Detail van een maquette

Studio visit #3: Maurice Bogaert  

Issue no4
aug - sept 2019
Ziektebeelden

Maurice Bogaert maakt vaak grootse installaties/maquettes rondom film. Nu is hij bezig met een werk over Walter Benjamin en de nazi-architect Albert Speer dat hoogstwaarschijnlijk in een stripboek zal uitmonden. Een studioportet.

Na een goede tien kilometer fietsen door de prachtige Oeverlanden doemt het bord Nieuw en Meer. Kunst en Bedrijven op. Een bord met pijl en hartje, waarop charmant met zwarte stift ‘hier is ‘t’ staat geschreven, wijst me in de goede richting. Ik ga op atelierbezoek bij Maurice Bogaert (1975) die een jaar geleden zijn atelier op de Valentijnkade in Amsterdam-Oost inruilde voor deze plek in het stuk groen tussen de stad en Schiphol. Dat zijn nieuwe atelier veertien kilometer fietsen is vanaf zijn huis deert hem niet. ‘De weg ernaartoe is een goede manier om de rest even letterlijk achter me te laten’. Bovendien kan hij in deze studio nog lange tijd blijven. Op de Valentijnkade werd de toekomst van het ateliercomplex op een bepaald moment onzeker. Er waren plannen dat het gebouw gesloopt zou worden. Wanneer je zoals Bogaert ruimtelijke installaties maakt en met veel materiaal werkt is verhuizen, of zelfs het vooruitzicht om wellicht te moeten verhuizen, een ramp. Naast het materiaal in zijn studio heeft Bogaert een zeecontainer vol aan spullen. Hij moet er niet aan denken om zich in een situatie te bevinden waarin hij een week voor een opening, terwijl hij ‘met tweeduizend latjes in de Electriciteitsfabriek staat,’ alles zou moeten inpakken. Dus werkt hij nu al een klein jaar met plezier vanuit Nieuw en Meer. De rust die deze groene plek hem biedt komt met name van pas bij zijn grootschalige projecten waarbij hij zijn volle aandacht nodig heeft voor het gelaagde werkproces. Op het moment dat wij elkaar treffen werkt hij aan zo’n gelaagd ‘atelier-werk’.

—Debbie Broekers Vertel!

—Maurice Bogaert Momenteel werk ik aan een heel spannend werk, in de zin dat het een idee betreft waar ik al meerdere jaren mee rondloop, maar waar ik tot dusver geen juiste vorm voor kon vinden. Het werk gaat enerzijds over de Duitse architect Albert Speer en anderzijds over Walter Benjamin. De laatste schreef in de jaren dertig – toen hij al vanuit Duitsland naar Frankrijk was gevlucht – een boek met de titel Berliner Kindheit um neunzehnhundert. In diezelfde periode was Albert Speer bezig met zijn megalomane toekomstplannen voor Germania, wat de nieuwe wereldhoofdstad van het Derde Rijk zou worden. Ik vind het een spannend idee dat die twee mannen min of meer tegelijkertijd bezig zijn met versies van Berlijn die niet (meer) bestaan. Conceptueel gezien vind ik het boeiend om die twee bij elkaar te brengen. Het plan is om uiteindelijk in samenwerking met vormgever Edwin van Gelder een stripboek te maken, hoewel dat woord niet helemaal de lading dekt. Van Gelder maakte eerder een heel mooi boek over het werk van Thomas Raat in de vorm van een productcatalogus. We raakten aan de praat en spraken uit dat we samen een boek als kunstwerk wilden maken, passende bij mijn werk. We kwamen uit bij de meest filmische manier van vertellen: een stripboek. Het idee is om twee fotoseries te maken van een serie maquettes die enerzijds geïnspireerd zijn op significante locaties uit het boek van Benjamin en anderzijds de ontwerpen van Speer verbeelden. De maquettes kunnen dus een reconstructie of een toekomstvisioen zijn.

—Debbie Broekers Hoe ben je bij op deze thematiek gekomen?

—Maurice Bogaert Eigenlijk is de aanleiding voor het project een boek van J. Bernlef getiteld Albert Speer, de ruïnebouwer. Ik kwam het boek per toeval tegen toen ik in de Openbare Bibliotheek Amsterdam op zoek was naar een boek over de Duitse architect Ernst Neufert. Het boek van Bernlef stond daar tussen allerlei boeken over Duitse architectuur op de plank -heel curieus. Het boek is een poging van Bernlef om het personage Speer, zoals Bernlef het noemt, beter te kunnen begrijpen. Naast een bundeling essays bevat het een theatertekst – niet met de bedoeling om het verhaal op te voeren, maar omdat Bernlef dat als vorm passend vond om het personage Speer te kunnen beschrijven. Speer heeft zichzelf in zo’n drie biografieën sterk geënsceneerd. Hij zette zichzelf nadrukkelijk neer als creatieve architect, die zich slechts liet meeslepen in het nazisme. Hij rept geen enkele keer over zijn rol in de Holocaust terwijl hij in die periode zelfs Minister van Bewapening is geweest. De conceptuele keuze van Bernlef om hem als personage te benaderen in de vorm van een theaterstuk vind ik heel interessant. Daarnaast ben ik natuurlijk gefascineerd door de filmische kwaliteit van de architectuur(tekeningen) van Speer, hij is echt een soort decorbouwer. Maar ik wilde geen werk maken over Speer alleen, dat vind ik niet interessant. Er moest een tegenwicht voor komen. Pas een hele tijd later, toen ik het boek van Benjamin tegenkwam, viel het voor mij op zijn plek.

—Debbie Broekers Kun je dat toelichten?

—Maurice Bogaert Het boek van Benjamin is heel persoonlijk. Hij beschrijft de herinneringen aan zijn kindertijd in Berlijn vooral aan de hand van interieurs, zoals een beschrijving van zijn kinderkamer, het huis waarin hij opgroeide en het huis van zijn oudtante. Qua schaal vormt het een mooie tegenhanger op de megalomane ontwerpen en stedenbouwkundige plannen van Speer. Het verhaal van Benjamins leven is bovendien heel tragisch. In 1940 vluchtte hij samen met een groep vanuit Frankrijk naar Spanje met het idee om daar de oversteek naar Amerika te maken. Ze werden bij de Spaanse grens aangehouden door grenswachten en uit angst om teruggestuurd te worden naar Duitsland pleegde Benjamin dezelfde avond nog zelfmoord. De Spaanse grenswachten hebben uiteindelijk besloten om de groep alsnog toegang te verlenen. Het verhaal van Speer en Benjamin is met alle migratie- en vluchtelingenstromen van tegenwoordig opnieuw actueel. Soms vraag ik me af waarom het verhaal van Benjamin mij zo raakt? Misschien heb ik moeite om een werk te maken over het nu en is het makkelijker als er afstand tussen zit. Alsof die laag geschiedenis mij helpt om vat te krijgen op het nu. Niet dat het werk per se daarover gaat, maar het is een interessante parallel.

—Debbie Broekers Zoals je zelf aangeeft is het een grootschalig, gelaagd project. Hoe ga je te werk?

—Maurice Bogaert Het werk bestaat uit verschillende fasen: van lezen en onderzoek doen tot het kiezen van de locaties en scènes die ik wil gaan maken in de vorm van maquettes of ruimtelijke installaties, dat vervolgens uitvoeren, fotograferen en verwerken tot twee fotoseries in een boek. Er zijn zoveel lagen waar het werk nog doorheen moet! Ik sta aan het begin van een raadsel dat ik voor mezelf heb gemaakt. Bij een eerder project, Het Wezen van de Stad, was dat ook zo. Dat is enerzijds heel leuk, maar ook heel complex.

—Debbie Broekers Op je website las ik dat je dit jaar ook in residentie gaat in Den Helder, kun je daar meer over vertellen?

—Maurice Bogaert Aan het einde van het jaar, van oktober tot november, heb ik een residentie bij het Pompgemaal in Den Helder. Daar wil ik echt gaan bouwen en fotograferen, dus voor die tijd wil ik het storyboard of het script van locaties en scènes rond hebben. Het plan is om het werk dit jaar af te maken. Hoewel het daadwerkelijke bouwen gepland staat voor Den Helder kan ik het niet laten om ook nu al te beginnen met dingen maken. Knippen, plakken, vouwen, schetsen; dat zijn voor mij echt manieren van denken. Daarom staat dat ding er ook (wijst naar een houten/kartonnen constructie in de hoek van het atelier); dat is een uitprobeersel van een idee dat ik in mijn hoofd heb. Het is geen letterlijke verbeelding vanuit de beschrijvingen van Benjamin of de schetsen van Speer, maar ik zou het heel mooi vinden om een soort van catacombe te bouwen als laag onder de stad. Alleen dan in plaats van graven, lijkt het me mooi om er allemaal holletjes in te bouwen waar huizen of architectuur in staan, als herinneringen. Ik dacht, dat beeld moet er komen, dus dan ga ik dat bouwen en dan zie ik het vanzelf.

—Debbie Broekers Het is nogal een fysieke weg richting een boek!

—Maurice Bogaert (lacht) Ik hou heel erg van boeken, ik vind het een hele prettige manier om iets tot je te nemen. Zeker een fotoboek, zoals bijvoorbeeld Spleten in de stad, dat boekje van Breitner dat ik je liet zien. Het zijn allemaal foto’s van steegjes en straatjes maar bladerend wordt het een soort wandeling door de stad. Het heeft iets filmisch, maar als lezer heb je zelf de montage in handen. Je kan terug- en vooruitlopen, dat is het fijne aan een boek, die vrijheid. Maar het immersieve van film vind ik ook heel prettig. Daarom wil ik denk ik toch ook een ruimtelijk ding maken waar je in kunt of iets met een stad erbovenop of hele grote zuilen a la Speer ertegenaan, maar goed, de vraag is of ik mezelf in toom moet houden, of niet? Uiteindelijk zal het waarschijnlijk wel beide worden, een installatie en een boek.

KLIK HIER VOOR DIA-SHOW Studio van Maurice Bogaert

Studio van Maurice Bogaert

Detail uit studio van Maurice Bogaert

Detail van de studio van Maurice Bogaert

Studio van Maurice Bogaert

Detail van een maquette

De zeecontainer van Maurice Bogaert

—Debbie Broekers Waar ben je momenteel mee bezig?

—Maurice Bogaert Nu ben ik vooral aan het lezen, herlezen, ideeën aan het verzamelen en uitproberen. Ik maak schetsen van de locaties en scènes, zoals die er in mijn ideale wereld uit zouden zien en ik verzamel allerlei materiaal. Ik heb laatst deze papieren gekocht (wijst naar vier decoratieve patronen); het zijn ontwerpen uit de jaren dertig, allemaal gemaakt door dezelfde vormgever, Enid Marx, die destijds gebruikt zijn voor de interieurs van treintoestellen. Ik vind de patronen erg mooi en heb zin om daar grafisch mee te werken. Als je zo’n papiertje in een hoek vouwt en fotografeert, levert het weer een ander effect op. In deze fase is het zoeken nog best ongericht. Ik probeer te bedenken welke middelen ik straks tot mijn beschikking heb, als het een boek of strip wordt, dingen zoals ritme of beeldherhaling. Laatst kwam ik een boek van Katja Mater tegen wat ik in dat opzicht erg interessant vind. Dat had ook zo’n mate van gelaagdheid en elementen van herhaling. Ik heb ook Promenade van Eenzaamheid van Hulet/Duchâteau weer opgedoken. Dat stripboek vond ik als kind heel spannend. Ik vind het boeiend dat deze strip begint met een cartoon in een cartoon. Je ziet eerst de scène op tv en daarna pas zie je het hoofdpersonage naar dezelfde tv kijken. Ook zijn er hele pagina’s van slechts één kader, waar dan weer andere beelden in staan; dat zijn interessante ingrepen. Maar van mij mag het geheel wel veel abstracter. Deze onderzoeksfase vind ik trouwens heel leuk; het verzamelen en proberen om daar een structuur in te vinden, het werk kan nog alle kanten op.

Maurice Bogaert werkt van oktober tot november 2019 vanuit Het Pompgemaal te Den Helder, een gastatelier voor beeldend kunstenaars en bemiddelaars dat beheerd wordt door het Mondriaanfonds.

Meer informatie over Nieuw en Meer. Kunst en Bedrijven op http://nieuwenmeer.nl/

Debbie Broekers
is kunstcriticus en kunsthistoricus

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2019