Een klaagzang en een loflied
Marcel Pinas’ verbeelding van de Marron cultuur

Issue no5
okt / nov 2017
REMIX
Marcel Pinas terwijl hij de wandtekening bij de entree van Kibri a Kulturu maakt, Gemak, Den Haag, zonder titel.

Bij de ingang van de tentoonstelling Kibri a Kulturu van Marcel Pinas in Gemak (Den Haag) is een grote wandtekening van de kunstenaar te bewonderen. Het is een kaart van Suriname waarop kleine taaltekentjes, in bescheiden kolonies bij elkaar geplaatst, de locatie van de zogenoemde Marron stammen (bosnegers) aanduiden, die nu voornamelijk de regenwouden van het land bewonen. De eens bloeiende Marron cultuur – waarvan Pinas afstamt – heeft zwaar te lijden gehad onder de opkomende modernisering van het land en de binnenlandse oorlogen onder corrupte regimes, maar haar afstammelingen blijven zich verbonden voelen door hun gedeelde culturele erfgoed en de gezamenlijke strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid.

De taaltekens op de wandtekening glijden langzaam van de kaart af en vinden hun weg op het witte vlak van de muur naar de steriele grond van de tentoonstellingsruimte. De tekens verbeelden het verdrijven van de Marron volkeren uit een geografisch bepaalde ruimte, maar bewijzen tevens dat de trots van een volk geen staat nodig heeft en dat zijn strijd ook kan worden gevoerd in een symbolische en culturele ruimte.

De tentoonstelling toont een grote hoeveelheid recente werken van Pinas: korte films, uitgebreide videoprojecten, installaties en schilderijen. Het grootste deel van de expositie is gewijd aan het verbeelden van het lijden en slachtofferschap van het Marronvolk. Soms vertelt Pinas dit verhaal op directe wijze door de bevolking zelf aan het woord te laten of de omstandigheden te belichten waaronder de Marron gebukt gaan.

Zo is er bijvoorbeeld de ontroerende film Bijdraag, bijdraag, bijdraag, bijdraag… (2009), die de situatie schetst van enkele Marron kinderen die op straat moeten werken (‘hosselen’) en bedelen om hun weinig veelbelovende opleiding te kunnen betalen. De kinderen staan in de eerste scene in een groepje, schuw voor de camera en met angstige ogen de vragen van Pinas te beantwoorden. Vervolgens zien we twee kinderen aan de kant van de weg staan, terwijl zij proberen een gat in het wegdek te vullen in de hoop een aalmoes van de voorbij rijdende auto’s te ontvangen. De passagiers in de luxueuze auto’s zien de kinderen nauwelijks en lijken expres door de grote waterplas te rijden, zodat de kinderen met modder besmeurd en nog steeds berooid achterblijven. Op het eerste gezicht heeft de film een hoog Postcode Loterij gehalte – gemakkelijk en welhaast goedkoop effectbejag – maar door de ruwe cameravoering en de oprechtheid en intensiteit van de beelden ontsnapt Bijdraag… dit stempel al snel. Zeker als ondersteuning van de andere werken in de tentoonstelling verwordt de korte film tot een krachtig statement over zowel hoop als hopeloosheid van de Marron.

Veelal bedient Pinas zich echter van een minder directe beeldtaal, die door middel van symbolen de penibele omstandigheden van de bosnegerbevolking zichtbaar, hoorbaar en voelbaar maken. Deze symbolentaal is in de meeste gevallen helder, maar in enkele gevallen is een evident verband tussen teken en betekenis ver te zoeken, waardoor kunstobjecten te zeer op de begeleidende tekst of de context van de tentoonstelling gaan leunen.

Marcel Pinas, A Libi (het leven) (2008), Close-up, gemengde technieken


Een werk dat getuigt van een doortastende symbolentaal is A Libi (Het Leven) (2008), een grootschalige installatie bestaande uit verscheidene opeenhopingen van schedels en botten, bijgestaan door een klein leger van wekkers die, elektronisch aangestuurd, in kleine of grotere groepjes hun bellen laten rinkelen – dit alles geplaatst tegen een achtergrond van ornamentele kamerschermen. Het indringende geluid van de wekkers is bij tijd en wijle oorverdovend en levert met regelmaat geschrokken bezoekers op.

De installatie is bedoeld om de toeschouwer na te laten denken over de kwikvervuiling in het water en de bodem van het land waar de Marron leven. De tijd lijkt te dringen, de doden zijn geteld en het luide rinkelen van de wekkers is nu nog een wake up call, maar wellicht spoedig een doodsbel. A Libi brengt een zeer precaire situatie, die niet alleen de bosnegers aangaat - bodemvervuiling is een mondiaal probleem - op een beeldrijke en dwingende wijze voor het voetlicht.

Marcel Pinas, Un de ete (we zijn er nog) (2009), lepels en ijzerdraad


Een werk dat niet minder overtuigend is, maar desalniettemin onduidelijker qua beeldtaal, is Un De Ete (We zijn er nog) (2009). In deze installatie heeft Pinas talloze eetlepels – een vaak terugkerend symbool in de expositie – aan het plafond gehangen waarmee hij de hardnekkig overlevende Marrongemeenschap wil symboliseren. Iedere eetlepel stelt schijnbaar een Marron voor, maar er wordt nauwelijks ingegaan op de betekenisrelatie tussen de twee.

Marcel Pinas, Kuku II (Keuken) (2005), gemengde technieken


Naast de werken die zich toeleggen op het verwoorden of verbeelden van de strijd en het lijden van de Marron – dan wel de factoren die hen bedreigen –, zijn er enkele kunstobjecten gewijd aan het weergeven van de trots en het erfgoed van de verschillende stammen. Bijvoorbeeld Kuku II (Keuken II) (2005), een installatie die wil laten zien hoe Marronvrouwen vroeger hun potten en pannen tentoonstelden om enerzijds hun huis te versieren en anderzijds hun trots en waardering te tonen over hun de bezittingen. Ook is er Danguu Dei (2008), een groot acrylschilderij waarmee Pinas onder meer de kracht van de Marroncultuur visualiseert. De beweeglijke combinatie van in het oog springende kleuren en obscure ondertonen, grove penseelstreken en de fijne symbooltjes geeft de rijke Marroncultuur een niet mis te verstane stem.

Pinas is er, in het bijzonder door toedoen van de laatstgenoemde werken, in geslaagd van Kibri a Kulturu een tentoonstelling te maken die niet slechts medelijden wil opwekken of de beeldvorming overmatig tracht te sturen. In plaats daarvan laat hij de stem van de Marrons op vele manieren en in vele vormen horen. Of die stem uiteindelijk gehoord wordt ligt aan de toeschouwer.

Naast de tentoonstelling Kibri a Kulturu in Gemak Den Haag, is ook in het Stedelijk Museum Schiedam een tentoonstelling van Marcel Pinas te zien: Unisono 2.0 (bescherm ons).

Marcel Pinas, Unisono 2.0 (bescherm ons), is te zien t/m 23 augustus 2009 in het Stedelijk Museum Schiedam.

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2017