Maarten Overdijk bij Walden Affairs

Ensemble van subtiele vervreemding
Amie Dicke en Maarten Overdijk in Den Haag

Issue no4
aug / sept 2017
Degrowth

In Den Haag spelen twee kunstenaars in twee verschillende kunstruimtes op eenzelfde manier met de verwachtingen van hun publiek.

Amie Dicke, Scandaleuse (2006)

De eerste museale solotentoonstelling van Amie Dicke vindt plaats in het GEM, getiteld Nabeeld. De titel verwijst naar de bewerking van een bestaand en veelal bekend beeld waarmee de herinnering en verwachtingen van de toeschouwer worden benaderd. Amie Dicke is met name bekend van haar met schuurpapier bewerkte afbeeldingen en foto’s uit modebladen waaruit elementen zijn weggesneden. De afwezigheid van delen van afbeeldingen spreekt de herinnering van de toeschouwer aan. Een aantal van dit soort werken is aanwezig in de expositie, samen met variaties op deze werkwijze. Daarnaast zijn er werken die gemaakt zijn met balpeninkt, zoals een aantal platen die geheel met inkt bedekt zijn en voor een vervormde reflectie op de ruimte zorgen. Het algemene idee achter de werken van Dicke is het aanspreken van interne constructies, herinneringen en ideaalbeelden door middel van het vervormen van uiterlijke representaties. De tentoonstellingsruimte is ook door Dicke onder handen genomen door het opvullen van de gaatjes die de schilderijen van de vorige tentoonstelling hebben achtergelaten. Een subtiel aanstippen van de geschiedenis van het gebouw en de overblijfselen die daar aan herinneren. Elk aspect uit het oeuvre van Amie Dicke komt langs, maar door het geringe aantal werken – de expositie beslaat slechts twee zalen – krijgt het werk geen diepgang, blijft het aan de oppervlakte. In de zaaltekst wordt de tentoonstelling geduid als een inzicht in plaats van een overzicht, maar door het uitblijven van een overzicht wordt er juist geen inzicht geboden. De oppervlakkigheid die Amie Dicke in een aantal van haar werken onderzoekt, wordt met de tentoonstelling onbedoeld letterlijk uitgebeeld.

Aan de andere kant van Den Haag biedt Walden Affairs aan Maarten Overdijk de ruimte om zijn werk te presenteren. De oud-Rijksakademiekunstenaar heeft een conceptuele overeenkomst met Amie Dicke. Ook hij speelt met de verwachtingen van de toeschouwer, maar dan door middel van het openlaten, kadreren en conditioneren van ruimte. Overdijks ingrepen zoeken de dialoog op met de verwachtingen van de bezoeker. Hij leidt en dwingt de bezoeker tot bepaalde manieren van kijken en handelen. In het drie verdiepingen tellende Walden Affairs - een voormalig woonhuis - is er op het eerste gezicht weinig te zien. Er zijn nauwelijks objecten aanwezig en de ruimtes zelf zijn aan verval onderhevig. In deze haast lege ruimtes heeft Maarten Overdijk hier en daar een object geplaatst. De objecten zijn uitvergrote voorwerpen die door hun opgeblazen formaat de referentie aan hun eigen bron hebben verloren. Interessant is dat ze uit was bestaan, hierdoor geven ze tegelijk een zachte én solide indruk. Net als de ingrepen, die even onschuldig als fundamenteel zijn. Ze komen tot een hoogtepunt op de bovenste verdieping. Hier is een kamer afgesloten door een dwarsliggende buis waardoor de bezoeker gedwongen wordt de ruimte vanuit één standpunt te bekijken. De manier van kijken wordt beperkt en gestuurd. De positie wordt daardoor een soort uitkijktoren. De muren zijn geschilderd en op de gehavende vloer ligt hier en daar wat was. Niet veel dus, maar de bijna lege ruimte heeft een vervreemdende werking. Het is zoals de hele tentoonstelling: je voelt de aanwezigheid van afwezigheid.

Amie Dicke - Nabeeld
22 september 2012 – 6 januari 2013
GEM Museum voor Actuele Kunst
www.gem-online.nl

Maarten Overdijk- The Perceived Height of Furniture
11 november – 2 december 2012
Walden Affairs
www.waldenaffairs.nl

Comments
Posts 1 — 0 / 0
Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2017