Jacqueline de Jong, After four hours the beans are revealing themselves, 1971, uit de serie Kroniek van Amsterdam, acryl op doek op hout, 21.45 x 40.35 x 1.35 in / 54.5 x 102.5 x 3.5 cm open, courtesy de kunstenaar en Château Shatto, Los Angeles(detail)

‘Mijn werk is volstrekt niet autobiografisch’ - in gesprek met Jacqueline de Jong

Issue no2
April - Mei 2018
Machine

Jacqueline de Jong begon het tijdschrift The Situationist Times nadat ze door Guy Debord geroyeerd werd als lid van de situationisten. Het tekent haar felheid en strijdvaardigheid, die haar ook populair maakt bij een nieuwe generatie kunstenaars en curatoren. In voorbereiding is een tentoonstelling in het Stedelijk Museum die begin 2019 opengaat.

Het is een paar dagen voor kerst en ik ontmoet Jacqueline de Jong in haar huis in hartje Amsterdam. Twee verzamelaars staan op het punt naar huis te gaan met hun recente aanwinst: een Pommes de Jong (een object in de vormeloze vorm van een gedroogde aardappel uit haar tuin in Frankrijk). Hans Brinkman, haar voormalig galeriehouder en tevens ex-man, wandelt binnen om even een praatje te maken. De cameraploeg uit Noorwegen die haar drie dagen lang interviewde over The Situationist Times heeft die ochtend de laatste take opgenomen. Haar huis hangt en staat vol met kunst, van Asger Jorn, Jean Dubuffet, maar ook van een jongere generatie, zoals Jennifer Tee, Ronald Ophuis en Evelyn Taocheng Wang.

De carrière van De Jong spant ruim zestig jaar. Op jonge leeftijd ontmoette ze Jorn, de 25 jaar oudere schilder en medeoprichter van CoBrA en de internationale situationisten, toen haar vader een schilderij van hem kocht. Jorn verklaarde haar vrijwel direct de liefde, maar het duurde even voordat ze op zijn avances in ging. Uiteindelijk brengen ze tien jaar samen door, grotendeels in Parijs. In 1960 werd Jacqueline de Jong lid van de situationisten, bezocht hun congres in Londen en werkte in Alba met de Italiaanse situationist Giuseppe Pinot-Gallizio aan zijn zogenaamde pintura industriale. In Parijs werkte ze aan haar schilderijen, etsen en publiceerde ze het tijdschrift The Situationist Times. Dat alles omringd door en in nauw contact met de Europese avant-garde van die tijd.

‘Ze was klein, met wilde donkere haren. Op de rand van barones en zigeunerin’, typeerde Doeschka Meijsing, een goede vriendin, haar eens.1 Inmiddels op leeftijd lijkt die karakterschets nog immer van toepassing. Jacqueline de Jong is op de toppen van haar kunnen, werkt met hippe, jonge galeries en toont haar werk overal ter wereld. The Situationist Times is opgenomen in de nieuwe collectiepresentatie van het Stedelijk Museum in Amsterdam en samen met Margriet Schavemaker werkt ze aan een omvangrijk retrospectief dat begin 2019 zal openen in het Stedelijk Museum.

Jacqueline de Jong, Flottant devant les yeux (Série Noire), 1981, oil on canvas, 140 × 160 cm. Courtesy the artist and Dürst Britt & Mayhew, photo Gert-Jan van Rooij, courtesy de kunstenaar en galerie Dürst Britt & Mayhew, Den Haag

Laurie Cluitmans Kun je iets zeggen over het retrospectief?

Jacqueline de Jong ‘Het wordt een ingewikkelde en merkwaardige tentoonstelling in het Stedelijk. Ik wil er nog niet te veel over zeggen, maar we keren terug naar het begin, toen ik er als negentienjarige kwam werken als assistent op de afdeling toegepaste kunst. Ik wist al iets van moderne kunst door mijn ouders die verzamelden, maar ik had natuurlijk geen kunsthistorische opleiding.’

Dat was in 1958?

’Ja ik werkte er zo’n twee en een half jaar. Het was een fantastische praktijkervaring bij Willem Sandberg. Echt een leerschool, ook qua typografie. Daarnaast studeerde ik kunstgeschiedenis bij onder anderen Hans Jaffé. Ik kwam in 1958 en in 1959 begonnen de gesprekken over de tentoonstelling van de situationisten, die er uiteindelijk nooit zou komen. Ik was toen zelf al geïnteresseerd in de situationisten en heb die gesprekken van zeer nabij meegemaakt.’

Je had eigenlijk nog geen opleiding genoten, maar was al kunstenaar en begaf je bovendien in het circuit van de internationale avant-garde. Ik las dat Theo Wolvecamp, die vaak bij je ouders over de vloer kwam, je je eerste schilderset cadeau gaf.

‘Ja, als schilder ben ik autodidact. De Rijksakademie accepteerde me niet, omdat ik bij het “rode” Stedelijk werkte. Die eerste schilderijen waren enorm beïnvloed door Jorn en vele anderen. Het was informeel. Daar ging het mij om in het begin.’

We bladeren de publicatie van haar werk door die in 2003 door het Cobra Museum voor Moderne Kunst werd uitgegeven ter gelegenheid van haar retrospectief. Ons oog valt op Mr. Homme attaque Mr Mutant uit 1962. Een expressionistisch werk waarin twee duistere gestalten, dier of mens, oog in oog staan.

‘Dit is een schilderij waarbij ik beïnvloed ben door de informele kunst uit die periode. Mutant is natuurlijk ook een situationistisch begrip. In mijn tijdschrift keert dat later terug als “mutant manifest”. Ook die vormen komen steeds in het werk terug, parallel aan de figuratieve en verhalende werken die ik altijd heb gemaakt. Ik ontwikkelde mijn eigen idioom en werk vaak in series. “Er zijn weinig auto’s die honden vernielen.” Die werken horen bij het thema van de accidental paintings. Dat is natuurlijk dubbel: toeval en het ongeluk.’

Jacqueline de Jong, After four hours the beans are revealing themselves, 1971, uit de serie Kroniek van Amsterdam, acryl op doek op hout, 21.45 x 40.35 x 1.35 in / 54.5 x 102.5 x 3.5 cm open, courtesy de kunstenaar en Château Shatto, Los Angeles

Jacqueline de Jong, All furnished by a dilated victory, 1971, uit de serie: Kroniek van Amsterdam, acryl op doek en hout, 21.45 x , 40.35 x 1.35 in / 54.5 x 102.5 x 3.5 cm open, 21.45 x 20.05 x 2.95 in / 54.5 x 51 x 7.5 cm dicht, courtesy de kunstenaar Château Shatto, Los Angeles

Het gesprek springt van de hak op de tak, maar weeft zich organisch tot een geheel. Ze refereert ineens aan een recent artikel over haar in een tijdschrift.

‘Heb je het portret in X-tra gelezen? Ik vond het ontzettend gezever. Ik vond het eerste deel heel goed, maar daarna gaat het opeens over de oorlog. Ja, de Amerikanen hè, het zal eens niet over de oorlog gaan. Ik ben van joodse komaf en in de oorlog gevlucht. Ik vind dat mijn persoonlijke verhaal niets met mijn werk te maken heeft. Mijn werk is volstrekt niet autobiografisch. Volgens hen wel en daarom heb ik blijkbaar war paintings gemaakt.’

LEES HET HELE GESPREK IN METROPOLIS M NR 1-2018 LIFE & WORK. METROPOLIS M KRIJGT GEEN SUBSIDIE. STEUN METROPOLIS M. NEEM EEN ABONNEMENT. ALS U NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WIJ U DIT NUMMER GRATIS TOE. MAIL UW NAAM EN ADRES NAAR karolien@metropolism.com (ovv actie nr 1)

Laurie Cluitmans
is kunstcriticus en curator

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 2 — 2018