Roosegaarde en Rodin

Issue no5
okt / nov 2017
REMIX

Rodin bewijst het al een hele tijd: kunstenaars varen wel bij een persoonsgebonden mythologie die aan elke nieuwe tijd moet kunnen worden aangepast. Waarom gaf Daan Roosegaarde in een TV-uitzending de regie over zijn kunstenaarschap uit handen? En wat rest hem nu te doen?

Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat kunstenaar Auguste Rodin overleed. Dat is een mooi moment om hem uit te nodigen voor College Tour. Rodin heeft een goed profiel voor het programma: een beroemd kunstenaar met baanbrekend werk. Wat hem extra bijzonder maakt is dat hij bij leven al onsterfelijk was en dat na zijn dood ook is gebleven. Alle gasten van College Tour haken op de een of andere manier naar uitzonderlijkheid, maar geen van hen is ooit zover gekomen. De enige vraag die Twan Huys dan hoeft te stellen is: Onsterfelijkheid, hoe doe je dat?

Rodin belichaamt een kunstenaarsmythe waarin genialiteit niet alleen tot uiting komt in het werk, maar ook in het leven van de kunstenaar. Het Musée Rodin cultiveert vandaag de dag een persoonlijkheidscultus waar Rodin bij zijn leven zelf actief aan bijdroeg. Het bijzondere van de mythe van Rodin is dat die zich in de eeuw na zijn dood een aantal keren heeft weten aan te passen aan de tijdgeest. Na de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld werd hij opnieuw uitgevonden als voorloper van het modernisme, terwijl hij er zelf een bloedhekel aan had.

Van Rodin bestaat slechts drie minuten bewegend beeld, gefilmd in 1915, twee jaar voor zijn dood. Voor de camera hakt hij, anderhalve minuut, op aanwijzingen van de regisseur. In werkelijkheid liet hij dat aan assistenten over.

Het fascinerende is dat de mythe van Rodin zo’n omslag in de beeldvorming toelaat. Dat komt omdat mythes veranderlijk van aard zijn, tegen het leugenachtige aan. Onsterfelijkheid bestaat immers niet, maar als geloofsconstructie zijn ze legitiem. Kunst is geloof verpakt als ambacht.

Kunst is geloof verpakt als ambacht

Dat kunstenaarsmythes tegenstellingen in zich verenigen zie je ook bij een recente gast van College Tour. Daan Roosegaarde, Kunstenaar van het Jaar, liep gekrenkt weg na herhaalde kritische vragen over zijn werkwijze. Hij zou pronken met andermans veren. De vraag of dat legitiem was of niet wordt sindsdien gesteld in talkshows en op opiniepagina’s, maar interessanter is de onderliggende tegenstelling in de mythe van Roosegaarde.

Het kunstenaarschap van Roosegaarde is modern. Hij staat aan het hoofd van een onderneming met vestigingen in Nederland en Shanghai en zijn werk is zonder meer innovatief. Hij werkt samen met wetenschappers, planologen en ministeries. Of de resultaten kunst zijn of iets anders maakt Roosegaarde niet uit, hij wil de wereld beter maken. Hij trekt de toekomst naar zich toe en reikt ons de middelen aan om die te ervaren.

Deels zijn het echte uitvindingen met een enorme wow-factor. Een machine die smog omtovert in frisse lucht en juwelen, dat las je voorheen alleen bij Willie Wortel. Roosegaarde maakt het mogelijk. Maar in het enthousiasme dat zijn werk teweeg brengt herken je ook de mythevorming. Er is bij het publiek een enorme behoefte om in zo’n soort vooruitgang te willen geloven en dat zorgt – hier is de tegenstelling – voor een persoonlijkheidscultus, op het romantische af.

Als voorwerp van een dergelijke cultus lijkt Roosegaarde sterk op Rodin, ook omdat hij de aandacht voor zijn persoon zelf voedt. Hij doet dat met topoi, bouwstenen waaruit elke kunstenaarsmythe is opgebouwd. Je herkent ze doordat ze vaak en makkelijk herverteld kunnen worden als bewijs van uitzonderlijkheid. Het viel me voor het eerst op in Zomergasten toen Roosegaarde vertelde dat hij als student in een boekwinkel werkte én sliep, op een matrasje in het gangpad bij alle grote Russische schrijvers. Daarin herken je de topos van contact met grote meesters uit voorgaande eeuwen. Rodin plaatste zichzelf in dezelfde lijn met Michelangelo en Donatello. Een andere topos is de vaker terugkerende uitspraak ‘Ik was eerder verliefd op plekken dan op meisjes,’ als voorbeeld van verhoogde gevoeligheid die zich al op jonge leeftijd manifesteert. Ook Rodin had zulk soort uitspraken paraat over zijn vroege jeugd.

Als je het zo opschrijft hangt er al snel een zweem van leugenarij over het slachtoffer, maar het is ingewikkelder dan dat. Een kunstenaarsmythe is een afspraak die van twee kanten in stand gehouden wordt. Het genie en zijn bewonderaars leven in een double bind. De mythe wordt gevoed, maar ook getest. De behoefte aan mythevorming uit zich om de zoveel tijd in een behoefte aan ontmaskering. College Tour ontleent haar bestaansrecht aan deze dynamiek. De hele zaal en de kijkers thuis geloven in de mythe van Roosegaarde. Er is veel plek voor hommage, maar de lakmoesproef voor de mythe ligt in de kritiek. Die verfrist het beeld van de kunstenaar zodat het in een collectieve behoefte kan blijven voorzien.

De behoefte aan mythevorming uit zich om de zoveel tijd in een behoefte aan ontmaskering

Elke tijd zoekt een eigen variant op de kunstenaarsmythe. Dat Roosegaarde het zo goed doet ligt niet alleen aan het wenkende perspectief dat hij biedt met zijn werk. Hij vult ook het gat dat met de draconische cultuurbezuinigingen van 2011 geslagen werd. Het ging toen niet alleen om minder geld, de maatschappelijke rol van de kunstenaar moest ook veranderen. De VVD wilde marktwerking en zelf de broek ophouden, gedoogpartner PVV zette kunstenaars weg als subsidieslurpers en linkse hobbyisten. Roosegaarde voldoet precies aan het profiel dat sindsdien dominant is. Aan kunst in de publieke ruimte kleefde voorheen iets bevoogdends, het moest op zijn minst iets kritisch bevragen. Bij Roosegaarde is feelgood uitgangspunt van ieder ontwerp. Hij zal beslist nog subsidies krijgen, maar daar hoor je niemand over, hij oogt als een economisch gezonde ondernemer en dat straalt af op zijn kunstenaarschap.

Het meest verrassende is eigenlijk hoe naadloos die verschuivingen gaan. Even is er een breukvlak, maar de kunst heeft zelfherstellend vermogen. Altijd staan er kunstenaars op die zich weten te plooien naar de vragen van hun tijd. Alleen daarom al verdient Roosegaarde krediet, omdat hij zijn tijd belichaamt. Hij verovert nieuw terrein voor de kunst door zijn werk los te maken van dat oude woord. Wat maakt het uit of het nog kunst heet? Nieuwe definities wachten.

Of Rodin op zijn honderdste sterfdag in College Tour veel over dat mythisch geladen kunstenaarschap kan of wil zeggen is de vraag. Net als Roosegaarde heeft hij belang bij het in stand houden van zijn eigen mythe. Zoon van de romantiek. Vader van het modernisme. Grootvader van het postmodernisme. Overgrootvader van de beeldvorming. Dat laatste is wat hem nu interessant maakt, omdat onze cultuur er meer dan ooit door bepaald wordt. De mythe van Rodin is er sterk genoeg voor. Hoe het Roosegaarde zal vergaan hangt na College Tour vooral van hemzelf af.

Roosegaarde maakt zich in heleboel opzichten los van de kunst, maar aan één ding blijft hij vasthouden: een persoonsgebonden kunstenaarschap. Dat wringt. Ergens in het nieuwe veroverde terrein ligt de kwestie hoe je omgaat met andermans kundigheid. Dat is geen nieuwe problematiek. Rodin leunde ook op vakmanschap van anderen. Zijn marmeren beelden behakte hij niet zelf, zijn handtekening werd door assistenten geplaatst, maar toch kwam hij ermee weg. Voor Roosegaarde ligt het nu anders. Op het moment dat hij in College Tour wegliep verloor hij de regie over zijn eigen beeldvorming. Met een helder antwoord op de vraag hoe samenwerking en toe-eigening passen in een individueel kunstenaarschap was hij zelf aan de bal gebleven. Het is een interessante ontwerpvraag hoe je die schade weer kan herstellen.


Arnoud Holleman is schrijver en kunstenaar en woont in Amsterdam. Eind dit jaar verschijnt Ik en Rodin, waarin hij de mythe van Rodin gebruikt als spiegel voor de kunst van nu. www.arnoudholleman.nl

Klik HIER om het hele filmpje van Rodin in zijn atelier te zien

Comments
Posts 1 — 10 / 13
1 2 >
01 maart 2016
Camiel van Lenteren

Beste Arnoud Holleman,

Bedankt voor dit mooie artikel, ander geluid en zonder beschuldigende vinger, mijns inziens, geen enkele kant op. Mijn vraag is dan ook uit pure interesse: waarom het vergelijk met Rodin en niet ook met Damien Hirsch en/of Jeff Koons die ook veel werk uitbesteden maar wel de bedenkers zijn. Eventueel zijn er zelfs nog betere voorbeelden te bedenken, maar ontbreekt het mij aan de kennis daartoe.

Vriendelijke groet
Camiel

01 maart 2016
Arnoud Holleman

Beste Camiel,

Dank voor je reactie. Mijn keuze voor Rodin is pragmatisch, want het is mijn onderzoeksgebied. Maar Koons en Hirst zijn zeker ook goeie voorbeelden, net als Olafur Eliasson en/of starchitects als Rem Koolhaas. Allemaal vertegenwoordigen zij de typologie van de 'artist emperor': kunstenaars met een grote invloed, een grote schare volgelingen en een groot atelier met veel assistenten. Allemaal hebben ze met dezelfde dynamiek in de beeldvorming te maken en een deel van hun talent is om daar sturing aan te geven.
Groet, Arnoud

02 maart 2016
Tessa

Beste Arnoud, dank voor het mooie artikel.
Ik wilde toch even reageren. Roosegaarde geeft weldegelijk credits aan het team op de website en interviews. En hij benadrukt altijd het belang van teamwork en verschillende disciplines samenwerken.
Het College Tour met Twan was echter zo oordelend ingestoken vantevoren, dat dit is verdrongen in de uitzending. Heel erg jammer.
Vriendelijke groet, Tessa

02 maart 2016
Martin Sjardijn

Roosegaarde is een typisch toegepast (retro-modern) kunstenaar, maar claimt naif de kwetsbare mythisch autonome post-moderne kunstenaar. Veiliger is zich op te stellen als ontwerper, ondernemer.

02 maart 2016
marga van mechelen

Beste Arnoud,

Graag maak ik je attent op mijn ingezonden stuk in de NRC (digitaal zaterdag j.l en next nrc en NRC Handelsblad van maandag 29 februari) Er zijn zeker overeenkomsten in zienswijze al leg ik meer het accent op Roosegaarde's keuze om mee te gaan met de tijdgeest. Niet gezegd is de vraag: hoe autonoom een kunstenaar in deze nog kan handelen als hij zijn doelen niet wil loslaten.

zie http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/02/29/die-kritiek-op-roosegaarde-is-echt-niet-meer-van-d-1594622

Marga van Mechelen

02 maart 2016
Camiel van Winkel

Beste Marga,

Het goede van Arnouds stuk is dat hij een subversieve draai geeft aan het door jou weer uit de kast gehaalde idee dat iemand die "de tijdgeest" belichaamt immuun is voor kritiek. Die typisch Nederlandse suggestie die luidt dat de tijd maar één kant op stroomt en dat we maar beter allemaal met de stroom mee kunnen peddelen. Voor een historicus vind ik dat eerlijk gezegd getuigen van een luie attitude.

vr groet
Camiel

02 maart 2016
Louise Schouwenberg

ik sluit me aan bij de lovende woorden: na alle artikelen over Roosegaarde’s optreden, en de betekenissen die we daar wel of niet aan kunnen toekennen, werpt Holleman’s analyse een nieuw licht, zowel op de beeldvorming rond Roosegaarde’s kunstenaarschap als op de mogelijkheid van een zinvolle kunstkritiek in de huidige tijd. Zeer inspirerende tekst!

Hartelijke groet, Louise Schouwenberg

03 maart 2016
Lucas Verweij

Inderdaad, een hele goede tekst.
Mooi dat de lenigheid van de kunst, en vermogen om zich te veranderen en aan te passen als een sterkte wordt benoemd. Zelfs als het in richtingen gaat niet je misschien niet bevallen.

Persoonlijk vind ik het ook interessant dat deze 'kunstenaar van het jaar' (wat een vreselijke term) mijns inziens meer ontwerper dan kunstenaar is. Daan's werkwijzen zijn 100% ontwerp-processen. De mate van autonomie past naar mijn idee ook meer in domein van het ontwerpen dan in de kunst.

03 maart 2016
Peter Bodifée

Het maakt niet uit of Daan kunstenaar /ontwerper is.
Hij is de regisseur die de zaken bijeen brengt tot een nieuw geheel.
Wie het script geschreven heeft of het boek is al lang bekend.
Waar ligt het probleem?
Hij had beter retorische vragen terug kunnen kaatsen op de laatdunkende insinuaties van Twan Huys dan weg te lopen.
Huys is zèlf door de mand gevallen !!
Peter Bodifée

05 maart 2016
Arnoud Holleman

Dank voor de reacties. Voor wie meer over mythevorming bij kunstenaars wil weten raad ik vier titels aan:

De regels van de kunst – Pierre Bourdieu
Leven als kunstenaar – Sandra Kisters
Legend, Myth, and Magic in the Image of the Artist – Ernst Kris en Otto Kurz
De mythe van het kunstenaarschap – Camiel van Winkel

Over de al dan niet kwade opzet van de makers van College Tour denk ik dat daar ook een conflict speelt. Is het onafhankelijke journalistiek? Of toegeven aan een prikkel om te scoren? De regie heeft het laatse woord over wat er uitgezonden wordt en dat maakt Roosegaarde kwetsbaar. Maar tegelijk is dat onderdeel van het spel: het wordt hard gespeeld.

Hartelijke groet,
Arnoud

Share this Article:
|Back to Top
Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2017