Yael Davids, Lesson with El Lissitzky, Proun P.23, no.6,1919,2019, Van Abbemuseum, Eindhoven, foto Ron Eijkman

Jezelf buiten de taal plaatsen - Interview met Yael Davids

Issue no5
okt-nov 2020
Wat is Nederland

De performances van Yael Davids gaan over dagelijkse routine, alternatieve vormen van gemeenschap, jezelf verhouden tot anderen, tot je eigen lichaam. Maar vooral over leren alleen en met anderen en de esthetische en emancipatoire kracht ervan. Thijs Witty, een vriend en wekelijkse bezoeker van Davids’ Feldenkrais lessen gaat met haar in gesprek.

Yael Davids en ik kennen elkaar nu zes jaar. We waren aanvankelijk met elkaar in contact gebracht voor een gastseminar aan de kunstacademie in Den Haag. Ik was zenuwachtig voor onze eerste ontmoeting, wist dat Yael een performancekunstenaar met een indrukwekkende staat van dienst was en dat ze bezig was met een residentie en de laatste hand legde aan haar performance A Reading that Writes: A Physical Act I. ‘Je was een boek aan het lezen in het café’, antwoordt Yael wanneer ik haar vraag naar onze eerste afspraak. ‘En ik was niet minder zenuwachtig dan jij hoor.’ We vonden het allebei een magische ontmoeting.

Yael is nog precies zo uitbundig en hartelijk als destijds. Wekelijks bezoek ik de lessen Feldenkrais die ze voor vrienden in haar studio verzorgd. Ik kan zeggen dat we elkaar goed kennen, maar tot op heden heb ik amper werk van Yael gezien. Dat heeft te maken met het feit dat haar werk zich in de marge van de hedendaagse kunst bevindt. De performance-installatie is een mengelmoes van eenmaligheid en exclusiviteit; je had erbij moeten zijn. Maar dat is me dus tot op heden amper gelukt. We spreken af om het gesprek te gebruiken om te zien hoe de Yael die ik goed ken zich verhoudt tot de Yael die ik niet goed ken.

—Thijs Witty Om maar bij het begin te beginnen: waar en hoe ben je opgegroeid?

—Yael Davids ‘Ik ben in een kibboets [een collectieve landbouwverening in Israël, red.] genaamd Tzuba opgegroeid. Het was een zeer socialistische gemeenschap. We deelden alles met elkaar en namen ook alle beslissingen collectief. We hadden dus geen eigen dingen. Slechts drie weken oud werd ik bij mijn ouders weggehaald en naar het kinderhuis verplaatst. Dat bleek achteraf vrij traumatisch, maar het laat wel goed de ideologie van de kibboets zien: alles werd door de gemeenschap gedragen, zelfs het ouderschap.’

—Thijs Witty Was dat fijn?

—Yael Davids ‘De manier van samenleven was dat zeker. Het was fijn om in een kleine agrarische utopie op te groeien, geïsoleerd in de bergen. Het is ook prettig om niet zo gehecht te zijn aan eigendom. Er was aanvankelijk zelfs geen onderscheid tussen jongens en meisjes. De pijn kwam pas later, toen ik besefte dat de kibboets op gestolen land was gebouwd. Het stond letterlijk en figuurlijk op de ruïnes van een Palestijns dorp genaamd Suba. Onze gemeenschap had een andere gemeenschap onmogelijk gemaakt. Het doet me nog steeds pijn dat dit nooit echt is onderkend.’

—Thijs Witty Hoe ben je kunstenaar geworden?

—Yael Davids ‘Bij toeval. Als kind had ik helemaal geen aspiraties. Mijn moeder fantaseerde wel veel over kunst, ze had een artistieke ziel. Ze las me vaak poëzie voor en nam me mee naar dansvoorstellingen. Op mijn eenentwintigste volgde ik mijn minnaar naar Nederland, zo ben ik hier beland. Toen hij na verloop van tijd weer terugkeerde naar Israël, besloot ik te blijven. De eerste jaren waren erg moeilijk. Ik had geen geld, sprak de taal niet. Aanvankelijk ging ik naar de Rietveld omdat ik dacht dat ze daar schildercursussen zouden geven. Eenmaal aangenomen ontdekte ik dat het een kunstacademie was. Dat kwam echt als een schok. Ik voelde me eerst ook helemaal niet thuis en was daarnaast een nogal slechte student.’

Met performance verberg je jezelf in zekere zin, juist wanneer je fysiek aanwezig bent

Yael Davids, Lesson with El Lissitzky, Proun P.23, no.6,1919,2019, Van Abbemuseum, Eindhoven, foto Ron Eijkman

—Thijs Witty Dat geloof ik niet.

—Yael Davids ‘Na drie jaar stapte ik over van de schilderafdeling naar autonoom. Daar ontdekte ik performance. Mijn eerste werk daar was een performance waar ik mezelf in een wassen sculptuur had geplaatst, die ik naar mijn eigen maat had ontworpen. Dat bracht me enerzijds in ontzettende verlegenheid, zo blootgesteld in de ruimte, maar het gaf me ook een heel intens gevoel. Ik had er geen woorden voor destijds, maar wist dat dit het was. Mijn volledige zelf was aanwezig, misschien niet heel elegant maar wel in alle complexiteit. En het voelde dapper, aangezien ik zo verlegen was. Door mijn volledig fysieke aanwezigheid ontdekte ik hoe ik mezelf buiten de taal kon plaatsen. Met performance verberg je jezelf in zekere zin, juist wanneer je fysiek aanwezig bent. Deze paradox bepaalt sindsdien haast al mijn werk. Dat wil niet zeggen dat het volledig bewust en bemeesterd is, je kunt performance nog steeds als symptoom van mijn verlegenheid zien. Eigenlijk voel ik pas grond onder mijn voeten sinds ik drie of vier jaar geleden Feldenkrais ben gaan beoefenen.’

—Thijs Witty Feldenkrais, vertel daar meer over.

—Yael Davids ‘Feldenkrais is een techniek van Moshe Feldenkrais. Door vanuit het skelet, de steunstructuur van ons lichaam, te werken, zocht hij naar de voorwaarden voor leren. Hij ontwikkelde sequenties voor zowel micro- als macrobewegingen en probeerde daarbij zoveel mogelijk onnodig spiergebruik te vermijden. Te veel moeite of pijn weergalmt in ons brein als een soort ruis, dat maakt het moeilijk om goede manieren te vinden om informatie te verwerken. Het doel van Feldenkrais is om een bewustzijn te creëren van vastgeroeste bewegingspatronen, die meestal al op jonge leeftijd zijn aangeleerd. Dat komt bijvoorbeeld door sociale normen, maar ook door een emotionele staat. Wanneer je je bewegingspatronen verandert, gebeurt er ook iets met synaptische verbindingen in je brein, wat op zijn beurt andere aspecten in je leven kan veranderen. Wat zo mooi is aan de oefeningen is dat je de schaal en het tempo van je bewegingen verkleint. Je leert aandachtiger te zijn en meer onderdelen van jezelf te gebruiken. Ook mooi aan Feldenkrais is de inclusiviteit. Iedereen kan deze oefeningen doen, ongeacht je lichamelijke staat. Het is een van de weinige technieken waarbij precisie het doel is, maar niet wordt afgedwongen door de docent. Studenten interpreteren de instructies op hun eigen, unieke manier. Feldenkrais was geen voorstander van correctie, omdat dat altijd een afwijzing impliceert. Hij sprak daarom van organisch leren: de manier waarop baby’s leren kruipen, zitten, opstaan en lopen. Niemand leert ze dat aan, het zijn handelingen die voortkomen uit nieuwsgierigheid en innerlijke noodzaak. Leren kan dus een enorme emancipatoire kracht zijn, iets nieuws dat in jezelf geïntegreerd wordt. En voor mij is deze integratie ook een esthetische vorm.’

—Thijs Witty Feldenkrais lijkt zowel een nieuwe weg als een verdieping van je bestaande kunstenaarschap.

—Yael Davids ‘Zo’n onderscheid is niet zo belangrijk voor mij. Ik weet wat ik doe en hoe ik werk. Als ik nieuw werk maak, dan moet ik eerst kunnen dromen, wegdrijven, lezen, een sessie Feldenkrais doen, mijn gedachten nauwkeurig volgen. Vervolgens wissel ik ze uit in conversatie met anderen.’

—Thijs Witty Maar je werk als kunstenaar maakt nu toch een wezenlijke verandering door?

—Yael Davids ‘Misschien. Maar dan alleen in zoverre dat ik bewuster ben van een soort oneindig leerprincipe. Kunst maken duwt me altijd voorwaarts en Feldenkrais geeft me een beter begrip van die beweging: er is altijd een richting en oriëntatie. Het werk is er om mezelf te openen en te dwingen te veranderen. Het is als een roeping: iets roept naar me en ik kan niet zeggen dat ikzelf de afzender ben. Het kunnen ook stemmen zijn van andere generaties. Het gaat om een zekere verantwoordelijkheid, om beantwoorbaarheid. Zo ook in mijn relatie met mijn dochter Tara-Jay. Ik sta haar bij in haar eigen groei en voel me verantwoordelijk te helpen bij haar werk om een volledig persoon te worden.’

—Thijs Witty Werken is dus altijd samenwerken?

—Yael Davids ‘Ik weet dat ik mensen nodig heb, om mee te praten, om aan blootgesteld te worden, om door bekritiseerd te worden, om andere meningen aan te horen en natuurlijk om te toetsen hoe je je eigen verlangens moet afstemmen aan die van anderen. Tot dusver is mijn belangrijkste samenwerking die met André van Bergen. Samen denken we na over het materiaal en de structuur van mijn kunst, en hij leest bijvoorbeeld ook als eerste al mijn teksten. Zijn perspectief is extreem belangrijk voor mij. En we delen natuurlijk ook ons leven met elkaar en met Tara-Jay. Als kind besefte ik intuïtief dat ik voor mijn moeder moest zorgen, dat ze het niet alleen zou redden. Later kwam ook het besef dat ik een wezenlijk verschil kon maken voor anderen, ook al is het op kleine schaal, en dat het zelfs dan geen individueel project is. Ik beschouw het ook als werk wanneer ik me verzet tegen sociale structuren of regels die me niet dienen. Ik ben me ervan bewust dat dit kan overkomen als onvolwassen, maar ik vind dat het veel meer is dan dat: het gaat om het beschermen van iets vitaals en kwetsbaars in ons allemaal, en hoe je dat kan laten ontplooien.’

Het werk is niet plastisch, het heeft geen plastisch materiaal. Het lichaam is het enige plastische element. Het is een werelds lichaam, dat zichzelf ondersteunt en daarbij ook anderen raakt, zonder iemand te verwonden of nodeloos kritisch te zijn

Yael Davids, Lesson with El Lissitzky, Proun P.23, no.6,1919,2019, Van Abbemuseum, Eindhoven, foto Ron Eijkman

—Thijs Witty Over samenwerken gesproken, je bent nu in de laatste fase van Creator Doctus, een driejarig onderzoekstraject, opgezet door de Rietveldacademie en het Van Abbemuseum.

—Yael Davids ‘Kort gezegd is het doel om het somatische te introduceren in het Van Abbemuseum. Het project geeft me de tijd om nieuwe werkwijzen te ontwikkelen die nog niet gangbaar zijn in de hedendaagse kunstwereld, werkwijzen die geheel uit mijzelf en mijn lichaam voortkomen. Het werk is niet plastisch, het heeft geen plastisch materiaal. Het lichaam is het enige plastische element. Het is een werelds lichaam, dat zichzelf ondersteunt en daarbij ook anderen raakt, zonder iemand te verwonden of nodeloos kritisch te zijn. Dit lichaam creëert empathie. En het vergt een boel tijd om dit lichaam te cultiveren. Het gaat om educatie en om verandering. Het onderzoekstraject ligt ook in het verlengde van mijn andere interesses. De eindtentoonstelling gaat daarom, naast het lichaam, ook over zaken als “de school” en “de collectie”.’

—Thijs Witty Je hoopt er dus ook op institutioneel niveau iets mee te bereiken. Wat zou dat kunnen betekenen?

—Yael Davids ‘Dat weet ik niet precies. Misschien dat ik een visuele ervaring inruil voor een meer sensuele, fysieke ervaring, dat ik de focus verleg naar de structuren die een kunstwerk dragen en toegankelijk maken. Enerzijds ben ik geïnteresseerd in hoe je de ervaring van een kunsttentoonstelling voelbaar kunt maken, anderzijds wil ik weten hoe je voorbij de beperkingen van een instelling als het hedendaags museum kunt gaan. Het Van Abbemuseum werkt voornamelijk in een sociale richting. Ik wil ook gewoon een mooie tentoonstelling maken. Ik heb daar verschillende museumbezoekers leren kennen door ze vanaf het begin bij het project te betrekken, met een wekelijkse les Feldenkrais in het museum. Ze zijn vermoedelijk benieuwd om kunst te zien zonder dingen uitgelegd te krijgen. Een ander aspect van het project is het presenteren van een imaginaire collectie. Ik volg daarvoor de grondstelling “enkelvoud is altijd meervoud”. Ik heb de collectie van het museum bekeken en een alternatieve selectie gemaakt. Het is een constellatie van werken van kunstenaars wiens achtergrond, ethiek, werkhouding, en biografie mijn eigen onderzoek inspireren. Deze kunstenaars maken het mogelijk om mijn werk goed te doen en de verschuiving in mijn eigen praktijk beter te begrijpen. Ik beschouw de imaginaire collectie dan ook als een gelegenheid om nieuwe inzichten te krijgen, geïnspireerd te raken, kortweg: te leren.

—Thijs Witty Van welke kunstenaars leer jij?

—Yael Davids ‘Ik ben old school. Hannah Wilke, Adrian Piper, Eva Hesse, Noa Eshkol, Lee Lozano, Vaslav Nijinksi, Trisha Brown, Yvonne Rainer, Howardena Pindell, Snejanka Mihaylova, Bruce Nauman, Cecilia Vicuña, Steve Paxton, Kazimir Malevich, Mladen Stilinović, Piet Mondrian, Victoria Santa Cruz, Mierle Laderman Ukeles, Geta Brătescu, Alina Szapocznikow Jon Mikel Euba, Wendelien van Oldenborgh, Dora García, en nog zoveel anderen.’

—Thijs Witty Waar gaat je werk over?

—Yael Davids ‘Het gaat over dagelijkse routine, over opruimen, en hoe je daarmee jezelf en anderen kunt leren kennen. Het gaat over een imperfecte omgang met de concrete wereld. Het gaat over de realiteit en praktijk van moederschap, maar ook over de positieve ideologie daarvan, zoals de zorg en aandacht. Het gaat over alternatieven vormen van gemeenschappelijkheid. Het gaat over leven in diaspora, en hoe vriendschap een nieuw thuisgevoel kan creëren dat zich niet tot een territorium beperkt. Het gaat ook over hoe taal zo’n alternatief thuis mogelijk maakt, of hoe we taal gebruiken om elkaar te raken of geraakt te worden. Uiteindelijk gaat het over liefde: de verbindende kracht voor al deze onderwerpen.’

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NUMMER 1-2020 SENSORY. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE DIT OF HE NIEUWSTE NUMMER GRATIS TOE. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

YAEL DAVIDS A Daily Practice Van Abbemuseum, Eindhoven 2.6.2020 - 27.9.2020

Thijs Witty
is researcher en docent bij KABK en Piet Zwart Institute

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2020