Geo Wyeth, Some $1s 2B Proud Of, Museum of Contemporary Art, Los Angeles - Step & Repeat, July 2015 - foto Myles Pettengill

Geo Wyeth - ‘Ongemakkelijk is goed’

Issue no5
okt-nov 2020
Wat is Nederland

Deze week werd bekend dat Geo Wyeth genomineerd is voor de Dolf Henkes Prijs 2021. Voor Metropolis M ging Nathalie Hartjes in gesprek met Wyeth over een leven in de periferie van de normaliteit en hun ambitie daar iets aan te veranderen. 'Ik voel me bedreigd door het type schoonheid uit de celebritycultuur, ook al bewonder ik het.'

—Nathalie Hartjes In je werk komen we opmerkelijke en uitgesproken personages tegen. Wat betekenen ze voor je?

—Geo Wyeth ‘Elk personage stelt me in staat om iets uit mijn leven te verwerken. Dat kan iets om mij heen zijn, waar ik me zorgen om maak of waarnaar ik nieuwsgierig ben. Mijn werk komt voort uit dat waar ik me persoonlijk mee verbonden voel. Het personage Kitchen Steve, dat ik rond 2012 ontwikkelde, is echt geboren uit een specifieke frustratie. Ik had toen zowel optredens in het cabaret- en queercircuit als op mainstreampodia. De beperkingen van mijn muzikale scholing frustreerden me. Ik voelde me er niet fijn bij hoe ik, als transgender en wit-ogende persoon van kleur, op die mainstreampodia werd gezien. Tegelijkertijd snapte ik dat je de perceptie van anderen niet kunt beheersen. Kitchen Steve is een commerciële muzikant en exhibitionist. Hij treedt op met Joanne, een spookachtige verschijning. Haar stem laat zich horen vanuit een transparante schildersoveral. Kitchen Steve voelt zich alleen op de wereld en wil alleen nog maar zijn lichaam tonen. Joanne fungeert als zijn superego; ze onderbreekt hem, houdt hem een spiegel voor, verzekert hem dat hij geliefd is en zich niet hoeft te tonen. Ik wilde dat de performance grappig zou zijn, maar het is ook erg donker geworden. Halverwege het stuk doodt Kitchen Steve Joanne, waarna hij verandert in een egocentrische manbaby die zijn penis, een ongelooflijk lange, gevulde sok, aan iedereen laat zien. Uiteindelijk komt Joannes geest terug. De performance was zo fucked up. Het werk heeft mij geholpen om de spanningen op te lossen die ik voelde vanwege mijn scholing die zo gericht was op vakmanschap en excellentie.’

—Nathalie Hartjes Het klinkt alsof je door uit je eigen lichaam te stappen er juist controle over krijgt.

—Geo Wyth ‘Het personage bracht mij inzicht in hoe ik op een nieuwe manier over mijn lichaam als instrument kan nadenken en hoe verschillende registers aan te spreken, bepaalde emoties of impulsen te onderzoeken. Ik denk dat Kitchen Steve precies dat is: een uitgekristalliseerde impuls van het verlangen om te onthullen. Ik heb me ook bevrijd van een zekere gepolijste vorm die ik in de loop der tijd had gecultiveerd. Mensen vonden het fantastisch of verschrikkelijk. Daar moest ik als entertainer die het iedereen naar de zin wil maken ook mee dealen. Ik wil geliefd zijn, zoals Prince of Freddy Mercury. Ik ben erg gesteld op het popicoon, de schoonheid, de perfecte uitvoering.’

‘Ik wil geliefd zijn, zoals Prince of Freddy Mercury. Ik ben erg gesteld op het popicoon, de schoonheid, de perfecte uitvoering’

Geo Wyeth, Juice Fountain in Juice Deluge, Composite Art Space, 2017

—Nathalie Hartjes Hoe zie je de relatie tussen jouw personages, meer antihelden, en deze fascinatie voor celebritycultuur?

—Geo Wyth ‘Mijn personages zijn allemaal behoorlijk gebrekkig. Ik zie ze als archetypen of tragische helden, in de Griekse zin van het woord. Alsof ze in een moraliteitsspel leven. Ik voel me bedreigd door het type schoonheid uit de celebritycultuur, ook al bewonder ik het. Het biedt geen plaats aan andere vormen van expressie. Toen ik van het idee van vakmanschap als bewijs van excellentie kon afstappen, zoals bij Kitchen Steve, was dat een enorme bevrijding. Ik had eigenlijk van kinds af aan al zwartgallige humor en een verlangen om er vreemd uit te zien.’

—Nathalie Hartjes Dat klinkt als een vroeg besef dat esthetiek ook politiek is, dat het niet om schoonheid alleen gaat, maar ook om hoe ze een norm vormt en ingezet kan worden om uit te sluiten.

—Geo Wyth] ‘Ik heb veel geluk gehad, omdat ik als kind de mogelijkheid had om te spelen met ideeën over schoonheid, smaak en lelijkheid. Ik bewonder filmmaker John Waters, Dynasty Handbag of Vaginal Davis, omdat ze het schoonheidsideaal problematiseren. Ze werpen de ideeën van klassieke schoonheid, die gefundeerd zijn op wit suprematisme en seksisme, omver. Maar ik ben ook bevriend met kunstenaars die deze normen op een subtielere manier uitdagen. Dat vind ik lastig, omdat ze de normen daarmee ook reproduceren en ondersteunen. Ik zeg daarmee niet dat mensen geen mooie dingen moeten maken. Ik ben er niet tegen, maar ik sta zelf op gespannen voet met die idealen. Het is belangrijk om voorbij te gaan aan de tactiek van acceptatie.’

—nathalie Hartjes Is er een personages dat specifiek betrekking heeft op die ideeën over perfectie?

—Geo Wyth ‘Het meest voor de hand liggende archetype is dat van Tennis Players. Tennis Player 1.0 ademt een vaag gevoel van witte suprematie uit. Ik wilde die ideologie tegelijkertijd schokkend en belachelijk maken. Het personage draagt white facesneakers, oftewel zwarte sneakers die wit geverfd zijn, en doet aan obscure volksdansen op Zweedse kerkmuziek. Tennis Player 2.0 ligt in essentie dichter bij mijzelf en geeft een onteerd en twijfelachtig idee van black excellence weer. Beide personages zijn aanstootgevend in hun oppervlakkigheid. Het is upperclass hell. Ik ben opgegroeid in een biraciale middenstandsfamilie. Ik heb zulke spanningen ervaren, ik werd opgevoed tot een sterke zwarte vrouw. Tennis Players zijn geïnspireerd door een artikel van dichter Claudia Rankine, waarin ze reflecteert op de felle reacties die iemand als Serena Williams moet incasseren als ze ook maar even haar beheersing verliest. In een performance in het Stedelijk Museum in Amsterdam zat het personage van Tennis Player 2.0 gevangen in een rolschaatsmusical over de beste momenten uit haar carrière. Het personage wordt geportretteerd als een oudere vrouw die maar rond blijft schaatsen. Als je gemarginaliseerd wordt, is de druk om te presteren enorm. Het moet kunnen dat je dan soms uit je vel schiet.’

Geo Wyeth, Tennis Player 1.0 , Some $1s 2B Proud Of, Museum of Contemporary Art, Los Angeles - Step & Repeat, July 2015 - foto Myles Pettengill

Geo Wyeth, The Lost Tourist in Juice CrosxxxSing, Frascati, Amsterdam 2017

—Nathalie Hartjes Leen je voor je werk uit cabaret of drag scene? Je toont een interesse in groteske vormen, maar het werk lijkt zich ook meer onder de oppervlakte af te spelen.

—Geo Wyth ‘Het is meer een knipoog. Ik heb wel vrienden in die scene en de dragcultuur heeft mij geïnspireerd. Maar ik wil slechts de geest ervan oproepen. De drag scene is niet helemaal mijn cultuur. Ik omring mij er niet dagelijks mee. Ik leef in de periferie ervan. Ik ben transgender, maar ik wil de volledige transformatie niet maken. Ik doe soms veel make-up op en haal dan weer alles eraf. Ik hint naar dat er iets met de personages is gebeurd, dat ze tragische eigenschappen bezitten. Ik wil dat ze grappig zijn, maar ook ongemakkelijk. Dat er een zweem van iets om hen heen hangt, dat er iets mis is met ze.’

—Nathalie Hartjes Je gebruikt veel troep in je performances en de rekwisieten hebben een rauwe DIY-stijl. Wat interesseert je in het werken met afgedankte materialen?

—Geo Wyth ‘Ik ben erg gehecht aan objecten. Dat komt ongetwijfeld voort uit het consumentisme dat in Amerika alom aanwezig is. Elk object heeft zijn eigen leven. Dat ik de voorkeur geef aan rommel in plaats van luxe spullen komt doordat ik oppak wat is achtergelaten. Ik probeer ruimte te maken voor mensen die de nice shit willen. Het lastige is dat ik niet wil dat deze dingen zelf weer te kostbaar worden. Het gaat dus niet om verheffen. Ik ben meer geïnteresseerd in het perverteren van waarde. Ik zet rommel op een voetstuk, maar niet voor eeuwig.’

—Nathalie Hartjes Wil je de objecten de gelegenheid geven hun eigen leven te leiden?

—Geo Wyth ‘Ja, het gaat over vrijheid. Zoals ik vrijheid wil, maar ook verlang naar zorg. Deze tweeledigheid is heel duidelijk in het personage Jackie The Crossing Guard, dat ik heb ontwikkeld voor een performance die Juice Inferno moest heten. Ik was Inferno van Dante aan het lezen en raakte geïnteresseerd in Charon, de veerman van de doden. Hij brengt de overledenen naar hun bestemming, maar zit zelf vast tussen die twee werelden. In de performance raakt The Lost Tourist een vriend kwijt en is getuige van een schietpartij aan de andere kant van de straat. Dat zorgt voor een moreel dilemma: steekt hij over of niet? Het werk gaat dus over de passage tussen werelden, van zwart naar wit, queer naar straight, van kind naar volwassenheid. The Crossing Guard begeleidt de toerist op dit terrein. Ze heeft een zekere autoriteit en draagt zorg, maar ze heeft ook iets nalatigs. In Juice Crossing betrekt ze het publiek. Ze transformeert de mensen met maffe outfits tot grote kinderen, maar dan laat Jackie ze het verder zelf uitzoeken.’

—Nathalie Hartjes Je hebt ook vaak gewerkt met ouderen. Wat betekenen deze intergenerationele gesprekken voor je?

—Geo Wyth ‘Toen ik opgroeide als queer was ik op zoek naar rolmodellen, mensen ouder dan ikzelf. Ik ging met een nepidentiteitsbewijs naar bars, niet voor de drank of seks, maar omdat zo’n bar een interculturele plek is waar sociale klasse wegvalt. Ik heb behoefte aan gemeenschap en ik wil leren. Ik ben opgeleid als geschiedenisleraar, daarom organiseer ik gelegenheden waar ideeën worden uitgewisseld. Misschien ben ik wel meer geïnteresseerd in cultuur dan in kunst. Ik ben betrokken bij communityprojecten, maar dat heeft niets met mijn kunst te maken. Die onderdelen van mijn culturele leven hebben wel invloed op mijn kunstpraktijk. Ik ben een karaoke aan het organiseren voor het centrum voor queerjongeren en waarschijnlijk leidt dat tot iets nieuws. Het gaat mij echt om die bijeenkomst zelf, om een ruimte te creëren waarin we met onze stemmen kunnen experimenteren. Kunst is een product van het leven, dus ik ben er alert op waar mijn leven uit bestaat.’

‘Als je gemarginaliseerd wordt, is de druk om te presteren enorm. Het moet kunnen dat je dan soms uit je vel schiet’

Geo Wyeth, I'm A Chip, Bei Cosy, Rongwrong, Amsterdam, 2017

—Nathalie Hartjes Waar werk je op dit moment aan?

—Geo Wyeth ‘Een videowerk waarin de personages nog samen moeten komen. Een personage is gebaseerd op de zwarte, Amerikaanse burgerrechtenactivist Ida B. Wells, een ander een overenthousiaste recycler met een YouTubekanaal. Alle personages gaan op de één of andere intense manier met hun omgeving om. Ik wil hier beeldmateriaal bij gebruiken van stedelijke en landelijke omgevingen die ik in Nederland heb verzameld, waarmee ik hun status als buitenstaanders wil uitdrukken. Ik werk nu aan de soundtrack die een psychedelisch, jaren zestig-zeventig geluid heeft. Ik speel met ideeën geïnspireerd door Georges Bataille over hoe we onze overtollige energie moeten spenderen, omdat die anders leidt tot geweld en bloedvergieten. Ik wil het idealisme van de jaren zestig oproepen, dat vervolgens volledig is verbrijzeld, deels vanwege het escapisme in de jaren zeventig. Ik wil de complexiteit hiervan tonen, het verlangen naar nieuwe werelden en systemen, en een duidelijk loyaliteit aan het besef van de lelijke erfenis daarvan waarin we nu leven.’

—Nathalie Hartjes Reageer je in dit werk op efficiëntie en de druk om te presteren?

—Geo Wyeth ‘Misschien wel. Het gaat niet alleen over black excellence waar ik eerder naar verwees, maar om elk lichaam dat aan extreme verwachtingen moet voldoen en niet het voorrecht heeft om zich natuurlijk te voelen: queer, transgender, zwart of gehandicapt. Ze hebben allemaal een ongewenste, een “immorele” of criminele status. Vergeet niet dat de opkomst van het begrip ras hand in hand ging met ideeën over criminaliteit. Witte mannen en vrouwen voelen even goed de druk van de hiërarchische principes die ten grondslag liggen aan een wit suprematistisch patriarchaat. Echt, het doet iedereen pijn. Als je geen “moreel lichaam” bent, moet je heel hard werken om te worden geaccepteerd, om het gevoel te hebben dat je voldoet. De vraag is of dat de weg is naar radicale zelfacceptatie, liefde en gemeenschap.’

Behoedzaam kunstenaar

Geo Wyeth kwam in 2015 naar Nederland voor haar residentie aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Bol van New Yorkse adrenaline ging hij meteen aan de slag. Deze energie hield galerie Ellen de Bruijne een week lang in een greep met een performance waarin hij zijn overleden peetmoeder HW Clobba belichaamde. HW Clobba is een brutale luidruchtige senior, die tot dat moment enkel tot leven kwam in Geo´s atelier. Ze staat in groot contrast met Geo’s eigen behoedzame houding. Hij is zorgvuldig met zijn woorden en behandelt ze met even veel aandacht als de mensen, objecten en publieksgroepen die zij in haar werk betrekt. De kunstpraktijk van Geo staat op een stevig fundament van muzikale scholing, beïnvloed door een sterke interesse in geschiedenis, en komt voort uit een fascinatie voor hoe waarde aan dingen wordt toegeschreven.

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NUMMER 3-2018 TRANSGRESSION. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE DIT NUMMER OF HET NIEUWSTE GRATIS TOE MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR kar[email protected]

Nathalie Hartjes
is directeur MAMA

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2020