Peter Mörtenböck and Helge Mooshammer, Frontier Climates, 2017

Tegen het antropoceen - in gesprek met T.J. Demos - Reflections #19

Issue no4
aug - sept 2019
Ziektebeelden

Hij produceert in onverklaarbaar tempo veelgeprezen boeken over de relatie tussen kunst en klimaatverandering. Morgen en overmorgen geeft T.J. Demos lezingen in Nederland; op de Rijksakademie en in Het Nieuwe Instituut. Alice Smits sprak eerder voor Metropolis M met hem over wat de kunstwereld te doen staat met betrekking tot de klimaatverandering.

—Alice Smits Veel publicaties over het Antropoceen beginnen met een kritische kanttekening bij de naam, de Antropos als de universele mens die geen scheiding maakt tussen de daders en slachtoffers van klimaatverandering, om vervolgens het denkkader te accepteren. In je recente boek Against the Anthropocene: Visual Culture and Environment Today ga je een stap verder. In plaats van het progressieve discours waar velen het voor houden, ontmasker je het Antropoceen als de zoveelste vermomming van een neoliberale en technologische overheersing van de aarde die bestreden moet worden. Gezien het feit dat de term zoveel weerstand oproept, waarom blijven we hem gebruiken? Waarom gebruiken we niet de door jou geprefereerde term Capitaloceen, die een specifieke ideologie verantwoordelijk maakt?

—T.J. DemosHet Antropoceen zal hoogstwaarschijnlijk de officiële term worden voor ons geologische tijdperk nu de werkgroep van de Geological Society hem geaccepteerd heeft. De vraag is hoe we kritisch te werk kunnen gaan. We hoeven de voorgestelde terminologie niet te accepteren, aangezien andere termen bruikbaarder zijn om nieuwe perspectieven te geven, zoals ik in mijn boek beargumenteer. Een voorbeeld van kritische omgang met de term is de recente publicatie Arts of Living on a Damaged Planet [onder redactie van Anna Lowenhaupt Tsing, Heather Anne Swanson, Elaine Gan en Nils Bubandt, red.] vanuit modellen van intersoortelijke communicatie, etnografie en antropologie. Maar zelfs daar zie ik geen echt kritisch engagement met het terminologische voorstel zelf. De nadruk ligt meestal toch op hoe we binnen deze nieuwe situatie, waarin de natuurlijke systemen van de aarde geïntegreerd zijn met vormen van menselijke ontwikkeling, kunnen werken. De term Capitaloceen zou ook niet volstaan om de volledige complexiteit van de hedendaagse situatie te duiden. Het is onzin om te denken dat één term alles zou kunnen dekken.’

—Alice Smits Kunnen we spreken van een goed en een slecht Antropoceen? Het slechte Antropoceen beschrijf je als een voortzetting van een humanistische traditie waarin verdere technologische oplossingen worden gezocht om de aarde te ontwikkelen. Er lijkt ook een goed Antropoceen waarin gezocht wordt naar een herpositionering van de mens ten opzichte van andere levensvormen. Maar in beide richtingen kunnen we boek na boek lezen over het Antropoceen zonder dat de namen vallen van de schuldigen van milieuvervuiling. Zie je deze manier van denken over het Antropoceen, zoals bijvoorbeeld die van woordvoerders als Timothy Morton en Bruno Latour, als even depolitiserend als esthetiserend?

—T.J. Demos ‘Ik ben het eens met wat je impliceert. De abstracte theoretisering over het Antropoceen heeft de neiging de politieke specificiteit te verliezen en zich niet uit te spreken over wat er gebeurt, wie de veranderingen in het milieu veroorzaakt en op welke manier. Het is niet de schuld van de mens in het algemeen, maar van diverse agencies, bedrijven en regeringen die klimaatsverandering ondersteunen. Ook de effecten worden vaak niet echt benoemd. Latour doet hier een poging toe, maar zijn werk mist nog steeds een concrete analyse van de neoliberale mondialisering en de lange geschiedenis van kolonialisme, slavernij en imperialisme. Het bereidt ons niet voor op concrete politieke actie, maar blijft in de theorie hangen. We leven in een tijd waarin het leven zoals we dat kennen ernstig wordt bedreigd en we enorme druk moeten zetten op elke vorm van discours, waaronder het Antropoceen, om te zorgen dat we een snelle transformatie maken naar schone energie. Verder benadruk ik in mijn werk het belang van het betrekken van economische ongelijkheid, sociale onrechtvaardigheid, racisme en seksisme in het klimaatdebat. Dat zie ik helemaal niet terug bij Latour, Morton of de vele anderen die over het Antropoceen schrijven. Donna Haraway is een ander verhaal. Zij is zich heel bewust van het feit dat voor transformatie het herdenken van de taal zelf vereist is en biedt een tegengewicht aan denkers als Morton en Latour.’

—Alice Smits De focus van je boek ligt op de specifieke vorm van het Antropocene beeld. Je wijst erop dat veel foto’s van Antropocene landschappen vanuit de lucht genomen zijn. Door deze afstandelijkheid en abstractie krijgt het beeld een sublieme kwaliteit in het aangezicht van industriële verwoesting, die het de toeschouwer mogelijk maakt om vanuit een veilige positie naar de op zichzelf ondraaglijke gebeurtenissen te kijken. Je schrijft ook over de onzichtbaarheid van milieuvernietiging, terwijl het mij juist lijkt dat we overweldigd worden door beelden van orkanen, smeltende ijsbergen en overstroomde steden. Is het niet eerder zo dat we door de esthetisering van de representatie van rampen het drama ervan niet meer zien?

—T.J.Demos ‘Er is een tendens om onszelf te verwijderen van de catastrofe en hem tegelijkertijd zo te verbeelden dat we schoonheid vinden in milieuverwoesting, zoals in de foto’s van Edward Burtynsky of Louis Helbig, wiens catalogus de titel Beautiful Destruction draagt. De beelden van rampen circuleren eindeloos in de media en zijn vaak genomen vanuit afstandelijke posities die een vorm van “Sublieme Apocalyps” bevestigen. Aan de ene kant hebben we te maken met hyperzichtbaarheid, aan de andere kant krijgen we weinig mee van de complexiteit van de oorzaken en de verhalen van de mensen die met de rampen te maken hebben. Met name in Amerika is het discours erg beperkt en bepaald door ideologische processen. We zien de remote sensing beelden van orkanen, maar krijgen niets mee van de complexe condities waardoor ze ontstaan.’

—Alice Smits Je wijst ook op de typische visualisering van het Antropoceen; beelden die eruitzien als foto’s, maar in werkelijkheid bestaan uit meervoudige beelden afkomstig van satellietdata die gepresenteerd worden als wetenschappelijk en neutraal. Dat zijn ze echter niet; ze impliceren een specifieke manier van waarneming die geen informatie geeft over de locatie of de bron. Hiertegenover stel je een geëngageerde fotografische praktijk. Er lijkt in de post-truthsamenleving een nieuwe aandacht voor documentaire praktijken als een zoektocht naar waarheid. Kan jouw voorkeur voor de fotografische documentaire praktijk in dit licht gezien worden?

—T.J. Demos ‘Ik ben zeer geïnteresseerd in documentaire praktijken en de manier waarop kunstenaars een vorm van onderzoekende journalistiek beoefenen, vooral nu de kritische journalistiek volledig is uitgehold binnen de mainstreammedia. Onafhankelijke denkers, kunstenaars en activisten die in de culturele sfeer opereren, doen veel meer kritisch onderzoek. Denk aan Eyal Weizman en Forensic Architecture in Londen, en anderen die pogen nieuwe vormen van waarheid in de publieke sfeer te ontwikkelen. Dit is een belangrijke ontwikkeling om de schijnbaar apolitieke visualisering van de Antropocene mainstreamcultuur te bestrijden. We hebben satelliettechnologie die de waarheid van klimaatsverandering lijkt te tonen, maar die verantwoordelijkheid afschuift en tot bepaalde geprefereerde oplossingen leidt, die vooral door de markt worden ingegeven, zoals carbon trade, de financiering van natuur, geo-engineering et cetera. Dit is de overheersende manier waarop klimaatsverandering nu geadresseerd wordt en er is veel institutionele en geïnvesteerde interesse om deze verhalen te ondersteunen. Daar moeten we tegen ageren.’

‘Ik ben zeer geïnteresseerd in documentaire praktijken en de manier waarop kunstenaars een vorm van onderzoekende journalistiek beoefenen, vooral nu de kritische journalistiek volledig is uitgehold binnen de mainstreammedia’

Mabe Bethônico, Closer than Cafundó, 2015, video still

—Alice Smits Je refereert in je boek aan mediacollectieven als World of Matter die kunst en ecologie samenbrengen in een geëngageerde praktijk. Welke mediastrategieën gebruiken zij qua receptie en distributie? Zijn die anders dan die van de doorsnee media?

—T.J. Demos ‘Bij World of Matter gaat het om documentaire video, cartografieën, installaties, onderzoek en interviews. Ze maken tentoonstellingen, zoals laatst Mobilizing Materialities bij de universiteit van Minnesota, en hebben een online platform voor de mondiale verspreiding van hun onderzoek. Ze nodigen niet zozeer uit tot participatie, maar hebben een creatieve pedagogie die wat mij betreft meer ingezet mag worden. Meer participerende activistische modellen zien we bij kunstenaars en activisten in ZAD, een tijdelijke autonome zone in Frankrijk bij Nantes rond de strijd om het vliegveld, en de actie Ende Gelände rond de bruinkoolmijnen in Duitsland. Dit zijn vormen van creatieve interventie en participerende acties die vaak uit de pedagogische modellen van klimaatkampen voortkomen, met ideeën over participerend leren en een interventie, zoals bijvoorbeeld het sluiten van een kolenmijn. Het gaat hier niet om representatie, maar om een directe actie in het dagelijkse leven en de politiek, om een duurzame en rechtvaardige toekomst voorbij catastrofale klimaatsverandering te ontwikkelen.’

—Alice Smits Wat voegt kunst volgens jou toe aan activisme?

—T.J.Demos ‘Veel, als je een ruimere kijk neemt op wat kunst kan zijn en doen. Ik denk aan een esthetiek die verder gaat dan wat je in galeries ziet, zoals geformuleerd door denkers als Judith Butler, Jacques Rancière en Dipesh Chakrabarty. Esthetiek is hier eerder een zintuiglijk veld dat politieke betekenis heeft in hoe we waarnemingen organiseren en distribueren, en op verschillende manieren vorm krijgt in het alledaagse leven. Ik ben geïnteresseerd in hoe kunst een vorm van creatieve world making kan zijn. Hoe kunnen we nieuwe condities van relationaliteit, subjectiviteit, economie en politiek uitvinden? Kunst is geen consumptieobject, maar wordt een creativiteit die losgelaten kan worden op actievormen zoals die bij het reservaat Standing Rock, de blokkades en interventies in kolenmijnen of de performatieve acties van Liberate Tate in Tate Modern met als doel de relaties tussen fossiele brandstoffen en het museum te laten stoppen.’

—Alice Smits In Amsterdam hebben we afgelopen jaar twee performances gezien geïnspireerd op Liberate Tate: Fossil Free Culture werd in het Van Gogh Museum gehouden uit protest tegen de sponsorrelatie met Shell. Tijdens de eerste performance werden alle performers gearresteerd. Sommigen werden zelfs drie dagen vastgehouden voor het achterlaten van ‘vlekken’ in het museum. Een ongelooflijk cynisme gezien Shells reputatie als één van de grootste vervuilers op aarde. Deze performances werden uitsluitend ondersteund door mensen uit de milieubeweging. Er was geen discussie binnen de kunstwereld. De directie van het Van Gogh Museum benadrukte vooral het belang van de relatie met Shell. Hoe zie jij de verantwoordelijkheid van kunstinstituten op dit vlak? Is het noodzakelijk dat kunst buiten de officiële instituties opereert om effect te hebben? Of kunnen kunstenaars een radicale agenda naar het museum brengen?

—T.J. Demos ‘Ik heb daar iets van meegekregen. Dat was geweldig. Er zijn veel kunstenaars en curatoren die fantastisch werk doen, maar als we het hebben over de mainstreamkunstwereld van musea, galeries en tijdschriften dan lijken ze ongeïnteresseerd. De kunstwereld ondersteunt doorgaans de utopie van het goede Antropoceen en gelooft dat ze gewoon door kan gaan met het ontwikkelen van markten. Ze negeren de pogingen om zichtbaarheid te geven aan al die creatieve en ambitieuze praktijken die zoveel doen voor het milieu. De problemen waar we mee te maken hebben zijn echter zo complex, dat we meervoudige benaderingen nodig hebben die zowel vanbinnen als vanbuiten de instituten komen. Ik denk niet dat we alleen een beweging kunnen ondersteunen die los staat van instituties en politiek. We moeten ze opnieuw claimen voor progressieve doeleinden.’

‘Het is belangrijk dat kunstenaars zich afwenden van praktijken die gebaseerd zijn op individualisme en originaliteit en experimenteren met collectivisme en deelname aan sociale bewegingen'

Ursula Biemann, Deep Weather, 2013, video still

—Alice Smits In je boek beperk je je tot documentaire en activistische praktijken gericht op concrete kwesties. Ik vraag me af of je ook een kritische ruimte ziet voor een speculatievere vorm van kunst die alternatieve toekomstbeelden ontwikkelt. Kunnen kunstenaars praktisch georiënteerde oplossingen bieden, zoals bijvoorbeeld wat Sue Spaid ecoventions noemt in haar tentoonstelling die nu bij de Domijnen in Sittard te zien is?

—T.J. Demos ‘Het kan een kleine stap zijn binnen een lokale gemeenschap, die positieve effecten kan hebben op het bouwen van solidariteit en educatie. Het is moeilijk om dergelijke initiatieven niet te steunen, maar soms zie ik het als het herschikken van de stoelen op de Titanic. Ik ben steeds meer geïnteresseerd in interventies die proberen op een regionaal of mondiaal niveau te opereren, zoals de actie Climate Games die tijdens COP21 in Parijs druk uitoefende op klimaatleiders. Maar ook het werk van de Finse kunstenaar Terike Haapoja die non-antropocentrische rechterlijke instanties en politieke partijen uitvindt die gebaseerd zijn op intersoortelijke participatie en vormen van post-antropocentrische rechtvaardigheid, of het werk van Ursula Biemann en Paulo Tavares in de Ecuadoraanse Amazone over de effecten van olieboringen op inheemse gemeenschappen die de rechten van de natuur via rechtszaken verdedigen tegen bedrijfsecocide. Dit zijn kleinschalige projecten die in kunstinstituten getoond worden en enorm ambitieus zijn. Ze hebben misschien niet veel effect op de grotere structuur van het klimaatbeleid, maar ze bieden aanknopingspunten om over alternatieve toekomsten na te denken en het soort esthetische waarneming dat ermee samengaat. Dat is erg belangrijk. Concepten, politiek en onderzoek krijgen esthetische vormen, zodat het anders is dan het kijken naar een conventionele documentaire of het lezen van een artikel. De zintuigen worden aangesproken op onverwachte en onbekende manieren. Dat kan een verandering teweegbrengen op microsubjectief niveau. Kunst biedt ook een platform voor speculatief onderzoek en creatieve interdisciplinariteit die je niet op andere plekken ziet. Binnen de kunstwereld is een open manier van denken mogelijk en kan men esthetische systemen voor waarneming en ervaring ontwikkelen. Het gevaar van technocratie is overweldigend, met name wanneer geo-engineering de geprivilegieerde oplossing wordt voor klimaatverandering. Tegenover een technocratisch reductionisme bieden kunst en de humane wetenschappen een totaal andere manier van denken over vraagstukken rond interdisciplinariteit, democratische rekenschap, gelijkheid van spreken en esthetische systemen.’


[question Alice Smits] Dit lijkt te ontbreken in de vele blockbustertentoonstellingen over kunst en ecologie, waarin deze kwesties eerder gethematiseerd worden dan dat ze naar zulke nieuwe praktijken wijzen.

—T.J. Demos ‘Ik heb er daarom ook gemengde gevoelens bij. We lopen het ravijn in en weten alles over waar we mee bezig zijn, maar gaan niet over tot actie en we faciliteren niet de transformatie die op een zeer basaal, materialistisch niveau nodig is. We moeten ook niet verwachten dat musea de agents van verandering zullen zijn. Verandering zal alleen teweeg gebracht kunnen worden door sociale bewegingen en de politiek, van lokaal tot internationaal niveau. Belangrijk is dat kunstenaars zich afwenden van praktijken die gebaseerd zijn op individualisme en originaliteit, en experimenteren met collectivisme en deelname aan sociale bewegingen.’

T.J. Demos

T.J. Demos is een kunsthistoricus en cultureel criticus die schrijft over hedendaagse kunst en visuele cultuur, met name inrelatie tot globalisatie, politiek, migratie en ecologie. Hij is momenteel professor aan de faculteit History of Art and Visual Culture (HAVC) aan UC Santa Cruz, en stichtingsdirecteur van het Center for Creative Ecologies. Demos schreef meerdere boeken, waaronder Decolonizing Nature: Contemporary Art and the Politics of Ecology (Sternberg Press, 2016), The Migrant Image: The Art and Politics of Documentary during Global Crisis (Duke University Press, 2013), en Return to the Postcolony: Spectres of Colonialism in Contemporary Art (Sternberg Press, 2013). Demos heeft ook een aantal tentoonstellingen gemaakt, waaronder Rights of Nature: Art and Ecology in the Americas (2010) en Uneven Geographies: Art and Globalisation (2015), beide in de Nottingham Contemporary (co-curator Alex Farqharson) en Specters: A Cinema of Haunting in de Reina Sofia Museum in Madrid (2014) en Zones of Conflict bij Pratt Manhattan Gallery.

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NR 6-2017 DOORBRAAK. METROPOLIS M KRIJGT GEEN SUBSIDIE. STEUN METROPOLIS M, NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN ABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET NIEUWSTE NUMMER GRATIS OP. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

T J Demos geeft 19.9.2019 een lezing op de Rijksakademie van Beeldende Kunsten getiteld 'The Politics and Aesthetics of Climate Emergency', en 20.9.2019 gaat hij in gesprek met Anne van Leeuwen in Het Nieuwe Instituut

Alice Smits
curator Zone 2 Source Amsterdam en kunstcriticus

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2019