tot leven brengen van ruimtes als in haar gesprekken en samenwerkingen met designers en architecten. Ook in die samenwerkingen is ze namelijk constant op zoek naar de marge, naar de ruimtes en personen die zich ophouden buiten de hoofdweg.’ Zoals de samenwerking met de in de vergetelheid geraakte Zwitserse interieurontwerper Janette Laverrière in het Berlijnse Schinkel Pavillon in 2008. Na die eerste expositie volgde een reeks van samenwerkingen en tentoonstellingen met de toen honderdjarige Laverrière, die zelfs binnen de designwereld een grote onbekende was gebleven. Die interesse van Baghramian is niet zonder politieke implicatie. Ze zoekt de mensen op die net als zij werken in de marges; van de geschiedenis, de kunst en de politiek.

Nairy Baghramian, Jupon Suspendu, installatie S.M.A.K., 2016

Nairy Baghramian, Jupon Suspendu, Priviliged Points (Fellow), installtie S.M.A.K., 2016

Naakte ruimte

Het zou Baghramian te kort doen om te zeggen dat ze sculpturen en installaties maakt. Ze houdt van naakte, open en lege ruimtes. De twee keer dat er een wand gebouwd werd, werden ze geïntegreerd in de tentoonstelling en een wezenlijk onderdeel van het geheel. Zoals in het werk Das hübsche Eck (The Pretty Corner, 2006) waarin ze refereert aan het werk van de interieurontwerpers Carlo Mollino en de joodse homoseksuele Jean-Michel Frank. Het werk bestaat uit een ruimte voor en achter de wand. Het werk bestaat bij de illusie van het vermogen van de bezoeker om te bedenken dat de muur er niet is en dat de ingreep in de ruimte het eigenlijke kunstwerk is.

Een werk staat bij Baghramian nooit op zichzelf. In haar werk speelt naast de architectuur, de historische en politieke implicaties van het interieur een evenredig grote rol. In een interview met Dominic Eichler voor Mousse Magazine in 2009 zegt ze: ‘In de geschiedenis van de architectuur is er amper iets geschreven over vrouwen of homoseksuele mannen. De historische gevel van de architectuur is een monument gebouwd voor het patriarchaat. Veel vrouwen wilden architectuur studeren en sommigen deden dat ook, maar ze konden alleen kleine stapjes zetten en verdwenen vervolgens van het toneel. Misschien kunnen mensen mijn interesse in het interieur in deze context begrijpen. Het heeft te maken met de binnenkant van je hoofd, het lichaam, de interne ruimte en de kamer binnenin jezelf. Ik vind het belangrijk dat we ons bewust zijn van het verschil tussen binnen- en buitenarchitectuur. De binnenruimte is altijd de ruimte voor vrouwen geweest, voor diva’s en voor dandy's, voor buitenstaanders, voor homo’s om zich terug te trekken, en om plaats te maken voor zichzelf.’

Het is dus niet zozeer de architectuur zelf die haar interesseert maar de sociologische en cultureel-politieke betekenis ervan, en de rol van gender in zowel de publieke als private ruimte. Heyward: ‘Sinds Louise Bourgeois is er geen vrouw geweest die zo de toon en het ritme van de kunstwereld heeft bepaald als Nairy Baghramian. Ik denk trouwens niet dat ze blij zou zijn met deze opmerking, want ze is geen groot fan van Bourgeois’.

Omformuleren

Het politieke aspect van haar werk ligt er niet dik bovenop, het is geen pamflettistisch engagement. In bijna elk artikel of interview wordt Baghramian een Iraanse kunstenaar genoemd. Het zou aan de basis liggen van haar werk, van haar politieke betrokkenheid. Zelf wil ze niets te maken hebben met zo’n vorm van gesubsidieerd exotisme. Baghramian woont sinds 1984 in Berlijn en ze vraagt me om haar alsjeblieft geen Iraans kunstenaar te noemen, omdat ze haar werk nooit had kunnen maken als ze nog in Iran zou wonen. Autobiografisch wordt haar werk zelden, behalve in het fotografische drieluik, New Waves (Am Kaspischen Meer) (On the Caspian Sea, 2003) waarin ze zelf gekleed in donkere mannenkleren de zee uitkomt, met een stropdas van Yves Saint Laurent als reactie op de Iraanse vrouwen die volledig bedekt gekleed gaan maar zich proberen te onderscheiden door haute couture. Het gaat er volgens haar om dat we dingen soms anders moeten doen dan we gewend zijn, dan er van ons verwacht wordt, omdat er anders nooit iets zou veranderen in de wereld. Het is van het grootste belang om jezelf te blijven herontdekken.

Herontdekken en herformuleren is precies wat ze gaat doen in Déformation Professionelle. Ik sprak met curator Martin Germann van het S.M.A.K. en Baghramian in Berlijn (een interview mocht het niet heten, opnemen mocht ook niet, informeel moest het zijn) over hun plannen voor de aankomende tentoonstellingen. In de overzichtstentoonstelling (het mag ook niet zo heten) zal Baghramian reflecteren op haar eigen werk. Het is de bedoeling om de schaduwzijde van bepaalde bestaande en iconische werken zoals French Curve (2014), Retainer (2013), Slip of the Tongue (2014) en Klassentreffen (2008) zichtbaar te maken. Zo zijn bijvoorbeeld op het werk Retainer, bestaande uit zeventien losse elementen die door hun opstelling in een halfronde boog veel weg hebben van een blokjesbeugel, in de loop der jaren roestplekken ontstaan. In de tentoonstelling wil Baghramian dit verval en de nieuwe mogelijkheden of uitvoeringen van haar eigen werk bekijken. Martin Germann: ‘Retainer is een geweldig werk. Er komen vele elementen van haar sculpturale praktijk in terug: het lichamelijke, de “support”, het element van de prothese en nog veel meer. Dus toen zij besloot om een fantoomversie van dat iconische werk in de nieuwe reeks te plaatsen, was ik uiteraard blij. Het is immers een interessant voorbeeld van de materiële en conceptuele omkering en de voortzetting van iets bestaands dat wij in deze tentoonstelling zullen zien – een bijzondere economie binnen zoiets vaags en ongrijpbaars als haar “œuvre”.’

Nairy Baghramian, Peeper, installatie S.M.A.K., 2016

Nairy Baghramian, Fourth Wall (proscenium) Formage de tête (Vitrine Rafraichiree), installtie S.M.A.K., 2016

Paratekst

Maar het is niet alleen het omdenken van de hiërarchie en structuur van de bestaande werken waar het Baghramian om gaat, maar bovenal het gesprek. Haar werken zijn geen losstaande objecten of sculpturen, het is een compleet arrangement waarin de keuze voor de uiteindelijke uitvoering en het materiaal net zo belangrijk is als het gesprek erover met de curatoren en haar eigen assistenten. Het gaat er niet om of deze elementen direct zichtbaar zijn; voor Baghramian gaat het om een interactie op een ander niveau, een uitkomst die niet vastligt. Binnen de literatuurwetenschap wordt hier de term ‘paratekst’ voor gebruikt, geïntroduceerd door Gérard Genette, waarmee hij aangeeft dat alles wat zich rond een tekst bevindt, de lezer uiteindelijk moet wijzen op de ‘eigenlijke’ tekst. Daarmee zijn het voorwoord, de voetnoten, de naam van de uitgeverij, de titel van het boek, tot de barcode en de prijssticker aan toe, vooral richtingaanwijzers voor de lezer en net zozeer onderdeel van het boek als inhoud. Zo is het ook voor Baghramian, legt ze me uit. In elke tentoonstelling kan ze het onzichtbare en bestaande object opnieuw zichtbaar maken door er met een ander spotlight op te schijnen. Als een marker onderstreept en onderscheidt ze hoofd- van bijzinnen.

Maar de tentoonstelling is bovenal geen punt. Het is geen einde, het is geen afronding of overzicht. Het is een gesprek, waarin elk werk een eigen argument is en Nairy Baghramian op haar unieke manier bepaalt wat er gaat gebeuren. Daar schuilt ook een zeker gevaar in, omdat er een bepaald zelfhistoriserend effect kan ontstaan Het werk wordt zo veel groter dan zijzelf, ontsnapt aan de tijd en kan zich gaan gedragen als een mythe. Door geen interview te willen geven maar wel een gesprek te willen voeren, door wel over je werk te willen praten maar niet geciteerd te willen worden, mystificeert ze het werk en de eigen persoon nog verder. Zij het misschien zonder daarop uit te zijn.

Voor Baghramian is het belangrijk dat de beschouwer deel uitmaakt van haar wereld. Alleen zo kan het worden begrepen, het discours eromheen ontwikkeld. Maar hoe leg je het uit aan een publiek dat niet bekend is met haar werk, de taal niet herkent, zich wellicht direct buitengesloten voelt? Martin Germann: ‘Het is leuk en spannend om te zien hoe het geheel nu vorm krijgt in het S.M.A.K.. Nairy is geen kunstenaar van wie je een jaar op voorhand een gedetailleerd projectvoorstel krijgt en dat dan praktisch en administratief bevestigt of niet. Je moet als instelling volledig voor dit soort procesmatige samenwerking gaan. Wij zijn een op kunstenaars georiënteerd museum en daardoor geschikt voor dit soort tentoonstellingen en projecten die door de tijd heen ontwikkelen.’ Het gevaar voor een puur inclusieve wereld die alleen voor de kunstenaar en een klein entourage werkelijk betekenis heeft ligt op de loer. De manier waarop de vierde wand doorbroken zal worden in deze tentoonstelling wordt de grote verrassing.

Nairy Baghramian, Flat Spine Portrait (The Concept of the Artist Smoking Head, Stand-In, installatie S.M.A.K., 2016

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M Nr 5-2016 MATERIAALVERHALEN. ALS U NU EEN JAARABONNEMENT NEEMT STUREN WIJ U HET LAATSTE NUMMER VAN METROPOLIS M Nr 6-2016-17 TIMELESS GRATIS TOE. MAIL UW NAAM EN ADRES NAAR karolien@metropolism.com (ovv winteractie)

Mirthe Berentsen is journalist en schrijver, Berlijn, New York en Amsterdam

Nairy Baghramian, S.M.A.K. Gent, 19.11.2016 t/m 26.02.2017

Fotograaf Dirk Pauwels, courtesy de kunstenaar, Marian Goodman Gallery, Kurimanzutto, Galerie Buchholz, S.M.A.K.

 

 

Share this Article:
|Back to Top
Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2017