Waarom je William Kentridge in Eye niet mag missen

Issue no6
dec-jan 2019/2020 2020
Nieuwe criteria
William Kentridge - foto genomen tijdens de opnamen voor More Sweetly Play the Dance (2015) Johannesburg 2014 foto Stella Olivier

Hoe zou je If We Ever Get to Heaven vertalen? Deze titel van William Kentridge’s tentoonstelling in EYE bouwt een zeker spanning op die niet wordt ingelost door een nazin. Door het uitblijven van een conclusie zou je kunnen afleiden dat Kentridge weinig hoop heeft op een verlossend paradijs. Gezien zijn zwaarbeladen thematiek lijkt dat een reële inschatting. Gelukkig geven de werken, in de eerste grote solotentoonstelling van de beroemde Zuid-Afrikaanse kunstenaar in Nederland, zelf wel enige genade.

De tentoonstelling bestaat uit drie videoprojectie werken die in drie grote zalen opgesteld staan. Voordat je de eerste zaal betreedt waar het speciaal voor EYE gemaakte More Sweetly Play the Dance (2015) speelt, ga je door een voorportaal met een tiental monumentale, zwarte kartonnen hoofden als opwarmer. Het is lastig aan deze rekwisieten aandacht te besteden omdat opwekkende en tegelijkertijd weemoedige fanfaremuziek je de grote zaal intrekt. Het muzikale thema van More Sweetly Play the Dance is een aantrekkelijke melodie die eindeloos aanzwelt en uitdooft door de drums en blazers van de African Immanuel Essemblies Brass Band. De muziek lijkt te komen van de acht horizontaal aan elkaar geschakelde grote videoschermen. Hierop vallen videoprojecties van houtskoolstrepen die een kaal landschap suggereren. Het werk, in totaal een lengte van meer dan veertig meter, wordt getypeerd als een fries en staat in het zigzagpatroon van de architectuur opgesteld. Drie aluminium luidsprekers op houten statieven staan er nog voor, en een rij ouderwetse schoolstoelen.

Zittend tegenover het visuele schouwspel, meegevoerd door de muziek, komen er allerlei associaties met parades, processies en protestmarsen naar voren. Allerlei personen trekken door het landschap van links naar rechts voorbij, nadat de voorstelling geopend is door een wervelende dans van de enige figuur die het pad andersom aflegt. De figuren doen aan als schaduwpoppen, zo donker steken ze af tegenover het landschap. Ze zijn echter gedetailleerd en geven kleur aan het langgerekte grijze veld. Zonder begrijpelijke volgorde lopen ze achter elkaar in het ritme van de muziek voorbij: een man die pamfletten strooit, een brassband, een groep met palmtakken in de hand of met de kartonnen borden van het hoofd van een mijnwerker of een boerenvrouw, mensen die een rieten kooi om zich heen dragen of aan een infuus gekoppeld zijn. Ook worden enkele lijken door het landschap gesleurd. De laatste figuur is een vrouw in guerrillakledij met geweer in haar handen die even elegant op haar tenen danst als een balletdanser. Ze lijkt symbool te staan voor de diepgevoelde tegenstelling van het menselijk lot die in het werk tot uitdrukking komt. De schoonheid van culturele uitingen is onlosmakelijk verbonden met het geweld en doodslag dat dezelfde mens uitvoert.

Net als bij architectonische friezen is er een studie nodig om de figuren uit More Sweetly Play the Dance te begrijpen, en is het in eerste instantie de decoratieve kwaliteit die als eerste in het oog springt. Het werk is simpelweg betoverend, een fantastisch harmonieus samengaan van bewegend beeld en opbeurend geluid. Kentridge heeft met de brassbandmuziek een interessante keuze gemaakt, die bijdraagt aan de dubbelzinnigheid van het werk. Sinds het ontstaan van de brassband in het midden van de 19e eeuw heeft het altijd een dubbelleven gehad, zowel in voormalige koloniën als bij vroegere koloniale mogendheden. Overdag gaf de band muzikale begeleiding voor plechtige militaire optochten of gaf het cachet aan religieuze bijeenkomsten. En in de nacht verzorgden dezelfde bandleden opzwepende feestmuziek. De brassband houdt zowel de militairen in het gareel als dat het feestgedruis opzweept door ritmische drums en welluidende blazers. Ook in de tentoonstellingsruimte is het de sturende kracht van de muziek die je op je plaats houdt en heen en weer wiegt. Bijna dansend, met de parade mee.

In de twee andere zalen zijn I Am Not Me, The Horse Is Not Mine (2008) en Other Faces (2011) te zien. Beide werken zijn gestoeld op verhaallijnen en geven niet de indruk een allegorie te zijn zoals More Sweetly Play the Dance. Het oudste werk is een bewerking van Nikolay Gogol’s absurdistische verhaal De neus uit 1835, al is het geen strikte adaptatie. Ook komen veel elementen uit de Russische moderniteit naar voren. Acht schermen, van variërende grootte, hangen onregelmatig in een rechthoek door de ruimte. Hierop zijn onder andere een verslag van het proces tegen Nikolai Bukharin, constructivische figuren, cyrillische slogans, filmmateriaal van een parade ter ere van Stalin, en een pianospeler geprojecteerd. Kentridge komt zelf ook nog ergens te voor schijn. Van alle kanten komt een koortsachtige muziek op je af met enkele schreeuwen en een blaffende hond. Al bij al is het door de vele indrukken een jachtig wachten op een ontknoping met dodelijk afloop die nooit komt. Kentridge heeft het werk gelijktijdig ontwikkeld met de opera De neus van Sjostakovitsj in 2010 voor het Metropolitan Opera in New York.

Other Faces is de laatste in de serie Drawings for Projections met tien animatiefilms die Kentridge tussen 1989 en 2011 gemaakt heeft. Deze serie staat model voor Kentridge’s werkmethode van het verzamelen van beelden en geluiden, en toont zijn herkenbare tekenstijl van het uitvegen en bijwerken van houtskool. In deze hele serie zijn het twee fictieve figuren in Zuid-Afrika die centraal staan, Soho Eckstein en Felix Teitelbaum. Een kapitalistische mijnmagnaat in krijtpak en een naakte, melancholieke kunstenaar als alter ego. Beiden lijken op Kentridge, en op zijn grootvader. Net als in andere animatiefilms is in Other Faces Johannesburg en omgeving het decor. Opvallend is dat er in de animatiefilm niet wordt gesproken, terwijl er wel ruzies op straat zijn na een auto-ongeluk en Eckstein een telefoongesprek voert. Dit maakt dat het minder verhalend is dan animaties gebruikelijk zijn.

William Kentridge ging op 1 mei met zijn broer Matthew in gesprek over Drawings for Projections, en ze toonden de overige negen. Kentridge vertelde dat de animatiefilms zonder scenario ontstaan vanuit een houtskooltekening die hij voor elk frame minutieus veranderd en vastlegt. ‘Op het laatst teken je met je knokkels,’ onthulde Kentridge het moeizame en arbeidsintensieve proces. Op die manier kan een film van drie minuten zo drie maanden in beslag nemen. Het lastige bij deze manier van werken is dat het niet mogelijk is om een psychologisch karakter te ontwikkelen. Het hoofd en de gezichtsuitdrukking kunnen niet te veel veranderen, omdat dit te ingrijpend in de tekening is. In plaats van het fronzen van de wenkbrauwen met een slaak van verbazing, moet Kentridge dezelfde emotie bij Soho uitdrukken in het ophalen van zijn schouders.

Omdat de animatiefilms vertrekken vanuit een aantal beelden van Zuid-Afrika die Kentridge interessant vindt zonder dat hij hierbij een geschiedenis verteld is het lastig zijn verhaal te volgen. Kentridge zegt hierover dat ‘het niet uitmaakte dat de films weinig zin maken voor anderen behalve mijzelf.’ Hij is tenslotte geen schrijver, maar een kunstenaar. Toch ligt hier een onopgeloste spanning. De animatiefilms zijn aantrekkelijk genoeg om naar te blijven kijken, maar ze verschaffen enkel beelden en geen inzicht.

Het gesprek tussen de broers gaf dit wel, in de geschiedenis van zijn familie en van Zuid-Afrika. Grootvader Morris Kentridge, geboren in Polen, zat bijna een halve eeuw in het Zuid-Afrikaanse parlement, en vader Sydney Kentridge was een advocaat die onder anderen Nelson Mandela en Stephen Biko verdedigde. Als blijkt dat het beeld van Soho Eckstein in een strandstoel langs de vloedlijn in Kaapstad gebaseerd is op een foto van Morris Kentridge uit een familiealbum, ontstaan er andere associaties bij de beelden. Misschien is dit wel de kracht van de animatiefilms, dat ze interesse opwekken in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis zonder het te beschrijven.


Joram Kraaijeveld is assistent-curator bij SMBA en docent kunsttheorie op de Gerrit Rietveld Academie

William Kentridge
Eye Amsterdam

25.4 t/m 30.8.2015

Alle foto's: William Kentridge, More Sweetly Play the Dance, 2015, videostills
video projectie op 8 schermen, kleur, geluid, Studio Wildschut, courtesy Eye

Joram Kraaijeveld
is inhoudelijk directeur van Platform BK en docent kunsttheorie op de Gerrit Rietveld Academie

Share this Article:
|Back to Top
Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 6 — 2020