Charly van Rest, 'UPIN' (1982), met Peter Redert bij Lantaren Rotterdam

De maker achter de maker – Charly van Rest over goed kijken en luisteren

Issue no4
aug - sep 2021
Onbeperkt toegankelijk & Eindexamens 2021

Kunstenaar en geluidsvakman Charly van Rest is winnaar van de eerste Maker achter de Maker Award, die onlangs is uitgereikt door het Mondriaan Fonds en Kunstinstituut Melly. Nele Brökelmann ging bij hem op bezoek in zijn studio in Rotterdam en sprak met hem over zijn bijzondere carrière in en om de kunst (en geluid).

Nadat hij in 1972 aan de Rotterdamse academie afstudeerde als kunstenaar, bleef Charly van Rest zijn liefde voor techniek volgen, om deze steeds dieper te doorgronden. Rond 2000 liet hij zijn eigen kunstpraktijk los om Silent M Studio op te zetten: een studio van waaruit hij kunstenaars en filmmakers helpt bij hun projecten, geluid- en muziek voor computerprogramma’s en soundscapes voor tentoonstellingen maakt. Ondertussen beschikt hij over een uitgebreide geluidsbibliotheek en staat in zijn zelfgebouwde ruimte een mooie verzameling aan apparatuur opgesteld. Ik spreek hem tussen meerdere schermen en computers, midi-controllers, oude en nieuwe opname apparatuur en een uitgebreide verzameling LP's en CD's. Een deel van het prijsgeld heeft hij ingezet om een effect- en een bijzonder compact cassette-apparaat te kopen. Hoe is Van Rest dé geluidsvakman geworden?

—Nele Brökelmann Ik neem aan dat je een bepaalde fascinatie voor geluid hebt om zo’n studio op te zetten. Hoe ben je aan het geluid voor films maken begonnen en heb je ervoor ook al met geluid gewerkt in je eigen kunstenaars praktijk?

—Charly van Rest ‘In 1997 heeft Lydia Schouten me benaderd om geluid en muziek bij haar film Songs of Innocence te maken. Toen heb ik apparatuur gekocht om het meteen professioneel aan te kunnen pakken. Uiteraard was dat niet het begin van mijn interesse in geluid én muziek. In de jaren 1970 en begin 1980 maakte ik performances, waarvoor ik mixen maakte van bestaande muziek. Daarvoor had ik twee draaitafels en een Nakamichi cassetten-recorder gekocht om de soundscapes voor de performances op te kunnen nemen. In die tijd begon iedereen om me heen muziek en geluid te maken, en het zelf ook op te nemen. Van 1980 tot 1983 zat ik bijvoorbeeld in een band, een New Wave groep genaamd MU. Ik heb elektronische percussie gespeeld o.a. met ritme- boxen en effect apparaten. Ondertussen nam ik al onze Jam sessies op.’

Charly van Rest, 'The Silent Embassy' (1981), met twee Nakamichi's & Roland Chorus Echo

—Nele Brökelmann Is dat ook het moment wanneer je deze geluidsstudio heb opgezet?

—Charly van Rest ‘Nee, deze ruimte kwam rond 2000 vrij en dat was het moment waarop ik besloot het geluid maken professioneel aan te pakken. Ik was een beetje moe geworden van de beeldende kunst na 35 jaar alleen maar daarmee bezig te zijn. Ik had met alle technieken, behalve schilderen, geëxperimenteerd. Na de opdracht van Schouten heeft Karel Doing me het jaar erop gevraagd om geluid bij een van zijn films te maken. Uiteindelijk heb ik vijf of zes van zijn zwart-wit super-8 films afgemixt. Door deze opdrachten kreeg ik ineens weer enorm veel plezier in het maken van geluid. Ik was met muziek maken gestopt omdat het moeilijk te combineren is met kunst, toen ik deze geluidsstudio heb opgezet ben ik wederom met kunst maken gestopt. Tot dit jaar: na 20 jaar heb ik weer een object gemaakt! En ik heb plannen het te integreren in een installatie – het zal een Gesamtkunstwerk worden, waarin ik alles wat ik aan techniek beheers in één installatie combineer: geluid/muziek, objecten, en film/dia-projectie.’

—Nele Brökelmann Kun je wat meer over dit nieuwe werk vertellen? Hoe ben je eraan begonnen?

—Charly van Rest ‘Ik ben begonnen met de muziek, die ik "mu-scapes" noem, afgeleid van ‘muziek’ en ‘soundscapes’, en heb de objecten naar aanleiding van de muziek en de verhalen gemaakt. Het eerste verhaal gaat over een Italiaanse ornitholoog rond 1700, genaamd Vittorio Bombelli. Toen hij voor het eerst spreeuwen zag zwermen vond hij dat zo wonderlijk dat hij zich ging verdiepen in hoe vogels samen kunnen vliegen zonder tegen elkaar op te botsen. Het tweede verhaal speelt zich af in Japan rond 1930. Tami Motozo is een zeewierverbouwer en omdat zijn oogst is mislukt focust hij zich op zijn hobby: bonsai-bomen kweken. Het derde verhaal zal over een dame gaan en zich afspelen in het hedendaagse Afrika. Alle drie verhalen zullen twee mu-scapes hebben: de eerste is steeds het voorspel dat de beginsituatie beschrijft en de tweede laat horen hoe de objecten worden gemaakt. Bombelli maakt een houten vogelsculptuur dat kan bewegen, waarvoor ik technieken heb gebruikt die hij rond 1700 had kunnen hebben. Motozo maakt een bonsai-corset om diens stam te beschermen, ik had al tijdens mijn tijd op de akademie een boom-corset gemaakt dat natuurlijk een stuk groter was. Voor het derde object heb ik ook al een idee, maar dat heb ik nog niet uitgewerkt. In ieder geval heb ik zo drie verschillende lagen en narratieven die ook fysiek terug zullen komen. De installatie zal bestaan uit drie uitgelichte objecten, met daarachter de speakers en daarachter het scherm met de video of diaprojectie.’

Charly van Rest - Boom corset (1971)

—Nele Brökelmann Hoe beïnvloedt het werken met anderen je eigen praktijk?

—Charly van Rest‘Het is me opgevallen dat ik beter werk maak als een kunstenaar met een kwalitatieve en interessante installatie of film bij mij komt. Als ik het werk niet zo interessant vind gaat mijn proces ook wat moeizamer. Door het werken voor anderen wordt mijn kennis van techniek steeds beter en beïnvloedt het daardoor ook mijn eigen werk. Zo kan ik de geluiden in mijn geluidsbibliotheek nu blijven bewerken en kneden totdat het past bij het beeld.’

—Nele Brökelmann De kunstenaars die je hebben genomineerd benadrukten hoe blij ze met je waren door de manier waarop je met hun meedenkt. Wat valt je het meest op bij kunstenaars producties?

—Charly van Rest ‘Wat me door de jaren heen is opgevallen is dat films van kunstenaars vaak stranden als het aankomt op het geluid: dat hangt er meestal wat bij, terwijl het beeld vaak heel professioneel geproduceerd is. Ik zie bijvoorbeeld vaak dat het geluid te zacht is, of dat er windvlagen doorheen zitten. De geluidslevels van film zijn gestandaardiseerd, ook voor het internet. Als je dat niet weet, dan eindig je meestal met een te zacht geluid. Akoestische gaten zijn een andere grote fout die ik veel tegenkom: die ontstaan wanneer een film ineens helemaal stilvalt. Die stille momenten kun je beter vervangen door geruis: anders kan het heel vervreemdend en eng werken voor de toeschouwer. Er is altijd al geluid aanwezig: van jezelf, je apparatuur, ventilatie in de verte of andere omgevingsgeluiden.’

—Nele Brökelmann Volgens mij maak je de foley ook zelf, maak je dat voornamelijk met synthesizers of ook met echte objecten?

—Charly van Rest ‘Nee, ook met objecten. Om bijvoorbeeld het geluid van voetstappen te maken legde ik grind, stenen of plastic op de vloer om er dan met blik op het beeld overheen te lopen. Door de jaren heen heb ik een verzameling aan geluiden opgebouwd, waardoor ik nu een uitgebreide bibliotheek heb. Daar zit eigenlijk alles in wat ik nodig heb. Verschillende soorten wind bijvoorbeeld: wind in de bergen, wind in de bergen in de winter, wind op laag land in de lente. Bij de laatste zitten er ook vogels in, terwijl de wind in de winter heel stil is. Ik heb ook nep-wind, gemaakt om bijvoorbeeld iets van emotie in een beeld te krijgen. Ik noem het wind die klinkt als een holle buis, wind die je normaal niet kunt gebruiken, maar in een fantasiewereld of animatie wel.’

‘Als kunstenaar word je met name getraind in het visuele en daardoor ga je steeds beter kijken. Voor geluid werkt het precies hetzelfde: als je niet getraind bent in geluid dan hoor je bepaalde dingen niet'

Charly van Rest in zijn studio - foto de auteur

—Nele Brökelmann Hoe kijk je tegen de verschillen en overeenkomsten tussen audio- en visueel werk aan?

—Charly van Rest ‘Als kunstenaar wordt je met name getraind in het visuele en daardoor ga je steeds beter kijken en ook beter begrijpen. Je leert dat het belangrijk is om naast het geheel ook de details te kunnen zien. Ik heb vroeger veel tekeningen met huisstof gemaakt, daardoor ben ik gewend om heel kleine details te zien. Mijn gezichtsvermogen is daardoor scherp ontwikkeld, waardoor ik het totaalbeeld beter kan zien. Voor geluid werkt het precies hetzelfde: als je niet getraind bent in geluid dan hoor je bepaalde dingen niet. In audio-visueel werk komen zoveel disciplines bij elkaar. En dan heb ik het niet alleen over het geluid. Kunstenaars verkijken zich er soms op dat elk onderdeel van een filmproductie een eigen specialisme is. Editing, costuum, choreografie: dat allemaal zelf goed doen is best moeilijk. Maar als de twee zintuigen kijken en luisteren goed ontwikkeld zijn, heb je de film eigenlijk al bijna in je zak. Dat zijn de technieken waarmee het uiteindelijk allemaal ontstaat.’

Nele Brökelmann
is beeldend kunstenaar en momenteel stagiaire bij Metropolis M

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
nieuwste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2021