De nieuwe BAK

Issue no5
okt / nov 2017
REMIX

"Once we find each other, so much else becomes possible" - Sara Ahmed

Na 17 jaar verlaat BAK, Basis voor Actuele Kunst, het pand waarin zij groot is geworden. Onlangs opende zij de deuren van een nieuw pand in Utrecht en presenteerde daar het vierjarige onderzoekstraject Propositions for Non-Fascist Living.

Bij de meesten staat BAK bekend om haar discursieve programma. Tentoonstellingen, performances, publicaties, symposia binnen en buiten de eigen muren, een summerschool: de afgelopen jaren heeft BAK het politieke en culturele landschap niet alleen proberen te duiden, maar ook vormgegeven. Met Propositions for Non-Fascist Living gaat BAK weer een stap verder, ditmaal als presentatie-instelling en postacademisch instituut ineen.

Naast het gebruikelijke programma van tentoonstellingen en evenementen zullen de komende vier jaar ieder jaar tien fellows in dialoog met BAK hun praktijk verder ontwikkelen. Voor het eerste jaar heeft BAK een imposant rijtje kunstenaars, onderwijzers en denkers binnengehaald: Sepake Angiama, Isshaq Al-Barbary en Diego Segatto (van Campus in Camps), Matthijs de Bruijne, Luigi Coppola, Quinsy Gario, Ola Hassanain, Otobong Nkanga, Wendelien van Oldenborgh en Pelin Tan.

Overzichtsfoto Propositions #1: What We Mean bij BAK, basis voor actuele kunst, Utrecht op 7 oktober 2017. Foto: Tom Janssen

Het merendeel van dit gemixte gezelschap (de deelnemers komen o.a. uit Nigeria, Italië, Sudan, Palestina en Nederland en dragen titels als kunstenaar, schrijver, onderzoeker, docent, vakbondsorganistor, kunsthistoricus, socioloog) heeft de sporen reeds verdiend. Op meerdere cv’s staan de hoogste podia van het internationale kunstenveld zoals Documenta 14 en de Biënnale van Venetië vernoemd. In vergelijking met andere postacademische instituten zoals de Rijksacademie, De Ateliers of de Jan Van Eyck Academie komen de deelnemers dus niet net uit de schoolbanken. De gemiddelde leeftijd van de BAK fellows ligt zo’n tien jaar hoger, rond de 41 jaar. Andere verschillen zijn dat BAK op één fellow na geen studio’s verleent, ze komen vijf keer per jaar voor een week samen, en er vond – tenminste voor dit jaar – geen aanmeldingsronde plaats: BAK benaderde haar fellows.

Men kan zich afvragen wie er in dit onderzoekstraject precies van wie leert. Wie doceert wie? Of valt er niet te spreken van een hiërarchische structuur? Idealiter is het een horizontaal speelveld, waarin de uitwisseling van kennis voorop staat. Zo gezegd is BAK geen instituut dat haar deelnemers klaarstoomt voor de grote (boze) wereld, maar lijkt het tegenovergestelde het geval. Met Isshaq Al-Barbary haalt BAK de ervaring van het opgroeien in een vluchtelingenkamp in de Westbank en alles wat daarbij komt kijken direct in huis. Matthijs de Bruijne draagt met zijn verleden in het organiseren van vakbonden en demonstraties een schat aan kennis met zich mee. Sepake Angiama, om nog een voorbeeld te noemen, weet als hoofd educatie van Documenta 14 wat het betekent om een groot educatief programma samen te stellen.

Nu klinkt dit alles wellicht instrumenteel, ieder poppetje zijn of haar waarde. Interessanter echter is de vraag wat het doel van het bij elkaar brengen van deze mensen, van deze kennis, precies is. Welk doel stelt BAK zich met het onderzoekstraject Propositions for Non-Fascist Living? Wat hoopt zij in deze transformerende tijden te bewerkstelligen? En wat betekent het wanneer een kunstinstelling kennis centraal stelt?

Videostatement door Vijay Prashad als onderdeel van Propositions #1: What We Mean bij BAK, basis voor actuele kunst, Utrecht op 7 oktober 2017. Foto: Tom Janssen

Propositions for Non-Fascist Living

Het zal niemand zijn ontgaan dat er de afgelopen tijd veel is gebeurd. Autoritaire leiders hebben in landen als Amerika, Rusland en Turkije de macht naar zich toe getrokken. Globalisering heeft winnaars, maar zeker ook verliezers geschapen. Arm en rijk drijft uit elkaar en ook links en rechts beweegt van het centrum weg. Op het internet raast men zonder pardon. Nationalisten vullen de angst en neofascisten komen in beeld. Ondertussen is het tech-giganten allemaal om het even, zij zijn vooral op zoek naar meer geld en meer macht, waar miljarden gebruikers zich gewillig voor inzetten. Tegelijkertijd zijn miljoenen mensen op de vlucht en hangt er een donkere wolk getiteld klimaat boven ons allen (vooral boven minderbedeelden in landen beneden de evenaar), terwijl diersoorten uitsterven, talen verdwijnen en een monocultuur onze steden, onze velden en ons denken gladstrijkt. Dit is geen doemdenken, dit is het duistere landschap waarin BAK’s project Propositions for Non-Fascist Living gepositioneerd kan worden.

Ga er maar aan staan, zult u denken. Want wat kan ik, piepklein wezen in deze uit zijn voegen barstende wereld doen? Wat kan ik betekenen, laat staan bewerkstelligen? Het is niet heel gek dat defaitisme op de loer ligt. Men keert naar binnen en richt zich op zichzelf (selfie, selfie, selfie). Wat er buiten het eigen gezichtsveld gebeurt, komt via elektronische apparatuur nog wel binnen, maar blijft terug in de broekzak op gepaste afstand.

BAK denkt er gelukkig anders over. De tijd om van een afstandje toe te kijken is verleden tijd. Geïnspireerd door filosoof Michel Foucault en zijn concept non-fascist life streeft BAK “op een andere manier voort te bewegen” en poogt zij “manieren te creëren voor een ander samenzijn.” Vanuit het idee van kritiek-als-voorstel, vanuit het idee in de directe wereld (en niet slechts in de vorm van representatie op een witte muur) zich te manifesteren en met kunstzinnige praktijken en artistieke interventies alternatieven te ontwikkelen. BAK hoopt samen met haar fellows en haar publiek te komen tot een (en dit zijn Foucaults woorden) “levenskunst die ingaat tegen alle vormen van fascisme, al aanwezig of sluimerend,” inclusief “het fascisme in ons allemaal, in ons hoofd en ons alledaags gedrag”.

De eerste gelegenheid om erachter te komen hoe BAK haar ambities uit gaat werken is Propositions #1: What We Mean, een tentoonstelling en 12 uur durende performatieve conferentie met kunstenaars, sprekers, videostatements en de tien fellows.

Propositions #1: What We Mean

In de openingsspeech van Maria Hlavajova, die samen met Matteo Lucchetti en in gesprek met Hidde van Greuningen, Wietske Maas en Whitney Stark het programma samenstelde, werd feminist en wetenschapper Sara Ahmed aangehaald: Once we find each other, so much else becomes possible. Niet geheel toevallig staat het samenkomen bij veel van BAK’s fellows centraal, denk bijvoorbeeld aan Wendelien van Oldenborgh’s polyfone praktijk. Ook de woorden van Dilar Dirik in een van de eerste videostatements sluiten hier nauw bij aan:

“We can no longer think about ourselves: How can I live a non-fascist life? How can I be a leftist? How can I be radical? We cannot be radical if we are not rooted inside communities. We cannot be radical, revolutionary if we seek solutions for ourselves individually.”

In een wereld waarin individualisme de norm is, zijn dit welkome woorden. Ook, of misschien wel juist binnen een kunstcontext, waar een ‘solo’ om een of andere reden als ultiem wordt gezien, is een stem voor gemeenschapszin waardevol.

Maar het is pas een begin. Hlavajova benadrukte dat BAK “in flux” is. Het pand is in verbouwing, voor Propositions #1 werd het werk even stilgelegd, en op 10 februari opent het de deuren voor de eerste ‘echte’ tentoonstelling met Matthijs de Bruijne. Ook de website krijgt een nieuw ontwerp en in januari verschijnt daar onder andere het digitale tijdschrift Basics. In de loop van de tijd moet een “flexibel” pand, waarin wanden verplaatst kunnen worden en podia/tribunes verschillende vormen kunnen krijgen, plaats bieden aan een veelvoud aan presentaties: tentoonstellingen, theatrale performances, filmvertoningen, boeklanceringen, assemblies. BAK moet nog meer dan het al was een ontmoetingsplek worden waar volop gediscussieerd gaat worden en iedereen welkom is: “Feel free to join the conversation”, eindigde Hlavajova haar welkomstwoord.

Pedro Reyes, Manufacturing Mischiefs (Working Title), 2017, lezen van script met acteurs en maskers als onderdeel van Propositions #1: What We Mean bij BAK, basis voor actuele kunst, Utrecht op 7 oktober 2017. Foto: Tom Janssen

In de eerste presentatie van de dag kwam het open, onaffe karakter en de nadruk tot dialoog meteen tot uiting. Pedro Reyes liet in zijn performance Manufacturing Mischiefs (working title) vier acteurs afwisselend Elon Musk, Ayn Rand, Donald Trump, Noam Chomsky, Karl Marx en als ik het goed heb begrepen twee studenten spelen. Met zwart-witte maskers op stokjes voor hun hoofden, hielden zij een geanimeerd en met momenten hilarisch gesprek. Deze performance, zoals de titel doet vermoeden, nog in ontwikkeling, had als het choreografisch en dramaturgisch verder uitgewerkt was met gemak een avond op zich kunnen vullen.

Achteraf bezien bleek dit voor meer presentaties te gelden. Sepake Angiama’s presentatie bijvoorbeeld was qua idee interessant. “Like a director’s voice-over on a dvd” sprak zij tijdens de filmvertoning van Born in flames uit 1983 met gender- en mediatheoreticus Domitilla Olivieri. De uitwerking van de presentatie was minder geslaagd. Hun woorden stonden de film eerder in de weg dan dat ze hem verder brachten. In mijn optiek had een reguliere inleiding, de vertoning van de film en vervolgens een q&a meer recht gedaan aan de wensen van de twee sprekers om hun ideeën over feminisme en racisme voor het voetlicht te brengen. Bovendien had Angiama de film, zoals ze zelf vertelde, nog niet eerder gezien. Dit kan als experimenteel of radicaal gezien worden, op mij kwam het als gemakzuchtig over. Als je met gevestigde (en daarmee vaak ook drukke) kunstenaars of in dit geval curator werkt, bestaat het gevaar dat de aandacht er niet volledig bij is. Mogelijk heeft Angiama na een volle zomer bij Documenta 14 deze presentatie als een tussendoortje gezien.

Hetzelfde kan wellicht over Wendelien van Oldenborgh gezegd worden. Ook zij heeft het afgelopen jaar met de Biënnale van Venetië en vervolgens bij Witte de With een druk programma afgelegd. Voor zover ik heb begrepen ziet zij haar BAK fellowship als een welkom moment van reflectie en een mogelijkheid om het experiment aan te kunnen gaan. Mede daarom ontwikkelde zij voor Propositions #1 samen met Charl Landvreugd een dj- en vj-set. Terwijl beelden van eigen werk en found footage op de achterwand werden geprojecteerd, stonden de twee kunstenaars als ware muzikanten achter een tafel vol apparatuur. Het publiek vond het geweldig, ik kon mij niet van de gedachte afbrengen dat er in de wereld van het dj- en vj-werk spannendere dingen gebeuren. Natuurlijk is het interessant als een kunstenaar van zijn of haar pad afwijkt, het versterkt mogelijk zelfs de glans, ik denk alleen dat een nog niet bekende kunstenaar op dit podium zijn of haar presentatie beter uit zou hebben gewerkt en daar ook op een andere manier op zou worden beoordeeld.

Wendelien van Oldenborgh en Charl Landvreugd, Conversational Tones, 2017, muziek en visueel debat als onderdeel van Propositions #1: What We Mean bij BAK, basis voor actuele kunst, Utrecht op 7 oktober 2017. Foto: Tom Janssen

Gloria Wekker, daarentegen, vertelde tijdens de q&a na haar lezing over interraciale relaties, seksualiteit en het culturele archief, dat ze al veertig jaar hetzelfde zegt, maar dat de laatste jaren haar woorden pas gehoord worden. Met veel rust en helder articulerend probeerde ze duidelijk te maken hoe dominant onze ideeën wat betreft seksualiteit zijn: heteroseksualiteit is de norm, mannen hebben een hoger seksueel libido dan vrouwen, seks wordt traditioneel als zondig gezien, op latere leeftijd is de mens niet langer geïnteresseerd in seks. Wekker is het er duidelijk niet mee eens. Inmiddels zijn het geen nieuwe vergezichten meer, desalniettemin is het prettig om Wekker te horen spreken over een ‘more exploratory and curious approach to sex’ en haar te horen pleiten voor polyamoreuze relaties. Volgens Wekker moeten we ons allemaal opnieuw uitvinden en daarmee ons culturele archief, onze gezamenlijke, maar door een beperkte groep samengestelde stelsel van normen en waarden, opnieuw vormgeven.

Ook kunstenaar en dichter Quinsy Gario staat er om bekend verandering na te streven. Tijdens zijn lecture-performance vertelde hij met zichtbaar plezier over Shell’s eerste olieraffinaderij op Curaçao en het Nederlandse oorlogsschip genaamd Hr.Ms. Witte de With dat daar in de haven lag. Met de recente ophef over het Rotterdamse kunstinstituut vers in het geheugen was het een schot in de roos, maar ik moet bekennen dat het precieze verhaal van zijn lezing me is ontgaan. Mogelijk kwam dit door de vermakelijke presentatie: de speelse overheadprojectie van historisch beeldmateriaal, de beats van broer Jürgen Gario en de rode artikelen die Quinsy Gario al vertellende over het podium strooide. Nam vorm het over van inhoud? Of was het mijn persoonlijke onvermogen het gehele verhaal te volgen?

Ondertussen was er al veel op de toeschouwer afgevuurd. Zo heb ik nog niet verteld over Ola Hassanain’s performance waarin ze het publiek meenam naar een ontmoeting met de politie in Khartoum, Sudan. Isshaq Al-Barbary en Diego Segatto van Campus in Camps gingen met Pelin Tan in gesprek en vertelden over het opzetten van een educatief programma in een vluchtelingenkamp. Interessant was ook de presentatie van Matthijs de Bruijne in gezelschap van twee leden van het Migrant Workers Network FNV en Cecilia Vallejos. Gezamenlijk gaven zij inzicht in de strijd die zij voor domestic workers hebben gevoerd en de successen die zij daarbij hebben behaald. Tussen de regels door noemde Matthijs de Bruijne ook even Platform BK, een relatief jonge organisatie die de positie van kunstenaars wil versterken en individuele kunstenaars bijstaat bij juridische of andere problemen. Word lid!

Isshaq Al-Barbary en Diego Segatto van Campus in Camps met Pelin Tan, Autonomous Infrastructure and Stories of Hospitality, 2017, gesprek als onderdeel van Propositions #1: What We Mean bij BAK, basis voor actuele kunst, Utrecht op 7 oktober 2017. Foto: Tom Janssen

Al met al was het een rijke en inspirerende dag, die absoluut aanzet tot denken. Vele verschillende perspectieven kwamen in beeld en met een serie videostatements van denkers als Sven Lütticken, Ana Teixeira Pinto, Oleksiy Radynski en Nina Power werd een ongelofelijke hoeveelheid aan ideeën verspreid.

Maar Propositions #1 was voorstel nummer 1 en voorstellen moet per definitie uitgewerkt worden, willen ze bewaarheid worden. Bij BAK zullen de komende tijd nog vele voorstellen volgen. Wat die voorstellen gaan brengen is een interessante en belangrijke zoektocht. Want nog lang niet alles is gezegd en er is veel werk te verrichten. Bovendien worden de gevolgen van een bepaald handelen geregeld later pas zichtbaar. Maar BAK neemt stelling in. In het eerdergenoemde duistere landschap is dat niet vreemd, noodzakelijk zelfs. Na de bewustwording van de eigen privileges is er simpelweg geen weg meer terug. Tevens staat BAK in haar streven emancipatoire bewegingen te steunen en te versterken niet alleen, op vele plaatsen in de maatschappij zijn zij zichtbaar. Gemakkelijk zou gezegd kunnen worden dat BAK de huidige trends volgt en dus niet ‘avantgardistisch’ of vooruitstrevend is. Maar is bijdrage aan dat wat langzaamaan mainstream wordt niet wat als vooruitstrevend gezien moet worden? Ik denk dat BAK zich realiseert dat ze een klein radertje in een grotere beweging is. Vele handen maken licht werk. Of zoals Dilir Dirak het stelde: wil je radicale veranderingen doorvoeren, dan zal je dat samen moeten doen.

De vraag die BAK zich daarom moet blijven stellen, is wie haar publiek is en hoe zij haar mee krijgt. Als daar een helder antwoord op wordt gevonden kan het ambitieuze programma ook echt gaan werken. Want BAK’s realisatie dat er voor iedereen nog heel veel te leren valt, is niet alleen juist, maar ook goed.

KLIK VOOR DIA-SHOW! - Kader Attia, Reflecting Memory, 2016 

Kader Attia, Reflecting Memory, 2016 

Kader Attia, Reflecting Memory, 2016 

Kader Attia, Reflecting Memory, 2016

Voor mij persoonlijk was het meest inzichtelijke werk, en inzichtelijkheid als kwaliteitsnorm is veelzeggend op zich, Kader Attia’s film Réfléchir la Mémoire / Reflecting Memory uit 2016. Dit werk, dat in de tentoonstelling te zien was, onderzoekt door middel van interviews met chirurgen, psychologen, filosofen, historici en patiënten de overeenkomst tussen het verlies van een ledemaat en traumatische ervaringen op maatschappelijk niveau. Ogenschijnlijk eenvoudig, maar zeer overtuigend zet de film uiteen hoe een koloniaal verleden door kan etteren ook al is dat verleden mogelijk afgesloten, net zoals dat een patiënt wiens been is afgezet een wezenlijke pijn aan zijn of haar tenen kan ervaren. In de film worden de verdwenen ledematen met spiegels tijdelijk weer tot leven geroepen, waarmee wordt aangegeven hoe belangrijk het is het missende deel (het maatschappelijke trauma) zichtbaar te maken om het verlies of het trauma te kunnen verwerken en de pijn te verzachten.

Veel van de presentaties binnen Propositions #1: What We Mean zouden hun ideeën wat betreft het organiseren en realiseren van zichtbaarheid in dit werk gespiegeld zien. Het is jammer dat door het volle live-programma weinig bezoekers deze film hebben gezien. Mede daarom vraag ik me af of BAK niet te veel hooi op de eigen vork heeft genomen. Ambitie is prijzenswaardig, de kans bestaat echter dat in de overvloed aan input de verschillende boodschappen vertroebelen. Het minimalisme adagium Less is more, waaraan je bij de veelal maatschappelijke werken niet direct zou denken, had voor het programma als geheel niet misstaan. In een wereld die overloopt van de issues kunnen harde keuzes helpen de gezichten dezelfde kant op te krijgen. Tegelijk weet BAK dat veel van de struggles met elkaar verbonden zijn en niet los van elkaar gezien kunnen worden. Of zoals Vijay Prashad het in zijn videostatement zei:

“Now there are, of course, a million different struggles taking place around the planet. These are often broken up from each other. I think because there are no platforms of unity or it’s difficult to make platforms of unity, there have been very few electoral gains because elections require unity, not a million people doing a million things.”

Met Propositions #1: What We Mean heeft BAK verschillende stemmen een podium geboden en de contouren van een ambitieus project neergezet. Ik ben heel benieuwd wat de volgende stappen zullen zijn en wie zich bij BAK aan zullen sluiten. Er valt nog heel veel te leren en alleen gezamenlijk kunnen wij de toekomst in onze handen nemen.

“The idea of the future is not merely tomorrow, the day after, the next year. The idea of the future is that this, what we have now, is not what will be there in five years. In other words, we can actually change the world. We can actually sequester social wealth to make good in the world rather than allow very small numbers of people to sit on their wealth. We can actually produce a world where some people don’t have to work 10 or 12 hours a day and others can’t find jobs. Maybe we’ll have a new 4-hour slogan, not the 10-hour day or 8-hour day. Maybe we’ll produce a world where, in fact, public transportation is free and is widely available, and cars are not necessary anymore. I mean, this is the imagination of the future. But in order to start actually believe that these things are possible, we need to imagine and believe that the future itself is possible.” - Vijay Prashad

BAK, Propositions #1: What We Mean, 7.10.2017, Utrecht.

Omslagfoto: Quinsy Gario, Whatever Floats Our Boats, 2017, lezing-performance als onderdeel van Propositions #1: What We Mean bij BAK, basis voor actuele kunst, Utrecht op 7 oktober 2017. Foto: Tom Janssen. 

Credits bij Kader Attia, Reflecting Memory, 2016: courtesy de kunstenaar, Galleria Continua, Galerie Krinzinger, Galerie Nagel Draxler en Lehmann Maupin.

Stijn Verhoeff
is kunstenaar en schrijver

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2017