Leo Vroegindeweij, zt, 1986, collectie Kröller-Müller

40 jaar Metropolis M - In gesprek met Leo Vroegindeweij

Issue no5
okt-nov 2019
Catalogue Imaginé

Dit jubileumjaar bezoeken we zes kunstenaars over wie in de afgelopen veertig jaar in Metropolis M is geschreven. We zijn benieuwd hoe het ze vergaat, wetend dat er vele soorten kunstenaarscarrières zijn.

Of hij strategisch is? Leo Vroegindeweij grijnst en vertelt het verhaal van twee mensen, galeriehouders, die hij wel kende, maar van wie hij niets verwachtte. Zij vroegen hem in de auto vanuit Haarlem terug naar Amsterdam of hij bij het maken van zijn volgende tentoonstelling alsjeblieft hun galerie zou willen overwegen. Die twee waren Geert van Beijeren en Adriaan van Ravesteijn, oprichters van het mythische Art & Project. Na Ateliers ’63 hoefde Vroegindeweij in 1978 niet lang over de volgende stap na te denken. En of hij dat deed. Is hij met de neus in de boter vallen? Tot aan het einde van de galerie in 2001 is hij ze net zo trouw gebleven als zij hem. Vroegindeweij is loyaal, tot op het dogmatische af. Aan zijn omgeving, aan zijn concepten, aan zijn werkethos.

Overigens bestaat dat ethos uit koffiedrinken, veel koffiedrinken, en de vloer bezemen. We lachen, maar hij maakt geen grapje: ‘Het is geen hard werken.’ Een opmerking van iemand die in 1976, ‘zonder ooit een kind te hebben gezien’, aanklopte bij een middelbare school. Als leraar handenarbeid stond hij een half jaar voor ongeïnteresseerde jongens. De meisjes kregen elders van een vrouw Nuttiger Handwerken. Het was geen succes en of hij nu ontslagen is of zelf ontslag heeft genomen, gedane zaken nemen geen keer en Vroegindeweij heeft buiten zijn eigen dochter om geen nukkige puber meer berispt.

Als jong gezin hadden ze het niet breed; aan tafel moest hij bij zijn vrouw bedelen om de laatste driehonderd gulden voor het maken van een werk. Een paar weken later was het plotsklaps verkocht. ‘Een opsteker, want anders was een tweede keer om geld vragen niet zo gemakkelijk geweest.’ Vroegindeweij genoot met volle teugen van zijn vliegende start en zette zijn carrière aan de andere kant van de Atlantische Oceaan voort. Met een aantal vrienden werkte hij in New York een tijdje aan de volgende stap. Het werd een materiaalswitch: hij ging over op lood. Moeilijk om mee te werken. Hard en zacht tegelijkertijd, iets fysieks waardoor de relatie van mens tot materie een geheel andere dimensie kreeg. Een volwaardig gesprekspartner die zich niet zonder slag of stoot om de ander plooide en na verloop van tijd de platte oorsprong van de plaat weer opzocht. In een filmpje uit 2012 is te zien hoe Vroegindeweij één van zijn vroege werken ‘restaureert’. Met één oog op de afbeelding van het beeld tracht hij het materiaal met blote handen terug te vormen naar een acceptabele representatie van het verleden.

Leo Vroegindeweij, foto Casper Kofi

Daar kunnen mensen zich soms nog op blindstaren, op dat verleden. Na het winnen van de Prix de Rome voor beeldhouwen in 1985 had Vroegindeweij het lood wel in de vingers. Als het lichaam van een partner waar je nooit meer in kunt verdwalen wist hij maar al te goed hoe het kon worden gebogen, gevouwen en ingedeukt. Experimenten met andere materialen en vormen volgden, maar de mensen bleven als krolse katten om dat lood heen draaien. Jammer, omdat Vroegindeweij de afgelopen 62 jaar is veranderd, ‘vreselijk veranderd’. Desalniettemin is al zijn werk familie van elkaar. Bloedverwanten die af en toe de ogen van de melkboer hebben gekregen, maar uiteindelijk dezelfde moeder hebben. ‘Je breidt je vocabulaire uit door altijd bij dezelfde woorden uit te komen en er iedere keer een andere zin van te maken.’

Ik ben verbaasd over de manier waarop Vroegindeweij zijn zinnen formuleert en de woorden zo manipuleert dat er poëzie door de grammatica heen kruipt. Verbaasd, omdat dit de kunstenaar is die zijn werk nog nooit van een titel heeft voorzien. In elke catalogus staat telkens weer ‘geen titel’: in 1971 ‘geen titel’, in 2017 ‘geen titel’. Maar kijk, taal voegt wat toe, een betekenislaag. Het is een levend organisme, iets wat van hoofd tot hoofd springt en iedere keer een eigen vorm aanneemt. En laat dat nu net niet de bedoeling zijn. ‘Alles wat het werk te zeggen heeft, moet in het beeld besloten liggen, in het concrete van het materiaal. Daar moet geen cultureel element aan worden toegevoegd. Ik streef ernaar dat het werk compleet is in het materiaal, met een eigen logica. Niet dat je zelf dingen aan het beweren bent, maar iets in handen hebt en het op een gegeven moment los kunt laten, omdat het er is, werkelijkheid is geworden.’

In de jaren tachtig ging het de Nederlandse kunst voor de wind. Het Stedelijk Museum in Amsterdam was booming. Vroegindeweij ontmoette in het café vrienden en kennissen. ‘Niet omdat het eten er zo lekker was, maar omdat het als klankbord voor de eigen praktijk fungeerde.’ Beeldhouwers hadden het geluk dat na de immateriële kunst uit de jaren zeventig en de hernieuwde aandacht voor schilderkunst de tijd rijp was. De collectieve blik werd op hen gericht. Maar het kunstpubliek bleek net zo grillig als kwetsbaar en na een voorspoedig decennium ging de wind wat liggen. De wereld veranderde, Art & Project kreeg het moeilijk en verhuisde uit de hoofdstad naar Slootdorp. Het onderhouden van de eigen praktijk werd een kwestie van de lange adem. Hij praat over Art & Project als over een verloren liefde. ‘Ik heb na de sluiting in 2001 wel geprobeerd een vaste relatie met een andere galerie te krijgen, maar het verleden zat me toch in de weg. Bij Art & Project was alles zo van een andere orde. Het voelde als een soort thuis. Zo heb ik het nooit meer gekend.’

Hoe om te gaan met het verleden en de eigen verwachtingen op een manier die niet als ballast voelt? Als beeldhouwer heb je immers nogal wat mee te torsen. Samen met zijn vrouw verdeelt Vroegindeweij zijn tijd tussen een huis plus atelier in Frankrijk en een bescheidenere versie daarvan in Amsterdam. De strikte scheiding die hij in het begin aanhield, komt inmiddels al lang niet meer van pas: leven en werk vloeien naadloos in elkaar over en worden een levenswerk. Waar hij in eerste instantie van zijn enorme atelier een klein atelier plus opslag buiten de deur heeft gemaakt, werd dat na verloop van tijd toch afgeschaft. Het is prettiger oud en nieuw werk naast elkaar te kunnen leggen en als een archeoloog in de eigen tijdlijn te grasduinen.

Het provisoire karakter van serendipiteit speelde al vroeg een rol in zijn praktijk, de statische sculpturen ten spijt. ‘Het is belangrijk de dingen om je heen te hebben, omdat in je ooghoeken dingen gebeuren waar je iets mee kunt. Misschien is het dan zelfs gemakkelijker dan wanneer het allemaal te scherp op je netvlies staat. Het terloopse van serendipiteit maakt meer mogelijk.’ Voor een huwelijk vroegen vrienden hem een sieraad te ontwerpen. Vroegindeweij schafte gouden korrels aan en stopte deze in een lege wijnfles. De korrels arrangeerden zich als vanzelf om de lichte bolling aan de onderkant van de fles en er ontstond een sieraad, , net zo vast en vluchtig als de liefde. Ook maakte hij afgelopen jaar een ander onvoorspelbaar werk als een geboetseerde hoop stenen korrels in een leegstaand kerkje op het platteland. De vaste vorm ondermijnt de kwetsbaarheid die het geheel heeft. Een herinnering aan die dikke messing of loden platen uit de jaren tachtig met zulke poezelige proporties dat je de inherent geometrische vorm voor het gemak even vergeet.

Het is belangrijk de dingen om je heen te hebben, omdat in je ooghoeken dingen gebeuren waar je iets mee kunt

Leo Vroegindeweij, zt, schaalmodellen, 2007

Leo Vroegindeweij, zt, 2018, installatie Saint Sylvestre, Marson sur Barboure

Leo Vroegindeweij, zt, 1986, collectie Kröller-Müller

Waar hij in eerder werk nog geneigd was de confrontatie te zien en deze ook aan te gaan, noem het jeugdige zelfoverschatting, is nu een ontmoeting gepaster. Zijn werk gaat inmiddels over het samenbrengen, ‘het arrangeren van een ontmoeting. Zoeken naar het moment dat er chemie ontstaat tussen onderdelen die elkaar niet kennen, dat er een vonk overspringt en dat ze bij elkaar blijken te horen.’ Leo Vroegindeweij, de beeldhouwer, de matchmaker, de romanticus.

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NUMMER 1-2019 CIRCULATION. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET LAATSTE NUMMER GRATIS OP. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

Alix de Massiac
is schrijver

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2019