Raymond Queneau

It's not made by great men

Issue no4
aug / sept 2017
Degrowth
Raymond Queneau

In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden gaat Great Men niet over grote meneren, hun genieën of hun persoonlijkheden; het gaat om hun werk. Arjan de Nooy, “fotograaf en verzamelaar”, wijdt de drie tentoonstellingsruimten die Walden Affairs rijk is aan drie oeuvres.

Het eerst aan de beurt is Raymond Queneau, aan wie de gelijkvloers opgedragen is. Analoog aan Queneau’s befaamde boek Exercices de style uit 1947 -waarin een verhaal over een kleine schermutseling tussen twee passagiers tijdens een busrit op 99 verschillende manieren verteld wordt- presenteert de Nooy 33 stilistische variaties op één simpel beeld. Zoals gezegd: Queneau komt in het geheel niet voor, wel heeft de Nooy zijn werkwijze overgenomen. De Nooy’s foto –die inderdaad in Parijs genomen zou kunnen zijn en waarop ook een bus langs de achterkant te zien is- is een banaal, behoorlijk oninteressant straatbeeld; duidelijk deelt de Nooy Queneau’s voorliefde voor het alledaagse. Belangrijker is echter dat hij ook de humoristische en lichtvoetige benadering van de schrijver tot het alledaagse deelt: zijn 33 beeldmanipulaties (in bijvoorbeeld Xerox-, Man Ray-, Boring Postcard- of Gender Crisis-stijl) zijn tegelijk een verkenning van de verschillende mogelijkheden die één –digitale- fotografische bron biedt, en een hommage aan Queneau’s boek.

Théophile De Bock

Dezelfde tongue-in-cheekbenadering is ook terug te vinden in de “De Bockzaal”, waar de Nooy niet als fotograaf maar als verzamelaar optreedt. Théophile De Bock, die tijdens zijn leven de beukenschilder genoemd werd, verwezenlijkte tot rond 1900 oeuvre met uitsluitend foto’s en schilderijen van bomenlandschappen. De kunstenaar, die in zijn zogeheten "de Nooy Collection" een aardig aantal van De Bocks werken bijeen wist te brengen, toont nu met een zorgvuldig uitgebalanceerde mengeling van ironie en ernst “de eerste overzichtstentoonstelling van De Bock in meer dan een eeuw”, en neemt de vergeten schilder – zijn werken vallen zeker te plaatsen onder de Bourgeois Leftovers-noemer - dus zonder pardon op in zijn triumviraat van Great Men.

Rembert Dodoens

In de derde tentoonstellingsruimte komt het werk van de zestiende-eeuwse botanicus Rembert Dodoens, die in zijn Cruijdeboek (1554) voor het eerst planten classificeerde op basis van hun morfologische eigenschappen. Linnaeus, die Dodoens werkwijze verderzette, vernoemde een plantenfamilie, de Dodonea, naar hem; een aantal planten uit deze familie zijn op de bovenste verdieping van Walden Affairs te zien naast foto’s en fotogrammen (gemaakt met hulp van fotografe Anne Geene) van dezelfde planten. Het is treffend dat er hier van de flegmatieke, Broodthaers-achtige humor die de Nooy tentoonspreidde in de Queneau- en De Bockzaal niets terug te zien is – of zo lijkt het tenminste.

Zoals gezegd zijn het vooral de verschillen tussen de Nooy’s Great Men die opvallen. De weinige verbanden die te ontwaren vallen, zijn associatief van aard; de vaststelling dat Dodoens en De Bock allebei iets met flora hadden, levert verder ook niet bijster veel op. De Nooy is bewust niet transparant: zijn selectie van de drie zogenaamde Great Men wordt nergens gemotiveerd, naar de redenen voor zijn interesse –persoonlijk en/of artistiek- in deze drie figuren blijft het gissen. Bij Queneau speelt de Nooy nog met (de suggestie van) artistieke beïnvloeding, maar toch zijn invloed en inspiratie duidelijk niet de thema’s van de tentoonstelling.

Sterker nog, de Nooy doet alsof hij de oeuvres überhaupt geen thematiek wilt opleggen; vooral in de Dodoens- en de De Bockzaal lijkt hij te willen optreden als een onzichtbare en objectieve bemiddelaar tussen de oeuvres van de grote mannen en het publiek, een rol die direct conflicteert met zijn eigenlijke positie, die veel tendentieuzer is – want uiteindelijk is hij wél degene die de Groten uitkoos.

Zo kan je stellen dat De Nooy’s Great Men vragen oproept die ondertussen misschien al wel vertrouwd zijn, maar alsnog relevant blijven: wie bepaalt wat er in onze kunstinstituten te zien is? Waarop baseren ze zich, wat zijn hun belangen, en wat voor gevolgen hebben hun beslissingen? En hoezo, Great Men?

Arjan de Nooy
Great Men
26 oktober t/m 22 november

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2017