Sofía Hernández Chong Cuy in gesprek met Chris Kraus ikv haar nieuwe publicatie Social Practices, Witte de With, Rotterdam 2019

Wat minder conservatief graag: het feministische model van Chris Kraus - Reflections #28

Issue no1
feb - mrt 2020
Sensory

Aan de criticus de taak de tijdgeest tegen het licht te houden, zeker als die normatief is. Schrijven over kunst aan de hand van de amorele én hyperpersoonlijke Chris Kraus.


‘Het cliché van het genie met gebreken is een mannelijk cliché. Ik accepteer liever Polanksi’s pedofilie dan van alle kunstenaars, alle genders, te verwachten dat ze perfecte mensen zijn, want dat zijn we niet. Mensen zijn een vat vol tegenstellingen.’ Chris Kraus in gesprek met Sleek Magazine

In Social Practices (2018), de nieuwste essaybundel van Chris Kraus (1955), is een prachtig interview met Leigh Ledare opgenomen. Kraus en hij bespreken onder meer Ledares befaamde fotoserie Pretend You’re Actually Alive (2008). Die serie is een intiem portret van een moeder-zoonrelatie die lijdt onder wat je verstoorde machtsverhoudingen kunt noemen. Moeder, een voormalige ballerina die als stripper werkt, laat zich graag naakt of halfnaakt fotograferen door haar zoon, al dan niet in bed met haar jongere geliefde. Kraus merkt op dat critici vooral het pornografische element van de serie bespreken, en niet de psychische worstelingen die het ook toont. Zij werd juist geraakt door de met stapels dozen en spullen gevulde kamers, de fysieke manifestatie van de verzamelstoornis van Ledares moeder.

Over Ledares latere fotoserie Double Blind (2015) die een driehoeksverhouding onderzoekt, zegt Kraus: ‘Het werk verandert en ontwikkelt zich onder de blik van de toeschouwer. Mensen vinden tegenstellingen en tegenstrijdigheden lastig, ook al is het de norm.’2 Ledare antwoordt dat zijn opvoeding hem heeft geleerd dat tegenstellingen hand in hand gaan. ‘Voor een deel haal ik dit allemaal naar boven omdat dit culturele moment zo diep conservatief voelt.’3 Kraus beaamt dat.

Waar de kunst juist bij uitstek de rol zou kunnen vervullen van het ontwikkelen van andersoortige manieren van denken en zijn, wordt van haar nu vooral gevraagd moreel verantwoord – en dus eenduidig – te zijn

Leigh Ledare, Mom and me in a Thriftstore, 2005 uit de serie Pretend You're Actually Alive, 2008, kleurenfoto, 76.2 x 101.6 cm, courtesy de kunstenaar en Office Baroque, Brussel


Zwart-witdenken lijkt in opkomst in de kunstwereld. De broodnodige correctieve houding op het heden en verleden levert naast openheid ook morele verkramping op, met voorspelbaarheid en betweterigheid tot gevolg. Ook lijkt er een wedstrijdje ‘wie is er moreel superieur?’ gaande. Waar de kunst juist bij uitstek de rol zou kunnen vervullen van het ontwikkelen van andersoortige manieren van denken en zijn, wordt van haar nu vooral gevraagd moreel verantwoord – en dus eenduidig – te zijn.

De kunstkritiek en romans van Kraus, geliefd onder een jonge generatie feministische denkers en makers, kan wellicht een tegengif bieden. Haar schrijfwijze – met de kont tegen de krib, anti-moralistisch, uiterst subjectief én empathisch – staat haaks op de rechtlijnigheid die de kunstwereld binnensijpelt.

Sociale verhoudingen

Begin deze zomer vraag ik Kraus na afloop van een lezing in Witte de With wat kunstkritiek zou moeten doen, en voor wie. Ze begint haar antwoord met een anekdote. Als ze op de Cooper Union in New York vertelt over haar essay over Tiny Creatures – een kleine, door vrienden van vrienden gerunde ruimte – worden de kunststudenten boos. ‘Waarom schrijf je over hen? Zij zijn niet serieus, zij hebben geen kunstacademie gedaan.’ Kraus haalt het voorbeeld aan om aan te geven dat volgens veel mensen kunstcritici ‘gouden sterren’ uitreiken en excellentie bepalen. Critici zijn volgens Kraus echter eerder net zoals kunstenaars; ze doen wat op hun pad komt, en wat hen interesseert. ‘Het volgt je leven’, zegt ze.

Kraus draait al decennia mee in de kunstwereld. In eerste instantie maakt ze experimentele films, maar een carrière als filmmaker komt, om allerhande redenen, niet van de grond. Later stort ze zich op het geschreven woord, ditmaal wél met succes. Het échte grote succes volgt in 2015, als Hedi El Kholti, haar redacteur en collega bij uitgeverij Semiotext(e), besluit om haar roman I Love Dick (1997) opnieuw uit te geven. Het boek slaat in als een bom. Eerder een cultklassieker, weet het boek bijna twintig jaar later een groot publiek te bereiken. Een jongere generatie feministen, van Lena Dunham tot de redactie van het tijdschrift Girls Like Us, draagt Kraus op handen. Jonge, hippe feministen paraderen on- en offline met het boek en de provocerende titelwoordgrap. De naam Chris Kraus wordt synoniem met een feminisme dat het onconventionele en het recht op falen viert. Onbeschaamd, tegen de gevestigde orde in en lief en empathisch voor het collectief.

I Love Dick beschrijft de hevige, onbeantwoorde verliefdheid van de veertigjarige, mislukte filmmaker Chris voor cultuurcriticus Dick. Halverwege het boek – na de zoveelste afwijzing – wordt Dick vooral haar muze, in plaats van het object van verlangen. De cultuurkritische ondertoon in het boek komt hier tot wasdom. Feilloos weet Kraus de inperkende man-vrouwverhoudingen te beschrijven die eind jaren negentig in de Verenigde Staten heersen. Ze is hierbij even (hilarisch) genadeloos voor haar persoonlijke kringen als voor zichzelf.

Misschien niet altijd even expliciet als in I Love Dick, maar ook in andere romans zoals Aliens & Anorexia (2000) en Summer of Hate (2012), is de Chris Kraus van vlees en bloed aanwezig. Hetzelfde geldt voor haar kunstkritiek (zelf maakt ze geen onderscheid tussen haar non-fictie en literaire werken). ‘Trick’, het eerste essay in Social Practices is bijvoorbeeld een terugblik op de tijd in New York waarin ze als gogodanseres werkte. Ook haar mislukte filmcarrière wordt in de bundel meermaals gememoreerd.

Chris Kraus beantwoordt vragen

In deze bundel is ze, net als in Video Green: Los Angeles Art and the Triumph of Nothingness (2004) en Where Art Belongs (2011) vooral geïnteresseerd in dat wat buiten het gewone circuit gebeurt: de kunstinitiatieven die opereren in de periferie van de internationale kunstwereld, de kunstenaars die de goede smaak tarten. Social Practices, zoals de titel impliceert, beschouwt de kunstwereld door de lens van de sociale interacties die haar kenmerken: de evenementen, collectieven, openingen, borrels. De onvoorspelbare cocktail van machtsverhoudingen en stom toeval bepaalt wie waar belandt en hoe. Kraus toont zich in Social Practices meester in sociaal-antropologische beschrijvingen van die wereld. ‘Radical Localism’ is een portret van de mensen die de kunstruimte Mexicali Rose in de Mexicaanse grensstad Mexicali runnen. ‘A Walk around the Neighbourhood’ is dat van de Los Angeles scene. ‘Lost Properties’ bespreekt de vlucht weg van een traditionele kunstenaarspraktijk naar het runnen van brouwerijen, gemeenschapstuinen et cetera.

Een moraal nastreven is eendimensionaal, eentonig, eenduidig. Kraus wijkt van die rechte lijn af. Bovenal lijkt ze te vragen: zijn we vergeten dat mensen ten diepste tegenstrijdige wezens zijn?

Het ‘sociale’ uit de titel is ook ironisch bedoeld. Alle kunst, ook sociale kunst, is immers vooral een economische transactie. Kraus propageert transparantie over hoe schrijvers en kunstenaars hun geld verdienen; zelf vertelt ze in meerdere boeken over het ingewikkelde verhuursysteem van panden dat haar een boterham oplevert of het bedrag dat ze verdient met een catalogustekst. De afwijzing van een subsidieaanvraag, ingediend bij het Guggenheim, voor het runnen van een winkeltje in ruraal Minnesota (‘Kelly Lake Store and Other Stories’) wordt woord voor woord overgenomen. Maar ook zaken die veraf lijken te staan van de kunstwereld worden besproken; de verdwijning van een zwart koffiemaatlepeltje wordt gememoreerd in een mozaïekessay over verlies.

Relationele kritiek

Haar teksten lijken confessioneel en dagboekachtig, maar zijn uitermate gestileerd. Haar werk wordt weleens getypeerd als navelstaarderij of zeurderig maar daarmee doe je haar tekort. Het zorgvuldig geregisseerde inkijkje in haar leven en het op de voorgrond plaatsen van zichzelf maakt een belangrijk onderdeel van kritiek inzichtelijk. Elke kritiek is subjectief en wordt gevormd door de criticus, maar ook diens (sociale, economische, persoonlijke) omstandigheden bepalen hoe iemand met een werk, instelling of tentoonstelling in aanraking komt. In andere woorden, een objectieve positie bestaat niet; alle kunstkritiek is relationeel.

Al te vaak wordt kritiek juist voorgesteld als objectief; de persoonlijke en culturele achtergrond van de criticus worden nauwelijks in acht genomen. Kunstcriticus Jarrett Earnest signaleert iets soortgelijks in het voorwoord van zijn interviewbundel What it Means to Write about Art: Interviews with art critics (2018): ‘Elk waardeoordeel en onderscheid in “kwaliteit” – de gebruikelijke verwachtingen van kritiek – manifesteert een bepaald wereldbeeld, gevormd door ontzettend willekeurige emotionele, intellectuele en esthetische aannames, wat het des te verrassender maakt hoe weinig aandacht er wordt besteed aan het begrijpen van de perspectieven van de critici.’4

What it Means to Write about Art is Earnests poging die achterliggende perspectieven naar voren te halen en te begrijpen. Ook Chris Kraus wordt door hem geïnterviewd, ze hoort immers tot het New York en Los Angeles-kringetje met critici van naam die in zijn boek voornamelijk aan het woord komen (op twee na geboren voor 1970). Het interview met Kraus gaat vooral over haar werkwijze, de consequenties van vorm, de keuzes bij het schrijven van autofictie. Het interview legt, in tegenstelling tot de meeste andere in Earnests bundel, niet de nadruk op een persoonlijke coming of age-geschiedenis van de criticus. Dit is waarschijnlijk omdat Earnest tijdens het lezen van Kraus’ werk al een goed beeld heeft gekregen van de levensgeschiedenis en -opvattingen, de positie van waaruit zij schrijft.

Zaaloverzicht Chris Kraus: Films Before and After, 2019, Index Foundation, Stockholm, foto Emmeli Person

Vat vol tegenstellingen

Juist omdat Kraus in haar teksten zo dicht bij haarzelf blijft, of dat de lezer althans doet geloven, is er ruimte voor tegenstrijdigheden. Het interview met Ledare functioneert in die zin als een soort spiegel. Zowel Ledare als Kraus maken werk waarbij ze zelf, als makers, in beeld komen. Jezelf opvoeren maakt de geconstrueerde dimensie van werk tastbaar, het schept ook intimiteit en ruimte voor morele ambiguïteit. Kraus staat wat dat betreft haaks op de tijdgeest, zoals ook de quote bovenaan dit stuk toont waarin ze Roman Polanski’s vermeende pedofilie aanhaalt. Ze lijkt niet bang om aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan. Moraliteit impliceert perfectie, een duidelijke scheiding tussen goed en kwaad. Een moraal nastreven is eendimensionaal, eentonig, eenduidig. Kraus wijkt van die rechte lijn af. Bovenal lijkt ze te vragen: zijn we vergeten dat mensen ten diepste tegenstrijdige wezens zijn?

De kritiek kan wat mij betreft wel wat meer subjectiviteit gebruiken. Het lijkt me overigens bar saai als alle critici zoals Kraus zouden schrijven. Dit essay pleit er juist voor dat critici wat meer hun éigen gezicht tonen, in vorm en inhoud. Dat is nu niet bepaald een makkelijke opgave. Maar een aspiratie hoeft ook niet in één keer voor de volle honderd procent te slagen. Als kunstcritici vaker de positie van waaruit ze schrijven blootleggen in hun stukken, wordt de kunstkritiek hopelijk een spannend, meerstemmig toneel dat het gebaande pad links laat liggen.

DIT ARTIKEL IS EERDER GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NR 6-2019 NIEUWE CRITERIA. STEUN METROPOLIS M, NEEM EEN ABONNEMENT ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET LAATSTE NUMMER (Nr 1-SENSORY) GRATIS OP. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]polism.com

1 Chris Kraus in een interview met Jeni Fulton. ‘The Revival of Chris Kraus and her Radical Novel “I Love Dick’, Sleek Magazine, www.sleek-mag.com/article/chris-kraus-interview-i-love-dick/, 5.5.2017, (vertaling ZD)

2 In: ‘Pretend You’re Actually Alive (Leigh Ledare)’, Social Practices, Semiotext(e), 2018, pp. 264. (vertaling ZD)

3. Idem

4 pp. 1; in Jarrett Earnest, What it Means to Write about Art: Interviews with art critics, Zwirner Books, 2018 (vertaling ZD

VOLG METROPOLIS M OP INSTAGRAM: metropolism_mag

Zoë Dankert
is webredacteur bij Metropolis M

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 1 — 2020