Beeld: Moosje Goosen

Subliem

Issue no5
okt-nov 2019
Catalogue Imaginé

Het overweldigende landschap bracht Moosje Goosen volkomen van haar stuk. Is dit nu een sublieme ervaring?

Het sublieme is een esthetische kwaliteit die verwijst naar het onbevattelijke, het onberekenbare, al dat angstaanjagend groter en grootser is dan de rede, aldus een aantal Britse filosofen die in de zeventiende en achttiende eeuw in navolging van elkaar hun bucketlist afwerkten op de toen in zeer welgestelde kringen populaire Grand Tour. De Alpen vormden daarbij het station voor een gegarandeerd sublieme ervaring.

Het sublieme is dan ook iets wat je meegemaakt moet hebben. En dus reden M. en ik ruim twee eeuwen later in een Hertz huurauto richting de Grand Canyon, een van ’s werelds natuurwonderen. Voor ons verblijf hadden we een kamer geboekt in de ‘premier lodging facility’ van het natuurpark. Het hotel lag ver boven ons budget maar op een eersterangs locatie, praktisch aan de rand van de Canyon. Om precies te zijn: het enige dat onze logies van de afgrond scheidde, was de parkeerplaats en oprijlaan van het hotel, zo bleek toen we er arriveerden.

We waren juist op tijd voor de avondvoorstelling: de zonsondergang. We deden er wat lacherig over totdat we door de natuur op onze nietige plaats werden gewezen. Want wat we zagen en ervoeren was zo overweldigend en ontzag inboezemend dat ik er licht in mijn hoofd van werd. Terwijl de zon in vlammen op leek te gaan, dacht ik in alle euforie bij mezelf: natuur is de hel, mijn vurig verlangen. Of zoiets. Ondertussen had zich beneden ons een grenzeloze, gitzwarte, Nietzscheaanse put gevormd die, in onze bange pogingen een blik in de leegte te werpen, onverschillig terug staarde.

En toen: de nacht. De diepte van de Canyon had zich omgekeerd richting hemel, die zich nu als oneindige ruimte openbaarde. Het was de eerste keer dat ik de Melkweg in zijn volle, tijdloze glorie zag. ‘Fuck’, zei ik. ‘Dit is FAR OUT.’ En ik moest het zeggen alsof ik een Amerikaan was, want het was heel Amerikaans om dit alles mee te maken op de parkeerplaats van een hotel, daar op de rand van de ‘fucking Sublime.’

Ik voelde me heel eigenaardig en buiten mezelf. Ik voelde me, in alle eerlijkheid, niet zo prettig. Terwijl we de hemel aftuurden naar vallende sterren, werd ik me bewust van mijn lichamelijk ongemak. Een vreemd soort duizeligheid beving mij, waar ik slappe knieën van kreeg. M. moest lachen toen ik zowat op zijn rug sprong op het moment dat een hert al rennend uit de duisternis verscheen, daar midden op de geasfalteerde parkeerplaats. De schrik deed mijn adem stokken, die daarna maar niet tot rust wilde komen.

Later in het hotel las ik in de brochure dat Albert Einstein er ooit te gast was geweest. Mijn hoofd tolde nog altijd en ik bedacht me wat een intense plek dit geweest had moeten zijn voor iemand die de zwaartekracht zo door en door, en rationeel, begreep. Burke schreef in 1756 over de fysiologie en zintuiglijke ervaring van het sublieme, dat het ons doet ‘beven’ en ‘trillen’ en een sensatie van ‘negatieve pijn’ teweegbrengt; een pijn die behaagt en daarmee als zodanig teniet wordt gedaan. Ja, het was werkelijk misselijkmakend allemaal. Of had Burke dat soms niet gezegd?

Ik sliep slecht die nacht. Mijn hoofd bonkte, mijn hart bonsde. De volgende dag zat ik, nog steeds licht misselijk en met zware hoofdpijn, aan het ontbijt dat bij onze hotelovernachting was inbegrepen. M. was in opperbeste stemming en voorzag zichzelf van dubbele porties roerei en bacon. ‘Ga je niets eten?’, vroeg hij, en ik aarzelde om te vertellen dat ik me zo beroerd voelde. Het leek wel alsof ik een kater had. Hadden Dennis, Addison en Burke zich ook zo gevoeld? Ik schaamde mij ervoor dat mijn lichaam juist op deze plek om mijn onverdeelde aandacht vroeg, dus nam ik alsnog een hap van een droog broodje en besloot ik mijn mond te houden. En ook toen we na het ontbijt door een licht besneeuwd, betoverend bos richting een verscholen uitkijkpunt wandelden, hield ik me stil en negeerde ik de misselijkheid, de hoofdpijn, de duizeligheid, mijn slappe knieën en oppervlakkige adem (alsof ik hyperventileerde). Ik negeerde dit alles, omdat het sublieme je nu eenmaal niet voor niets toekomt.

Pas later, toen ik ernstig ziek bleek en afhankelijk van een longtransplantatie voor een mogelijk herstel, las ik op een forum over de reisbeperkingen voor mensen met slecht functionerende longen. Het kwam erop neer dat ik niet meer naar hooggelegen gebieden zou kunnen reizen. Dit in verband met het risico op hypoxie (zuurstofgebrek) door de ijle lucht. De symptomen: hoofdpijn, kortademigheid, verlies van eetlust, misselijkheid, duizeligheid, een licht gevoel in het hoofd. Maar ook: euforie. Uit veiligheidsoverwegingen blijf ik nu op gepaste afstand van al dat subliem is, in het bijzonder hoge bergen.

DEZE TEKST IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NR 5-2019 CATALOGUE IMAGINÉ, NAAST BIJDRAGEN VAN SIMON(E) VAN SAARLOOS, BRENDA TEMPELAAR, TIM HOLLANDER, FEMKE DE VRIES E.V.A. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE DIT NUMMER GRATIS OP. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2019