Marc Camille Chaimowicz
Een zelfportret in 100 delen

Issue no6
2017
Doorbraak + Aanwinsten 21 musea

Dit is geen retrospectief. Zoveel is duidelijk bij binnenkomst – op de tweede verdieping – in de Appel, waar de Frans-Britse kunstenaar Marc Camille Chaimowicz in de tentoonstelling … In The Cherished Company of Others… reflecteert op zijn 35-jarig oeuvre.

Marc Camille Chaimowicz, 'Jean Cocteau' (detail), 2003-2008, photo:Cassander Eeftinck Schattenkerk

Zoals Tobias Rehberger in het Stedelijk Museum CS dit jaar de traditionele terugblik verving door een opvallende persoonlijke interpretatie van zijn oeuvre, zo creëerde ook Chaimowicz iets nieuws uit bestaande objecten en installaties. Gesteund door curator Alexis Vaillant bracht de kunstenaar meer dan 100 sculpturen, schilderijen, objecten, collages, tapijten, meubels, maquettes en zelfs behang samen, deels eigen productie, deels werk van andere kunstenaars en ontwerpers. In de Appel onderwerpt hij de veelheid aan werken aan een uiterst doordachte mise-en-scène, die met grote precisie is doorgevoerd, verdeeld over meerdere zalen op de verschillende verdiepingen van de Appel.

Chaimowicz’ aanpak verlegt de aandacht voor individuele werken naar hun onderlinge relaties. Hij haalt er duidelijk zijn voordeel mee, want bij veel van het geselecteerde werk is de zeggingskracht beperkt. Zo gaat het bij de bijdragen van bekende namen als Joseph Beuys en Gerrit Rietveld slechts om relikwiën, en willen de geschilderde commentaren van Lily van der Stokker maar niet provoceren.

Marc Camille Chaimowicz, “A Charged Frivolity”, 1992-1993, Oil & charcoal on board and canvas + 'Chest of drawers', 1983, MDF finished, matt lacquer, leather handles, Photo: Cassander Eeftinck Schattenkerk

Eigenlijk geldt voor Chaimowicz’ zelfontworpen meubelstukken en quasimodernistische olieverfschilderijen hetzelfde als voor de aanvullingen van de door hem gewaardeerde collega-kunstenaars: het zijn elementen binnen een groter geheel. Zij bieden een stroom aan dwarsverbanden, associaties en verwijzingen, die elk iets prijsgeven over Chaimowicz zelf, zijn denken, zijn werken.

Neem het piepkleine, roze parfumdoosje uit de jaren dertig van Chanel-rivaal Elsa Schiaparelli, en een Marcel Breuer stoel van Isokon, het Britse Bauhaus, uit dezelfde periode. Bedenk daarbij dat de kleine Chaimowicz, zoon van een Franse couturière, naar het naoorlogse Engeland verhuisde, en nu al jaren in beide landen woont. Op fijngevoelige wijze hint de kunstenaar naar invloeden op zijn persoonlijke én artistieke leven.

Marc Camille Chaimovicz, 'Jean Cocteau', 2003-2008, Mixed Media, photo: Cassander Eeftinck Schattenkerk

Deze 'biografische benadering' voltrekt zich ook op kleinere schaal, in de installatie Jean Cocteau (2003-2008). In de laatste zaal, het summum van de bijna cumulatief opgebouwde tentoonstelling, wordt de fictieve woonruimte van de avant-gardistische filmmaker-schrijver-dichter verbeeld. Dit leidt tot een sprookjesachtige, hoofdzakelijk pastelkleurige mix van keurig gearrangeerde kunstwerken, meubels, vaasjes, lampjes, beeldjes en een wandschildering. Het is een lust voor het oog, ook omdat veel van de eerder in de tentoonstelling voorkomende visuele middelen hier samenkomen.

Chaimowicz omschreef dit werk zelf eens als ‘a furnished interior that obliquely references [Cocteau’s] poetics’. Maar Jean Cocteau roept ook typische Chaimowicz-aspecten op. Het is duidelijk een schemergebied dat in het leven wordt geroepen, een onabsoluut midden tussen beeldende en toegepaste kunst. Het is ook een voorbeeld van het belang dat de kunstenaar toekent aan 'het interieur'. Volgens Chaimowicz kan iemands directe leefwereld geïnterpreteerd worden als een autobiografie, of, toepasselijker, als een zelfportret.

Wat onderscheidt Marc Camille Chaimowicz nu van andere hedendaagse kunstenaars als Tobias Rehberger, die ook interieur en design in hun kunst incorporeren? Het antwoord is simpel: Chaimowicz came first. Kort geleden werd hij als het ware herontdekt, getuige een aantal vernieuwde opvoeringen van werk uit de jaren zeventig en tachtig en zijn deelname aan onder andere de Tate Triennial (2006). Ook de Appel, die hem in 1980 al eens tentoonstelde, vindt hem weer actueel. Deels komt dit door zijn disciplineoverschrijdende benadering, deels door zijn decennialange interesse in publieksparticipatie, lang voordat de term ‘relational aesthetics’ gevallen was.

Met zijn solotentoonstelling in de Appel komt daar nog een derde actualiteit bij. Chaimowicz manifesteert zich als een echte kunstenaar-curator, die zich tot in de puntjes bekommert om de plaatsing van zijn werk, en dat van anderen. Hij toont zich uiterst consciëntieus in de visuele én conceptuele presentatie van zijn inspirator Jean Cocteau, en natuurlijk van hemzelf. Hij werkt duidelijk graag samen (met curator Alexis Vaillant), exposeert zonder omhaal andermans werk en geeft zelfs opdrachten aan kunstenaars. Zo’n veelzijdigheid is helemaal van nu. Bleef Cocteau wellicht zijn hele carrière voorop lopen, Chaimowicz loopt na 35 jaar plots in de pas.

Marc Camille Chaimowicz, Man Looking out of the Window (for SM)”, 2006, Free-standing Black and white photograph, Edition of 3, Photo: Cassander Eeftinck Schattenkerk
Comments
Posts 1 — 0 / 0
Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 6 — 2017