Laure Prouvost & Friends
Love Among The Artists

Issue no4
aug / sept 2017
Degrowth
Harm van den Berg, Garden Party, 2010

Walden Affairs in Den Haag sluit op de huidige locatie met een klapper: Laure Prouvost toont er werk van haarzelf en een aantal door haar uitgenodigde vrienden.

Voor de laatste keer presenteert Walden Affairs een tentoonstelling in het negentiende eeuwse grachtenpand in Den Haag, hierna zullen zij het pand moeten verlaten waarna het door de gemeente gesloopt zal gaan worden. Dit lot was van begin af aan bekend en is zoals dat wel vaker gaat meerdere malen uitgesteld waardoor er hier reeds zes jaar lang tentoonstellingen plaats hebben kunnen vinden.

De curatoren wilden al langere tijd met de kunstenaar Laure Prouvost - die vorig jaar de Turnerprijs in ontvangst mocht nemen - samenwerken en zijn dan ook blij dat dit nu gebeurd is. De Franse, in Londen wonende Prouvost heeft ervoor gekozen niet alleen haar eigen werk, maar ook dat van tien andere kunstenaars te presenteren.
Het pand en de situatie waarin het zich bevindt heeft duidelijk een grote rol gespeeld bij de werken die er momenteel te zien zijn. Op iedere verdieping is een huiselijke sfeer gecreëerd, er staan kacheltjes te branden met hieromheen stoelen of banken geplaatst, maar ook gezellige kussentjes en kamerplanten ontbreken niet. Dit onderstreept dan ook de woonfunctie die het gebouw jaren lang heeft gehad, tegelijk wordt duidelijk dat het huis momenteel onbewoonbaar is door de staat van onderhoud waarin het verkeert. Op de begane grond is een videowerk van Prouvost te zien waarin alleen haar bovenlijf te zien is, met haar armen en handen maakt zij wenkende bewegingen en tegelijk spreekt zij de tekst ‘come inside’ uit. Het lijkt hier bijna een letterlijke uitnodiging te zijn om toe te treden tot niet alleen de fysieke ruimte van het huis maar misschien ook tot haar denkwereld van waaruit de tentoonstelling is ontstaan.

Naast de video staat een lange tafel met een voornamelijk uit aluminium bestaand servies van Julika Gittner. Het is een chaotisch geheel van verschillende bakjes waarop tijdens de opening allerlei kleine hapjes geserveerd werden. Op deze manier konden de bezoekers als het ware deelnemen aan het laatste avondmaal voor de sloop van het pand. Het servies zal na de tentoonstelling in de tuin begraven worden en krijgt hiermee een rituele waarde die bij afscheid nemen hoort. De mogelijkheid bestaat dat het weer teruggevonden wordt bij nieuwe bouwwerkzaamheden en dan vormt het een herinnering aan de bestemming, namelijk die van kunstpresentatieruimte die het pand de laatste jaren heeft gehad.

Jacco Olivier, Landscape (videostill) 2010

Op de middelste verdieping is opnieuw een videowerk van Prouvost te zien waarin zij toont hoe de kunstenaars bezig zijn geweest met de inrichting van de tentoonstelling, ook beelden van de opening zijn er nog op het laatste moment in verwerkt. Het ziet ernaar uit dat de kunstenaars het goed naar hun zin hebben gehad met elkaar: er werd gedronken en gegeten, gelachen en veel gepraat. De locatie is min of meer een plek geweest waar de kunstenaars met elkaar hebben geleefd en zij zijn dan ook niet alleen een verhouding met elkaar maar ook een verbinding met de ruimte aangegaan. In de video is te zien dat zij de woning een beetje op hebben willen knappen door allerlei gaten en kieren in de grond en muren op te vullen met etenswaren. Zo zijn er bijvoorbeeld mandarijnschilletjes vakkundig naast elkaar geplaatst bij kieren in de ramen, in een gat in het plafond is een winterwortel gestopt die er nog half uitsteekt en onderaan de traptreden zijn grote aardappels in gaten gepropt. De gebruikte materialen zijn restanten van het voedsel dat de kunstenaars hier nuttigden en verwijzen naar de situaties die hebben plaatsgevonden, tegelijk zijn ze misschien als nieuwe werken op te vatten en lijkt de hele woning op zichzelf een kunstobject te worden.

Meerdere werken refereren aan het wonen en werken in een huis. Zoals het werk van Dana Munro waarin op een flatscreen aan de muur een sterk vertraagd beeld van een kat wordt getoond. Het huisdier dat door mensen veelal in huis wordt gehaald voor de gezelligheid is hier verworden tot niet meer dan een digitale afspiegeling van het origineel, het doet denken aan de haardvuren die tegenwoordig regelmatig in horecagelegenheden op tv-schermen worden geprojecteerd om een aangename sfeer te creëren. De hedendaagse digitale techniek is weliswaar in staat tot perfecte imitatie, maar schept tegelijkertijd misschien nog wel meer afstand tot de natuurlijke werkelijkheid door het artificiële karakter ervan.

Andere werken hebben op zichzelf niet direct met dit thema van doen, maar gaan zich er nu toch toe verhouden door de manier waarop zij gepresenteerd zijn. De tegelwerken van Tom Humphreys bevinden zich ineens tussen de al bestaande tegels op de muren in de gangen en een video van John Smith moet bekeken worden in een zolderkamertje waar allerlei restanten van planken en resten gereedschap het werk omgeven.

In de uitnodiging voor de tentoonstelling citeert Prouvost letterlijk enkele zinnen uit het voorwoord van de roman Love Among the Artists van George Bernard Shaw. De tekst komt terug in een loop op een tv-scherm naast de video over de inrichting van de expositie. Shaws roman - die net als het gebouw aan de Zuidwal is ontstaan in de negentiende eeuw - laat zien dat volgens de auteur de ware kunstenaar totaal andere voorwaarden aan het leven stelt dan de zogenaamde ‘gewone’ mens en hierdoor botsingen tussen beiden ontstaan. Of de verwijzing naar de roman nu ironisch of serieus opgevat moet worden blijft in het midden. Wel wordt duidelijk dat de kunstenaars op een waardevolle en liefdevolle manier de woning van inhoud hebben willen voorzien.

Roger Cremers Laterna, Magica, 2010

Love Among The Artists
Walden Affairs Den Haag
t/m 11 januari 2015

Share this Article:
|Back to Top
Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2017