Zaalopname Neo Rauch, Dromos, courtesy Museum De Fundatie, Zwolle, foto Peter Tijhuis

Neo Rauch - de schijn van betekenis

Issue no4
aug - sept 2018
Exchange - Fotografie - Eindexamens 2018

Neo Rauch profileert zich graag als een romantisch schilder pur sang. Een kwalificatie waar wel wat op valt af te dingen. Ton Kruse over het grote overzicht van de populaire Duitse kunstenaar in De Fundatie Zwolle.

'Ik ben als schilder ten diepste romantisch gezind. Tegenwoordig is de schilderkunst slechts een van de vele opties. Dat doet men een tijdje en dan stapt men weer over op video of performancekunst. En alles is half-goed, zegt Neo Rauch in een interview met Sandra Smallenburg in de NRC van 3 januari jl. Maar is Rauch eigenlijk wel zo'n traditionele kunstschilder, zoals dat werd begrepen ten tijde van de romantiek in de negentiende eeuw? En wat te denken van het afserveren van hedendaagse kunst als 'half-goed', waar kunstenaars zich inderdaad niet meer verbinden aan één type medium zoals de klassieke schildermedia?

De tentoonstelling in De Fundatie geeft een overzicht van werk vanaf 1993, kort na zijn afstuderen aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig. Inderdaad zien we alleen maar verf op doek, een enkele keer verf op papier, of verf op papier op doek. Maar eerder dan typisch schilderachtige kwaliteiten zien we grafische en tekenachtige manieren van materiaalgebruik en in vormgeving. Rauch tekent met het penseel. Schaduwen om volume aan te geven zijn hard begrensd, zeker in het vroege werk. Zijn verfgebruik is vooral dekkend, de schildertoets speelt nauwelijks een rol en de bewegingen blijven klein - ook op de grote doeken. De schilderijen worden deels ervaren als grafische prints en de stijl van vormgeven doet sterk denken aan striptekeningen uit de jaren zestig. Denk aan de tekenstijl van Michiel Vaillant, Archie, de man van staal, en Prins Valiant. Eenzelfde stijl tref je aan in illustraties in jongensboeken uit die periode, zoals die in de boeken van Snuf, de hond.

Zaalopname Neo Rauch, Dromos, courtesy Museum De Fundatie, Zwolle, foto Peter Tijhuis

Bij het zien van de werken van kort na zijn afstuderen, vroeg ik me geregeld af waarom Rauch eigenlijk heeft gekozen voor het schilderen na de grafische school. Ik vermoed dat dit te maken had met de mogelijkheid om dingen weg te schilderen en in een later stadium weer aan te passen. Het schilderen geeft de vrijheid om zomaar ergens te beginnen en zonder plan een beeld te laten ontstaan, en in de loop van het ontstaan rigoureus aanpassingen te maken. Wellicht ook daarom die vaak dekkende, gesloten verflagen. Toch zou de gehanteerde vormtaal uitnodigen grafische media te gebruiken: litho, zeefdruk, linoleumsnede. Maar nergens in de tentoonstelling blijkt dat Rauch dat ooit heeft gedaan.

Gaandeweg het klimmen der jaren stapt Rauch steeds meer af van de platte kleurvlakken en vrij in de ruimte zwevende figuratie, en veranderen de werken steeds meer in coherente werelden. De werelden zijn te typeren als droombeelden. Vol met een persoonlijke, en daarom hermetische symboliek - in de dubbele betekenis van de term hermetisch: de sfeer van esoterie, magie en wellicht een Jungiaans symbolisme, en tegelijk: afgesloten en ondoordringbaar. Rauch schept ook een dergelijke mystiek om zijn werk heen, met uitspraken als: ‘Ik was eigenlijk bezig met dat andere schilderij, maar toen zag ik uit mijn ooghoek dat er hier iets niet in orde was’, of: ‘Soms zijn de stromen allemaal opgedroogd en scharrel ik hier rond als een hond in het zand, in de hoop een bot te vinden. Maar soms word ik ineens opgetild en meegevoerd door een vloedstroom, als een surfer.’ En: ‘wat zich daar afspelen gaat, moet ik nog doorkrijgen.’ Uitspraken uit het eerder genoemd interview met Sandra Smallenburg.

Zaalopname Neo Rauch, Dromos, courtesy Museum De Fundatie, Zwolle, foto Peter Tijhuis

Zaalopname Neo Rauch, Dromos, courtesy Museum De Fundatie, Zwolle, foto Peter Tijhuis

Het schilderen wordt na 2002 minder grafisch, maar het tekenachtige blijft, alsmede het ontbreken van grote bewegingen en een gelaagd verfgebruik. De werkstukken zouden het erg goed doen als illustratie of boekomslag. De houterigheid van zijn figuren heeft Rauch omarmd als een stijlelement, wat goed past bij de onnatuurlijke droomwerelden. Maar ook hier mis ik de overstap naar andere media dan verf en doek. Wat zou er gebeuren als Rauch eens een film of een theatrale setting maakte zoals Matthew Barney? Als hij zichzelf of zijn publiek eens geen facade aanbood, maar een omgeving? Wat zou er gebeuren als hij woorden gaf aan zijn werk in een roman, of feit met fictie vermengde in een fictief, historisch boek. Of geluiden en geuren zocht of maakte bij zijn droombeelden? Wat als Rauch gewoon echt een beeldroman maakte (ik denk onmiddellijk aan de originele Axel Moonshine stripboeken), of zijn werk liet animeren door een Pixarstudio of iets dergelijks (was Dali immers ook niet eens stagiair bij Walt Disney)? De tentoonstelling zucht nu onder een veelheid van exemplaren van min of meer hetzelfde werk: van een kwalitatieve sprong is nergens sprake. In het oeuvre zijn maar heel kleine en voorzichtige stapjes gemaakt in een lange tijd, hoewel sommigen dat juist positief zullen benoemen als consistent.

De tentoonstelling zucht onder een veelheid van exemplaren van min of meer hetzelfde werk

Rauchs werk is vaak aantrekkelijk en grafisch interessant in zijn kleurgebruik, maar de droombeelden zijn strikt persoonlijk en blijven daarom op afstand. Vooral het vroegere werk weet te boeien waar leegte en disbalans nog een rol spelen in de composities. De leegte geeft het hermetische van de figuratie een zekere openheid doordat de figuratie, en de heel kleine, persoonlijke, handschriftelijke bewegingen aan de randen van de vlakken, opdoemen in of uit leegte. Er wordt gezinspeeld op verhalen die maar geen coherentie krijgen, geen begin of conclusie hebben. De afwezigheid van coherentie en evenwicht wordt daar betekenisvol. Maar in latere werken krijgen de beeldconstructies coherentie en worden werelden, die, doordat de leegte steeds minder een rol speelt, de schijn oproepen van een betekenis, of een symboliek die daadwerkelijk ontcijferd kan worden. Maar omdat de symboliek zo persoonlijk is, en nauwelijks refereert aan de collectieve, of actuele werkelijkheid, blijft de betekenis ervan gesloten en verborgen. Daarmee wordt de toeschouwer denk ik uiteindelijk niet uitgedaagd, omdat ontcijfering onmogelijk is en de symboliek te vreemd. Uiteindelijk is dat frustrerend, ontmoedigend en leidt het tot een gebrek aan mogelijkheden in de voorstelling door te dringen. We komen niet verder dan woorden als: vervreemdend, onwerkelijk, ongemakkelijk misschien. En dergelijke algemeenheden lees ik ook terug in de recensies en catalogusteksten. Het blijft steken bij aanduiding van sfeer en globale verwijzingen naar kunsthistorische narratieven zoals ‘het modernisme’ en ‘de romantiek’.

Zaalopname Neo Rauch, Dromos, courtesy Museum De Fundatie, Zwolle, foto Peter Tijhuis

Rauch presenteert zichzelf graag als een romantisch, intuïtief schilder. Maar inhoudelijk zou zijn werk echter eerder een vervolg op het daliaans surrealisme kunnen zijn dan op de romantische beleving van natuur, historie en authenticiteit in de negentiende eeuw. Schilderkunstig stamt zijn vormtaal van illustraties uit de jaren vijftig en zestig, in plaats van die van romantische schilders. Zijn zich beperken tot de klassieke schildermedia maakt zijn werk vermoedelijk eerder 'half-goed' dan wanneer hij zijn droomwerelden op enig moment had getransponeerd naar andere media. Wie weet had de vlakke, grafische leegte die in zijn vroege werken nog een rol speelde zich dan kunnen ontwikkelen tot een dergelijke schilderachtige diepte die we bijvoorbeeld ervaren in Newmans Cathedra, en de oorsprong van zijn figuratie tot een conceptuele rijkheid zoals we die vinden in werk als dat van Gerhard Richter.

‘Things that are applauded might be so for the wrong reasons - not for their innovative kernel but for their conventional shell', schreef Jörg Heiser in E-flux journal, What is contemporary art? Sternberg Press, 2010.

Neo Rauch Dromos Schilderijen 1993-2017, Museum De Fundatie, Zwolle, 21.01.21018 t/m 03.06.2018

Ton Kruse
is beeldend kunstenaar

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 4 — 2018