Janina Frye, People are nowhere near so fluid, foto door Daantje Bons 

'People are nowhere near so fluid'

in gesprek met Janina Frye en Pernilla Ellens

Issue no3
Juni - Juli 2018
Transgression

Afgelopen weekend opende de tentoonstelling People are nowhere near so fluid van Janina Frye bij Onomatopee in Eindhoven. Freye’s solo is één van de vier tentoonstellingen die deel uitmaakt van het overkoepelende programma SENSE & SENSIBILITY, met de catchy ondertitel What a girl wants – what a girl needs, gecureerd door Pernilla Ellens. In woord en beeld onderzoekt Sense and Sensibility onze hedendaagse omgang met feminisme. Het programma biedt: 'A platform for various artists and writers, to explore contradictions and oppositions by reflecting upon gender issues, contemporary girlhood and object-subject relations', aldus de website van Onomatopee. Voorafgaand aan de opening, word ik door Frye en Ellens ontvangen in ‘The Girls’ Room’; een roze tl-belichtte slaapkamer die fungeert als collectief startpunt, groepsexpositie én ontmoetingsplaats van het project. We nemen plaats rondom het centrale bed in deze archetypische ‘meisjeskamer’.

Liza Voetman: Hoe positioneert Sense and Sensibility zich binnen het overkoepelende programma van Onomatopee?

Pernilla Ellens: ‘Sense and Sensibility valt onder de serie NEST van Onomatopee, en is daarmee onderdeel van een serie exposities die Onomatopee om de twee á drie jaar organiseert. NEST functioneert als een platform waarbinnen lokale kunstenaars, of mensen die in Brabant hebben gestudeerd, de kans krijgen om een tentoonstelling te maken en daarbij samen te werken met verschillende schrijvers. Het gaat ons om die link; tussen kunst- en kunstkritiek, tussen theorie en praktijk. Eigenlijk weerspiegelt NEST het idee van een nestje zelf: dat je als kunstenaar of designer een veilige plek hebt om te kunnen experimenteren en vanuit daar een solotentoonstelling kunt creëren. We kiezen daarbij altijd een overkoepelend thema en linken verschillende mensen met- en aan elkaar om nieuwe verbindingen te creëren. Elke deelnemer krijgt van ons de opdracht om een nieuw werk te maken en ontvangt een werkbudget om dit te kunnen realiseren. Binnen Sense and Sensibility heeft Janina Frye haar werk vanuit deze opdracht ontwikkeld.’

Janina Frye, People are nowhere near so fluid, foto door Daantje Bons 

In het programma van Onomatopee omschrijf je de huidige omgang met feminisme haast als een hype. Wil Sense and Sensibility zich daar bewust tegen afzetten?

‘Het was voor mij inderdaad de aanleiding; al die T-shirts bij de H&M en Monki, met teksten als the future is female en girl power. Slogans en statements die ik al lange tijd ken van de feministische underground, maar die nu door alle grote mode-ketens worden overgenomen. Waar schuilt hier de echte rebellie, de echte boodschap, nog? Deze constatering was voor mij de aanleiding om na te gaan denken over de urgentie van het project.’

Waarom is het juist nu van belang om het project Sense and Sensibility te organiseren?

‘Binnen Sense and Sensibility is hedendaags feminisme natuurlijk het centrale thema, maar eigenlijk gaat het veel meer over het exploreren van ‘contrasten’. Het gaat ons om de contrasten tussen de verschillende genderidentiteiten, maar ook om de contrasten binnen het hele spectrum van feminisme in theorie en praktijk. Binnen feminisme moeten we vooral niet proberen om één definitie te creëren. In plaats daarvan moeten we juist kritisch onderzoeken waar het nu eigenlijk over gaat, waar de verschillen zitten, waarom we grenzen willen opheffen en waarom het überhaupt belangrijk is om na te denken over die grenzen. Vandaar dat Janina Frye als kunstenaar ook bij dit project betrokken is. De andere drie deelnemers zijn overigens designers. Dat contrast samen is juist interessant en daar moet ruimte voor zijn.’

'Binnen feminisme moeten we vooral niet proberen om één definitie te creëren. In plaats daarvan moeten we juist kritisch onderzoeken waar het nu eigenlijk over gaat'

Janina Frye, People are nowhere near so fluid, foto door Daantje Bons 

Janina Frye, hier in The Girls’ Room toon je het videowerk The innocence of a bottle, a golfclub and a leg, een van je eerdere werken die de dialoog object/subject onderzoekt. Hoe verhoud jij je in je werk eigenlijk tot het vraagstuk feminisme?

Janina Frye: ‘Toen Pernilla mij voor dit project benaderde, vroeg ik me dat zelf inderdaad ook af. Ik vind mijn werk, persoonlijk, niet erg feministisch. Ik ben wel een vrouwelijke maker, maar toch gaat het niet per se over dit onderwerp. Toen Pernilla mij begon uit te leggen dat ze meer naar contrasten zocht, kon ik dat ineens heel duidelijk aan mijn werk koppelen. In mijn werk onderzoek ik altijd de relatie tussen mens en object. En daar heb je direct die twee extremen, dat contrast. Juist ook binnen de installatie die ik voor deze tentoonstelling maak, ben ik erg zoekende naar het ‘vlak’ dat tussen mens- en object in ligt.’

Je bent veel te zien in je eigen werk. Schuilt hier misschien een onbewuste relatie met de thematiek?

‘Bij oudere videowerken was ik inderdaad veel in mijn werk aanwezig, maar dat was eigenlijk meer een handigheid. Op die manier had ik niemand anders nodig, iemand die ik bijvoorbeeld zou moeten aansturen. Maar Sense and Sensibility heeft wel echt iets in me veranderd. Ik ben voor deze solotentoonstelling bijvoorbeeld erg bezig geweest met theorieën, zoals het Cyborg Manifesto (1974) van Donna Haraway. Daar ontdekte ik heel veel verbanden met mijn werk. Ik vind het heel interessant dat een andere invalshoek ervoor kan zorgen dat je je eigen werk weer opnieuw leert kennen.’

'Ik vind het heel interessant dat een andere invalshoek ervoor kan zorgen dat je je eigen werk weer opnieuw leert kennen'

Kun je wat meer vertellen over deze solo?

‘De installatie die ik hier toon, heeft als uitgangspunt het idee van een nieuwe materialiteit: een materialiteit die gevormd wordt door de versmelting van mens en object. Ik liet me voor deze installatie inspireren door twee materiaal-semiotische theorieën. Naast het Cyborg Manifesto van Donna Haraway ook de Actor-Network-Theory van Bruno Latour. Beide gaan over het ‘vlak’ wat tussen twee extremen in ligt. Bij Donna is dat de cyborg: een versmelting tussen mens- en machine, en bij de ANT gaat het erover dat alles wat bestaat in een netwerk, met elkaar verbonden is. Een object kan, net zoals de mens, invloed op dit netwerk uitoefenen. De vraag: ‘Wie vormt wie: vormen wij objecten, of vormen zij ons?’ staat voor mij centraal. In mijn installatie krijgen de dagelijkse objecten die ons door het leven leiden - zoals iets waar je je fysiek aan vast kunt houden - een meer bezield karakter.’

Janina Frye, People are nowhere near so fluid, foto door Daantje Bons 

Verhoudingen worden dus anders. Beïnvloedt het werk, naast het bestaansrecht van objecten, daarmee ook de verhoudingen tussen de aanwezige mensen in de expositieruimte?

‘Ik denk niet direct tussen de mensen zelf, maar de bezoeker wordt wel fysiek beïnvloed door deze constructie. Op een hele letterlijke manier, er liggen bijvoorbeeld buizen op de grond die zijn of haar looproute doorbreken. Men moet er een stap overheen zetten en kan niet lopen zoals hij of zij eigenlijk gewend is.’

People are nowhere near so fluid doorbreekt maatschappelijke conventies en patronen?

‘Ik denk dat men zich er vaak niet van bewust is hoeveel invloed de dingen uit onze omgeving op ons hebben. In onze normale omgang is het ding vaak ondergeschikt aan de mens, maar men vertrouwt het tevens blind. In mijn werk is dit anders: hier emanciperen de objecten en staan ze gelijk aan de mens.’

Wat hoop of verwacht je zelf van de solo?

‘Dat het me verrast. Je weet van tevoren nooit precies hoe iets samenkomt. En daarnaast streef ik ernaar om de grensverschuivingen tussen mens- en object voor de toeschouwer zichtbaar te maken. Ik wil hen een impuls geven en zich bewust laten worden van de relatie tussen mens en object, en welke invloed zij op elkaar hebben. Er is een quote van Jushua Simon die dit heel goed in kaart brengt: “Most commodities live longer than their creators and consumers alike—for even a simple plastic bag will outlive us all many, many times over. As commodities ourselves, even our bodily organs can outlive us. Therefore, as all objects that enter into this world are commodities, we must realize that this is not our world, but rather theirs. We dwell in the world of commodities.” In de context van het project Sense and Sensebility, en zodoende in de context van het feminisme, zie ik mijn werk als een metafoor die zich afspeelt in het vlak tussen twee extremen, en probeert de grens te overwinnen.’

'Janina’s werk speelt zich voor mij eigenlijk af in een Post-gender World. In een wereld waarin er geen verschil meer is tussen mensen, maar ook niet tussen sub- en object'

Om af te sluiten. Hoe zie jij dat als curator, Pernilla?

Pernilla Ellens: ‘Janina’s werk speelt zich voor mij eigenlijk af in een Post-gender World. In een wereld waarin er geen verschil meer is tussen mensen, maar ook niet tussen sub- en object. Een evolutie in de emancipatie tussen de verschillen van man en vrouw staat nu centraal, maar in de wereld van Janina’s kunst zijn we daar al niet meer mee bezig. Dan is die emancipatie al voltooid, en dan gaat het over de emancipatie van de objecten. Object-subject wordt daar versmolten, zoals we nu de subject-subject relatie willen laten versmelten.’

People are nowhere near so fluid, Onomatopee, Eindhoven, 16.12.2017 - 11.02.2018. 

Deelnemende kunstenaars en ontwerpers aan SENSE & SENSIBILITY: Mandy Roos, Gabriel Ann Maher, Olle Lundin, Janina Frye, Virginie Gauthier, Roberto Perez, Carly Rose, Daantje Bons, Camille Auer en Nasty Women. 

Deelnemde schrijvers: Alicja Melzacka, Charlotte van Buylaere, Nina Power, Luiza Prado de O. Martins, Barbara Bolt en Aynouk Tan. 

Liza Voetman
is schrijver en kunstcriticus

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 3 — 2018