Tiong Ang & Company, Misconceptions of the Lyrical Cube, 2018, collectieve performance ikv Heteroglossia, HOW Art Museum, Shanghai

Met band en al naar Boekarest - Gesprek met Tiong Ang over The Second Hands

Issue no5
okt-nov 2020
Wat is Nederland

Een jaar geleden is Tiong Ang uitgenodigd door curator Henk Slager om een zogeheten keynoteproject te realiseren voor de Biënnale van Boekarest. Onder de titel The Second Hands organiseert Tiong Ang & Company een omvangrijk project, bestaand uit drie films die gemaakt worden in Nederland, een reis met tweedehandsauto's en caravans van Nederland naar Boekarest waaruit de vierde film, een roadmovie volgt. Uiteindelijk komt er een collectieve happening in een architectonisch bouwwerk op een plein achter het voormalige Volkspaleis, het symbool van Ceausescu’s dictatuur. Die bijeenkomst – Tiong Ang noemt het een congregation – wordt de vijfde film.

—Mark Kremer Goedemorgen Tiong! Heb je eigenlijk tijd voor dit gesprek? Ik kan me voorstellen dat je al je tijd nu kan besteden aan het project, hoe dat verder moet of liever kan?

—Tiong Ang ‘Ik wil dit project heel graag doen! Het is uitgesteld, niet afgesteld. De overweging is om de biënnale op te rekken. Dus in plaats van in een keer een hele manifestatie te openen, een trapsgewijze reeks van gebeurtenissen te realiseren. Deze biënnale heeft sowieso een andere opzet. Henk Slager wilde geen grote tentoonstelling maken, dat vindt hij niet meer passen in de tijd. Hij maakt liever een kleine tentoonstelling, met vier keynoteprojecten, zoals hij het noemt, die op hun beurt weer het materiaal leveren voor reflectie, voor seminars en vrije bespiegelingen. Ondertussen gaan de zaken verder. Robert [Wittendorp -mk], een van de kunstenaars met wie we dit ontwikkelen, belde me gisteren nog: “Ik heb net de tweede caravan gekocht in Limburg.” Met hem waren we ook al de tweedehandsauto’s aan het opspeuren, een oude Mercedes en een oude Volvo – om in mei naar Roemenië te rijden.’

—Mark Kremer In de afgelopen twintig jaar deed je mee aan verscheidene biënnales, festivals en tentoonstellingen in het buitenland, vooral in Azië. Hoe keren die ervaringen terug in dit project?

—Tiong Ang ‘Het is sowieso een poging om mijn werk samen te vatten, al mijn werkmethodieken. En ook veel dingen die nog zijn blijven liggen. Bijna elk vroeger werk is wel relevant. Ik kan dieper ingaan op het werk dat in Indonesië geproduceerd is in 2016, A Year of Living Dangerously. Een bewerking van de enige Hollywoodfilm, gemaakt in 1982, waarin Indonesië in 1965, het jaar dat zich al die turbulente politieke gebeurtenissen afspelen, getoond werd. Dit was één jaar voordat mijn familie en ik het land verlieten. [Tiong Ang is geboren in Surabaya in 1961.] Mel Gibson speelt een westerse journalist die iemand zoekt die beelden maakt, en dat wordt een Chinese dwerg, een fotograaf/ cameraman gespeeld door een blanke vrouw, Linda Hunt. Dit gegeven heeft me altijd achtervolgd, het is zo'n vreemde stelling, zo'n gek uitgangspunt! Want we hebben het wel over westerse journalisten, westerse observatoren van een situatie, een westers perspectief. Toen ik de film op televisie zag was ik begin 20. Ik realiseerde me dat ik mijn eigen geschiedenis niet kende, al gaat hij over die periode dat wij uit Indonesië weg moesten. Ik schaamde me ervoor. Mijn verlangen als kunstenaar was om vanuit die film, en niet vanuit het archief of herinnering, maar vanuit die fictie terug te keren naar Indonesië. Ik wilde één scène uit de film reconstrueren, namelijk de grote Communistische demonstratie bij de Amerikaanse ambassade. Toen ik dat kenbaar maakte aan mensen in Indonesië zeiden ze: “Ja, da’s juist onze kritiek erop, het is een westers beeld. Wij willen dat niet, wij hebben onze eigen optiek.” Maar ik zei: “Maar voor mij is het anders, ik ben eigenlijk een westerling. Ik snap niet wat er echt is gebeurd, maar ik begrijp de film.” Door die constructie, via die redenering, vond ik een ingang waardoor we die demonstratie opnieuw konden ensceneren.’

—Mark Kremer Je bleef bij je intentie.

—Tiong Ang ‘Ik moest toegeven, mij ervoor sterk maken: het perspectief van degene die weggaat en weer terugkijkt, dat is mijn perspectief. En ik ben nu eenmaal meer opgegroeid met Hollywood-films op tv dan met Indonesische documentaires. Dat is mijn rekenschap. Alsof je steeds door een laag van lenzen kijkt, niet één maar meerdere. Daarvan ben ik me voortdurend bewust. Dat meerdere perspectieven samen één perspectief worden, en dat die allemaal in mij zitten. De vraag is, hoe krijg ik die in beeld? Vanuit dit oogpunt is het bijna nodig om iets in collectief te doen. Ik ben geneigd de vraag te stellen waar mijn perspectief, mijn subjectiviteit tekortschiet. Daarom wil ik in uitwisselingen tot beslissingen en beelden en situaties komen. In het project voor Boekarest is dit tamelijk organisch begonnen.’

—Mark Kremer Je leidt nu een team van meer dan vijftien mensen. Hoe werk je met hen?

—Tiong Ang ‘Ik zou eigenlijk iedereen moeten introduceren, maar op dit moment zijn de architect, de choreograaf, de automobilist en de politiek adviseur belangrijk: Andrés Novo, Esther Arribas, Robert Wittendorp en Ola Hassanain. Zij vormen het huis van dit project, de constructie. Later zet ik daar weer anderen in, letterlijk in de performance straks op de steigers in Boekarest. Het meest werk ik nu met Andrés, een jonge architect uit Madrid. Hij is geïnteresseerd in theatervormen en performance, heeft goeie kunstenaars ondersteund als architect. Hij ontwerpt het bouwwerk dat naast het museum komt te staan, tekent, berekent en onderzoekt de plaats tot op de centimeter. Hij begrijpt hoe architectuur concreet en kritisch gebruikt kan worden, en zich kan verzetten tegen zijn omgeving.’

—Mark Kremer Hoe breng je alles bijeen?

—Tiong Ang ‘Het wordt één gebeurtenis, en het is één werk. Het project is opgezet als een filmproductie waarin vijf scènes gedraaid moeten worden. Die zijn in eerste instantie niet met elkaar verbonden, behalve dat ik vijf mensen de opdracht geef ze te maken. In dit geheel ben ik de regiekamer, die vijf aparte producties aanstuurt. Ik stel voorwaarden en werk met wat regels. Bijvoorbeeld: er moet een auto inzitten, dat is het verbindende motief. Iedereen kan dit vrij interpreteren. De auto is een dankbaar voertuig voor projecties. Echt een filmthema! En ik was erg nieuwsgierig hoe die vijf films – nummer vijf is van de congregatie op de steigerconstructie bij het plein achter het Volkspaleis, die ook door een professionele, Roemeense filmcrew zou worden opgenomen – met elkaar zouden gaan werken. Ze zijn immers niet direct verbonden. Ik ben natuurlijk geen Godard, maar ik was benieuwd wat de creatieve uitkomst zou zijn van zo'n soort gestuurd toeval.’

—Mark Kremer Heb ik het goed begrepen, de ene crew weet niet wat de andere doet?

—Tiong Ang ‘Ja, en dat is juist cruciaal. Hier geloof ik niet in overleg. Of compromis.’

—Mark Kremer De titel van je project is gelaagd. The Second Hands duidt op de tweedehandsauto's en caravans die je naar Boekarest wilt rijden. Voorts op je grote troep assistenten, eigenlijk zeg je zo: ik heb anderen nodig! Maar er speelt nog iets anders. Je noemde al de kanteling van het perspectief op het kunstenaarschap dat we de laatste twee decennia in Nederland meemaken, de publieke en politieke scepsis over de relevantie van die figuur. De titel heeft ook persoonlijke betekenis voor je.

—Tiong Ang ‘Ik ben opgegroeid als een Zeeuwse jongen in Middelburg, met vrienden die Tonny en Hans en Jos heten. Toen ik jong was, zei mijn vader eens, zijn eigen stilte onderbrekend: “Tja, wij moeten ons aanpassen, we zijn toch tweedehands.” Alsof hij zei: in deze realiteit moeten wij, Indo-Chinezen, postkoloniale migranten, ons schikken in een soort tweederangsburgerschap. Was dat enkel ironie? Wij droegen tweedehandskleding, reden altijd in oude auto’s, maar dat was geen punt. Daarom gebruik ik nu die titel, als een geuzennaam.’

—Tiong Ang Je noemt je collectieve happening een ‘vrijheidsbeweging’. Hij vindt plaats rond een steigerbouwwerk, dat is een karavanserai opgebouwd uit twee lagen, waar auto's en caravans staan, een overnachtings- en ontmoetingsplek. Het bouwwerk en wat er plaatsvindt is geïnspireerd door de laatste scène in Fellini's film Otto e mezzo (1963).

—Tiong Ang ‘De bedoeling was om de film van de happening te laten zien in het museum, live, terwijl we hem buiten maken. Daar vinden opnames plaats van onze laatste scène, zoals Fellini dat ook deed, niet als onderdeel van zijn film, maar als een publiciteitsstunt achteraf, een soort trailer. Het einde, zo zei men tegen Fellini, was veel te somber. Hij zat er maar mee. Intussen zei de producent: we moeten nog een trailer maken. Ze besloten om de gehele cast weer terug te vragen – een paar weken later – op locatie, en dat was een soort lanceerbasis voor een raket; in de film wil de regisseur namelijk een sciencefictionfilm maken. Dat gevaarte stond er nog, en daar hebben ze toen al improviserend die trailer gemaakt, die in de eindmontage de laatste scène is geworden. Iedereen kreeg witte kledij en dan, weet je wat, ze gaan dansen rond het gevaarte! Dat bouwsel is een geniale vondst, in de film komt dat nooit af, het is een schijnbouwsel, het dient tot niets. Maar in die laatste scène komt het helemaal tot zijn recht.’

—Mark Kremer Dit brengt mij op twee figuren uit de kunstgeschiedenis. De Toren van Babel die altijd in de steigers staat, en het Narrenschip waarin een vrolijk gezelschap in een wankel bootje op reis gaat. In jouw project bespeur ik een spanning tussen het kleine verband – band, circustroep (Fellini) of filmteam –, en het grote verband – de massa of de samenleving. Ik heb de indruk dat je, zo, de biënnale en haar dispositief een spiegel wilt voorhouden.

—Tiong Ang ‘De Boekarest Biënnale is een alternatieve biënnale, discursief van aard, en gericht tegen het establishment. Zij is opgezet door twee kritische filosofen, actief in het kunstonderwijs, die een tijdschrift runnen: Pavilion, Journal for Politics & Culture – het woord “art” zit niet eens in die titel. Hier vind ik de ruimte om anders uit te pakken en relevantere dingen te doen. Er zijn weinig middelen maar het engagement is groot en ze opereren geïnformeerd. Toen Henk Slager me benaderde was ik direct gegrepen. Maar om even terug te keren naar het begin van de vraag, wat in dit project van belang is is het onvolmaakte. We staan in de steigers! Dat beeld uit die film van Fellini, waar het idee om in Boekarest een karavanserai c.q. toneel c.q. hangplek te creëren in de vorm van een vreemde steigerconstructie, wint alleen maar aan actualiteit.’

—Mark Kremer Kortgeleden, in Shanghai in 2018, heb je een performatieve installatie gemaakt, Misconceptions of the Lyrical Cube voor de tentoonstelling Heteroglossia, in het HOW Art Museum. Je noemde dat werk een ‘social sculpture’. Dat vond ik frappant. Is die term niet ook van toepassing op je project nu?

—Tiong Ang ‘Goed dat je dit noemt. Het is belangrijk. De term “social sculpture” is gerelateerd aan Joseph Beuys. Ik heb die in Shanghai kunnen gebruiken aangezien het HOW Art Museum, een privémuseum, recentelijk via hun Koreaanse directeur een grote Joseph Beuys-verzameling heeft kunnen kopen. Bijna als hun pièce de résistance was een hele etage daarmee ingericht. Het is niet zo dat ik met performances ben begonnen door Joseph Beuys. Ofschoon ik zijn soloacties, zoals Wie man dem toten Hasen die Bilder erklärt (1965) met de haas, of met de coyote later in New York, zeer aanstekelijk vind. Die hebben sjamanistische elementen, hij brengt er het Westen en het Oosten samen. Verder heb ik een reserve met betrekking tot didactische elementen en kunst. Wat Beuys doet op die schoolborden trekt me niet aan. Ik zag wel dat performances met groepen, groepen mensen, altijd een soort pedagogisch karakter hebben.’

—Mark Kremer In de kunstcontext?

—Tiong Ang ‘Ja. Mensen vragen me vaak waarom ik performances doe met vroegere studenten. Er speelt toch snel een erfenis van educatie mee. Die verhouding mentor-student blijft een rol spelen. Maar ik wilde een performance maken waar ik onderdeel was van hun aanwezigheid, met de veel jongere mensen samen was, tussen hen in ga staan. Niet de leraar uithangen. Ik wilde van hen leren. Niet eens zozeer van hun kunst, meer van hoe ze hun leven inrichten en zich ontwikkelen. Bijvoorbeeld hoe ze de strijd aangaan en vanuit Korea een leven opbouwen in Nederland en de motieven waarom. Beuys deed trouwens ook gekke dingen, bijvoorbeeld de rocksong Sonne statt Reagan (1982). Met al zijn staaltjes van mythmaking had hij oog voor populaire cultuur. Ook ik zoek het in mythevorming, dat vind ik veel interessanter. Er moet iets onzegbaars over blijven. Ik gebruik allerlei werkmodellen, put inspiratie uit de film, het circus en de muziek, maar ik blijf op zoek naar vormen waarin het onzegbare kan waaien.’

Biënnale van Boekarest, Boekarest, Roemenië, Nader te bepalen datum in 2021

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2020