Een expo-in-een-expo: Tshela tendu & Vincent Meessen in Bozar

Issue no4
aug / sept 2017
Degrowth

Een aanzienlijk deel van het werk van de Brusselse kunstenaar Vincent Meessen gaat in op de missing links, hiaten en de (bijna) vergeten gebeurtenissen in de moderne kunstgeschiedschrijving van België en Congo. In Bozar, Paleis voor Schone Kunsten, presenteert hij het laatste deel van zijn driedelige tentoonstellingsproject Patterns for (Re)cognition, een expo-in-een-expo. Samen met een team van kunstenaars creëert hij in het Bozar een kader voor het werk van de wijlen Congolese, moderne schilder Tshela tendu. Het geheel oogt esthetisch en doordacht, maar roept ook pertinente vragen op over representatie en toe-eigening.

Tshela tendu, alias Djilatendo (ook wel Tshela Ntendu – Luluaburg, circa 1890-1960), blijft een sterk onderbelichte, moderne kunstenaar. Bij leven kent hij slechts één belangrijke opdrachtgever, de koloniale bestuurder Georges Thiry, die later als fotograaf van de surrealisten een centrale rol zou opeisen in de Belgische avant-garde. Hoewel Tendu vanaf de jaren 1930 tentoonstelt in onder meer Rome, Genève, Parijs en vooral in Brussel, verdwijnt zijn werk na zijn dood uit het vizier van de kunstwereld. Een aanzienlijk deel van Tendu’s oeuvre is ondergebracht in de archieven van de Koninklijke Bibliotheek van België. Vincent Meessen onderneemt met Patterns for (Re)cognition pogingen om het werk van Tendu weer in de belangstelling te brengen. Pogingen, in het meervoud: eerder tentoonstellingsprojecten vonden plaats in Gent (KIOSK, 2013) en Basel (Kunsthalle, 2015). Meessen werkte het concept niet alleen uit; ook kunstenaars, architecten en ontwerpers Muriel Gerhart, Pierre Huyghebaert, Kris Kimpe en Aurélie Lierman droegen bij aan deze opstellingen

De tentoonstelling in Bozar vangt aan met een elegante entree: een spiegelende rondvormige schijf gevat in een houten kader. Verderop, in de vier aan elkaar verbonden ruimtes, pakken Meessen en zijn team uit met een strakke geometrische ingreep van spiegelende structuren met witte en zwarte vlakken. In driehoekige patronen, als kamerschermen of als rasters op de grond (een echo van het plafond van de zaal waarin deze ruimte vullende sculptuur tentoongesteld is), herhalen deze vormen zich gedurende de tentoonstelling.

Hoewel het resultaat in Bozar bijzonder flashy oogt, sluit de presentatie naadloos aan op de Art Deco architectuur van de zogeheten antichambres van het kunstenpaleis dat Victor Horta kort na de eerste wereldoorlog bedacht (na jaren werken opende het gebouw in 1928).

Aan de muren hangen de felgekleurde, ritmische en blijvend funky werken van Tendu. Zijn aquarellen charmeren en ogen wellicht ietwat naïef. Zijn geometrische patronen in vaak contrasterende kleuren verraden echter een enorm precieze schildertechniek. Hoewel voornamelijk abstract, voert Tendu af en toe ook personen op in zijn werk: profielen in egale kleuren. Soms gaat het over hemzelf, zoals in Moi Tschela tendu à Handy, le 18-7-30. Een zelden keer zien we ook een huis of een handvol dieren.

Thela Tendu, Untitled, ca. 1930, Collection Royal Library of Belgium

 

 

Kritische vragen

Vincent Meessen wil kritische vragen stellen bij hoe Tendu’s werk ervaren, tentoongesteld en gekaderd werd en wordt. Hij wenst vragen op te roepen over het gangbare discours over de schilder – dat grotendeels stoelt op dat van zijn opdrachtgever indertijd, Thiry – alsook over de overheersende interpretatie van de moderne, westerse abstractie.

Daartoe plaatst hij het oeuvre in perspectief door het met (historische) denkers te confronteren. Als opmaat voor – of afsluiter van – de tentoonstelling liggen aan de ingang/ uitgang exemplaren van Études psychologique des Noirs Asalampasu. Die meerdelige publicatie van de Franse psycholoog André Ombredane uit de jaren 1950 beschrijft de bevindingen van experimenten die hij in die periode in Belgisch-Kongo uitvoerde om ‘het mentale niveau van de zwarte bevolking’ te meten. Voor Meessen vormen deze studies, zo leert de perstekst, het uitgangspunt van het project, alsook dus van deze editie van Patterns for (Re)cognition.

De proeven van Ombredane zien we in een quasi labyrintische opstelling. Op uitgesneden witte vlakken ratelen op drie 16mm projectoren de registraties van de zogeheten objectieve cognitieve psychologie van de psycholoog. We zien iemand die blokjes in vormpjes (probeert te) stoppen. In een andere projectie zijn het blanke handen die een noir aanmoedigen om door te gaan met schrijven. De link met Tendu, wiens werken opnieuw aan de muren van deze zaal hangen, ontgaat.

Indrukwekkend

In de centrale, met een gouden koepel bekroonde, rotonde van de antichambres staat het meest indrukwekkende werk. In het nieuwe Sampling the Man of Memory, een samenwerking van Vincent Meessen met de Belgisch-Rwandese kunstenares Aurélie Lierman, weerklinkt spookachtig de stem van de Belgische historicus, antropoloog en Kuba-specialist Jan Vansina (1929-2017). De zaaltekst informeert dat dit klankwerk gaat over Vansina’s onverwachte ontmoeting met Tshela tendu in 1953. Helaas is het geluid te krasserig om het goed te kunnen verstaan. Het geluid is afkomstig van vier Kudelski reel-to-reel taperecorders. Tegenover elkaar opgesteld, op een afstand van zo’n drie meter van elkaar, loopt de gouden tape door de ruimte, in een kruis. Een mooie readymade, opnieuw perfect in harmonie met de imposante ruimte.

Patterns for (Re)cognition is een prachtige opstelling die mooi aansluit bij de architectuur en bij het werk van Tendu – voornamelijk vormelijk. Ze roept ook tal van vragen op over representatie, toe-eigening, en dies meer. Waarom kiezen Meessen en zijn team, Bozar, de Koninklijke Bibliotheek en andere betrokken partijen ervoor om dit werk in precies deze context te plaatsen en tonen? Hoe stel je het werk van een overleden zwarte kunstenaar uit het koloniale tijdperk vandaag tentoon? Wat zou Tendu hier zelf van gedacht hebben, mocht hij nog bij leven zijn?

De 16mm-filmdocumenten van Ombredane en de klankbanden van Vansina’s onverstaanbare stem sluimeren als geesten van het verleden en geven het geheel iets erg onbehaaglijks – problematisch zelfs. Maar misschien gaat het precies over deze frictie. Misschien wil Patterns For (Re)Cognition net lichtelijk provoceren, deze en soortgelijke vragen oproepen. Maar waar blijft dan die uitnodiging tot dialoog?

Patterns For (Re)Cognition, Tshela tendu & Vincent Meessen (In samenwerking Met Muriel Gerhart, Pierre Huyghebaert, Kris Kimpe & Aurélie Lierman). Bozar, Brussel. 16.06.2017-10.09.2017

Overzichtsfoto's: © Installation Vincent Meessen au Palais des Beaux-Arts (BOZAR), 2017. Photo Philippe De Gobert.

Ive Stevenheydens
is schrijver, kunstcriticus en curator bij Argos, Center for Art and Media in Brussel.

Share this Article:
|Back to Top
Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2017