metropolis m

Sarah van Sonsbeeck mocht bij hoge uitzondering in de kluis van De Nederlandsche Bank, waar de nationale goudvoorraad ligt opgeslagen. Ze maakte er een tentoonstelling over die nu in de Kunstruimte van de bank te zien is.

De betonnen verhoging rondom het gebouw is ideaal voor het groepje skateborders. Kletterend vallen de borden neer op de harde ondergrond. In 1961 verrees het huidige gebouw van De Nederlandsche Bank op het Fredriksplein in Amsterdam, in een ontwerp van architect Marius Duintjer. Hugo Brand Corstius omschreef het ooit als een luciferdoosje waar later een wegwerpaansteker tegenaan is gezet. ‘Dat gebouw van Duintjer is volkomen mislukt’ Ik vind het wat ongenuanceerd gezegd. Het pand is een stijlbreuk met de oude binnenstad van Amsterdam, maar in het kader van de wederopbouw ontworpen. De baksteenkleurige randen refereren aan de karakteristieke grachtenpanden en door het gebruik van veel glas is het transparant. Zelfs de ‘wegwerpaansteker’ officieel de satelliet genaamd naar het ontwerp van architect Jelle Abma die er in 1991 bij werd gezet oogt niet gesloten.

Het probleem schuilt hem meer in de functie van het gebouw. Zwaar beveiligd door politie en marechaussee bevinden zich hier de kelderkluizen waar een deel van de Nederlandse goudvoorraad en bankbiljetten ligt opgeslagen. De rest ligt in New York, Ottowa en Londen. In 2014 haalde de bank nog een groot deel van het goud terug uit New York.

Recent liet de bank weten op zoek te zijn naar een nieuwe locatie om het goud op te slaan, niet omwille van veiligheid, de renovatie van het pand zou de aanleiding zijn. Het is deze gesloten en ontoegankelijke functie die ervoor zorgt dat Amsterdammers en bezoekers geen band kunnen opbouwen met het gebouw. Het zou dus niet komen door het pand zelf.

Er is een uitzondering op deze regel. Op afspraak kun je er een tentoonstelling bezoeken. Nadat ik me de ene dag telefonisch heb aangemeld, ga ik de andere op pad. Het is even zoeken naar de ingang, maar via een draaideur kom ik de ontvangsthal binnen. Achter de balie zit een vriendelijke mevrouw en na het controleren van mijn paspoort krijg ik een speciale bezoekerspas. Daarna moet ik mijn tas, jas en sieraden op een lopende band leggen en een zwaar bewapende medewerker wenkt mij door het detectiepoortje te lopen. Het pasje geeft mij toegang tot een tweede draaideur waarna ik bij een volgende balie kom. Ik word opgehaald en begeleid naar de Kunstruimte van De Nederlandsche Bank.

In 2014 bestond De Nederlandsche Bank tweehonderd jaar. In dit kader werden met hoge uitzondering drie kunstenaars uitgenodigd om een kijkje te nemen in de kluis waar het goud ligt opgeslagen. Eén van de mazzelaars is Sarah van Sonsbeeck.

Van Sonsbeeck wordt al geruime tijd gevolgd door De Nederlandsche Bank. Dat is niet zo verwonderlijk, want in haar haar zoektocht naar ons verlangen naar stilte kwam zij al vaker uit bij goud. Beide zijn namelijk zeldzaam en kostbaar in de huidige rumoerige wereld. In 2012 kocht DNB haar werk Silence is Golden but this is No Silence aan waarin zij de uitdrukking ‘spreken is zilver, maar zwijgen is goud’ onderzocht. Iedere afmeting van een vlakje bladgoud in het werk representeert het gewicht van een twee eurocent muntje. In 2014 had zij in de Kunstruimte een tentoonstelling samen met Antonis Pittas: Performing Silence. Daarin stond het vangen en vereeuwigen van de tijdelijke momenten waarin verandering optreedt centraal stond. De vraag om de gesloten kluis te bezoeken moet haar dan ook zeer verheugd hebben. Ik vraag me af of er in de kluis de ultieme stilte heerst en of de aanwezigheid van zoveel goud iets met je doet.

Haar presentie Translating the standard gold bar (I only take risks I understand) komt op mij over als een grappige minimalistisch aandoende verzameling ‘wat je al niet met goud kunt doen’. Met vooral heel veel connotaties rondom de schittering van dit duurste materiaal waar een kunstenaar mee kan werken.

Ze kreeg toestemming om ter plaatse een mal te maken van een goudstaaf. Deze is te zien als onderdeel van het werk One bar of gold, dripped #6 (2016). De afmetingen van tafeltje zelf refereren naar de planken in de kluis waarop de goudstaven opgeslagen liggen. Anders dan de standaard maat van de goudstaaf zelf zijn de afmetingen van de planken op de locatie aangepast.

Ik zie verspild goud dat van het tafeltje lijkt af te druipen als een ijsje in de zon. Ik zie goud als een wolk van goudhaar liggen One bar of gold, yarn (rolld and then unrolled) (2016) en verderop hangt het goud als een minimalisch schilderij aan de muur One bar of gold, tapestries (2016).

Sarah van Sonsbeeck vertaalt de maatvorm van de goudstaaf in verschillende verschijningsvormen. Ze bevrijdt het goud uit de mal van het gebruiksvoorwerp als geldwaarde. In een interview met Krist Gruijhuijsen refereert ze aan de fysieke en mythische eigenschappen van goud. ‘Krist: Eigenlijk is de vorm van de goudstaaf misschien wel de meest non-functionele vorm. Sarah: Misschien wel.’

Terwijl ik de zelfde route terug volg naar de frisse buitenlucht realiseer ik me dat ik nooit dichter bij de ‘echte’ goudstaven zal komen dan hier.

Sarah van Sonsbeeck
TRANSLATING THE STANDARD GOLD BAR (I ONLY TAKE RISKS I UNDERSTAND)
De Nederlansche Bank
20.4 t/m 3.6.206

Beeld: Gert Jan van Rooij

Lotte van Geijn

is beeldend kunstenaar en schrijver

Recente artikelen