Hreinn Friðfinnsson, House Project, 1974, C-Print, 33 x 40 cm, Courtesy of Hreinn Friðfinnsson

Hreinn Friðfinnsson - Het binnenstebuiten gekeerde huis - On Hold #5

Issue no2
april - mei 2020
Fluïde monumenten

Kan het actueler? Hoe de wereld tot je huis te maken en je huis tot de wereld? Tineke Reijnders schreef voor ons over het oeuvre van Hreinn Friðfinnsson (1943), dat centraal staat in de helaas vanwege COVID-19 vroegtijdig gesloten tentoonstelling Midnight Jump in ROZENSTRAAT – a rose is a rose is a rose.

Hreinn Friðfinnsson zorgde dat zijn vijf poorten voor de zuidenwind (1972) van degelijke makelij waren. Te oordelen naar de foto’s die ervan bestaan, waaiden de op IJsland opgetrokken bouwsels ze niet zomaar om. Fris in de witte verf steken ze helder af tegen de zwarte lavagrond. Hij maakte het werk, een van zijn bekendste, toen hij al in Nederland woonde. Het werd geplaatst in een onbewoonde streek aan de zuidkust van het eiland. Het is niet moeilijk je de kracht voor te stellen van de zuidenwind in een gebied waar maar nauwelijks bomen groeien. Friðfinnsson heeft de poorten nooit bij de bedoelde windrichting gezien. Op de dag van de installatie was het druilerig weer en de wind waaide uit het noorden; hij keek er niet meer naar om en vertrok. Van het eens zo solide werk bestaan alleen nog de foto’s en een boekje dat het Centre Pompidou erover maakte. De sculptuur zelf is gekrompen tot een geestverschijning, tot een beeld dat zijn fysieke vorm heeft ingewisseld voor een droombeeld, zo efemeer als het voorbijgaan van de wind. Dat gebeurt vaker in het werk van Friðfinnsson.

Hij mag zijn beelden in materie fixeren, uiteindelijk brengt Friðfinnsson vooral graag een meer zwevende perceptie nabij. Het overzicht van zijn werk in de Brusselse galerie Meessen De Clercq in 2015 was van een overstelpende lichtvoetigheid. Sterren van uitgeknipte stukjes kippengaas, een naaldhak, een paar onbenutte glazen; het soortelijk gewicht van de materialen bleek omgekeerd evenredig met de immateriële overtuigingskracht. Toch vertrekt Friðfinnsson altijd weer graag vanuit het materiaal, allerhande dagelijks materiaal, dat hij omgedraaid, binnenstebuiten gekeerd, gespiegeld en vol andersoortige paradoxen gebruikt. Niet om tegendraadse redenen, vermoed ik. Hij klopt zachtjes aan onze verbeeldingskracht door vanzelfsprekendheden op de tocht te zetten. Een kleine, formele twist is vaak al doeltreffend.

Friðfinnsson klopt zachtjes aan onze verbeeldingskracht door vanzelfsprekendheden op de tocht te zetten. Een kleine, formele twist is vaak al doeltreffend

Hreinn Fri∂finnsson, Midnight Jump, 1970-80

Hreinn Friðfinnsson (1943) is opgegroeid in een kleine stad op IJsland. Hij volgde in Reykjavik een kunstopleiding en richtte er een centrum voor hedendaagse kunst op. Hij was ook de drijvende kracht achter het festival Súm waarvan de vierde editie in 1971 plaatsvond in het toenmalige Museum Fodor in Amsterdam, onder leiding van landgenoot Sigurdur Gudmundsson. Anders dan Gudmundsson, die naar Nederland was gekomen voor een kunstopleiding (in zijn geval Ateliers ‘63 in Haarlem), kwam Friðfinnsson naar Amsterdam vanwege zijn vrouw, balletdanseres Hlif Svavarsdottir, die een aanstelling kreeg bij het Nationale Ballet. De vader van balletlegende Olga de Haas vond een huis voor hen in de Amsterdamse Kerkstraat. Dat huis, en ook hun latere huis in de Banstraat, herbergde niet alleen de huisgalerie Fignal, maar werd ook een vaste pied-à-terre voor talloze kunstenaarsvrienden. Er waren altijd wel wat gasten over de vloer, sommigen afkomstig uit IJsland, anderen van elders. Zo kwam Jean-Hubert Martin bijvoorbeeld regelmatig over uit Frankrijk. Het is een opvatting van het huis die misschien wel echo's heeft in het langdurige project Huis dat in Münster in 2017 zijn vierde en laatste episode beleefde.

Hreinn Fri∂finnsson, Blue Spot, 1973

Wie opgroeit in IJsland is er van jongs af aan mee vertrouwd dat de waarneming rekkelijk is. Iedere IJslander kent de elfen die zich bij je huis kunnen ophouden. Je kunt ze beter te vriend houden, omdat ze anders je geluk gaan dwarsbomen. Het feit dat Friðfinnsson bekend staat als een man van geheimen heeft misschien dus wel te maken met deze volksaard. Aanvankelijk gebruikte hij de fotografie in zijn kunstenaarspraktijk. Welk middel is immers betrouwbaarder als ooggetuige, als instrument om de werkelijkheid op zijn droge waarneembaarheid te betrappen? In zijn geval gaat de foto echter altijd gepaard met een tekst, soms een kort verhaal, soms een titel of een statement, zodat de betekenis overvloeit van de exacte waarneming naar het terrein van de verbeelding.

Een vroeg werk dat hij toonde bij het kunstenaarsinitiatief In-Out Center in Amsterdam bestaat uit twee foto's. Tweemaal zie je de kunstenaar op een stoel zitten terwijl hij met een plank op schoot aan het schetsen is. Eenmaal als jongen en eenmaal als volwassen man. De achtergrond is anders, evenals de titelstrip onder de foto's: Drawing a Tiger in Iceland 1952 valt links te lezen en Drawing a Tiger in Holland 1971 rechts. Noch op IJsland, noch in Nederland kun je, behalve in de dierentuin, een tijger naar eigen waarneming tekenen. Friðfinnsson insinueert dat de voorstelling uit het hoofd komt en doet door de titel de vraag rijzen of verbeeldingskracht beïnvloed wordt door het land van afkomst of de culturele context. Zelden is het vermogen van kunst zo speels en tegelijk doeltreffend samengebald als in dit tweeluikje.

Van Friðfinnssons hand werd er nog een ander werk getoond, dat net als het tweeluik was opgenomen in de tentoonstelling over het In-Out Center in het afgelopen jaar plaatsvond in De Appel. In het schilderij Blue Spot wordt een blauwe stip op een witte achtergrond vergezeld van handgeschreven tekst: ‘This blue spot in addition to everything else makes everything there is. HRF '73.’ Het dichterlijk zinspelen op het insluiten, het vangen van ‘alles wat er is’ klinkt als een voorbode van zijn latere Het Eerste Huis. Tegelijk blijkt uit dit werk opnieuw hoe de kunstenaar iets teweeg weet te brengen, een filosofische verwijzing, die hij niet direct zichtbaar maakt maar als gedachtespinsel laat voortbestaan.

Hreinn Friðfinnsson woonde al een paar jaar in Amsterdam toen hij in 1974 terugkeerde naar IJsland om er Het Eerste Huiste bouwen, een huis geïnspireerd op het boek An Islandic Aristocracy van Thórbergur Thórdarson uit 1938. Het boek verhaalt over ene Solon Gudmundsson die zich gastvrij opstelde tegenover outsiders, nomadische mensen en zwervers zonder eigen huis en zich daardoor geliefd maakte. Hij kon zich bovendien behang veroorloven, iets wat in de arme vooroorlogse tijd van IJsland alleen de gefortuneerden zich konden permitteren. Hij liet het aan de buitenzijde van het huis plakken, met het doel er meer mensen van te laten genieten. Aan dit (vermoedelijk) fictieve huis gaf Friðfinnsson vorm. Hij bouwde het in een dag en plaatste het stiekem op een mooie lavabult. Wandelaars zijn het vast tegengekomen, maar het was altijd op slot, en had geen bestemming.

De gedachte dat hij ooit een huis wilde bouwen dat het karakter van een binnenstebuiten gekeerd huis weer terug zou draaien, bleef de kunstenaar bezighouden

Hreinn Fridfinnsson, Second House (detail), 2008, 16 panels, each 26,5x40cm, c prints mounted with acrylic glass and dibond, edition 1 of 3, 3, courtesy gallery Norderhake

Hreinn Fridfinnsson, Second hoHse (detail), 2008, 16 panels, each 26,5x40cm, c prints mounted with acrylic glass and dibond, edition 1 of 3, courtesy Gallery Norderhake

Hreinn Friðfinnsson, Third House, 2011, Courtesy of Hreinn Friðfinnsson

De gedachte dat hij ooit een huis wilde bouwen dat het karakter van een binnenstebuiten gekeerd huis weer terug zou draaien, bleef de kunstenaar bezighouden. Hij presenteerde het jaren later als één van de opties voor een opdracht in het Bretonse Domaine de Kerguéhennec. Toen de keuze was gevallen op Het Tweede Huis ging hij opnieuw naar IJsland. Het in Reykjavik voltooide huis is in zijn geheel naar Frankrijk gebracht met een boot, zoals een emigrant op zoek naar nieuwe ervaringen zijn vaderland verlaat, en heeft in 2003 een idyllische plaats gekregen in het park.

Ook nu kun je er niet in, maar door de ramen zijn de ingelijste foto's van het bouwen van het eerste huis zichtbaar, dezelfde ingelijste foto's die aan de buitenmuur in IJsland hingen. Het Tweede Huis is bekleed met behangpapier dat ongeveer hetzelfde is als het buitenbehang van Het Eerste Huis. En wat het meest opvalt: er is een uit draad geconstrueerd miniatuurhuis te zien dat op een steen bevestigd is. De steen zelf is met onzichtbare draden opgehangen. Het is geen aardse steen, maar een meteoriet afkomstig van Campo del Cielo in Argentinië, een gebied met stenen die er ooit zijn neergedaald uit de hemel. Het Tweede Huis ontleent er een buitenaardse dimensie aan. Het is alsof de woorden van Blue Spot in een variant door het huisje zoemen: het model op de steen ‘in addition to everything else makes everything there is’. Waar de intimiteit van het eerste huis zich uitstrekte over de hele wereld, is de hele wereld (en het heelal) ditmaal gecomprimeerd binnen de afmetingen van het huis.

Wat Het Tweede Huis bijzonder maakt, is de liefdevolle zorgvuldigheid waarmee het op iedere vierkante centimeter spiegelbeeldig afhankelijk van Het Eerste Huisis gemaakt. Net als in het iconische tweeluik Drawing a Tiger zet een consequente twist alles op zijn kop: huis, thuis, vaderland, culturele binding, levensruimte. Het verwondert daarom niet dat Het Derde Huis terug naar IJsland gebracht moest worden en in uitvoering radicaler zou zijn. Het miniatuurmodel uit het huis in Bretagne werd in 2011 op volledige schaal nagebouwd van roestvrij staal. Minder arrogant, volgens Friðfinnsson, en niet voorzien van een groot statement is Het Derde Huis teruggekeerd naar de oorspronkelijke locatie.

In Münster sloot Hreinn Friðfinnsson in de zomer van 2017 zijn project af met de bouw van Het Vierde Huis. Opnieuw schetste hij een huis dat niets uit- of insluit. Een spiegelende constructie van gepolijst staal nam de gehele omgeving in zich op, ook de toeschouwers. Het was een huis als een tekening, bestaand en niet-bestaand, een huis als de pijp van René Magritte. Je zag het, maar ook weer niet, opgelost als het is in zijn omgeving. Het was de ideale behuizing voor reflecties, toegankelijker bestaat niet. Hreinn Friðfinnsson vertaalde in 1972 in het tijdschrift Schmuck verhalen naar het Engels uit een boek met sagen dat in 1901 in Reykjavík werd gepubliceerd. De meeslepende verhalen gaan over het huldufólk; de elfen die zich alleen aan gewone mensen laten zien als ze zelf willen dat ze worden gezien. Het Vierde Huis was een open constructie waar zichtbaarheid geen vast adres vindt en de verbeelding alle vrijheid heeft.

Hreinn Fri∂finnsson MIDNIGHT JUMP, foto Gert Jan van Rooij

Hreinn Fri∂finnsson MIDNIGHT JUMP, foto Gert Jan van Rooij

Hreinn Fri∂finnsson MIDNIGHT JUMP, foto Gert Jan van Rooij

Hreinn Fri∂finnsson MIDNIGHT JUMP, foto Gert Jan van Rooij, alle installatiefoto's courtesy ROZENSTRAAT a rose is a rose is a rose

Midnight Jump is samengesteld door Corinne Groot en Rob van de Ven (Zapp Productions) i.s.m. studio Fridfinnsson, en stond gepland t/m aanstaande zaterdag 4 april. Vanwege het COVID-19 virus is ROZENSTRAAT – a rose is a rose is a rose momenteel gesloten.

 

VOLG METROPOLIS M OP INSTAGRAM: METROPOLISM_MAG

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NR 3-2017 HOMELAND. STEUN METROPOLIS M, NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET NIEUWSTE NUMMER GRATIS OP. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 2 — 2020