Studio Omstand, geheime bunker, foto Mirjam Kuitenbrouwer

Het waarom van residencies - Reflections #7

Issue no3
juni / juli 2019
Brussel / Bruxelles

De Eindexamens van de academies komen eraan. Studenten zijn bezig zich te oriënteren op een volgende stap. Velen zijn van plan naar een residency te gaan, waar er in de internationale kunstwereld steeds meer van zijn, in alle soorten en maten. Saskia van der Kroef vraagt zich af waartoe deze residencies dienen en wat hun succes verklaart.

Iedereen kent hem inmiddels wel, kunstenaar Berndnaut Smilde en zijn wolken. Mysterieuze, bijna theatrale beelden van een perfect gevormd en heel precies uitgelicht wolkje, dat zweeft in een verlaten binnenruimte. Charles Saatchi kwam één van Smildes eerste wolken, Nimbus II uit 2012, op het spoor: het startsein van een bliksemsnelle carrière. Minder bekend is dat die Nimbus II is ontstaan bij Hotel Maria Kapel in Hoorn. Deze prachtige zestiende-eeuwse kapel, die al sinds de jaren tachtig ruimte biedt aan kunstenaars voor onderzoek en experiment, was hier op twee manieren bepalend. Niet alleen bood het de tijd en de ruimte om een idee te testen, ook vormde zij het karakteristieke decor op de beelden van die eerste wolk, die de wereld over gingen via sociale media.

Voor een kleine residency als die in Hoorn is het bijzonder om in de spotlights te staan. Nederland heeft een breed scala aan kleinschalige artist-in-residencies: tijdelijke werk- en verblijfplekken voor kunstenaars. Ze zijn erg divers qua ambitie, schaal, locatie en mogelijkheden, maar hebben één ding gemeen: alle opereren in de luwte. Ze zitten verscholen in oude schoolgebouwen (Gastatelier Leo XIII in Tilburg, Thami Mnyele Foundation in Amsterdam), een GGZ-instelling (Het Vijfde Seizoen in Den Dolder), een voormalige melkfabriek (KiK in Kolderveen), een oud gemaal (Pompgemaal Den Helder) of een bunker (Studio Omstand bij Arnhem), om wat voorbeelden te geven. Anders dan de grote residencies (de drie postacademische instituten: de Rijksakademie en De Ateliers in Amsterdam, Van Eyck in Maastricht) zijn ze veelal ontstaan vanuit persoonlijke betrokkenheid. Het merendeel draait op grote vrijwillige inzet.

De kleine residencies zijn dan wel niet zo zichtbaar, ze winnen wel aan terrein. Volgens Heidi Vogels, coördinator van het landelijke netwerk AiR Platform NL van DutchCulture/TransArtists, zijn het er momenteel ongeveer vijftig. Vergeleken met de omliggende landen heeft Nederland een hoge residencydichtheid. Noord-Brabant spant daarbij de kroon met zeventien residencies. Internationaal is de tendens al veel langer gaande. In de jaren negentig was er wereldwijd een enorme (wild)groei aan residencies, sinds de eeuwwisseling vormen ze een serieuze speler in de geglobaliseerde kunstwereld en zijn ze belangrijk geworden voor de carrières van kunstenaars. Er is een breed discours rond het fenomeen ontwikkeld en het belang van internationale organisaties die alle kennis en informatie samenbrengen (zoals DutchCulture/TransArtists en Res Artists, beide in Nederland gevestigd) is toegenomen. Opmerkelijk is dat je in Nederland tegenwoordig ook residencies ziet ontstaan bij instellingen en initiatieven die zich voorheen primair richtten op de presentatie van kunst: onder meer Schunck, W139 en Kunstverein zijn dit jaar een residency gestart. Wat maakt de residency nu opeens zo aantrekkelijk of relevant?

Wat maakt de residency nu opeens zo aantrekkelijk of relevant?

Berndnaut Smilde, Nimbus II, 2012, foto Cassander Eeftinck SChattenberg, courtesy de kunstenaar en Rondchini Gallery , werk ontwikkeld tijdens een residency in Hoorn

Een simpele verklaring is de tijdsgeest. Niet alleen kunstenaars, iedereen in de maatschappij verlangt naar rust, focus, vrijheid. In een recent essay over artist-in-residenceprogramma’s wijst kunsthistoricus Mariska van den Berg op de kracht van de residency als ‘bubbel’ en ‘buffer’. Als kunstenaar keer je de vraaggestuurde, veeleisende cultuur van continue performance en productiviteit de rug toe, al is het maar voor even. De kunstenaars die ze interviewde onderschreven allen de noodzaak van het ontwikkelen van alternatieve manieren van werken en de cruciale rol die residencies daarin spelen. Een tweede reden, meer specifiek voor de Nederlandse situatie, zijn de tot het minimum geslonken mogelijkheden voor presenterende instellingen om samen met de kunstenaar iets nieuws te ontwikkelen. Ook de instellingen hunkeren naar de rust en ruimte die ze na de zoveelste bezuinigingsslag is ontnomen. Het tonen van kunst is dan wel hun raison d’être, een tentoonstellingsmachine wil niemand zijn. Met een residency wil bijvoorbeeld W139 ook ingaan tegen de actuele stedelijke ontwikkelingen, waar kunstenaars onder te lijden hebben: ‘Iedereen ziet en voelt de gevolgen van de afnemende mate waarin het maken van hedendaagse kunst in onze steden mogelijk gemaakt wordt.’

Residencies dus als een reactie op een gebrek aan tijd en ruimte voor experiment, reflectie en onderzoek. Als een manier om een diepgaandere relatie aan te gaan met elkaar en met de omgeving. En om tegenwicht te bieden aan een resultaatgerichte manier van werken die eigenlijk niet verenigbaar is met het artistieke proces. Aan residencies wordt daarom een groot potentieel toegedicht. Het taalgebruik rondom residencies is opvallend romantisch, wat mogelijk samenhangt met haar oorsprong, begin twintigste eeuw, met gastateliers en kunstenaarskoloniën in dorpen en op het platteland. Kunstenaars blijven dat beeld voeden. Velen komen met positieve getuigenissen van belangrijke ervaringen. In een terugblik op een halfjaarlijks verblijf bij Kloosterhotel ZIN, tussen de fraters en hotelgasten in Vught, omschreef Gijs Assmann de uitnodiging bijvoorbeeld als ‘ongekend genereus en liefdevol’. Voor hem bood de residency niets minder dan een ‘herbezinning’ op zijn kunstenaarschap en bracht zij hem de overtuiging van ‘wederkerigheid als kernwaarde’. Kortom, op residencies wordt van alles geprojecteerd, door kunstenaars en instellingen.

Voor wie het horen wil, klinken uit het veld toch ook wat corrigerende geluiden. Mensen met veel ervaring met residencies, onder wie Irene de Craen, directeur van Hotel Maria Kapel, en Heidi Vogels, willen af van het romantische beeld en maken korte metten met het idee van de residency als verpakte vakantie of als opstap naar een glansrijke kunstenaarscarrière. Volgens Vogels is een residency pas succesvol bij een goede match tussen kunstenaar en residency: ‘Natuurlijk wil elke kunstenaar naar een plek waar een ruime vergoeding is. Maar bij AiR Platform NL proberen we echt in te zetten op dat wat belangrijk is voor het werk van de kunstenaar, op dat specifieke moment in de carrière. Daar gaat het over. Als de uitwisseling tussen kunstenaar, omgeving en context klopt, dan heb je een heel sterke formule.In Den Dolder, waar sinds 1998 elk seizoen weer een bijzonder project wordt ontwikkeld in de unieke context van de psychiatrische kliniek, wordt daar duidelijk rekening mee gehouden. Bij de selectie van kunstenaars wordt bijvoorbeeld niet alleen naar de verwachtingen gekeken, maar ook naar iemands eigen kwetsbaarheid. Directeur en curator Esther Vossen: ‘Als kunstenaar moet je een kritische distantie hebben en stevig in je oeuvre staan; de omgeving van de psychiatrie brengt een bepaalde onvoorspelbaarheid met zich mee.’

Maar er zijn nog wat andere complicerende factoren. Een aantal daarvan speelt ook internationaal, zoals de noodzaak voor kunstenaars om aan residencies deel te nemen, omdat ze zich geen eigen atelier kunnen veroorloven. Er is een groep kunstenaars die van de ene naar de andere residency reist, puur om nieuw werk te kunnen blijven maken. Het is een overlevingstactiek. Voor de residencies geldt bovendien vrijwel unaniem dat de financiering minimaal en uiterst onzeker is. De inzet van vrijwilligers is de kurk waar menig residency op drijft. Voor de dekking van het geheel aan reguliere kosten (voor personeel, onderhoud, huur, materiaal, een eventuele presentatie en een kunstenaarsvergoeding) bestaat geen financieringsstructuur. Het Mondriaan Fonds biedt jaarlijks de regeling Tijdelijke Binnenlandateliers aan, maar daarvoor komen enkel zes residencies in aanmerking (de lijst wisselt elk jaar van samenstelling). Deze beurzen moeten worden aangevraagd door de kunstenaars. Residencies doen daarom vrijwel altijd een beroep op private geldschieters en lokale overheden. Voor deze partijen is zichtbaarheid van de activiteiten belangrijk, wat weer op gespannen voet kan staan met de ruimte voor rust en reflectie waar de residency om draait. Irene de Craen wijst erop dat een residency meer kost dan een tentoonstelling; daar zijn de fondsen, maar ook de nieuwkomers zich niet direct van bewust. Bij Hotel Maria Kapel volgt er altijd een publieksmoment (een tentoonstelling) op een residency, wat samenhangt met de eisen die fondsen stellen. Irene de Craen noemt het een ‘fuik’, want: ‘Ik zou willen dat het geen vereiste is, omdat het in sommige gevallen niet de beste uitkomst is om te moeten tentoonstellen. Waarom mag de uitkomst van een onderzoek niet een gedicht zijn? Dat kan niet in het huidige bestel. Ik ben altijd blij als kunstenaars later bij me terugkomen en laten zien dat ze bijvoorbeeld een boek hebben gemaakt, dat het proces is doorgegaan zonder de druk van het presenteren.’

Er is een groep kunstenaars die, omdat ze zich geen atelier kunnen veroorloven, van de ene naar de andere residency reist, puur om nieuw werk te kunnen blijven maken

Geheime Bunker, Studio Omstand, Arnhem, foto Mirrjam Kuitenbrouwer

Zie hier de paradox: residencies werken er hard aan om hun zichtbaarheid te vergroten, wat in het belang is van hun voortbestaan, maar niet altijd in dat van het werk of de kunstenaar. Soms valt een toename in exposure keurig samen met een inhoudelijke ontwikkeling of ambitie, zoals bij Het Vijfde Seizoen, dat eerder in Utrecht (Casco) en Amsterdam (De School en Nieuw Dakota) tentoonstellingen organiseerde, voortkomend uit de samenwerking met deze organisaties. Sinds kort runt Het Vijfde Seizoen een projectruimte in Amsterdam-Noord, samen met Beautiful Distress, een stichting die streeft naar meer begrip voor psychische aandoeningen. Maar in andere gevallen geeft het streven naar zichtbaarheid en publieksbereik toch te denken. Zo kun je je afvragen waarom een rondreis door de provincie Friesland in een opgebouwde SRV-wagen (waarmee je toch al best een uiteenlopend publiek bereikt) moet uitmonden in een tentoonstelling, zoals het geval is bij de residency georganiseerd door kunstinitiatief Voorheen De Gemeente (VHDG) in Leeuwarden. Ook wat vergezocht: de residency van Studio Omstand vindt plaats in een oude atoombunker op een geheime locatie in de bossen bij Arnhem, zonder enige voorziening (geen elektra, geen stromend water). De bunker is omgeven door een wal en onzichtbaar vanaf de openbare wegen, maar het werkproces moet wel te volgen zijn op Pinterest en Facebook.

Het is duidelijk dat kleinschalige residencies in Nederland gezien willen en moeten worden, en ze dat niet van een toevalligheid af laten hangen, zoals bij Berndnaut Smilde in Hoorn gebeurde. Residencies vervullen een belangrijke taak in het kunstlandschap. Hun betekenis is alleen maar toegenomen sinds de onderzoeks- en ontwikkelmogelijkheden bij presentatie-instellingen zo zijn afgekalfd. Niet voor niets worden ze de ‘research-en-developmentafdeling’ van de kunst genoemd. Misschien dat ze zich daarom steeds bewuster bezighouden met professionalisering: met het samenstellen van een organisatie die voldoet aan de criteria die fondsen stellen, met het formuleren van een onderscheidende invalshoek en missie, met communicatie. Toch ligt daar een volgende uitdaging voor de residencies en de presenterende instellingen die een residency willen beginnen of opgezet hebben. Residencies moeten zelf geen presentatie-instellingen worden. Ze moeten openheid kunnen blijven bieden, de rust en ruimte bewaken die nodig is voor onderzoek en reflectie. Ze moeten de bubbel behouden. Onzichtbaarheid is ook waardevol.

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOPLIS M NR 4-2018 ECXHANGE. STEUN METROPOLIS M, NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET NIEUWSTE NUMMER GRATIS OP. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 3 — 2019