Mercedes Azpilicueta, installatie Untold Stories, Van Abbemuseum, Eindhoven 2019

5 portretten - #3 De interpreet

Mercedes Azpilicueta 

Issue no6
dec-jan 2019/2020 2020
Nieuwe criteria

Momenteel neemt Mercedes Azpilicueta deel aan Positions #5 , de reeks tentoonstellingen in het Van Abbemuseum gewijd aan jonge kunstenaars. Sanneke Huisman sprak met Azpilicueta over enkele motieven in haar werk.

De presentatie van Mercedes Azpilicueta (Argentinië, 1981) die momenteel in het kader van Positions #5 te zien is in het Van Abbemuseum vertrekt vanuit de legende van Lucía Miranda, zoals opgetekend door de vrouwelijke negentiende-eeuwse auteur Eduarda Mansilla. Miranda was de eerste Europese vrouw die in de zestiende eeuw bij aankomst in Argentinië gevangen werd genomen door de lokale bevolking. Mansilla schreef er een verhaal over waarin de nadruk ligt op de kracht van de oorspronkelijke bewoners èn van Miranda om zich te verzetten tegen overheersing. In een gevarieerde installatie verwijst Azpilicueta naar karakters uit Mansilla's boeken. Op twee wandkleden wordt het verhaal in een raamvertelling uitgebeeld.

Mercedes Azpilicueta, installatie Untold Stories, Van Abbemuseum, Eindhoven 2019, fotograaf Marcel de Buck

Mercedes Azpilicueta, detail installatie Van Abbemuseum, foto redactie

Spraak is persoonlijk. Bij het uitspreken van een tekst is de spreker van groot belang. Taal, gender, leeftijd en achtergrond spelen hierbij een rol. Voor Mercedes Azpilicueta (1981) is spraak één van de belangrijkste bouwstenen van haar artistieke praktijk. Ze kan veel met haar stem en doet dat ook. Met gemak wisselt ze persoonlijke boodschappen, een stortvloed aan Spaanse scheldwoorden, gewelddadige scènes, voetbalverslagen en het geroep van verkopers op de markt af. Ze neemt de tekst van anderen over; ze geeft het gezegde een ander lichaam, haar lichaam, dat van een in Argentinië geboren jonge vrouw. In het werk van Azpilicueta is het feminisme nooit ver weg.

Om de ontwikkeling van Azpilicueta te begrijpen moeten we een stapje terug doen, van het gesproken naar het geschreven woord. De kunstenaar is geboren en getogen in Buenos Aires. Hier begaf ze zich in literaire kringen; ze omringde zich met schrijvers, denkers en dichters. Ze reflecteerde op tekst vanuit een filosofisch perspectief. In 2011 verhuist ze naar Nederland voor een opleiding aan de Dutch Art Institute (DAI) in Arnhem en ze vestigt zich in Rotterdam. Ze verstaat het Nederlands niet. In deze nieuwe stad, waar alles anders klinkt, ontwikkelt ze een bijzondere interesse in gesproken taal. De kiem hiervoor wordt paradoxaal genoeg gelegd in een geschreven brief aan haar zus in Buenos Aires, die het uitgangspunt vormt voor de video-installatie Dear Sister (2011) waaruit de diverse thema’s die de kunstenaar later zal ontwikkelen ontspringen. In het videowerk verschijnt de tekst van de brief in beeld. Azpilicueta gaat in op haar ervaringen in de nieuwe, Nederlandse context en het belang van ‘ik’ in een tekst. Ze laat zien hoe ze zich bewust wordt van de subjectiviteit en het persoonlijke karakter van het geschreven woord. Azpilicueta richt zich op het moment dat geest en lichaam zich niet afzonderlijk, maar juist gezamenlijk manifesteren in taal en op het idee van de (on)mogelijkheid van taal als communicatiemiddel.

In 2015 wisselt Azpilicueta Rotterdam in voor Amsterdam, waar ze deelneemt aan de tweejarige residentie aan de Rijksakademie. De nieuwe omgeving brengt een verandering in haar werk teweeg. Door de grote studioruimte die ze tot haar beschikking krijgt, wordt ze zich bewuster van haar omgeving. Niet alleen de persoonlijke ruimte, maar ook de ruimte hieromheen wordt onderdeel van het werk. Haast ongemerkt verschuift de aandacht van stem naar lichaam. Wat is een lichaam in een ruimte? En hoe verhoudt het lichaam zich in deze ruimte tot anderen? Azpilicueta werkt niet langer uitsluitend met haar eigen stem en lichaam. Samen met performers en dansers onderzoekt ze de kracht van taal en non-verbale communicatie.

Dit komt tot een (voorlopig) hoogtepunt in Molecular Love (2016), dat wordt uitgevoerd tijdens de RijksakademieOPEN van datzelfde jaar. De acht uur durende performance, waarin script en improvisatie door elkaar lopen, draait om vrijwel alle mogelijke vormen van communicatie tussen steeds twee vrouwelijke performers. Feministische thema’s vallen op. Uniek is de speelsheid en vanzelfsprekendheid waarmee het onderwerp wordt aangekaart. De experimenten en performances in de studio doen denken aan de theorieën van Judith Butler, die vanaf de jaren negentig de performativiteit van gender onderzoekt. In haar vroege werk richt Butler zich nadrukkelijk op het lichaam, later verschuift de focus naar de positie van het lichaam in de publieke ruimte en de politieke kracht en uitdrukking van een grote verzamelingen lichamen in de publieke ruimte.

Azpilicueta beroept zich in haar onderzoekende praktijk niet alleen op theorie, maar ook op kunstgeschiedenis. Haar videowerk Un Mundo Raro/A Rare World (2015) doet denken aan de pioniers van de videokunst, die de camera op zichzelf richten. Opvallend genoeg is hier geen directe link met pionierende vrouwelijke videokunstenaars, die vaak expliciet de (re)presentatie van het vrouwelijk lichaam onderzoeken. Net als Vito Acconci, Bruce Nauman en Arnulf Rainer registreert Azpilicueta met de videocamera acties die ze met haar lichaam uitvoert. Ze gebruikt haar lichaam letterlijk als instrument, als klankkast, wanneer ze op zoek gaat naar uiteenlopende manieren om geluid te produceren. Afzonderlijke lichaamsdelen komen in het videowerk uitvergroot in beeld; de shots van haar mond doen sterk denken aan de close-ups van Acconci’s mond in zijn ongemakkelijke videowerk Open Book (1974). Un Mundo Raro/A Rare World is een speelse en confronterende zoektocht naar de relatie tussen lichaam en geluid, en de belichaming van geluid.

De kunsthistorische interesse van Azpilicueta gaat ook verder terug. Ze heeft een fascinatie voor maniërisme en barok. De bewegelijke, expressieve lichamen van de zestiende-eeuwse maniëristische schilder Jacopo da Pontormo interesseren haar in het bijzonder. Ze demonstreren een mix van sensualiteit en vervreemding. Niet de stem, maar mimiek speelt hier een belangrijke rol in de uitdrukking van identiteit, emotie en gender. In de studio van Azpilicueta ligt Méthode pour apprendre à dessiner les passions (1668), een publicatie van de lezing die de zeventiende-eeuws Franse schilder Charles Le Brun gaf van zijn onderzoek naar de weergave van emoties in de teken- en schilderkunst. De publicatie bestaat uit een opeenvolging van getekende koppen, allemaal met een specifieke uitdrukking. De gezichtsuitdrukkingen krijgen los van een lichaam en los van een context een karikaturale uitstraling. Sommige zijn grappig, andere ongemakkelijk en ongrijpbaar.

Installatie-opname  uit de tentoonstelling 'Cuerpos Pajaros', Buenos Aires Museum of Modern Art, Buenos Aires, 2018/2019 foto: Guido Limardo.

Installatie-opname 'The Old Dream of Symmetry'in Gallery NoguerasBlanchard, Madrid, 2019, foto: Roberto Ruiz

Dit gevoel klinkt in veel van de werken van Azpilicueta door: haar zoektocht naar identiteit is gelaagd, mysterieus en nooit zonder humor. Dat ook de vrouwelijke schilder Artemisia Gentileschi haar interesse heeft, komt niet als een verrassing. Met het schilderij Judith onthoofdt Holofernes (1614-1620) koos Gentileschi als één van de eerste vrouwen dit bloederige Bijbelse thema als onderwerp voor een monumentaal schilderij. Ze bracht tevens een kleine, maar veelzeggende wijziging aan. Voor het eerst wordt de onthoofding niet alleen door Judith uitgevoerd; haar assistent krijgt een actieve, meewerkende rol. Gentileschi toont de twee vrouwen hier samen aan het ‘werk’. Azpilicueta geeft Gentileschi in haar werk opnieuw een stem. Ze beschrijft haar ontmoeting met het schilderij in het Florentijnse Uffizi tijdens een recent project waarin ze uit het schilderij voortkomende thema’s als vrouwelijkheid, lichamelijkheid en mimiek onderzoekt. De barokke plooival, het vlees en bloed, die het schilderij zijn kracht en vrouwelijk expressie geven, worden door Azpilicueta in zachte, natuurlijke materialen weergegeven en in een totaalinstallatie verwekt.

Het project toont toenemende aandacht voor materialiteit, die voortkomt uit twee residenties in Villa Vassilieff, Parijs (de Pernod Ricard Fellowship) in het voorjaar van 2017 en het voorjaar van 2018. De plek, vernoemd naar de vroeg twintigste-eeuwse Russische kunstenaar Marie Vassilieff, inspireerde Azpilicueta tot het maken van Bestiaire of Tonguelets, dat bestaat uit onderzoek, performances, kostuums, video’s en geluidsopnames die zijn gebaseerd op de middeleeuwse compendiums van fabeldieren. Het zal mogelijk worden uitgewerkt tot een theaterstuk. De natuurlijke materialen, organische plooivallen en roze en bruine tinten van de kostuums zorgen ervoor dat het materiële werk een logische voortzetting is van wat ze eerder heeft gemaakt. De vleeskleurige kostuums vormen surrealistische korsetten. Ze voldoen niet aan een schoonheidsideaal, integendeel, maar dwingen het lichaam wel in een bepaalde houding. De kostuums hebben veel te lange mouwen of stugge knie- of schouderstukken, wat het uitvoeren van eenvoudige handelingen belemmert. Ze zijn even serieus als karikaturaal, lijfelijk en organisch, met een vleugje feminisme. Bestiaire of Tonguelets gaat uiteraard ook over taal. Onder de noemer Tonguelets, dat zowel tong als taal betekent, worden diverse talen, lichamen, genders en achtergronden samengebracht. De performers spreken elkaars taal niet, maar toch begrijpen zij elkaar; van een Babylonische spraakverwarring is geen sprake.

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NUMMER 2-2019 MAGISCH REALISME. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET NIEUWSTE NUMMER MÉT DE 64 PAGINA'S COLLECTIEBIJLAGE GRATIS OP. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 6 — 2020