Sara Sejin Chang (Sara van der Heide), Four Months, Four Million Light Years (2020) © de kunstenaar

In gesprek met Sara Sejin Chang (Sara van der Heide) over haar nieuwe film 'Four Months, Four Million Light Years' (2020)

Issue no4
aug - sep 2021
Onbeperkt toegankelijk & Eindexamens 2021

Wij spraken met Sara Sejin Chang (Sara van der Heide) over haar nieuwste film die ingaat op de internationele adoptiepraktijk. Vanaf vandaag is de film te zien bij Argos in Brussel in het kader van Kunstenfestivaldesarts.

Twee glazen bronwater op een klein terrastafeltje en een ondergaande zon. Sara Sejin Chang (Sara van der Heide) en ik spreken elkaar op de hoek van het Vossenplein in Brussel, waar ze sinds enkele jaren deels woont en werkt. Op dit moment (het interview vindt plaats in 2020) legt ze de laatste hand aan de montage van haar nieuwe film Four Months, Four Million Light Years (2020). Een film, zo legt ze uit, ‘die de koloniale narratieven achter hedendaagse interlandelijke en interraciale adoptie bevraagt’. De filminstallatie beleefde haar première tijdens de Biënnale van Berlijn en is nog te zien 15 mei t/m 18 juli bij Kunstenfestivaldesarts en ARGOS in Brussel.

Chang verwierf als Sara van der Heide bekendheid als schilder, verdween vervolgens deels uit Nederland, veranderde haar naam en is momenteel vooral werkzaam vanuit Brussel. Haar werk is de laatste jaren te zien geweest op een aantal internationale biënnales. ‘Rond 2010’, vertelt ze, ‘creëerde ik de ruimte om andere manieren van werken te verkennen: films, installaties, werken met tekst. Het werd een periode van herijken, herzien, experimenteren en het ontleren en ontleden van methodes.’ Ze legt uit dat de opleidingen die ze genoot zeer traditioneel waren: ‘wit, eurocentrisch, heteronormatief en objectgericht, met weinig ruimte voor betovering. Er wordt vaak gedacht vanuit een rationele modernistische benadering waarbinnen mensen van kleur altijd de ander zijn en gereduceerd worden tot de marge. Als je jezelf niet terugvindt binnen deze zeer exclusieve normering dan is er een grote kans dat je afhaakt, wat helaas bij te veel kunststudenten van kleur gebeurt. Black en queer feministische kunsttheorie wordt nu wel onderwezen, maar nog altijd door dezelfde witte docenten.’

Sara Sejin Chang (Sara van der Heide) koos ervoor om, net als andere geadopteerden, de Koreaanse naam die ze de eerste vier maanden van haar leven droeg opnieuw te gebruiken. ‘Geadopteerden van kleur, vaak uit voormalige koloniën van de ontvangende adoptielanden, worden niet alleen weggehaald bij hun moeder en familie, vaak wordt hen ook hun naam afgenomen.’ En deze naamsverandering staat voor meer dan een woord, benadrukt Chang. ‘Het is de verbinding met een culturele identiteit die is doorgesneden, met mensen op wie je lijkt, met het land van geboorte.’

Deze realiteit speelt een grote rol in Changs werk. In The Mother Mountain Institute (2017-heden) wil Chang de moeders aan het woord laten die in het adoptieproces onzichtbaar zijn gemaakt en bijgaand de ontmenselijking belichten die internationale en interraciale adoptie kenmerkt. Chang brengt verhalen bijeen van moeders die gedwongen hun kind hebben moeten afstaan. In de beschrijving kiest ze er bewust voor om het woord ‘biologisch’ te vermijden. ‘Het gaat hier om moeders, om mensen, om meer dan alleen hun lichaam. Het gaat over moeders die een kind zijn verloren en hun hele leven hun kind zijn blijven zoeken.’ Het werk bestaat uit een beschilderde houten ruimte waarin een rode en gele bal langzaam om elkaar heen draaien. Het geheel doet denken aan het universum. De bollen lijken elkaar als planeten af te stoten, dan weer aan te trekken en elkaar zo nu en dan te treffen, ‘als de zon en de maan, als moeder en kind die om elkaar heen draaien’. Voor The Mother Mountain Institute interviewde Chang onder andere een moeder uit Bangladesh wier kind in 1975, onder valse voorwendselen, werd afgenomen door de Nederlandse afdeling van Terre des Hommes. Net als duizenden andere kinderen uit Bangladesh werd haar zoon verkocht aan adoptieouders in Nederland.

Geadopteerden van kleur, vaak uit voormalige koloniën van de ontvangende adoptielanden, worden niet alleen weggehaald bij hun moeder en familie, vaak wordt hen ook hun naam afgenomen

Sara Sejin Chang (Sara van der Heide), Mother Mountain Institute, 2016-voortdurend, geluidsinstallatie, (10 min) tekeningen

 

Uit de beschrijving maak ik op dat ik haar nieuwe film, Four Months, Four Million Light Years (2020), het beste kan begrijpen als het doortrekken van deze verhaallijn, met een specifieke focus op de wijze waarop Korea historisch en in koloniaal opzicht door Nederland is neergezet. Chang wilde weten ‘welke raciale en infantiliserende beschrijven ten grondslag liggen aan de grote aantallen verplaatsingen vanuit onder meer Azië naar Europa en Amerika, oftewel transnationale en transraciale adoptie’. Tijdens haar onderzoek stuitte ze op een fragment uit 1967 van het televisieprogramma Mies en scène, gepresenteerd door Mies Bouwman. Schrijver en gast Jan de Hartog predikt daarin, ruim tien jaar na het einde van de Koreaanse oorlog (1950-1953), dat kinderen van Koreaanse moeders en VN-soldaten geen toekomst zouden hebben in hun geboorteland. Ze zouden worden gediscrimineerd en worden verstoten door hun familie. Het fragment ontketende een ware adoptiegolf in Nederland. Adoptie werd, en wordt nog steeds, vaak gezien als een daad van menslievendheid die kansarme ‘weeskinderen’ een toekomst schenkt. Maar veel geadopteerden waren en zijn geen wees, benadrukt Chang. ‘De tweehonderd- tot driehonderdduizend kinderen die Korea hebben verlaten vanaf de jaren zestig zijn geen oorlogswezen. Op de Nederlandse televisie is echter bij herhaling een barbaars en negatief beeld neergezet over Korea en de manier waarop er daar voor kinderen zou worden gezorgd.’ De vraag naar adoptiekinderen overstijgt vanaf de jaren zeventig al snel het daadwerkelijke aantal weeskinderen, wat leidde tot een illegale internationale adoptiemarkt. ‘Kinderen worden, tot op de dag van vandaag, op papier wees gemaakt om aan de vraag in het westen te voldoen. De kinderen die hier in groten getale naartoe zijn gekomen, hebben vaak nog familie in het land van herkomst en zijn moedwillig weggehaald bij hun moeder, hun familie en hun vertrouwde omgeving.’

De kinderen die hier in groten getale naartoe zijn gekomen, hebben vaak nog familie in het land van herkomst en zijn moedwillig weggehaald bij hun moeder, hun familie en hun vertrouwde omgeving

Sara Sejin Chang (Sara van der Heide), Four Months, Four Million Light Years (2020) , installatie Berlin Biennale

Sara Sejin Chang (Sara van der Heide), Four Months, Four Million Light Years, 2020, still

Sara Sejin Chang (Sara van der Heide), Four Months, Four Million Light Years, 2020, still

 

Chang hoopt dat Four Months, Four Million Light Years mensen tot nieuwe inzichten kan brengen, maar het is ook een film gemaakt door en voor geadopteerden. ‘Het is belangrijk dat geadopteerden hun eigen verhaal laten horen.’ De film is enerzijds feitelijk en historisch en leunt anderzijds sterk op spirituele motieven. ‘Het speelt met verschillende temporaliteiten.’ Chang noemt de film een ‘sjamanistische en voorouderlijke tijdreis waarin lineariteit oplost. Het plaatst hedendaagse adoptie in een lijn met een voortdurend imperialisme en een gewelddadige koloniale geschiedenis waarin mensen van kleur uit animistische en sjamanistische culturen worden afgebeeld als inferieur en barbaars, een geschiedenis waarin inheemse kinderen tot “beschaafden” moeten worden opgevoed.’

De vertelling vertrekt vanuit hedendaags Nederland en reist daarna terug in de tijd via de deelname van 3418 Nederlandse soldaten aan de Koreaanse oorlog tot aan vroege Nederlandse beschrijvingen van mensen in Azië. Het uitgangspunt is de koloniale prent Shaman oftewel een Duivelspriester in ’t Tungoesen Lant (1692), de eerst gekende (en geracialiseerde) afbeelding van een sjamaan, van de Nederlandse VOC-bestuurder Nicolaes Witsen. Voor de film is ze naar hetzelfde gebied afgereisd. ‘Ik heb daar de afgebeelde Darghad sjamanen, die al duizenden jaren ononderbroken met voorouderlijke en lokale spirits werken, om healing gevraagd.’

In een poging om een idee te schetsen wat we kunnen verwachten, legt Chang uit dat de film zich het beste situeert tussen verschillende genres: ‘een kunstenaarsdocumentaire, een visueel gedicht, zelfgemaakte muziek, geprojecteerde tekeningen die visioenen voorstellen. Het gaat uit van de kosmologische overtuiging dat geen onderscheid is tussen dood en leven, tussen materialiteit en immaterialiteit. En dat alles met elkaar verbonden is.’ In lijn met de Koreaanse sjamanistische traditie nam Chang samen met twee andere Koreaans geadopteerden Koreaanse liederen op waarin voorouders hun liefde en steun uitspreken aan een imaginaire geadopteerde die op het punt staat geboren te worden. ‘Het kunstwerk’, legt ze uit, ‘werkt in dat opzicht als een vorm van heling door opnieuw de connectie op te roepen tussen familie, voorouders en het land van geboorte. Een verbinding die zo bruut en hard is doorgesneden en altijd deel zal blijven uitmaken van de geadopteerde. Alleen al de erkenning van deze verbinding is vaak helend.’

Een verbinding die zo bruut en hard is doorgesneden en altijd deel zal blijven uitmaken van de geadopteerde

Je zou kunnen beargumenteren dat in Changs werk persoonlijke verhalen als een soort algemene ingang fungeren om verschillende dimensies van de actualiteit te verkennen. Neem Brussels, 2016 (2017), een film die Chang begin 2016 maakte tijdens haar residentie in Wiels. De film is opgezet als een videobrief, gericht aan de onbekend gebleven moeder van de kunstenaar. Chang filmt haar omgeving, Brussel, het alledaagse leven, terwijl ze voorleest aan haar moeder. Tegelijkertijd probeert ze met deze film ook ‘de subtiele patronen van uitsluiting bloot te leggen waarmee Belgen en Nederlanders van kleur stelselmatig worden neergezet als de periferie of de marge’. In de film vertelt Chang dat ze in België feitelijk de vreemdeling is geworden die ze zich in Nederland haar hele leven heeft gevoeld. De opzet doet denken aan Chantal Akermans News from Home (1977), met als cruciaal verschil de geadresseerde: Changs woorden zijn gericht aan een onbekend gebleven moeder, terwijl de brieven die Akerman van haar moeder ontving wat dat betreft eerder doen denken aan een hedendaagse generatie welvaartskinderen op zoek naar onafhankelijkheid – een geprivilegieerd verschil? Uiteindelijk is Brussels, 2016 wat betreft Chang een poging om via haar dagelijkse en persoonlijke omgeving de automatismen waarmee queers en mensen van kleur een plek in de samenleving krijgen toegewezen, open te leggen. ‘Het gaat wellicht over de vraag wie zeggenschap en medezeggenschap heeft over wat wel en niet tot een curriculum, een canon, een nationaliteit of een groepering behoort.’

Sara Sejin Chang (Sara van der Heide), 'Brussels, 2016’, 2017, film, 33 min, color, sound

Sara Sejin Chang (Sara van der Heide), 'Brussels, 2016’, 2017, film, 33 min, color, sound

Het lijkt typerend voor Changs werk om via een poëtische vertelling prangende vragen aan te snijden: het nodigt mij als toeschouwer uit om voorbij de oevers van de verbeeldingskracht sommige vanzelfsprekendheden te herzien, beladen onderwerpen niet te schuwen, mijn eigen privileges te herkennen en te bevragen én ze een plek te geven.

EEN IETS ANDERE VERSIE VAN DEZE TEKST VERSCHEEN IN METROPOLIS M - NUMMER 5 2020 WAT IS NEDERLAND - STEUN METROPOLIS M, NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET NIEUWSTE NUMMER GRATIS OP. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

Sara Sejin Chang (Sara van der Heide), Four Months, Four Million Light Years, 2020 is van 15 mei t/m 18 juli bij Kunstenfestivaldesarts en ARGOS in Brussel te zien; het werk is aangekocht door het Van Abbemuseum

Bas Blaasse
is schrijver en maakt films

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
nieuwste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2021