Vier kunstenaars interpreteren Edgar Cairo in CBK Zuidoost

Issue no2
April - Mei 2018
Machine
Archiefdocumentatie Edgar Cairo

Tien jaar geleden overleed de Surinaamse schrijver, dichter, schilder en performer Edgar Cairo (Paramaribo 1948 – Amsterdam 2000). Zijn oeuvre is veelzijdig. Hij had van 1978 tot 1981 een column in de Volkskrant, en er zijn poëzievoordrachtvideo’s, tekeningen, schilderijen en boeken. Hij was een ‘kunstenaars kunstenaar’ die de kracht van de verbeelding als het hoogst haalbare zag. CBK Zuidoost nodigde vier kunstenaars uit om werk te maken en zich te verdiepen in zijn oeuvre. Net als bij Cairo liggen de wortels van deze kunstenaars buiten Nederland.

Judith Leysner

In het speelse werk op papier van de Rijksakademiestudent Hamid El Kanbouhi bevolken getekende fantasiemensjes het beeld. Het zijn nog net geen stripfiguren. Fantasierijke volwassenen vertellen, door de manier waarop ze getekend zijn, kinderverhalen. Aan de muur hangt ook een dubbel hoofd van keramiek. Het is Delftsblauw - hoe kan het ook anders? Tussen de verhalende inkttekeningen een gestold moment; letterlijk een groot hoofd. Wat het denkt en zeggen wil blijft een raadsel, en het is in verhouding te groot voor de installatie in zijn geheel. Het pleegt obstructie waardoor het wat lomp overkomt. Als de polemicus, die Cairo ook was, iets niet was dan was het wel ruw en aanpassingsgezind. Op de grond van de kunstruimte liggen kunstzinnige beelden in stukken, onuitgesproken als een puzzel waar van alles aan mist. De lapjes stof met touwtjes, een das van klei en een kartonnen buis met aluminium omkleed passen niet. Ze liggen, hangen en staan erbij als losse onderdelen van een beeld in wording.

Van Judith Leysner, die in 2008 afstudeerde aan het Sandberg Instituut, hangen portable dvd-spelers aan de wand waarop reflecties op het werk van Cairo te zien zijn. Een narratief verhaal steeds vanuit een andere hoek belicht. Wat dat waterige verhaal precies is komen we niet te weten. Waarom heeft ze niet voor een eensluidende vorm gekozen en er een film van gemaakt die op een grote monitor getoond wordt?

Tegenover de monitoren hangt een vlijmscherpe portretfoto van de kunstenaar. Geïnspireerd door de gedichten en de vurige spirit van Cairo komt ze met een kleurrijk gezicht het water uit. Hier komt Leysner los van de angst om de kijker geen plezier te doen. Liever staat ze stil bij wat ze doet en zet ze de tijd, die in al zijn subtiliteit definities evoceert, stil. Leysner is zich van deze intrinsieke kracht niet helemaal bewust. Tegenover dit beeld hangt een reclamefoto van een blote zwarte man. Over zijn gespierde torso is een Surinaams gedicht geschilderd in knalwitte verf.

Karen Sargsyan

In het donkere oppervlak van Leysner’s foto zijn ook de vellen papier te zien van de inmiddels bekende Karen Sargsyan (Rijksakademie 2008), waar mensgrote fantasievormen die met schaar, potlood en snijmes te lijf zijn gegaan het sculpturale verhaal moeten vertellen. Niet dat je die had kunnen missen. Want ze staan prominent in het midden van de ruimte. Volgens het CBK verbeelden ze een bijzondere wereld, een innerlijk portret van Edgar Cairo. Hier geen abstracte beeldtaal, geen doorlopend verhaal of vervreemdende werkelijkheid. De beelden blijven pijnlijk figuratief. Het is handenarbeid. Het zijn aangeklede poppen, karikaturen zoals hij ze altijd maakt. Wat die op een diepzinniger niveau met het oeuvre van de Surinaams-Nederlandse kunstenaar te maken hebben is niet duidelijk. De kunstenaar heeft erg zijn best gedaan, maar de poppen blijven illustratief. Toch valt de poging van Sargsyan om een integere bijdrage aan de show te leveren te prijzen.

Kathrin Schlegel en Hagen Betzwieser

Cairo is als ridder zonder zwaard, maar met de taal als wapen, te zien achter een donker gordijn in een aparte ruimte binnen de tentoonstelling. Daar speelt de betoverende video van Kathrin Schlegel (Sandberg Instituut 2005) en Hagen Betzwieser. De ridder heeft een metalen harnas aan. Hij blaast levesgrote bellen. Hard en zacht perfect in evenwicht. Het metaal van Schlegel zou hier symbool kunnen staan voor de metataal die de dichter schreef, en die blijkbaar tot op heden inspiratie biedt. Schlegel heeft het talent om met eenvoudige beelden de kracht van kunst op te roepen. Die is niet zwart, wit, Surinaams, Duits, Nederlands, Marokkaans of Armeens. Die is universeel. Schlegel negeert niets en schiet raak. Zij is niet bang om als Duitse uitspraken te doen over het werk van Cairo. Het resultaat is een ode zonder sentimenteel te worden. Het deed denken aan een strofe uit het gedicht ‘In deze maatschappij’ van Cairo, dat afkomstig is uit het 877 pagina’s dikke boek Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding. In 1984 uitgegeven door uitgeverij In de Knipscheer.

—.Huil niet, me kind! No kré! No ke! Je aanpassing gaat supersnel. Je hoofd op school, ’t krijgt intelligensie. Dat gat in je verstand, me kind, heet nooit meer minderheden-achterstand. Je wordt een echt petatte-menssie - in deze maatschappij.

Cairo was zijn tijd ver vooruit.

Michael Tedja is schilder, schrijver en curator.

Comments
Posts 1 — 0 / 0
Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 2 — 2018