Marianne van Boxelaere (auteur Seksisme in de beeldende kunst in cijfers), foto Matthijs Immink

Vrouwen om rekening mee te houden - hoe de kunstwereld, het museum en het bedrijfsleven worstelen met gender(on)gelijkheid

Issue no5
okt-nov 2019
Catalogue Imaginé

Veel discussie over gendergelijkheid in de kunstwereld momenteel. Vooral omdat de verhoudingen nog altijd scheef liggen, blijkt steeds weer uit onderzoek. In het Cobra Museum werd er een middag over gesproken, naar aanleiding van de tentoonstelling Nieuwe Nuances, vrouwelijke kunstenaars in en rondom Cobra.

Hoewel de kunsten al decennia lang strijdperk zijn voor feminisme en emancipatie, lijkt sinds kort de noodzaak van meer diversiteit en inclusie (wat dat dan ook moge betekenen) breder gedragen te worden. Deze queeste gaat in de kunstwereld vaak gepaard met een onvermoeibaar optimisme; het progressieve idee van een betere toekomst galmt door kunstig Nederland. Ook buiten de kunsten klinkt een luid tegengeluid. Steeds meer organisaties zetten zich in voor het bevorderen van een beter evenwicht tussen mannen en vrouwen aan de top en een bindend vrouwenquotum staat op vele beleidsagenda’s. Gelieerd aan de tentoonstelling Nieuwe Nuances, vrouwelijke kunstenaars in en rondom Cobra organiseerde het Cobra Museum in samenwerking met Deloitte het symposium WOMEN TO RECKON WITH in Arts and Business.

Het centrale thema deze middag was de representatie van vrouwen in de kunst en het bedrijfsleven en hoe deze versterkt kan worden. Ondanks de vele veranderingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, is volledige gelijk(waardig)heid tussen mannen en vrouwen nog niet bereikt. In de kunst uit dat zich dat op verschillende manieren: van minder vrouwen in topposities, tot een disbalans in collecties en grote prijsverschillen bij veilingen. Hoog tijd voor verandering!

Het symposium bestond uit twee delen. Het eerste deel, gerelateerd aan de tentoonstelling, was meer kunsthistorisch van aard en besloeg een rondleiding en een interview met Karen Kurczynski, docent moderne en hedendaagse kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Massachusetts. Zowel de tentoonstelling als Kurczynski stellen kritische vragen bij het dominante narratief rondom de Cobrabeweging dat zich laat kennen als mannenbolwerk verbonden op grond van esthetische overeenkomsten. Tijdens de oprichting van de Cobra was het nog niet gebruikelijk om als vrouw betaald werk te verrichten, laat staan kunst maken. De kunstwereld werd dan ook grotendeels gedomineerd door mannen, met als gevolg dat vrouwelijke kunstenaars en hun werk niet op gelijke voet beoordeeld werden, vaak enkel omwille van hun vrouw-zijn.

Er waren wel degelijk vrouwelijke kunstenaars in en rondom de Cobrabeweging, vertelt de tentoonstelling ons, maar vanwege een andere esthetiek en simpelweg seksisme, vielen ze buiten het dominante discours. Sommigen zijn in de vergetelheid geraakt. Waar, volgens Kurczynski, de cobramannen werden geprezen om de expressie van emoties – zo bereikten ze bepaalde universele waarden - werden vrouwen altijd al als emotionele wezens gezien. Cobravrouwen zochten een ander beeldtaal en zijn zich ‘mannelijker’ gaan uitdrukken, zo wordt door Kurczynski gesteld.

Melissa Raczak  (partner Deloitte, VS), foto Matthijs Immink

reactie vanuit het publiek, foto Matthijs Immink

De vraag in hoeverre gender de beeldtaal van de kunstenaar bepaalt blijft in het symposium helaas onbeantwoord. Naar mijn idee is en antwoord hierop meerledig. Het betreft het een wisselwerking: enerzijds wordt de ervaring en perspectief bepaald door de identiteit van de kunstenaar. Anderzijds, wanneer we als kunsthistorici en critici een werk interpreteren, nemen wij onze eigentijdse ideeën over gender mee in de reflectie. In eerste instantie lijkt dit geen groot probleem. Het wordt echter problematisch als een werk als minder wordt gezien enkel omwille van de identiteit van de maker. Een tendens die helaas nog vaak aanwezig is.

Het tweede deel van het symposium werd geopend door Melissa Raczak, Partner van Deloitte Consulting Technology, Media en Telecom. In haar betoog pleitte ze voor zogenoemd ‘inclusief leiderschap’ als investering voor ieder bedrijf. Het was een overtuigend betoog met haar eigen succesverhaal (een witte vrouw met privileges en vooroordelen, naar voorvrouw van de Women @ Deloitte groep), interactieve opdrachten en overzichtelijke schema’s, mét bijpassend ‘inclusive leadership chart’ in pocketformaat. Zo werd ‘inclusief leiderschap’ ook gepresenteerd: u bent slechts enkele stappen verwijderd van een inclusief beleid!

Al is haar boodschap doeltreffend als het gaat om het creëren van bewustzijn en is ze kritisch op haar eigen positie en de positie van de vrouw als passief slachtoffer, de werkelijkheid laat zich helaas niet zo eenduidig kennen. Wat wordt er, en deze vragen gelden ook voor de kunstsector, bedoeld met diversiteit en inclusie? Welke lichamen worden er als ‘divers’ geïdentificeerd, welke lichamen blijven buiten beschouwing en worden zo als ‘natuurlijk’ gezien? Welke mechanismen liggen eigenlijk impliciet aan het discours ten grondslag? Brengt het diversiteitsdebat wel enkel goeds?

Waar het vaak bij mij gaat wringen, is het generieke gebruik van de woorden diversiteit en inclusie, terwijl een kritische reflectie uitblijft. In de kunst dient het dikwijls als een rookgordijn: het gebruik van de woorden laten vaak de machtsstructuren, de norm en het geweld (verschillende vormen van discriminatie zoals seksisme en racisme), buiten beschouwing. Een museum kan makkelijk een tentoonstelling over vrouwelijke kunstenaars organiseren onder het mom van ‘lekker divers’, zonder dat het seksisme op de werkvloer wordt aangepakt. Daarnaast kan het ook zo zijn, en dat gebeurt vaak in kunstig Nederland, zelfs meer dan Deloitte in eerste instantie doet vermoeden, dat ongelijkheid en discriminatie wel genoemd worden, maar dat de persoon die zich in een machtspositie bevindt, zichzelf ergens anders ziet dan als betrokken bij de kritiek. Hij/zij plaats zichzelf daarmee aan de zijlijn, alsof hij/zij geen deel uitmaakt van een maatschappelijk probleem. Ook hierdoor kunnen de machtsstructuren ongemoeid gereproduceerd worden.

Te vaak gaat het om inclusie en expansie - soms om de eigen positie te versterken - niet om het omverwerpen van de organisatie haar hiërarchieën. De ‘nieuwe diverse andere’ past namelijk perfect in een kapitalistisch bedrijfsmodel. Diversiteit en inclusie wordt vaak niet geassocieerd met iets negatiefs, maar juist het tegenovergestelde: om voordeel te verkrijgen binnen de context van globalisering wordt de ‘diverse ander’ warm onthaald. Niets ten nadele van de zogeziene ander, wel van de integriteit van het beleid. Dit maakt het discours zeer productief en positief, zo ook naar voren kwam in het symposium. Enkel Marianne Van Boxelaere spreekt expliciet over genderongelijkheid en seksisme, racisme blijft überhaupt achterwege.

Rondleiding met Cathelijne Blok (TittyMag) met Willemijn Stokvis

Ik wil graag afsluiten met twee vragen die mij relevant lijken binnen deze discussie, maar die niet ter sprake kwamen tijdens het symposium: welke rol speelt de afhankelijkheidsrelatie van de kunst op het bedrijfsleven (denk aan corporate en private financiële ondersteuning van tentoonstellingen en aankopen) als het gaat om gelijkheid en gelijkwaardigheid in de kunst in Nederland? Hoe verhouden klasse en de precaire werkomstandigheden (denk aan on- of onderbetaald werk) in de kunst zich tot werkelijk gelijke kansen ongeacht iemands identiteit?

Alle foto's courtesy Cobra Museum

Symposium: WOMEN TO RECKON WITH in Arts and Business, Cobra Muzeum, Amstelveen, 15.10.2019; De tentoonstelling Nieuwe Nuances is nog te zien t/m 1.12.2019

Cathelijne Tiel
kunsthistoricus en schrijver

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2019