Lucas Lenglet, And all the untilled air between, 2019, foto: Marjon Gemmeke

10 vragen aan Lucas Lenglet

Issue no3
juni / juli 2019
Brussel / Bruxelles

Naar aanleiding van zijn presentatie And all the untilled air between in Kröller-Müller en zijn beeldbijdrage aan Metropolis M Nr 2-2019 een gesprek met Lucas Lenglet: 'Wat ik doe is in de basis niet anders dan wat mensen als Mondriaan, Toorop en Van Gogh deden.'

—Domeniek Ruyters Hoe zou je je presentatie in Kröller-Müller in een woord definiëren? Is het een tentoonstelling of een installatie? Wat is voor jou het verschil?

—Lucas Lenglet And all the untilled air between is een installatie, een werk dat bestaat uit meerdere onderdelen die ieder een rol hebben in het geheel en waarbij het geheel groter is dan de onderdelen afzonderlijk. Een tentoonstelling zie ik als een traditionele verzameling van afzonderlijke delen die elkaar niet noodzakelijkerwijze nodig hebben. Het gaat dan letterlijk om het tonen van de objecten die per stuk bekeken kunnen worden. In dit geval kun je de werken niet los van elkaar zien; ze ontlenen een groot deel van hun betekenis aan elkaar.

—Domeniek Ruyters Ik zie ingrepen in de ruimte, toegemeten op de ruimte, en (vermoed ik) bestaande werken die zonder ogenschijnlijke aanpassing geplaatst zijn, maar wel in een duidelijke samenhang. Ik ken jou als een waaghals, een kunstenaar die durft, voor wie iets al snel te veel is bovendien: waarom was de ingreep met de vloer in de ruimte (ik neem aan dat de vloer in dat opzicht het belangrijkst was) niet voldoende? Eventueel met daarnaast het muurwerk.

—lucas Lenglet Het werk is trapsgewijs ontstaan en is ook op die manier te lezen. De installatie is te zien in de voormalige entree van het Van de Velde gebouw van het Kröller-Müller Museum. Daar waar men vroeger binnen kwam is het nu doodlopend. De bezoeker loopt eerst door de schilderijencollectie en gaat normaal gesproken twee treden omlaag om in de laatste ruimtes aan te komen waar een groot raam uitzicht biedt op het park. Ik heb een verhoogde vloer, bestaande uit stalen looproosters, geïnstalleerd die het hoogteverschil opheft maar de bestaande situatie zichtbaar laat omdat je door de roosters heen kunt kijken. Hiermee heb ik de oude entree letterlijk bij de rest van het museum gevoegd en het gehele museum gelijkvloers gemaakt. Dit was stap één. De tweede stap was om in te gaan op de betekenis van de plek zelf. Een entree is een ruimte voor onderhandeling, daar waar niet alleen binnen en buiten samenkomen, het publieke en het private maar ook natuur en cultuur. Dit sluit aan bij waar ik al langer over nadenk in mijn werk, namelijk hoe noties van insluiting en uitsluiting zich manifesteren en hoe ik bijvoorbeeld een begrip als in-betweenness, gemunt door Aldo van Eyck, kan toepassen. In feite richt ik me steeds meer op de letterlijke grens tussen twee uitersten. Om te kunnen reflecteren op hoe dit soort begrippen van toepassing zijn op de voormalige entree van het museum had ik meer nodig dan alleen de ruimtelijke ingreep van de verhoogde vloer. De vloer is hiermee niet alleen een kunstwerk en een ruimtelijke ingreep maar functioneert ook als drager van twee andere kunstwerken: untitled (barrier), 2019 en you and you and you and you, 2019. Beide werken zijn een vertaling van bestaande objecten die kunnen afschermen en opsluiten, en zijn speciaal voor deze installatie gemaakt. Voordat je de vloer op stapt zijn er links en rechts twee kabinetten met in allebei een werk aan de muur. In het linker kabinet, een lichte ruimte, is de gehele wand bedenkt met een net gemaakt uit veiligheidsspelen en in het andere kabinet, een donkere ruimte, hangt een lichtbak met in rode letters het woord 'Frei'. De installatie begint en eindigt met de onmogelijkheid van vrijheid en zegt zo iets over de status van de onderhandeling.

—Domeniek Ruyters En nu het daarover gaat: bij de vloer moet ik onwillekeurig toch ook aan Acconci denken. Jij ook? Ook wel zijn wat wrange gevoel voor humor.

—Lucas Lenglet (lacht) Ik neem aan dat je refereert aan Seedbed waarin Acconci masturbeerde onder een verhoogde vloer terwijl het publiek op die vloer stond? Het grote verschil met Acconci is toch wel dat ik zelf niet aanwezig ben in mijn werk. Het is niet de mens maar het gebouw dat getoond wordt door mijn ingreep. Het gebouwde weliswaar als uiting van de mens. Daarnaast ontstaat er iets anders. Doordat de vloer 47 cm verhoogd is, zijn de doorgangen bijvoorbeeld veel lager geworden en moet de bezoeker deels bukken. Ik vind dat fysieke aspect interessant. De sturing in lichamelijke zin, maar ook in hoe bewust of alert de bezoeker aanwezig is, geeft me op een ander niveau de mogelijkheid om het te hebben over toegankelijkheid.

Een week na de opening belde de curator omdat het publiek aan de haal ging met untitled (barrier). Er werd tegen aan geschopt, overheen gelopen en onderdelen werden losgehaald en rechtop gezet

Lucas Lenglet, And all the untilled air between, 2019, foto: Marjon Gemmeke

—Domeniek Ruyters Wat heb jij met begrenzing?

—Lucas Lenglet Begrenzing, daar waar twee verschillende dingen bij elkaar komen, geeft me de mogelijkheid na te denken over mijn positie in de wereld. Niets bestaat zonder iets anders. Ik vind het interessant om de plek van ontmoeting tussen twee verschillende dingen op te zoeken, daar waar ze elkaar tegenkomen. Het begint eigenlijk al met de eigen huid die de eerste begrenzing tussen binnen en buiten is. En dan volgen er natuurlijk nog heel veel zichtbare begrenzingen zoals de muur en het venster, de slagboom en het hek. Maar ik vat deze niet meteen letterlijk op. Het interesseert me waarom mensen, naast de natuurlijke begrenzingen die er bestaan, deze zelf ook creëren.

—Domeniek Ruyters Is begrenzing eigenlijk wel het juiste woord, is het niet beter te spreken van controle? Of controleren.

—Lucas Lenglet Ik denk wel dat begrenzing het juiste woord is. Of in sommige gevallen is grens misschien passender. Dat we deze inzetten voor controle is natuurlijk waar, maar het gaat om wat er gecontroleerd moet worden. Is dat bezit, identiteit, cultuur, veiligheid of privacy, enzovoorts? En welke tegenstellingen worden er gezien of in het leven geroepen om deze begrippen af te schermen?

—Domeniek Ruyters Dat vraag ik ook wel omdat controle wat beter de volle lading van je werk in de breedte dekt. Althans, er zit voor mij in alle (nu ja veel) werken een handeling verscholen, hoe formeel en statisch het soms ook oogt, maar waarin altijd iets doorklinkt dat zich niet laat beteugelen. In sommige gevallen is dat impliciet, alsof er iets op ontploffen staat, in het werk zelf bedoel ik (of jij als handelend kunstenaar), in andere is het meer expliciet, alsof het meer de bezoeker is die straks als die er genoeg van heeft zijn vrijheid claimt. Wat niet kan en dus een zeker ongemak geeft.

—Lucas Lenglet Ik ben blij dat je dat zo ervaart. Dat mijn handelen ertoe leidt dat de bezoeker handelt is een streven. En als dit soms ongemakkelijk is of agressie oproept dan is dat goed. Een week na de opening belde Jannet de Goede, de curator van de tentoonstelling, mij om te zeggen dat het publiek aan de haal ging met het werk untitled (barrier), 2019, een bijna acht meter lange houten balk bestaande uit negen losse segmenten. Er werd tegen aan geschopt, overheen gelopen, en onderdelen werden losgehaald en rechtop gezet. Het museum had nog nooit zo iets meegemaakt en ik in deze heftigheid ook niet. Ik moet toegeven dat ik in eerste instantie verontwaardigd was maar later vond ik het ook heel interessant dat het reacties oproept die zo buiten de orde van de plek zijn.

Lucas Lenglet, And all the untilled air between, 2019, foto: Marjon Gemmeke

—Domeniek Ruyters Waarom is voor jou het scherpe randje van belang. Verholen agressie (cq emotie), beteugeld door vorm. Soms op het ongemakkelijke af? Of is dat een raar woord voor jou?

—Lucas Lenglet Ik voel me zelf goed bij die ongemakkelijkheid en ik ken de – al dan niet verholen – agressie ook. En ik vermoed ook velen met mij. Dat moet dan ook besproken worden, vind ik. Beeldhouwkunst, als in ruimtelijke vorm en materiaal, is per definitie statisch en daarmee vaak ook vreedzaam omdat het niet zelf kan handelen. Als het me lukt om toch uitdrukking te geven aan agressie dan – hoop ik– voorbij te komen aan de inertie van het materiaal. Op een bepaalde manier vind ik het ook interessant omdat er een vorm van falen in besloten ligt. De vrije gedachte of de vrijheid van denken die beperkt wordt en opgesloten wordt in een vorm. Daar zit een tegenstelling in die mij blijft boeien.

—Domeniek Ruyters Waarom werk je vrijwel altijd met bestaande en als zodanig herkenbare materialen die je bij wijze van spreken zo ergens in een bouwmarkt bestelt?

—Lucas Lenglet Ik hou van de herkenbaarheid, het gemak waarmee deze materialen aan het bestaande en bekende refereren. En, dit klinkt als een tegenstelling, het zijn ook een soort anonieme materialen, ze hebben iets neutraals in zichzelf waardoor ze gemakkelijker van betekenis kunnen worden voorzien door de context waarin ze getoond worden. Ik wil geen signatuur in het werk hebben maar het werk buiten mij om laten zijn. Het zijn vaak letterlijk ook bouwmaterialen waarmee je een gebouw kunt maken, muren kunt optrekken en daar weer openingen in kunt maken. Vrijwel al mijn werk vertrekt vanuit het denken over architectuur en hoe een gebouw als eerste ter bescherming dient voor wat van buiten komt.

We leven nu in een cultuur van angst, ongelijkheid en uitsluiting en mijn werk is de manier om mij daartoe te verhouden

Lucas Lenglet, And all the untilled air between, 2019, foto: Marjon Gemmeke

Lucas Lenglet, And all the untilled air between, 2019, foto: Marjon Gemmeke

—Domeniek Ruyters Veel kunst is toch een viering van het leven, volop ademend, hoopvol, bij jou voel je een zekere remming of twijfel, waakzaamheid ook. Juich niet te vroeg. Hoewel ik het werk ook niet somber wil noemen, eerder nuchter. En als verademend dan toch in zijn formele schoonheid, waar een zekere poëtische gevoeligheid uit spreekt, en een gevoel voor taal en verbinding. Als zodanig, bij al die connotaties die je erbij kunt hebben, is het ook een reflectie op een gecodeerde maatschappij, waarin we voortdurend geconfronteerd worden met rollen en betekenissen. Voel je je eigenlijk wel thuis daar in die abstract/expressionistisch/symbolistische vleugel met Mondriaan, Toorop en Van Gogh. En waarom dan?

—Lucas Lenglet Ik voel me zeker thuis op die plek. Want wat ik doe is in de basis niet anders dan wat mensen als Mondriaan, Toorop en Van Gogh deden. Uiteindelijk is het uitdrukking geven aan hoe je de wereld ervaart en daar zijn heel veel manieren voor die abstract of expressionistisch kunnen zijn maar ook conceptueel, concreet, minimal, formeel of performatief om maar wat te noemen. Ik zie de onderwerpskeuze en wijze van uitdrukking en medium vooral als een persoonlijke voorwaarde om te kunnen maken. Het maken om je te verhouden tot de wereld is wat de kern is van alle werken in de Van de Velde vleugel, mijn eigen werk incluis. En om terug te komen op het eerste deel van je vraag. Voor mij is kunst ook zeker een viering van het leven en volop ademend, alleen ben ik niet altijd hoopvol. De viering zit er voornamelijk in dat het, hier en nu, mogelijk is om kunst te maken en dat er ruimte voor is om het te delen. Maar omdat mijn werk ook een reflectie is op wat ik om mij heen zie, ervaar je dat het misschien minder uitgelaten is. De wereld stemt me namelijk niet altijd heel hoopvol. We leven nu in een cultuur van angst, ongelijkheid en uitsluiting en mijn werk is de manier om mij daartoe te verhouden. Het is ook een manier om mensen aan te zetten na te denken over hoe we de wereld inrichten. Uiteindelijk zit er ook een vorm van wensdenken achter. Wat als we al die begrenzingen en barrières weg zouden laten? Zou een meer inclusieve manier van samenleven uiteindelijk niet beter zijn voor iedereen, ook voor diegenen die nu denken aan de comfortabele veilige kant te zitten maar iets zouden moeten opgeven om dit voor iedereen toegankelijk te laten zijn?

—Domeniek Ruyters Wat betekent 'frei' voor jou?

—Lucas Lenglet Frei betekent alles voor me. In de meest abstracte zin gaat het werk frei misschien wel meer over bevrijding dan over vrijheid. De weg uit een situatie van onvrijheid. Maar het gaat ook over de onmogelijkheid van vrijheid en dat deze altijd voorwaardelijk is. De vrijheid van de een is vaak niet die van de ander. Het is, zo lijkt het, een hol begrip geworden en meer iets om naar te streven dan dat het bereikt kan worden.

Lucas Lenglet, And all the untilled air between, Kröller-Müller, Otterlo, 20.4 t/m 22.9.2019 Meer info HIER

De beeldbijdrage van Lucas Lenglet is afgedrukt in Metropolis M Nr 2-2019 Magisch Realisme

Domeniek Ruyters
is hoofdredacteur van Metropolis M

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 3 — 2019