Loes van der Horst, Dulobita, foto Marjon Gemmeke

Loes van der Horst in Kröller-Müller - De zoekende blik als leidraad 

Issue no3
juni - juli 2020
Troebele waters

‘Steeds meer ruimte veroveren’, zei kunstenaar Loes van der Horst eens, ‘met licht materiaal!’ Het Kröller-Müller Museum toont nu haar werk, waarin ze het kijken aftast en richting geeft aan het oog van de toeschouwer.

Misschien komt het door de lichtgrijze klinische kleur waarin de muren geschilderd zijn. De rode vormen die ik in het Kröller-Müller Museum zie, doen me denken aan uitgerekte bloedcellen. De gekromde gedaantes verschijnen op drie naast elkaar opgehangen werken in Loes van der Horsts tentoonstelling Tekeningen voor de Ruimte.

Zelf noemde de kunstenaar, die dit jaar honderd jaar zou zijn geworden, de vormen torso’s. De titel rekt mijn eerdere lichamelijke associatie op naar een andere schaal. In twee van de werken verschijnen de rood geschilderde torso’s bovenop een snelle potloodtekening van een gebouw. Daarmee lijken de werken een type ruimtelijke installatie aan te kondigen dat vaker terugkeert in Van der Horsts werk: een installatie bestaande uit meerdere ‘snijvlakken’, vaak gemaakt van (synthetisch) textiel, die zijn opgespannen in een ruimte.

In het meest linkse werk, dat Van der Horst de titel Torso’s on the Beach heeft gegeven, ontbreekt die architecturale setting. De abstracte torso’s krijgen daardoor een soort autonomie, ze hebben het vrije strand boven het gebouw verkozen. Meerdere van de getoonde werken lijken zich onder mijn blik tussen deze twee plaatsen te bewegen. De ene keer lees ik ze als een schets voor een toekomstig werk, de andere keer als beeld op zichzelf. Zo raken zwarte lange rechthoeken door een toegevoegde schaduw ineens los van het platte vlak en beloven ze een driedimensionaal gebouw.

Meerdere van de getoonde werken lijken zich onder mijn blik tussen deze twee plaatsen te bewegen. De ene keer lees ik ze als een schets voor een toekomstig werk, de andere keer als beeld op zichzelf

Zaaloverzicht Loes van der Horst, Tekeningen in de Ruimte, foto de auteur

Zaaloverzicht Loes van der Horst, Tekeningen in de Ruimte, foto de auteur

Zaaloverzicht Loes van der Horst, Tekeningen in de Ruimte, foto de auteur

Deze verschuivingen vallen op hun plaats als ik meer lees en hoor over de ontwikkeling van Van der Horsts kunstpraktijk. De kunstenaar hield zich in eerste instantie bezig met schilderen en tekenen. Textiel kwam pas in beeld toen zij een weefgetouw kreeg van haar moeder. Aanvankelijk deed dat ‘gerommel met draadjes’ haar niet zo veel, maar langzamerhand begonnen de geweven structuur en textuur haar steeds meer te fascineren. Haar werk werd abstracter: een benaming die ze zelf – net zoals ‘figuratief’ – maar benauwend vond. De kunsthistoricus kan zich er mee oriënteren; de hybride kunstenaar wordt er niet door geboeid.

Nadat ze zich het weven eigen had gemaakt, raakten haar draden langzaamaan los van dat getouw en begonnen ze de ruimte te doorkruisen. Een voorbeeld is haar installatie Dulobita in 1973 in de tuin van het Kröller-Müller. Op een foto in de tentoonstelling zie je hoe vier netten in zadelvormen over elkaar gespannen zijn. Daarmee doen de netten denken aan de overlappende schilden van het prehistorische insect waar het werk haar titel aan zou ontlenen. ‘Steeds meer ruimte veroveren’, zegt Van der Horst erover, ‘met licht materiaal!’

Loes van der Horst, Raamplaats 2, foto de auteur

Dat veroveren van de ruimte begint steevast met Van der Horsts eigen zoekende oog. Door de weg die het aflegt visueel vorm te geven geeft ze vervolgens tevens richting aan het oog van de toeschouwer. Het ‘leiden van de blik’ ligt, zoals ze zelf stelde, aan de basis van iedere kunstenaarspraktijk, maar wordt in haar werk naar de oppervlakte gebracht. Ze speelt er ook mee, bijvoorbeeld door een ‘irritante’, want nooit in één oogopslag zichtbare, rechthoek boven de trap in het Stedelijk Museum Amsterdam te installeren.

Twee van de tekeningen in de tentoonstelling, gemaakt van inkt en aquarel, noemde ze ‘raamplaatsen’. Te zien zijn wolkenpartijen tegen een grafische ondergrond bestaande uit elkaar overlappende diagonale, zwarte lijnen. Ik moet eraan denken als ik later die dag de bus instap. Even zie ik dan Van der Horst voor me zitten, lijnen trekkend met haar ogen in alles wat in de ramen voorbij komt.

Loes van der Horst, Tekeningen voor de Ruimte, Kröller-Müller Museum, Otterlo, t/m 1.3.2020

Marsha Bruinen
is webredacteur bij Metropolis M

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 3 — 2020