Elin Magnusson, Act on Instinct, 2013 

De mens is een dier en het dier is een mens. Toch?

Issue no5
okt / nov 2017
REMIX

In museum De Domijnen in Sittard is deze zomer de tentoonstelling Ben ik een dier? te zien. Gastcuratoren Colette Olof en Joanne van der Zanden vertalen de eeuwenoude filosofische vraag naar een tentoonstellingsruimte en laten zien dat veel kunstenaars in deze tijden van het Antropoceen, waarin de verhouding mens en natuur toch al op scherp staat, met de vraag bezig zijn. Waarin verschilt de mens van het dier en wat voor ethische, filosofische en economische consequenties heeft deze tweedeling?

Charlotte Dumas, Imbari, Support, 2016 

Arnout Mik, Portrait, 1998 

Dat niet iedereen het eens is met deze tweedeling komt duidelijk naar voren in de tentoonstelling. Het laat veel kunstenaars aan het woord die mens en dier als gelijken zien of in elk geval de paternalistische houding van de mens jegens het dier bekritiseren. Het openingswerk Portrait (1998) van Arnout Mik is een vrij rechtlijnige vertaling van de tentoonstellingstitel. De geportretteerde is zowel mens als aap. Zijn behaarde bovenlichaam en apenkop zitten vast aan een in joggingbroek gestoken onderlichaam. Hij zit aan een werktafel in wat een atelier of een timmerwerkplaats kan zijn. Hij is als een bevroren frame in de welbekende voorstelling van het evolutieproces, ergens tussen mens en dier in maar dan wel in een hedendaagse setting.

Verderop in de ruimte staat een manshoge uitgeklede papieren papegaai. Ragfijne grijze potloodtekeningen sieren zijn vleugels, kop en poten die verbonden zijn door een houten frame. Als een kostuum dat op een kapstok wacht op de performer of een decoratieve poortwachter staat hij de bezoeker op te wachten. Achter Transcending Parrot (2016) van Vanna Bowles liggen hyperrealistische potloodtekeningen en sculpturen van mensenhanden, dode dieren naast elkaar. Ze lijken te zeggen dat de dood voor iedereen in wezen hetzelfde is.

Vanna Bowles. Foto door Bert Janssen

De tentoonstelling toont zich op haar best waar het dierlijke en het technologische samenkomen. Bijvoorbeeld in het werk How I became a goat man (2016) van Thomas Thwaites. Met behulp van technologie maakte hij een pak waarin hij als berggeit kon leven temidden van een kudde geiten in de Zwitserse Alpen. Hij wil naar eigen zeggen zo onderzoeken in hoeverre de mens kan veranderen in een niet-mens. Interessant is dat hij in dit werk lijkt te suggereren dat om een niet-mens te worden we moeten schipperen tussen het dierlijke in ons en het robotachtige.

Het ziin de videowerken waarin de over het geheel wat braaf en lieflijk overkomende tentoonstelling prettig gaat wringen en de meeste vragen oproept. Het vraagt de bezoeker om buiten het comfortabele antropocentrische (en latent dier-correcte) standpunt te treden. In de lichtvoetige film Act on Instinct (2013) van Elin Magnusson dwaalt de kunstenaar verkleed als moederhert met haar drie hertenkinderen, kinderknuffels, door de bossen. Ze wast ze, legt ze in bed (bindt ze vast aan een boom) en reflecteert ondertussen op haar positie ten opzichte van de groep. Het roept zowel het beeld van een moeder die zorgt voor haar kinderen als een kind dat met poppen speelt op. Wellicht een goede metafoor voor de ouder-kind relatie die de mens heeft met het dier.

Melanie Bonajo, Progress vs. Sunsets (work in progress), 2017 

In het oeuvre van Melanie Bonajo spelen non-humans een grote rol. Zij pleit voor een meer geëmancipeerde omgang tussen humans en non-humans. In de videofilm Progress vs. Sunsets (2017) laat zij kinderen reflecteren op dierenfilmpjes die online via platforms als Dumpert circuleren. Deze filmpjes klinken misschien onschuldig maar zijn het allerminst. Gevangen in plastic, met een blikje frisdrank op hun hoofd of knuffelend met een knuffel worden hulpeloze dieren gefilmd. Wanneer Bonajo de kinderen vraagt te reageren, verplaatsen die zich heel natuurlijk in de positie van het dier. Ze vragen het dier meer privacy te geven of te bevrijden van het plastic in plaats van hen te filmen. Het werk laat het geconstrueerde van de scheiding tussen mens en dier zien.

Niki Lindroth von Bahr, The Burden, 2017. Foto door Bert Janssen

Aan het einde van de tentoonstelling is de fascinerende geanimeerde musical The Burden (2017) van Niki Lindroth van Bahr te zien. Handgemaakte poppen van dierfiguren spelen hierin de hoofdrol. Zij werken in een callcenter, hamburgertent of de supermarkt en klagen de repetitieve saaiheid van hun banen aan. Waar in de komedie Modern Times (1936) Charlie Chaplin de snelheid van de machines niet meer bij kan benen, gaat het in The Burden over de monotome, haast slaapverwekkende handelingen en zinnen die de hoofdpersonages dag in dag uit doen en zeggen. Het laat de shift in werk sinds de opkomst van de Industriële Revolutie zien. Waar de westerse mens in eerste instantie fysiek overmeesterd wordt door de machines, is het nu voornamelijk geestdodend werk dat zijn tol eist. Zoals de aap in het callcenter het wanhopig uitdrukt: ‘my life is drifting away’.

Emily Kocken, Come-Go-Stay, 2015, Courtesy of C&H gallery en West Den Haag 

Zaaloverzicht Ben ik een dier?. Links: Mitsy Groenendijk, midden: Vanna Bowles, rechts: Charlotte Dumas. Foto door Bert Janssen

Ben ik een dier? toont een grote verscheidenheid aan relaties tussen mens en dier en mens en machine. De benaderingswijzen en thematiek waaieren breed uit. Daarin draaft de tentoonstelling wellicht haar eigen doel voorbij. Door die breed opgezette thematiek ligt versnippering op de loer. De verbindende factor tussen de vele werken is het dier maar toch voelt dat niet helemaal bevredigend. Niet alleen omdat het vaak een sentimentele of belerende houding in de hand speelt, ook omdat het antropocentrische, verlichte denken over het algemeen toch overeind blijft.

De tentoonstelling is het sterkst in de werken die de vermeende verschillen tussen mens en dier niet expliciet benoemen maar laten wegebben. In de video-installatie Come-Go-Stay (2015) van Emily Kocken zien we gelijktijdig zes korte verstilde video’s van haarzelf en een waanzinnig gekapte poedel in de duinen aan de rand van de Noordzee. Ze spiegelen de handelingen van de ander en lijken zo een perfect koppel. Het doet denken aan de vele voorbeelden van honden en hun baasje die op elkaar (gaan) lijken of liefdeskoppels die elkanders evenbeeld zijn. Door de spiegelende vriendschap tussen hond en mens lijken hun onderlinge verschillen er minder toe te doen maar gaat het om de band tussen twee wezens. Mens en hond als evenwaardig gezelschap voor elkaar. Kocken is geïnspireerd door een liefdevolle foto van schrijfster Gertrude Stein, haar partner en hun poedel.

De mens is een dier en het dier is een mens. Tegelijkertijd, het geheel overziend, is er ook nog wel een verschil te benoemen: de mens heeft meer robotachtige trekken dan welk dier dan ook.

Ben ik een dier? toont werk van Greta Alfaro, Melanie Bonajo, Vanna Bowles, Charlotte Dumas, Mitsy Groenendijk, Emily Kocken, Niki Lindroth von Bahr, Elin Magnusson, Arnout Mik, Trompette de la Mort, Radio René, Thomas Thwaites, Pinar & Viola en Christiaan Zwanikken

De tentoonstelling is nog t/m 20 augustus te bezoeken in museum De Domijnen, Sittard.

Zoë Dankert
is schrijver en kunstcriticus

Share this Article:
|Back to Top
Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2017