Earthenware pillow, 1920-1940, Shanxi (China), courtesy gerlach en koop

De allerzonderlingste gewaarwording van om te draaien zonder te bewegen – een gesprek tussen gerlach en koop en Laura van Grinsven

Issue no2
april - mei 2021
#WATGEVENWEDOOR

gerlach en koop maakten Was machen Sie um zwei? Ich schlafe: een tentoonstelling die als één werk beschouwd kan worden. Nauwelijks geopend bij GAK in Bremen werd de deur ervan gesloten. In gesprek met de kunstenaars vindt Laura van Grinsven sporen van het onzichtbare werk in de ruimte tussen het in slaap vallen en het wakker worden. Daar waar er 'heel even een dubbele herinnering aan beide lichamen' is.

—gerlach en koop Je zou met de trein naar Bremen zijn gekomen. Op het station had je gewoon rechtdoor kunnen gaan richting de rivier de Weser. Wij zouden dan van de andere kant richting de brug zijn gelopen, van de linkeroever, de Neustadt, waar ons appartement was. We zouden elkaar al van verre kunnen zien aankomen

—Laura van Grinsven Ons gesprek, dat begon met een artikel voor Metropolis M in 2013, duurt nog steeds voort, in levende lijve, over de mail, steeds preciezer. Gesprek is eigenlijk een te breed begrip, diffractie is beter. We reflecteren niet, spiegelen niet, komen niet tot vaststaande inzichten. We stellen elkaar iets voor waardoor onze denkrichting zich afbuigt als een onderbroken lichtstraal, en zo laten we elkaar keer op keer afbuigen.

—gerlach en koop In 1961 stelt Alberto Moravia Claudia Cardinale voor om haar te interviewen als object in de ruimte. Hij aarzelt, is een beetje zenuwachtig. Hij wil beschrijven hoe ze in ruimte verschijnt, en hoe ze ook weer verdwijnt. Cardinale begint even aarzelend aan haar antwoorden, verrast over zijn voorstel, bijna verlegen. Halverwege breekt het interview in tweeën als hij vraagt: ‘Wat doe je om twee uur?’ ‘Dan slaap ik’, antwoordt zij.‘En om drie uur?’ ‘Slapen’ ‘Om vier uur?’ ‘Slapen’ ‘Om vijf uur?’ ‘Slapen’ ‘Om zes uur?’ ‘Slapen’ ‘Om zeven uur?’ ‘Slapen’ ‘Om acht uur?’ ‘Slapen’ ‘Om negen uur?’ ‘Dan word ik wakker.’ De onverstoorbaarheid van Cardinale tegenover Moravia trof ons. Dichterbij kun je niet komen.

Zie je hoe de constructie van de eerste zin beide namen naast elkaar brengt? Zonder een woord ertussen, enkel een spatie?

—Laura van Grinsven Cardinale ontsnapt uit Moravia’s greep van het concrete. Even twijfelde ik om Google Street View te openen en me digitaal over de brug naar het Gesellschaft für Aktuelle Kunst te bewegen.

—gerlach en koop Halverwege de brug zouden we samen naar beneden lopen, het schiereiland op. Onder de gebouwen zouden we zachter praten vanwege de echo in de tunnel. We zouden de grote glazen entree met de aluminium kozijnen negeren en even later stil blijven staan voor een massieve stalen deur zonder drempel of opstapje die eruit ziet als een nooduitgang.

Het is ook de nooduitgang. Een groot grijs vlak in de muur. Twintig centimeter boven straatniveau. Geen deurklink. Wel een bel.

—Laura van Grinsven Nu de tentoonstelling Was machen Sie um zwei? Ich schlafe nauwelijks toegankelijk was, en het de grote vraag is of dat nog zal veranderen, is haar bestaan spectraal: een onzichtbare, ontoegankelijke aanwezigheid.

—gerlach en koop Er zijn zoveel tentoonstellingen waarover we lezen of horen maar die we niet zien, of half zien, of nog minder zelfs: op de zwarte schermen en schermpjes die doodgaan als we er even niet op kijken. Tentoonstellingen die te ver weg zijn, waar geen tijd voor was, die al voorbij waren voor je erg in had (soms al heel lang).

—Laura van Grinsven Er zijn tentoonstellingen die ik niet zag en toch goed ken, zoals Dylaby in het Stedelijk, Sonsbeek Buiten de perken of When attitude becomes form.

Heeft jullie tentoonstelling een geest? Heeft een tentoonstelling één geest?

—gerlach en koop Het zijn er twee. Vanaf het begin zijn twee werken voortdurend in onze gedachten geweest zonder dat we ooit de bedoeling hebben gehad ze te tonen: Sleep van Andy Warhol en Closed Gallery Piece van Robert Barry—trouwens, wat moet je je eigenlijk voorstellen van het opnieuw tonen van dat laatste werk?

In een oude catalogus vonden we een foto van de dichte deur van een galerie met de reflectie van de fotograaf—misschien was het Seth Siegelaub — bedoeld als documentatie van het werk.

—Laura van Grinsven Sleep zag ik ooit lang geleden in het Stedelijk, in het grote retrospectief Other voices, other rooms in 2007. Destijds heb ik er niet lang en niet precies naar gekeken.

—gerlach en koop Niet de ideale omstandigheden inderdaad voor een film van meer dan 5 uur, of je had alleen daarvoor terug moeten gaan. Aan Sleep wordt zo vaak gerefereerd en je hebt er al zo vaak stills van gezien dat je kunt denken de film te kennen zonder hem echt te hebben gezien. Zo was het voor ons ook tot een paar jaar geleden. We hadden altijd aangenomen dat Warhol net als bij zijn screentests gewoon de camera op de slapende John Giorno had gericht en alleen terugkeerde om de filmrol te verwisselen. Maar zo is het helemaal niet gegaan. Warhol beweegt met de camera rond de slaper en brengt het lichaam onder ongewone hoeken binnen het kader waardoor je niet altijd goed ziet waar je naar kijkt. Het beeld is soms onscherp, de camera zit dicht op het lichaam, en daardoor wordt de compositie bijna abstract. Het slapende lichaam valt in delen uiteen en dat wordt nog eens versterkt doordat de film helemaal niet in een nacht is opgenomen maar een montage is van tientallen opnames uit evenzovele nachten.

De desintegratie van het inslapen en de integratie van het wakker worden zijn bepalende elementen in de tentoonstelling geworden.

—Laura van Grinsven In augustus kreeg ik de uitnodiging in de brievenbus. Een kaart met daarop een aardewerk kussen: een packshot, groenige achtergrond, onbestemde ruimte. De herkomst van het kussen is China, de eerste helft van de twintigste eeuw. Het lijkt mij niet prettig liggen. Zo te zien is het vaak gebruikt.

—gerlach en koop Soms is de vorm van een voorwerp zo gewoon, zo vanzelfsprekend dat je je niet kunt voorstellen dat het er ook totaal anders uit kan zien. Je beseft dat het voort moeten komen uit een andere opvatting over slaap, een andere wijze van slapen.

—Laura van Grinsven De documentatie ligt op mijn bureau voor me: de uitnodiging, het tentoonstellingsboekje en de plattegrond, het boekje met het gesprek tussen jullie en Daniel Gustav Cramer en natuurlijk op mijn computer het digitale fotobestand. Op de plek van de vouw in de plattegrond staat een dubbele wand. Die staat niet getekend, jullie vertelden mij erover. Dat is niet de plek waar ik, had ik de tentoonstelling kunnen bezoeken, was begonnen, die wand was me niet direct opgevallen. Ik was er simpelweg naar toe gelopen, nadat ik door de nooduitgang binnen was gekomen, en dan zou ik gekozen hebben links of rechts ervan de ruimte in te lopen.

—gerlach en koop De smalle leegte tussen de twee wanden, een volume van 662 x 326 x 3 centimeter, snijdt de langgerekte tentoonstellingsruimte dwars doormidden en maakt er twee ruimtes van. We besloten dat je daar, precies op die grens de tentoonstelling binnen zou moeten komen. En dan links de werken die we verbinden aan de ervaring van het in slaap vallen, en rechts die van het wakker worden. De architectuur maakte dat ook mogelijk maar het betekende wel dat de entree moest worden verplaatst naar de nooduitgang.

Voor ons was het belangrijk om het volume ondanks de centrale rol in de tentoonstelling—of misschien juist daarom—niet nader te benoemen. Niet nader dan een vouw in het papier.

gerlach en koop - Was machen Sie um zwei? Ich schlafe - plattegrond recto

—Laura van Grinsven De tentoonstelling is geopend en bijna direct weer gesloten.

—gerlach en koop Er waren nog verrassend veel mensen naar de opening gekomen gezien alle reisrestricties. Iedereen buiten natuurlijk, in de tunnel. Omdat de situatie zo uitzonderlijk was besloten we toch iets te zeggen—ondanks dat we meestal liever op de achtergrond blijven. We spraken over het verdwijnende bed van de uitvinder William Murphy, een bed dat onzichtbaar in de muur kan worden opgeborgen. Een opklapbed, dat in de VS is het een Murphy bed is gaan heten. Uiteraard was ruimtebesparing de bedoeling, maar het gevolg is dat niet alleen het bed verdwijnt uit het dagelijks leven, maar ook de slaapkamer, en daarmee ook de slaap zelf.

De dubbele wand is een verre echo van het Murphy bed.

De Britse wetenschapper Matthew Walker schreef Why we sleep. Veel van de verklaringen cirkelen allemaal rond het idee dat slaap nodig is om dingen in het lichaam te repareren die worden verstoord door wakker te zijn. Zijn boek legt uit waarom slaap zo heilzaam is en nuttig en dat voert automatisch naar de echte onbeantwoorde vraag van zijn boek: Waarom heeft het leven ooit de moeite genomen om wakker te worden? Why We Wake up.

—Laura van Grinsven Jonathan Crary betoogt in 24/7 dat slaap het laatste niet-gecommodificeerde menselijke overblijfsel is. Slaappillen, daar moet ik direct aan denken. Crary gaat het om slaap als keuze, of eigenlijk om niet-slapen als keuze. Zo onderzoekt het Amerikaanse leger een mussensoort die tijdens hun migratie zeven dagen zonder slaap kunnen, met als vooruitzicht soldaten die nauwelijks meer hoeven te rusten en vechten in een oorlog zonder slaap. Niet slapen is ook een venijnig en veel toegepaste marteltechniek. Die wens niet te slapen is eigenlijk een nachtmerrie. Slaap is cultureel gezien impopulair. Slaap is voor watjes. Slecht voor de economie. Ik zwijg ook als ik vroeg naar bed ga.

—gerlach en koop Zodat niemand in huis in de gaten heeft dat je bent gaan slapen? In slaap vervaagt de grens tussen jou en de wereld. Jij bent het niet die slaapt, zegt Jean-Luc-Nancy, maar iets anders dat naar binnen glipt en perfect past in de mal die je bent. Buiten valt de nacht, maar de nacht valt ook binnenin de slaper, die onduidelijk is geworden voor zichzelf.

gerlach en koop - Was machen Sie um zwei? Ich schlafe - plattegrond verso

—Laura van Grinsven Op de tentoonstellingsplattegrond zie ik verwijzingen naar werken van andere kunstenaars. Geen enkel van de nummers verwijst naar een werk van jullie. Begrijp ik daaruit dat de tentoonstelling als geheel als een werk van jullie beschouwd kan worden?

—gerlach en koop Ja.

—Laura van Grinsven De werken zijn nog steeds zichzelf en tegelijk zijn ze als geheel jullie werk.

—gerlach en koop We geven de ruimte ertussen vorm. Het grootste deel van de kunstenaars heeft niet aan slaap gedacht bij het specifieke werk dat we van hen kozen. In de manier waarop we de werken tonen—soms totaal anders dan daarvoor—en met elkaar in verband brengen, wordt er in elk werk iets uitgelicht dat er ook weer in terug kan zinken op het moment dat de tussenruimtes veranderen of verdwijnen.

—Laura van Grinsven Jullie breken het auteurschap open. In eerste instantie voor elkaar. Jullie praktijk is de derde kunstenaar die zich in jullie tussenruimte beweegt. Daar houdt het niet op. Ook de locatie, de collectie, andere kunstenaars, andere denkers, allerlei objecten en vaak literatuur werken mee. De derde kunstenaar gerlach en koop is geen statische instantie, het is een levend organisme dat bestaat omwille van andere invloeden. Ook hier moet ik aan diffractie denken. Jullie zijn niet bang van koers te veranderen, erkennen de ander als mede-auteur van gerlach en koop.

—gerlach en koop Voor ons is het auteurschap eerder vloeibaar geworden. Bij een mede-auteurschap veronderstel je nog dat het ook uit elkaar gehaald zou kunnen worden, maar dat gaat niet.

—Laura van Grinsven Na een diffractie kan je niet meer terugbuigen.

—gerlach en koop Het is alles en niets.

—Laura van Grinsven Juist in het terugdringen van jullie ego uit het werk en de openstelling voor de situatie en voor andere(n) die een uitspraak kunnen doen, is jullie praktijk hoogst politiek. Hoewel de gestes miniem lijken, kan een kleine ingreep een beweging in gang zetten die alles op losse schroeven zet. De deur uit de entree van De Appel halen Denial, (2015), betekende dat niemand de Appel echt binnenging om jullie solotentoonstelling Choses tuées daar te zien. Het hele instituut als vraag.

—gerlach en koop Mark Geffriaud vertelde dat je gedachten worden gereset wanneer je door een deuropening gaat.

—Laura van Grinsven De weerstand die ik voel tegen het bekijken van de digitale foto’s, komt voort uit het format en de situatie waarin ik ze moet bekijken: achter mijn bureau op mijn laptop, in Apple Finder-format. Lang geleden, toen ik jullie werk voor het eerst bij Ellen de Bruijne zag en direct een soort verliefdheid ontwikkelde, lag dat zeker ook in de versnipperde waarneming. De relatie met de ruimte, de vervreemdende objecten, de route die aangetast was door versperringen en natuurlijk de teksten in mijn hand. Kijken, denken, lezen, verbeelden, lachen, tegelijk en door elkaar. En, en, en, … en dan, klopt het allemaal niet meer, dan scheiden de dingen zich van hun vaststaande ideeën, is alles plots absurd en vrijgemaakt voor nieuwe verbindingen. Ik houd van dat moment, als ik het niet meer begrijp.

—gerlach en koop Ja, het lijkt overbodig om te benadrukken dat de tentoonstelling is gemaakt om te ervaren in de fysieke tentoonstellingsruimte—in al zijn uitgestrektheid, maar dat is steeds minder vanzelfsprekend.

Tegelijkertijd namen we in het tentoonstellingsboekje een bestaande tekst op van Jean-Luc Moulène waarin hij zegt dat het idee van een publiek hem helemaal niet zo aanstaat, dat het uit marketing voorkomt, dat hij al blij is wanneer er een of twee toeschouwers zijn waarin de objecten resoneren, in lichaam of hoofd. Over begrip maakt hij zich geen illusies omdat dat buiten het werk om ontstaat. Of niet. Hij stelt er in voor om zijn tentoonstelling te sluiten op het moment dat ze af is. In een van zijn zinnen brachten we een kleine verandering aan waardoor zijn tekst over onze tentoonstelling kon spreken: ‘We would like for these objects to be considered for what they are and what they say to each other, and not because we chose them.’

—Laura van Grinsven Kiezen deden jullie ook in het Bonnefantenmuseum, uit de collectie. Het is niet alleen kiezen, het is ook ver-maken. Voor een werk om in jullie tentoonstelling te komen, of voor een gekozen object, woord, citaat, om deel van jullie werk te worden, moet het zich door jullie laten afbuigen.

—gerlach en koop Om de zin van Moulène logischerwijs te laten kloppen hoefden we alleen het enkelvoud te veranderen in meervoud en ‘maken’ in ‘kiezen’. Moulène verzwakt het belang van maken en via hem verzwakken wij het belang van kiezen. Dat kloppend maken gaat vooraf aan de betekenis die haast vanzelf voor je ogen opdoemt en je kunt denken: ja, zo is het.

—Laura van Grinsven Ik herinner me het werk Shoe Shine (2004) van Francis Alÿs dat jullie daar toonden. Jullie koppelden - uiteraard in overleg met de kunstenaar - het geluid los van het beeld. In de zalen was het schoenpoetsgeluid te horen; heel onbestemd zo zonder beeld. Normaliter is in geluid het ding heel nabij, je hoort het object meer dan het geluid zelf. Het raam slaat dicht. Nu was dat niet zo. Het beeld van de schoenenpoetser was alleen te zien op een scherm in de meldkamer, ontoegankelijk voor de toeschouwers van de tentoonstelling. Een curator zou zich daar nooit aan wagen.

—gerlach en koop Waarschijnlijk heb je gelijk, maar voor ons is het kunstmatig om onderscheid te maken tussen kunstenaar en curator. Hoe iets wordt getoond, waarom het wordt getoond, in welke context enzovoort, het nadenken daarover is gewoon al heel lang een onderdeel van het kunstenaarsschap en niet voorbehouden aan curatoren. En de stap van eigen werk naar werk van anderen is niet zo groot, zeker binnen een samenwerking (want wat is dan eigenlijk eigen werk?)

—Laura van Grinsven De gelijktijdigheid van de gebeurtenis van de tentoonstelling die zich normaliter in een keer aan de toeschouwers opdringt, valt in dit gesprek onvermijdelijk uiteen in fragmenten. De realiteit van de tentoonstelling is spectraal, in deze tekst waart hij rond, in onze woorden en zinnen die van richting veranderen.

Empty Room van Daniel Gustav Cramer is een kamer in een huis in Japan die voor de duur van jullie tentoonstelling is leeggemaakt en afgesloten. In het boekje met dezelfde titel is een gesprek afgedrukt dat jullie met hem hadden, er zit een ansichtkaart in met een foto van de weg ernaar toe. Bezoekers van de tentoonstelling en de lezers van het boekje kunnen zich alleen een voorstelling van die ruimte maken. Hoe zou het daar ruiken? Wat is temperatuur? Zou er stof op de grond liggen of een dode vlieg op het kozijn? Op het moment dat de tentoonstelling in het GAK sluit, wordt de ruimte in Japan weer geopend en zal die zich vullen met meubels, bewoners en leven.

—gerlach en koop Op een nacht droomt Frederik van Eeden dat hij op zijn buik in de tuin ligt. Maar hij weet ook zeker dat hij droomt en in werkelijkheid rustig in zijn bed ligt, op zijn rug. Hij besluit zo geleidelijk mogelijk wakker te worden om te kunnen observeren hoe het gevoel op je buik te liggen overgaat in het gevoel op je rug te liggen. Vlak voordat hij helemaal wakker is komt ‘de allerzonderlingste gewaarwording van om te draaien zonder te bewegen.’ Heel even is er een dubbele herinnering aan beide lichamen.*

* Frederik van Eeden, Dromenboek, pagina 83, geciteerd door Douwe Draaima in De dromenwever, pagina 98

Laura van Grinsven
is kunsthistoricus en filosoof

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
nieuwste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 2 — 2021