ADM, 2016, foto Johannes Schwartz, uit de tentoonstelling Architecture of Appropriation, Het Nieuwe Instituut, courtesy HNI Rotterdam

Hoe te strijden tegen gentrificatie? 

Issue no5
okt / nov 2017
REMIX

Het gaat goed met de economie: projectontwikkelaars beginnen weer kunstenaars op straat te zetten en hun huizen te verbouwen. Deze week in het nieuws: in Amsterdam moeten de kunstenaars de ADM Werf definitief verlaten (NRC), in New York worden tal van kunstenaars uit een pand in Brooklyn gezet door de nieuwe eigenaar (Hyperallergic). Het strijdtoneel tussen de creatieve hoeders van de grote stad en het grote geld is complex en kent vele dimensies. Roel Griffioen deed er studie naar en heeft onlangs een reeks van bijdragen gebundeld onder de titel De Frontlinie. Wij spraken met hem.

Joram Kraaijeveld: Waar ligt De Frontlinie, wie maakt er deel van uit en welk gevecht is er gaande?

Roel Griffioen: ‘De titel is vier jaren geleden ontstaan toen ik samen met kunstenaars Alejandro Ramirez en Rana Ghavami een gemeenschappelijk onderzoekstraject begon om de overlap te verkennen van ontwikkelingen in kunst- en cultuurbeleid, gentrificatieproblematiek en de toenemende bestaansonzekerheid onder jonge creatieve mensen. De titel verbindt de thema’s kunst, stedelijke planning en economie met elkaar. De Frontlinie refereert uiteraard aan het idee van de avant-garde, een militaristische term gebruikt voor het idee dat kunstenaars een gevechtslinie zouden vormen tegen burgerlijkheid of status quo. De titel verwijst ook naar het idee van een stedelijke frontlinie. Amsterdamse buitenwijken zoals Nieuw-West, Noord en de Bijlmer worden langzaam met het opwaarderen van de woning- en winkelvoorraad geschikt gemaakt voor “nette mensen”; nieuwe, meer kapitaalkrachtige bewoners. We hadden sterk de indruk dat wij, als jonge, creatieve stedelingen, zelf een rol in dit gentrificatieproces speelden. Het boekje is een poging om de ambigue positie te beschrijven van een generatie die steeds vaker aan de randen van de stad woont en werkt, in een context van gentrificatie en stadsvernieuwing. De titel verwijst ook naar het idee dat onze generatie van kunstenaars en cultuurwerkers deel uitmaakt van een economische voorhoede. Deze creatieve onderklasse is zich er sterk van bewust dat bepaalde eigenschappen uit de kunsteconomie, zoals projectmatig werken en flexibiliteit, nu door het neoliberale beleid worden uitgerold over verschillende arbeidsvelden met precariteit tot gevolg.’

JK Is er een hiërarchie binnen de driedeling van economie, wonen en cultuur?

RG ‘De economische motieven zijn het belangrijkst. Dat is echter niet altijd duidelijk te zien als je als jonge kunstenaar zelf moet jongleren met de mogelijkheden die je hebt. Als je ergens antikraak kunt wonen of een tijdelijke werkruimte vindt, ben je blij dat je iets betaalbaars hebt gevonden in de stad, waardoor je minder kritisch bent op het systeem waar je deel van uitmaakt. Dat gold voor mij net zo goed. Pas later begon ik me te interesseren in wat antikraak is, de juridische en sociale afspraken die het mogelijk maken, en de rol die het speelt binnen stadsvernieuwingsprocessen. Hetzelfde geldt voor de broedplaatsen; deze culturele hotspots hebben een voorkant en een achterkant. Enerzijds creëren ze relatief betaalbare atelierruimte, anderzijds zitten er allerlei eisen, wensen en verwachtingen aan het broedplaatsenbeleid vast en wordt het ingezet als instrument om een wijk klaar te maken voor stedelijke vernieuwing. Ze bieden tijdelijke kansen voor kunstenaars, maar scheppen tegelijkertijd een precedent voor de uitholling van huurcontracten en -rechten. Het boekje is een poging om die achterkant van het beleid te bekijken.’

Als je ergens antikraak kunt wonen of een tijdelijke werkruimte vindt, ben je blij dat je iets betaalbaars hebt gevonden in de stad, waardoor je minder kritisch bent op het systeem waar je deel van uitmaakt.

JK Door het bij elkaar brengen van de verschillende domeinen laat je in het boek het patroon zien van flexibilisering. Je zou kunnen stellen dat er juridische constructies worden geschapen waarin tijdelijkheid en randvoorwaarden afbreuk doen aan de sociale grondrechten van woongelegenheid, werkgelegenheid en culturele ontplooiing.

RG ‘Jazeker, er vindt momenteel een radicale herverdeling van middelen en kansen plaats. Mensen die welvaren bij flexibilisering op de arbeidsmarkt varen ook wel bij flexibilisering op de woonmarkt: de expat verlangt geen uitgebreid pakket aan huurrechten. Het omgekeerde geldt ook: er zijn mensen voor wie flexibilisering betekent dat ze een basisstabiliteit verliezen. De zzp’ers in de culturele sector verdienen vaak te weinig om een huis te kopen of te huren in de vrije sector, waardoor zij aangewezen zijn op sociale woningbouw met wachtlijsten van zestien jaar. Of ze moeten accepteren wat voorhanden is. En dat zijn nu net die wegwerpcontracten met een verminderde rechtspositie: jongerencontracten, campuscontracten, antikraak, onderhuur, huisbewaring, enzovoorts. Veel van de culturele professionals ontberen elke vorm van stabiliteit in hun professionele leven en ook als het gaat om wonen.’

JK Hebben alleen deze jonge, creatieve stedelingen te maken met deze logica van bestaansonzekerheid en tijdelijkheid? Of speelt het ook bij de culturele instellingen waar ze hopen werk te vinden?

RG ‘Ik denk het wel. Kijk naar De Appel, die moest verhuizen naar een broedplaats in Nieuw-West. Ik ben benieuwd of die veranderde setting ook een verandering in de programmering betekent. Maar hoe kan een instelling ontsnappen aan het tegen wil en dank reproduceren van de logica dat culturele actoren op dat soort plekken reuring moeten veroorzaken om de wijk interessanter te maken voor de aanstaande investeerders en kopers? Bovendien draaien veel instellingen met steeds minder middelen, waardoor er minder reguliere werkplekken zijn en er meer inzet is van stagiairs.’

De frontlinie, foto van blog Rufus de Vries, http://www.rufusdevries.nl/4849 

JK Lange tijd was het gangbaar om kunst te zien als een emancipatoir project; mensen de mogelijkheid geven iets te zien, ervaren of bedenken om hen als mondige burgers vooruit te helpen. De projecten die je aanhaalt in De Frontlinie lijken een spook van die emancipatiegedachte te zijn.

RG ‘Kunstenaars die van een braakliggend terrein een publieke plaats maken voor de buurt, trekken ook de aandacht van investeerders die inzien dat het een aantrekkelijke plek is om te ontwikkelen. Zo heeft ’s werelds grootste vastgoedconglomeraat in 2015 voor 45 miljoen euro het Jan van Schaffelaarplantsoen in de Amsterdamse Kolenkitbuurt gekocht, nadat kunstenaars er leven in hadden geblazen. We kunnen het de kunstenaars niet kwalijk nemen dat ze het project hebben ondernomen, maar ze hebben te weinig oog gehad voor de veranderingen op macroniveau. Ze zijn de voorlopers van een stedelijke vernieuwingsmachinerie die vijftig procent van de sociale woningbouw zal laten verdwijnen. Het prille sociale weefsel dat kunstenaars mede proberen te ontwikkelen, wordt zo uit elkaar geknipt.’

JK Wat valt er aan te doen? Kunnen er plekken gemaakt worden die wonen, werken en cultuur verenigen?

RG ‘Het is lastig om de gaten die vallen door de uitverkoop en afbouw van de publieke infrastructuur op te vullen met kleinschalige succesverhalen. Opbouw kost meer tijd en energie dan afbraak. Amsterdam kent een nieuwe woningbouwvereniging, Soweto, die een herijking is op de coöperatieve traditie in de volkshuisvestingsgeschiedenis. Het heeft Soweto ongeveer zeven jaar gekost om een eerste project, NieuwLand, te realiseren. Ondertussen wordt de sociale woningbouw per strekkende kilometer verkocht aan grote beleggingsfondsen en investeringsconglomeraten. Dat maakt een voorbeeld als Soweto niet minder waardevol, maar het toont dat het verlies momenteel groter is dan de winst die grassrootsinitiatieven boeken. Er moet een schaalsprong plaatsvinden om de uitverkoop op te vangen. Het is heel belangrijk dat kunstenaars en mensen die, zoals ik, met wonen bezig zijn, zich inzetten om kleinschalige en zelfgeorganiseerde initiatieven op te zetten, maar daarnaast moeten we ook proberen de afbraak zichtbaar te maken en zo mogelijk af te remmen. Kunstenaars, broedplaatsen en antikraakbewoners moeten zich kritischer opstellen ten opzichte van de gentrificatie waar ze onderdeel van zijn en niet alleen maar focussen op het positieve microniveau.’

DIT INTERVIEW IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NR 3-2017 HOMELAND IN HET KADER VAN EEN REEKS ARTIKELEN GEWIJD AAN EEN NIEUWE GENERATIE BROEDPLAATSEN.

METROPOLIS M KRIJGT GEEN SUBSIDIE. WIJ KUNNEN NIET ZONDER JOUW STEUN. NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE DIT NUMMER GRATIS TOE. MAIL NAAM EN ADRES NAAR karolien@metropolism.com (ovv actie nr3)

ADM, 2016, foto Johannes Schwartz, uit de tentoonstelling Architecture of Appropriation, Het Nieuwe Instituut, courtesy HNI Rotterdam

De publicatie De Frontlinie is te downloaden en in gedrukte vorm te bestellen op de website frontlinie.org.

Joram Kraaijeveld
is inhoudelijk directeur van Platform BK en docent kunsttheorie op de Gerrit Rietveld Academie

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2017