Zaaloverzicht Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostenede, copyright Mu.ZEE en Steven Decroos

Naar een meervoudig wij-zij verhaal 

Issue no3
Juni - Juli 2018
Transgression

Dekoloniseren middels een dialoog tussen collecties - de een uit Oostende, de ander uit Kinshasa. In Mu.ZEE is nu de tentoonstelling Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende te zien. Ive Stevenheydens spreekt voor ons met Philip Van den Bossche, directeur van Mu.ZEE, over de noodzaak de Belgische geest te dekoloniseren.

—Ive Stevenheydens Het startpunt voor het werken in Mu.ZEE met Afrikaanse kunst was de aankoop van werk van Sammy Baloji en diens tentoonstelling Hunting and Collecting in de zomer van 2014. Een jaar later vond Europese Spoken – over de beeldvorming van kunst uit Afrika in de twintigste eeuw plaats. Die laatste tentoonstelling vertrok deels vanuit de collecties van Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, terwijl die van Baloji inging op collectievorming en de daaraan verbonden economische en socioculturele mechanismen. Hoe verhoudt Een gesprek tussen collecties en Kinshasa en Oostende zich tot deze eerdere tentoonstellingen?

—Phillip Van den Bossche Het is een denken dat zich in de tijd verder ontwikkelt. Wat heeft Hunting and Collecting veroorzaakt in dit museum en wat was de weerslag ervan op de collectie? Baloji toonde niet enkel eigen werk, maar ook dat van kunstenaars uit de collectie, onder wie Jan Fabre, Sven Augustijnen en Constant Permeke. Hij liet ons nadenken over het karakter van een collectie; niet enkel dat van moderne en hedendaagse of etnografische musea, maar dat van elk museum. Het besef dat een collectie steunt op een ideologie vormde een breuk in de perceptie van dit museum waaruit Europese Spoken voortvloeide. Dat project ging expliciet over het dekoloniseren van onze geesten door het Europese kolonisatieproces vanaf het Congres van Berlijn in 1878 tot vandaag in beeld te brengen, vooral aan de hand van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika als voorbeeld. In de twintigste eeuw was het denken over en het kritiek leveren op het kolonialisme geen institutioneel verhaal en precies dit gegeven vormde de rode draad. Daarna kwam de piste van het dekoloniseren van de geesten in het museale beleid centraal te staan, met daarnaast het postkoloniale discours. Wat ons frustreert, en dat zie je ook in de media terug, is dat het grote publiek hier niet klaar voor is. We zitten met een problematiek die we heel mooi kunnen brengen, vooral in teksten, maar ze laat zich echter moeilijk vertalen naar de doorsnee bezoeker.

‘Hedendaagse kunstinstellingen kijken te weinig naar mensen die in België werken en geen deel uitmaken van het subsidiesysteem of het officiële circuit’

—Ive Stevenheydens In 2008 werden de publieke collecties van de provincie West-Vlaanderen en de stad Oostende samengebracht. Sindsdien worden ze beheerd en aangevuld door Mu.ZEE. Het vormt een belangrijk aanknopingspunt voor de tentoonstelling: het wegwerken van lacunes in de collectie. Gaat het museum zich voortaan meer richten op kunst uit Afrika?

—Phillip Van den Bossche In tegenstelling tot andere musea verzamelt Mu.ZEE enkel Belgische kunst. Acht jaar geleden verruimde de definitie van autochtone Belgen naar iedereen die in het land verblijft. Sinds een aantal jaar koppelen we dit ook aan de diaspora. Hedendaagse kunstinstellingen kijken te weinig naar mensen die in België werken en geen deel uitmaken van het subsidiesysteem of het officiële circuit. Ik vond het bijvoorbeeld confronterend dat ik op de afgelopen documenta pas kennismaakte met het werk van Pélagie Gbaguidi, een kunstenaar die in Luik heeft gestudeerd en al twintig jaar in Brussel woont. Nooit gekend, nooit werk van gezien. Hoe gaan we op zoek naar deze kunstenaars? Er is duidelijk nog werk aan de winkel, ook wat ons collectiebeleid betreft. Wanneer het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika na de zomer heropent, zal het ook hedendaagse kunst tonen. Toch gaat het hier om het oude, koloniale verhaal: kunst uit Afrika in een etnografisch museum. We willen dit in Mu.ZEE doorbreken via de verdere ontwikkeling van het diasporadenken. De meervoudige archieven tussen bijvoorbeeld Congo en België horen ook door hedendaagse kunstinstellingen te worden verkend.

Turbo Lusavuvu Makaya, Kinshasa du futur, 2013

—Ive Stevenheydens Een gesprek tussen collecties en Kinshasa en Oostende brengt werken uit een publieke collectie in dialoog met die van een anonieme, Belgische privéverzamelaar die voor een ngo in Kinshasa werkt. Op basis waarvan selecteerden curatoren Ilse Roosens en Sinzo Aanza de werken?

—Phillip Van den Bossche Toen we via de aangehaalde projecten in contact kwamen met deze privéverzamelaar en zijn voorstel om zijn collectie uit te lenen, wisten we wat we niet wilden: Congolese kunst brengen als een exotisch ding, zoals dat bijvoorbeeld in Parijs wel gebeurt in bijvoorbeeld Quai Branly, Fondation Cartier of Fondation Louis Vuitton. Ilse Roosens stelde voor om de dialoog te zoeken met onze eigen collectie. De collectie van deze privéverzamelaar wijkt af van de klassieke Afrikaanse kunstverzamelingen: hij collectioneert niet om een status op te bouwen of als investering. Hij woont en werkt al jaren in de onmiddellijke omgeving van de kunstenaars. Hij onderhoudt niet enkel vriendschappelijke relaties met hen, maar ondersteunt en stimuleert ze ook om werk te maken dat hij vervolgens aankoopt.

’Steeds meer Afrikaanse kunstenaars werken met galeries en vervullen een brugfunctie tussen noord en zuid: ze studeren hier, keren terug en zijn actief op beide continenten. Ook de tentoonstelling zien we als een tweerichtingsverkeer.’

—Ive Stevenheydens In de tentoonstellingsbrochure lees ik dat kunstenaar Chéri Benga door de privéverzamelaar ‘geïnspireerd werd om portretten te schilderen waarin hij het model lelijker weergeeft’. Is dat niet een voorbeeld van white privilege? Kort door de bocht: is de hedendaagse kunstmarkt neokolonialistisch?

—Phillip Van den Bossche Het is natuurlijk niet zo dat wij met dit project de situatie van de westerse kunstmarkt in kaart proberen te brengen en bekritiseren. Deze privéverzamelaar geeft, als naaste, inderdaad soms opdrachten uit en wordt daardoor zelf een beetje een kunstenaar. Maar dat verschilt dus met kunst bestellen vanuit een marktdenken. Uiteraard blijft de collectie die we hier tonen er eentje van een witte Belg. Tegelijkertijd zegt ze ontzettend veel over Kinshasa en over de artistieke productie van de laatste twintig jaar in die stad. Vervolgens kun je de vraag stellen of die collectie niet ter plekke getoond moet worden. Dat ligt ook bij ons op tafel en we bekijken de mogelijkheden voor de komende jaren.

—Ive Stevenheydens Één van de vragen die Europese Spoken stelde was: wat is er veranderd sinds schrijver-dichter Guillaume Apollinaire in Sur les musées uit 1908 een pleidooi hield om in het Louvre plaats te maken voor ‘exotische meesterwerken’? Is er iets veranderd?

—Phillip Van den Bossche Dat blijft uiteraard een zeer complexe vraag. Om een voorbeeld te geven: het werk van Sammy Baloji wordt in Frankrijk nog steeds verzameld door Quai Branly en niet door Centre Pompidou. Dat zegt iets. Na al het werk dat Okwui Enwezor als curator heeft verzet sinds Universes in Universe, de tweede Biënnale van Johannesburg in 1997, is er veel veranderd. Het wij-zij-verhaal wordt meervoudiger. In Senegal, Nigeria, Kameroen, et cetera ontstaan middelgrote tentoonstellingsplekken met kunstresidenties die sterk focussen op het denken van jonge Afrikaanse kunstenaars. Steeds meer Afrikaanse kunstenaars werken met galeries en vervullen een brugfunctie tussen noord en zuid: ze studeren hier, keren terug en zijn actief op beide continenten. Ook de tentoonstelling zien we als een tweerichtingsverkeer.

JP Mika, L'élégance, 2016

—Ive Stevenheydens De tentoonstelling is opgedeeld in vier toonmomenten. Drie thema’s worden erin uitgewerkt: de status van het kunstwerk, kunst en maatschappij, en kunst als blik op de toekomst. Congo en Kinshasa blijven zich in het oog van de storm bevinden. Hoe vertalen de politieke spanningen in het land zich naar de tentoonstelling?

—Phillip Van den Bossche De collectie die we voor zeven jaar in bewaring hebben, is enorm groot. De drie thema’s zijn handvaten die losstaan van de vier afleveringen waarin werken steeds in dialoog worden getoond. Congo en Kinshasa maken echt deel uit van onze Belgische realiteit. Het leven van de Congolese diaspora’s in België (voornamelijk in Brussel, maar ook in Oostende leeft een kleine gemeenschap) botst met de realiteit in Kinshasa. In die stad worden burgers door de politie doodgeschoten voor de kerk, is bijna geen drinkwater voorhanden en is het internet vaak geblokkeerd. De rol van het Westen en van de multinationals is een verhaal dat ons allen aangaat. Al die zaken zitten diep in de tentoonstelling verankerd. Er is sociale analyse en kritiek op bijvoorbeeld religie en op de westers denkende kunstwereld. Heel wat objecten verwijzen naar de koloniale tijd. We willen een veelvormigheid aan stemmen laten horen. In de tentoonstelling laten we ook de Afrikaanse kunstenaars aan het woord in de vorm van interviews. Ze lichten hun eigen werken toe in het Lingala; niet in het Frans, want dan verandert hun discours. We organiseren verschillende debatten en ontwikkelen met de lokale Congolese vereniging Samen/ Ensemble/ Together alternatieve gidstochten.

‘We willen geen activistisch museum zijn. Ik zal de burgemeester niet e-mailen dat er in deze stad een Patrice Lumumbaplein komen moet, al vind ik persoonlijk van wel’

—Ive Stevenheydens België lijkt haar koloniale verleden te blijven koesteren. Ondanks protesten houden racistische monumenten stand. Kan Mu.ZEE in deze kwestie een rol spelen?

—Phillip Van den Bossche Steden als Brussel, Luik en Oostende zijn grotendeels met het bloedgeld van koning Leopold II gebouwd. De Oostendse kwestie toonden we tijdens Europese Spoken in tekst en beeld. Deze context mag het museum niet wegsteken. Via kunstenaars probeer ik dit soort van zaken aan te kaarten. Toch willen we geen activistisch museum zijn. Ik zal de burgemeester niet e-mailen dat er in deze stad een Patrice Lumumbaplein komen moet, al vind ik persoonlijk van wel.

DEZE TEKST IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NR 2-2018. STEUN METROPOLIS M, NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET NIEUWSTE NUMMER GRATIS TOE. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR karolien@metropolism.com

Een gesprek tussen collecties uit Kinshasa en Oostende, Mu.ZEE, Oostende, t/m 12.08.2018

Ive Stevenheydens
is schrijver, kunstcriticus en curator bij Argos, Center for Art and Media in Brussel.

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 3 — 2018