Goldstein toont klasse
Taking Place in het Stedelijk

Issue no3
Juni - Juli 2018
Transgression
Barbara Kruger, Past / Present / Future, 2010. Digitale print op vinyl, installatie Erezaal Stedelijk Museum voor The Temporary Stedelijk. Foto: Gert Jan van Rooij


Een warm welkom heeft ze niet gekregen. Ann Goldsteins tentoonstelling Taking Place is in de Nederlandse pers nogal kil ontvangen. Ten onrechte.

Een tentoonstelling wilde ze het niet noemen. Taking Place is een presentatie die nog het meeste heeft van een intermezzo. De status ervan is op z’n zachtst gezegd nogal ambigu.

Het publiek bevindt zich in een gebouw dat zich nog niet wil vrijgeven als regulier museum. De helft van de zalen in Taking Place is leeg. Het is, nogal opzichtig, een instituut in oprichting, dicht en toch open, open en toch dicht. De bouwplaats is nog volop in bedrijf.

Ik vind het een slimme zet, deze tentoonstelling die geen tentoonstelling wil zijn, in een museum dat nog geen museum is. Het geeft ruimte, zo’n verkenning, aan Goldstein zelf, aan de museummedewerkers, en niet in de laatste plaats aan het publiek dat zich over zijn verwachtingspatroon (het zien van Picasso en De Kooning) heen moet zetten. Het experiment is veel interessanter dan de gewone collectie-opstelling waarmee dit museum na verbouwing wilde (en ongetwijfeld gaat) openen. We mogen het beroerde bouw-management dankbaar zijn voor deze onverwachte kennismaking met een museum-in-(her)oprichting.

Diana Thater, White is the Color, 2002. Video-installatie en raamfolie, collectie Centraal Museum Utrecht (langdurig bruikleen H + F-collectie). Foto: Gert Jan van Rooij
Louise Lawler, Produced in 1988, Purchased in 1989; Produced in 1989, Purchased in 1993 (Adjusted to Fit), 1995/2010. Courtesy of the artist, Courtesy Metro Pictures, New York. Foto: Hogers en Versluys.
Louise Lawler, Birdcalls, 1972/1981, geluidsopname 71’00”, tekstpaneel Lewitt Collection, Chester CT, US. Foto: Hogers & Versluys.
Ger van Elk, The Well Polished Floor Sculpture, 1969-1980, uitvoering The Temporary Stedelijk, 2010. Collectie Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam. Foto: Hogers & Versluys.
Hans Haacke, Condensation Cube, 1965. Collectie MACBA. Fundació Museu d’Art Contemporani de Barcelona. Schenking van National Committee en Board of Trustees Whitney Museum of American Art. Foto: Hogers & Versluys.

Goldstein toont zich in Taking Place een begenadigd curator. Ze combineert bescheidenheid met lef, historisch inzicht met een tactisch gevoel voor timing. Er is niet veel, zelfs opvallend weinig, maar het is meer dan genoeg. Zowel de kunst als het gebouw van Benthem en Crouwel krijgen alle ruimte zichzelf te zijn.

De nieuwe directeur blijkt een echte museumvrouw. Ze ziet, ze denkt , ze doet museaal. Handig neemt ze de gelegenheid te baat de Atlantische oriëntatie die het museum internationaal groot heeft gemaakt scherp bij te stellen. Lawrence Weiner mag dan wel een speciaal permanent werk hebben gemaakt voor het oude restaurant (straks beeldenzaal), in Taking Place is alle eer aan vrouwen.

De erezaal is voor een vrouw: Barbara Kruger die een spectaculaire tekst-installatie maakte. Louise Lawler drijft in meerdere werken de spot met de door mannen beheerste kunstgeschiedenis. Diana Thater brengt een eerbetoon aan de Hollandse lucht, c.q. het fameuze bovenlicht van dit museum. Rineke Dijkstra schittert met twee ontroerende nieuwe videowerken, Germaine Kruip toont een prachtige installatie in een venster van het museum.

De exposerende mannen, onder wie Ger van Elk, On Kawara, Navid Nuur en Willem de Rooij staan er bij deze vrouwelijke krachtpatserij wat bleekjes bij. Ze mogen ook meedoen, in ondersteunende rollen.

Taking Place zoekt nadrukkelijk contact met wat momenteel als de beroemdste tentoonstelling van dit museum wordt gezien: Op Losse Schroeven uit 1969. Hoewel Taking Place net als Op Losse Schroeven graag de vraag wil stellen naar het museum als gebouw en instituut, wordt de eigen existentie uiteraard niet werkelijk ter discussie gesteld. Dat is iets te veel gevraagd bij een museum dat net voor tientallen miljoenen is verbouwd en naar de heropening waarvan door honderdduizenden kunstliefhebbers gretig wordt uitgekeken.

De institutionele zelfreflectie is abstracter, meer beschouwend van aard. In lijn met de plastic kubus van Hans Haacke, die aan de hand van condensvorming laat zien hoezeer hij niet een autonoom iets is maar onder invloed staat van omgevingsfactoren, zoals de hoeveelheid bezoek. Op de bovenetage doet Roman Ondak Hans Haacke na door het publiek letterlijk de maat te nemen. Hij zet ze tegen de muur en noteert hun naam vlak boven hun hoofd, naast een maat-streepje.

Meer dan een scherp voorbeeld van Institutional Critique, is Taking Place een museale herbronning, wat voor een museum dat jaren vanuit een postkantoor opereerde geen slecht idee is.

Goldstein zoekt de herbronning in Taking Place in de belangrijkste fase uit het museum, die momenteel internationaal volop in de belangstelling staat. Alles komt er mooi in samen: haar persoonlijke voorkeuren en motieven om naar de baan in Amsterdam te solliciteren, een kernpunt van de collectie, de reflectie op het instituut in oprichting.

Bij alle ruimte die geboden wordt, stelt de presentatie zich bovendien op symbolische manier open voor andere verhalen, voor de toekomst, voor de wereld. Taking Place is niet meer dan een verkennende positiebepaling. Er zijn lacunes te over. Goldstein doet er niet moeilijk over.

Ik kan niet wachten tot het moment dat ze die gaat invullen.

Domeniek Ruyters
is hoofdredacteur van Metropolis M

Comments
Posts 1 — 1 / 1
1
20 october 2010
Arjan Reinders

Zeer mee eens!

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 3 — 2018