(c) Elsa B. Mason 

'Voor ons is MeToo nooit gestopt' – leren van de groeipijnen en inzichten van Engagement (BE)

Issue no1
feb - mrt 2021
Diaspora dialogen

Al ruim een maand wordt er hard gewerkt aan Engagement NL: een Nederlandse aftakking van het Belgische Engagement dat zich al vóór #MeToo inzette om seksisme, grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik binnen de culturele sector aan te kaarten. Inmiddels kent het platform meerdere onderzoeken, projectgroepen én concrete tools. Wat kunnen we leren van onze zuiderburen? Minke van Schaik spreekt oprichter Ilse Ghekiere en toekomstig coördinator Anneleen Lemmens.

Ik spreek Ilse Ghekiere, oprichter en coördinator van Engagement, en Anneleen Lemmens die deze rol voor het aankomend jaar van haar overneemt. Zij leggen Engagement uit als oorspronkelijk een “grassroots movement” die zich inmiddels verder heeft ontwikkeld tot een platform. Ghekiere: “Wij zijn een feministische plaats waar iedereen met vragen, klachten of ideeën kan komen. Wij zijn een ontmoetingsplek rond deze urgenties, en richten ons dus niet alleen op klachten, maar hebben een positieve, activistische positie.” De manier waarop onderwerpen als grensoverschrijdend gedrag, seksisme en machtsmisbruik binnen de Belgische kunstsector belicht, besproken en aangepakt worden, is procesmatig en constructief. Lemmens: “Wij zijn constant in beweging.”

Het platform begon met een onderzoek dat Ilse Ghekiere in 2017 deed naar grensoverschrijdend gedrag binnen de Belgische danswereld. Het was nog vóór #MeToo dat zij haar onderzoek begon, en toen de beweging zich begon te manifesteren was “het grondwerk al gelegd. Er waren er heel veel collega’s die ermee aan de slag wilden”, vertelt Ghekiere. Samen schreven zij toen een statement dat nog steeds op de site van Engagement te vinden is.[1] Wie het statement wil ondertekenen, wordt uitgenodigd een mail te sturen met daarin je naam plus professionele omschrijving, zodat kunstenaars, instellingen of mensen uit het onderwijs hun steun kenbaar kunnen maken. Op de site lees ik de verschillende omschrijvingen van kunst gerelateerde posities terug. Naast kunstenaars zijn er onder meer kunstonderwijzers, schrijvers, directeuren van culturele instellingen, technici, onderzoekers en kunstliefhebbers. Ghekiere: “Oorspronkelijk zijn we ontstaan vanuit de dans, omdat daar de discussie rond MeToo het sterkst aanwezig was in België. Momenteel zijn er ook beeldende kunstenaars bij betrokken, en bovendien mensen uit de theater–, audiovisuele-, documentaire– en muziekwereld. Dat zorgt ervoor dat er in onze groep veel verschillende skills samenkomen.”

Het was nog vóór MeToo dat Ilse Ghekiere haar onderzoek begon, en toen de beweging zich begon te manifesteren was “het grondwerk al gelegd“

Na de publicatie van het statement werd Engagement betrokken bij het Actieplan tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag (2018) gelanceerd door het Vlaamse Departement Cultuur, Jeugd en Media.Hierbij zaten zij rond de tafel met vakbonden en andere betrokken partners, om een werkgroep te vormen. De vorming van een meldpunt was daarbij één van de actiepunten. Het Nederlandse MORES.online, waar de beeldende kunsten en musea- sector sinds kort ook bij zijn aangesloten, is rond dezelfde tijd opgericht. De Belgische variant is de Ombudsdienst van de Genderkamer, waarvoor twee psychologen zijn aangesteld die kunnen luisteren naar ervaringen, advies kunnen geven, en een klacht officieel kunnen registreren. Engagement werkt nauw met deze Ombudsdienst samen. Ghekiere: “Wij staan dichtbij de kunstenaars, in het veld, maar wij hebben niet een mandaat om naar instellingen te stappen, en om procedures te starten. Zij hebben dat wel.”

(c) Elsa B. Mason 

Engagement zelf bestaat ondertussen uit meerdere satellietprojecten. Eén van deze satellietprojecten was bijvoorbeeld een onderzoek naar seksisme en andere vormen van discriminatie in het kunstenonderwijs.[2] Een andere groep binnen het platform werkt aan de publicaties van zines, die op de website terug te vinden zijn.[3] Weer een andere groep werkt aan een onderzoek over genderverhoudingen in Raden van Bestuur van Vlaamse gesubsidieerde kunstinstellingen.[4] Zo neemt de beweging telkens nieuwe vormen aan, op basis van de initiatieven van mensen die zich erbij aansluiten. Lemmens: “Wij zijn een erg horizontale beweging, qua organisatie. Mijn rol wordt die van coördinator, en dat betekent dat ik het overzicht houd, niet per se dat ik dingen beslis.”

Maar deze satellietprojecten kunnen ook de vorm aannemen van een aparte cel, zoals Engagement Gent: ‘een tak die twee jaar geleden werd opgericht en erg actief is’, zegt Lemmens, ‘bijvoorbeeld door gatherings te organiseren waarin ervaringen en updates van ons werk gedeeld worden.’

Er is ook een Nederlandse cel van Engagement in de maak. Ghekiere: “We zijn sinds meer dan een maand in gesprek met activisten, kunstenaars en cultural workers, vanuit de Nederlandse beeldende kunstsector. Er is een werkgroep rond gevormd, en wij proberen hun project zo goed mogelijk te ondersteunen. Dit zal waarschijnlijk Engagement NL gaan heten, en is te bereiken via [email protected] Op dit moment is deze groep aan het bekijken hoe er middelen kunnen worden gemobiliseerd en met welke andere partners ze zouden kunnen samenwerken. Een potentiële partner zou MORES.online kunnen zijn, vergelijkbaar aan onze samenwerking met de Vlaamse Genderkamer.

—Minke van Schaik Het is een lastig, kwetsbaar onderwerp, waarin juist slachtoffers niet geneigd zijn zich uit te spreken, uit schaamte, uit angst, of om andere redenen. Hoe gaan jullie daarmee om? Wat doen jullie met gevoelige informatie?

—Anneleen Lemmens “Ik word opgeleid tot vertrouwenspersoon, zoals meerdere personen binnen Engagement dat al zijn. Als je deze functie hebt is het cruciaal dat je vertrouwelijk en met respect omgaat met persoonlijke informatie.Vaak voelen mensen bijvoorbeeld helemaal niet de behoefte om hun verhaal openbaar te maken, en wij respecteren dat bovenal.”

—Ilse Ghekiere “Wij vertrekken altijd uit de vraag: wat wil de persoon zelf?”

—Anneleen Lemmens “Wat wij vaak wel doen, is kijken of er een patroon te ontdekken is. Waar komen deze signalen vandaan? Vaak is het zo dat er meerdere signalen vanuit dezelfde plek komen. Natuurlijk willen wij niet over de rug van mensen die iets overkomen is actie ondernemen, dus wij doen dit altijd alleen met goedkeuring van de mensen die met een verhaal bij ons komen. Soms heb je het gevoel: er moet hier iets mee gebeuren, maar als mensen dat niet willen, dan gaat dat niet.”

—Ilse Ghekiere “Wij hebben ook ons eigen archief, dus we kunnen ook vragen of getuigenissen gearchiveerd mogen worden. Vaak mag dat, aangezien het ook anoniem kan. Het komt bijvoorbeeld vaak voor dat mensen in eerste instantie niet willen dat hun getuigenissen binnen Engagement worden gedeeld, maar dat zij hierop terugkomen nadat er wat tijd overheen is gegaan. Zij veranderen van gedachten, bijvoorbeeld nadat een collega hetzelfde is overkomen. Wij zijn overigens een heel laagdrempelig initiatief, vaak komen personen bij ons die graag met een specifiek persoon binnen Engagement willen praten, omdat ze die al kennen als een collega uit het veld. Peer-to-peer support is een belangrijk onderdeel van ons werk.”

(c) Elsa B. Mason 

—Minke van Schaik Werkt het? Merken jullie dat het klimaat rondom seksueel geweld in België aan het veranderen is, en in welke zin?

—Ilse Ghekiere “Ik ben nu sinds begin 2017 met deze thematiek bezig, en enerzijds zie ik over deze drie jaar wel degelijk een andere gewaarwording. Op beleidsniveau en op alle vlakken zie ik dat er nu gehoor naar is. In Vlaanderen zagen we ook bijvoorbeeld voorheen veel minder feministische initiatieven dan nu, zoals er nu ook meer aandacht is voor feministische artistieke praktijken. Anderzijds moeten we ons ook bewust zijn dat dit probleem een soort kluwen is. Het kan niet zomaar opgelost worden. Zeker de laatste tijd zijn wij steeds vaker in contact gekomen met instellingen - kunstinstellingen of academies - die helemaal niet geraakt lijken te zijn door de maatschappelijke discussie. Dit toont ook zeker dat er nog altijd veel te winnen valt. We moeten dus zorgen dat de beweging iets structureels is, deze ommekeer. Ook binnen de beeldende kunstsector, die meer individueel georganiseerd is hopen we dat dit gesprek nog collectiever gevoerd kan worden, en dat er een gezonde en open(ere) cultuur kan ontstaan waar gesproken kan worden. Zonder schrik dat je carrière daar van afhangt.”

—Anneleen Lemmens “Op alle niveaus zien we daarbij zowel mensen die oor hebben naar onze boodschap, als mensen die het nog echt niet doorhebben.”

“Zeker de laatste tijd zijn wij steeds vaker in contact gekomen met instellingen - kunstinstellingen of academies - die helemaal niet geraakt lijken te zijn door de maatschappelijke discussie. Dit toont ook zeker dat er nog altijd veel te winnen valt“

(c) Elsa B. Mason 

—Minke van Schaik In Nederland is er sprake van een eerste MeToo-golf in de beeldende kunst.[5] Er is de roep om structurele verandering, maar ook veel onzekerheid over hoe dat proces te bevorderen. Hebben jullie adviezen?

—Ilse Ghekiere “Het belangrijkst is om te zien dat dit probleem zich manifesteert in alle sectoren. Als je een actieplan opstelt, is het belangrijk om sectorspecifiek te werken. Hierbij dienen dus alle personen rond de tafel te zitten: de vakbonden, de personen vanuit de instellingen, de beleidsmakers, maar ook juristen, en zeker ook de activisten, de survivors, de feministkilljoys die de moeilijke vragen stellen. En je moet er middelen voor vrijmaken. Daarnaast moet je zorgen dat de bottom-up initiatieven die er al zijn, steun krijgen: erkenning én middelen. Deze initiatieven zijn essentieel om verandering te brengen.”

—Anneleen Lemmens “Het is hierbij belangrijk te benadrukken dat er aan de ene kant steun is vanuit de overheid, maar dat die initiatieven verder inhoudelijk ongemoeid moeten blijven, dus dat er geen voorwaarden opgelegd zouden moeten worden van bovenaf, behalve kwalitatieve voorwaarden.”

—Minke van Schaik Welke tools kunnen instellingen of academies gebruiken om op het eigen werkklimaat te reflecteren en deze zo nodig te bevorderen?

—Ilse Ghekiere “Een eerste middel waar je naar zou kunnen kijken is de Nederlandse ‘loonwijzer’, waarin arbeidsvoorwaarden genoemd worden. Toen we het hierover hadden met onze Nederlandse Engagement collega's dan dergelijke voorschriften rond seksuele intimidatie niet of weinig, geïmplementeerd worden in de kunstensector.Meldpunten en klachtprocedures zijn soms aanwezig, maar lijken niet altijd te werken. Maar deze procedures zijn niet voldoende. Waar zijn bijvoorbeeld de transparante en op actie gebaseerde code of conducts in de kunstinstellingen? The Roadmap for Equality in the Arts in Nederland belichtte deze urgenties in januari, dus de resources zijn er.[7] Als tweede kun je ook de zelfinspectietool gebruiken.[6] Doen kunstinstellingen aan zelfinspectie? Lang niet altijd, blijkt. Kennen instellingen die tools niet? Hier en daar komen er wat signalen op: beschuldigingen van seksueel ongepast gedrag bijvoorbeeld in de klassieke muziek. Nederland wordt vaak getypeerd als een heel open cultuur, en ik kan dat alleen maar toejuichen. Maar we zien ook dat de bystander cultuur, ofwel het louter toekijken in plaats van handelen bij signalen van intimidatie of geweld, er voorkomt. Het Nederlands juridisch systeem speelt overigens ook een belangrijke rol: de wet tegen laster en smaad maakt dat een dader in Nederland heel goed beschermd is. We moeten dus kijken naar deze wetten, zijn ze nog wel op hun plaats hier of stimuleren ze niet meer een doofpotcultuur?”

”Nederland wordt vaak getypeerd als een heel open cultuur, en ik kan dat alleen maar toejuichen. Maar we zien ook dat de bystander cultuur, ofwel het louter toekijken in plaats van handelen bij signalen van intimidatie of geweld, er voorkomt”

(c) Elsa B. Mason 

—Minke van Schaik In Nederland is nu ook veel te doen over de “schandpaal”, de trial by media. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

—Ilse Ghekiere “We volgen graag het argument van Em. pr. dr. Dirk Voorhoof, mediarecht en auteursrecht aan de U Gent. Hij stelt dat trial by media te pas en te onpas gebruikt wordt, terwijl het vermoeden van onschuld een begrip is uit het strafrecht. [8] Journalisten moeten zeker rekening houden met het vermoeden van onschuld, maar de pers heeft ook de rol van klokkenluider, vanuit het principe van de persvrijheid. Als de journalistiek zou moeten wachten met het maken van een claim totdat die door het rechtssysteem als juist is bevonden, dan zouden we soms tien jaar moeten wachten. De rol van de journalistiek ligt juist in het bevragen, en dit gaat vooraf aan de rechtspraak. Grensoverschrijdend gedrag bevindt zich daarbij vaak in een juridische schemerzone. Als interne procedures niet werken, worden de slachtoffers niet gehoord, tenzij ze naar de media stappen. Dat is dan de enige mogelijkheid in een dergelijke situatie. Daarbij zijn de mensen die worden aangeklaagd vaak publieke personen, en het bevragen van de manier waarop zij hun functie mogelijk misbruiken, is onderdeel van de taak van de media. Het NRC onderzoek moet daarbij gezien worden als een symbolische case. Het artikel komt over als heel betrouwbare journalistiek, dat is het enige dat ik kan zeggen. Wij zouden bij Engagement niet snel overstappen op name-and-shame technieken, maar wanneer het de enige mogelijkheid is: dan doen wij dat. Over de Instagram pagina Call Out Dutch Art Institutions wil ik graag zeggen dat ik hoop dat de slachtoffers die hun verhalen delen ondersteuning en bescherming krijgen van hun omgeving. Die pagina is een momentopname en komt duidelijk voort uit een sterk gevoel van woede en frustratie. En of het nou juridisch klopt of niet, het laat in ieder geval zien dat andere systemen niet toereikend waren voor de slachtoffers.”

—Minke van Schaik Ik lees online: In ons werk benaderen wij seksuele intimidatie en gendergerelateerd geweld vanuit het perspectief van het intersectioneel feminisme. Hoe doen jullie dat precies? En wat verstaan jullie onder een intersectionele aanpak?

—Ilse Ghekiere “Onze intersectionele aanpak betekent dat wij solidair zijn met iedereen die strijdt tegen seksisme, racisme, validisme (ableism) en discriminatie gebaseerd op seksuele oriëntatie of genderidentiteit en -expressie. Deze aanpak is voor ons heel belangrijk, maar we moeten ook meteen erbij zeggen dat niet elk van deze sectoren binnen onze beweging evenredig vertegenwoordigd is. Dit heeft te maken met het feit dat we volunteer-based zijn; de expertise wordt bepaald door de vrijwilligers die zich engageren. De artikelen en podcasts die wij ondersteunen worden gemaakt vanuit een intersectionele aanpak. Wij proberen zo initiatieven waar deze expertise meer aanwezig is, bij Engagement te betrekken. Hierbij is het van belang om mensen een plaats in te laten innemen, vanuit hun eigen agency. Mensen die vanuit eigen initiatief tegen racisme of ablesm strijden, willen we hulpmiddelen bieden. Wat wij kunnen doen is budget vrijmaken waarmee we mensen kunnen vragen een onderzoek te verrichten binnen hun eigen expertise. Wij willen mensen graag vanuit hun eigen agency laten spreken binnen onze beweging. Vanuit een solidariteit die voorbijgaat aan het symbolische.”

—Minke van Schaik Is het lastig actief te blijven?

—Ilse Ghekiere “Helemaal niet eigenlijk, er is aandacht en initiatief genoeg. Het is juist de vraag hoe we het haalbaar kunnen houden. Voor ons is MeToo nooit gestopt, wij zijn doorgegaan, ook op het moment dat het minder in het publieke debat speelt.”

[1] Zie https://www.engagementarts.be/nl/statement

[2] Het resultaat van dit onderzoek is te lezen op https://www.rektoverso.be/artikel/racisme-en-seksisme-in-het-kunstonderwijs-een-subjectieve-mapping

[3] Deze Zines zijn te downloaden, of te bestellen via https://www.engagementarts.be/nl/tools  

[4] Voor het resultaat van het onderzoek dat deze werkgroep ondernam, zie https://www.rektoverso.be/artikel/scheve-genderbalans-in-de-besturen-van-artistieke-organisaties

[5]Zie https://www.nrc.nl/nieuws/2020/10/30/hoe-een-kunstenaar-carriere-maakt-onder-aanhoudende-beschuldigingen-van-aanranding-en-verkrachting-a4018047

[6] Zie de zelfinspectie tool van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid https://www.zelfinspectie.nl/zelfinspecties/werkdruk-en-ongewenst-gedrag

[7] Zie https://studiumgenerale.artez.nl/nl/agenda/the+roadmap+to+equality+in+the+arts+in+the+netherlands/

[8] Zie ook het artikel:  Voorhoof, Dirk. “Over Persvrijheid, ‘Trial by Media’, En Het Vermoeden van Onschuld.” De Journalist, no. 228, Vlaamse Vereniging van Journalisten, 2020, pp. 23–25

Minke van Schaik
is stagiaire bij Metropolis M

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
nieuwste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 1 — 2021