Zaalopname Information in het MoMA in 1970, courtesy MoMA, New York

De onverminderde radicaliteit van Information (1970) in het MoMA 

Issue no5
okt-nov 2020
Wat is Nederland

Vandaag precies vijftig jaar geleden, op 20 september 1970, was de laatste dag van Information in het MoMA in New York, de nog altijd radicaal ogende tentoonstelling die met inbelpoëzielijnen, publieksenquêtes en heel veel documentaire projecten een nieuw genre kunst naar het museum bracht: informatiegericht, interactief, documentair en kritisch. Josephine Bosma schrijft over de betekenis van deze mijlpaal in de tentoonstellingsgeschiedenis.

Bij de expositie Information in 1970 is het aankomende tijdperk van de interactieve media, de maakbare waarheid, en vooral de subjectieve, persoonlijke invulling van het medialandschap al duidelijk zichtbaar. Information was niet alleen één van de tentoonstellingen uit die tijd waarin de toekomst van de media al in aanzet aanwezig was. Ze toonde ook een beweging die tegen de markt in gaat, die kunst als object bewust ondergraaft, en de essentie van kunst zoekt in zingeving en in openheid naar het publiek, naar al het mogelijke publiek. De tentoonstelling was baanbrekend, onder andere omdat ze in het gerenommeerde MoMA plaatsvond1, en ze zou mede de toon zetten voor een nieuwe kijk op kunst in de jaren zeventig.

Information toont in wezen de toekomst van de media. Daarin zijn alledaagse, persoonlijke media invloedrijker dan ooit en vaak ook doorslaggevend in beeldvorming. Vito Acconci bijvoorbeeld noemt het postnetwerk ‘de onbewuste performer’ van zijn werk in de expositie, maar eigenlijk is datzelfde postnetwerk essentieel te noemen voor veel werk in Information. Wat is een Sol LeWitt zonder de post die zijn aanwijzingen overbrengt?

De lijst deelnemende kunstenaars van Information is lang, maar een aantal, onder wie Art+Language Press, Terry Atkinson, Lucy Lippard, Marta Minujin, Yvonne Rainer en Yoko Ono, is alleen in de catalogus vertegenwoordigd. Dat is een bewuste keuze. De catalogus is een ‘actief’ deel van de tentoonstelling. Ze toont daarnaast bij veel kunstenaars niet wat er in het museum te zien is, maar geeft een aanvulling. De kunstenaars waren vrij te kiezen wat ze met hun ruimte in de catalogus wilden doen. Yoko Ono vult de hare met instructies, zoals haar Wearing-Out Machine: ‘Ask a man to wear out various things before you use them. Such as: Women, Clothes, Books, Apartments, Pianos, Typewriters.’ Robert Morris gebruikt de catalogus voor A Method for Sorting Cows, een kort verhaal dat ook als script gelezen kan worden. In de expositie toont hij tekeningen uit het project Drawing for Earth, schetsen voor grote land art werken. Er zitten in de catalogus ook lege pagina’s die het publiek zelf kan vullen.

Eenzelfde uitnodiging tot participatie zit ook in de fysieke tentoonstelling. Buiten het museum staan verspreid door de stad kleine platforms opgesteld van de Deense kunstenaar Stig Broegger, die je als minipodia voor het publiek zou kunnen zien. Eén daarvan staat voor de ingang van het MoMA. Foto's van interacties van het publiek met deze platforms worden binnen opgehangen. Daar zijn muren vol teksten, schetsen en foto's. Het levert op het eerste gezicht een lege, minimalistisch ogende tentoonstelling op, maar schijn bedriegt. Niet voor niets noemt tentoonstellingsmaker Kynaston McShine het belang van ‘communicatiesystemen zoals televisie en film’ als kenmerkend voor de cultuur waar de kunstenaars in Information uit voortkomen. De focus van deze tentoonstelling is dan ook niet zozeer kunst als idee, zoals zij de geschiedenis in is gegaan, maar kunst als drager, boodschap(per) of communicatiemiddel, idee en werktuig tezamen. Dat is geen etherisch concept, maar een concrete constructie, een samenhangend geheel. Information wordt dan ook niet alleen als ijkpunt voor het conceptualisme gezien, maar ook voor de nieuwe mediakunst. Het is niet moeilijk om in de expositie prille tekenen van persoonlijke media, media-activisme en een eerste stadium van interactiviteit te ontdekken.

Het is niet moeilijk om in de expositie prille tekenen van persoonlijke media, media-activisme en een eerste stadium van interactiviteit te ontdekken

Zaalopname Information in het MoMA in 1970, courtesy MoMA, New York

Allereerst zijn er de vele (her)positioneringen in en persoonlijke ordeningen van de wereld via media: foto's en films van land art (Robert Smithson, Richard Long), landschapservaring (Roger Cutforth, Michael Heizer, Hans Hollein, Bernard en Hilla Becher), en als onderdeel van allerlei vormen van documentatie (Ira Joel Haber, Artur Barrio, Victor Burgin, Willoughby Sharp, Christo). Er is ook een schier eindeloze hoeveelheid kunst in tekstformaat en als schets, van instructies voor de productie van kunstwerken tot aan poëzie, metingen, opsommingen en experimentele biografie (Hanne Darboven, Mel Bochner, Sol LeWitt, On Kawara, Gilbert & George).

Daarnaast zijn er interactieve werken. Naast de platforms van Stig Broegger filmt de Argentijnse Group Frontera interviews met het publiek dat vervolgens naar zichzelf kan kijken. Giorno Poetry Systems, van Amerikaanse dichter en performancekunstenaar John Giorno, zet telefoons in de expositie waarop poëzie van verschillende kunstenaars te horen is. Ook is er een speciale poëzielijn waar iedereen van buiten heen kan bellen. De Duitse kunstenaar Hans Haacke houdt een publieksonderzoek, de MoMA Poll, over de invloed van de rijke Rockefeller familie op het MoMA. Hij houdt dit werk tot de opening geheim. Donald Burgy vraagt het publiek ideeën op indexkaarten te schrijven. Hij zal er uiteindelijk eentje uitlichten en vervolgens vergeten.

Information is, was, een tentoonstelling met veel ruimte: ruimte voor interpretatie, voor activiteit en deelname van het publiek, maar ook ruimte in de zin van reikwijdte van het museum tot ver buiten haar muren. Die reikwijdte bestaat deels uit de media, in de zin van allerhande communicatiesystemen, waarmee de kunstenaars een brug leggen naar hun eigen omgeving door deze nauwgezet te documenteren, naar een wereld buiten het museum, en deels uit de vorm en inhoud van werken, die een makkelijke overdracht en voortzetting van ideeën en activiteit tussen kunstenaars en publiek mogelijk maken. Beide delen zijn verbonden. Dat is de essentie van Information. De expositie bevraagt in veel opzichten machtsstructuren en marktwerking in kunst en cultuur. Dat moet voor een bolwerk van de moderne kunst als het MoMA een beetje laveren geweest zijn.

Het inrichten van deze tentoonstelling moet een uitdaging geweest zijn, met interactieve werken en veel kunstenaarsfilms

Zaalopname Information in het MoMA in 1970, courtesy MoMA, New York, met o.a. Joseph Kosuth

Het moet ook een uitdaging geweest zijn deze expositie, met interactieve werken en veel kunstenaarsfilms, in te richten. Aan het eind van zijn catalogusessay vraagt McShine zich af ‘hoe kan het museum omgaan met de introductie van de nieuwe technologie als alledaags deel van de tentoonstellingspraktijk?’[2]

Voor deze tentoonstelling besluit het MoMA de Olivetti Visual Jukebox, voor de gelegenheid omgedoopt tot Information Machine, in bruikleen te vragen. Dit is qua uiterlijk een soort ruimteschip met afgeschermde kijkvensters rondom ontworpen door Ettore Sottsass Jr., waarop het Italiaanse bedrijf Olivetti op beurzen zijn promotiemateriaal afspeelde.[3] Die Olivetti Visual Jukebox contrasteert enorm met de rest van de tentoonstelling, zowel visueel als conceptueel. Hier worden de breekbare poëzie, de subversieve boodschap en de handreiking naar het publiek van de kunstenaars ondergeschikt gemaakt aan een dominant designobject met het Olivetti bedrijfslogo. Volgens sommigen symboliseert dit glanzende monster ‘het systeem’ dat de kunstenaars van binnenuit proberen te bekritiseren en veranderen.[4] Maar toont MoMA's keuze voor de Olivetti Visual Jukebox misschien waar haar werkelijke prioriteiten liggen? In ieder geval vormt de Information Machine een zo groot contrast met de inhoud van de tentoonstelling dat je je vragen stelt bij haar aanwezigheid.

Das Offene Museum, Kunsthalle Basel, 1970

Kunsthalle Basel bereidt op dit moment een tentoonstelling voor in reactie op de iconische tentoonstelling in het MoMA maar ook op twee minder bekende maar evenzeer belangrijke tentoonstellingen die in eigen huis hebben plaatsgevonden. Kunsthalle Basel toonde in 1969 al een tentoonstelling die Information heette en in het daaropvolgende jaar was er Das offene Museum - die Stadt (1970). Eigenlijk zou de nieuwe uitvoering deze zomer worden geïnstalleerd, maar die geplande tentoonstelling is doorgeschoven naar lente 2021 in verband met het coronavirus. Met name de laatste, Das offene Museum - die Stadt, was niet alleen een baanbrekende, maar ook een controversiële expositie over architectuur in een kunstcontext. Toenmalig directeur Peter Althaus wilde een breder publiek aanspreken. Hij wilde een museum dat open was naar de stad, waarin kunst en alledaagse werkelijkheid door elkaar liepen. Zo was bij Das offene Museum - die Stadt een soort meditatieruimte deel van de expositie, waarin bijvoorbeeld groepen scholieren graag hun huiswerk deden. Dat werd hem niet in dank afgenomen door de Daig, zoals de culturele elite in Zwitserland genoemd wordt. De kunst ‘was van hun, en nu waren daar plotseling al die smerige mensen’, aldus Althaus.[5] Vanwege de tegenwerking die hij binnen en buiten het museum kreeg, besloot hij in 1972 ontslag te nemen. Dat de Kunsthalle Basel in de nieuwe uitvoering naar twee van zijn tentoonstellingen verwijst lijkt te duiden op een soort eerherstel voor Althaus, of op zijn minst een ode aan de visie van deze anti-institutionele tentoonstellingsmaker.

Het is te vroeg om te speculeren over de nieuwe uitvoering waar de Kunsthalle aan werkt. Misschien is dit het moment om de Information-lijn geheel door te trekken en van de nood een deugd te maken door bijvoorbeeld de expositie een baanbrekende onlinedimensie te geven. De aangekondigde thema’s als ‘encryptie, algoritmische discriminatie en kunstmatige intelligentie’ lenen zich er zeker voor.

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NUMMER 3-2020. STEUN METROPOLIS M, NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET NIEUWSTE NUMMER GRATIS TOE. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

HIER 40 installatieopnames van de tentoonstelling Information, MoMA

1 Dit zegt Lucy Lippard in een terugblik op de show in ‘50 Years Later, a Conceptual Art Exhibition Still Courts Controversy’, zie: www.moma.org/magazine/articles/225

2 In het Engels: ‘How is the museum going to deal with the introduction of the new technology as an everyday part of its curatorial concerns?’, in: Information, samengesteld door Kynaston McShine, The Museum of Modern Art, 1970, p. 141

3 Jeremiah William McCarthy. ‘The Artist and the Information Machine: Conceptualism, Technology, and Design in 1970’, masterscriptie, 2016, zie: www.academicworks.cuny.edu/hc_sas_etds/67/

4 Ibid.

5 Uit een Duits interview met Peter F. Althaus in 2007, zie: www.oralhistoryarchiv.ch/docs/interviews/Peter_F_Althaus_16052007.pdf

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2020