Guido van der Werve, Nummer twaalf, tentoonstelling Tastbare Futiliteit, Eye Filmmuseum, Amsterdam © Studio Hans Wilschut

De melancholie voorbij - Guido van der Werve in Eye

Issue no2
april - mei 2022
platteland & biënnale gids

Deze week veel aandacht voor Amsterdam, gedurende Amsterdam Art Week 2022. Vandaag een bespreking van Guido van der Werve in Eye. Hij is bekend geworden met verstillende films waarin hij de confrontatie aangaat met zichzelf en zijn melancholische gemoedstoestand. Laura van den Bergh bezoekt het overzicht in Eye en merkt op dat de films door de tijd heen steeds meer op de toekomst gericht zijn, de melancholie voorbij.

Op weg naar de tentoonstelling van Guido van der Werve in het Eye Filmmuseum, lees ik in een interview met de kunstenaar dat hij door de jaren heen geteisterd werd door periodes van depressie. In het korte filmportret voor Hollandse Meesters uit de 21e eeuw uit 2012 vertelt hij dat hij het meest bang is voor stilstand en moet blijven bewegen om te kunnen blijven bewegen: ‘Ik word gek als ik niks kan doen.’ Ik moet denken aan het boekje De Grenzen van mijn Taal, waarin Eva Meijer schrijft dat de depressieve mens wordt afgesneden van de toekomst: ‘Omdat niets de moeite waar is, is er niets om naartoe te leven. Tijdens een depressie begrijp je hoe belangrijk het is om je ergens op te kunnen verheugen.’ Ze noemt Andrew Solomon, die niet geluk maar vitaliteit beschouwt als het tegenovergestelde van depressie; in beweging blijven, richting blijven voelen.

Guido van der Werve, Nummer twaalf, tentoonstelling Tastbare Futiliteit, Eye Filmmuseum, Amsterdam © Studio Hans Wilschut

Guido van der Werve, Nummer twee, tentoonstelling Tastbare Futiliteit, Eye Filmmuseum, Amsterdam © Studio Hans Wilschut

Hoewel de term ‘depressie’ niet valt in de tentoonstelling, lijken depressie en de daarbij behorende melancholie, isolatie en (angst voor) stilstand, een belangrijke rol te spelen in het werk van Van der Werve. In Nummer 2, de openingsfilm van de tentoonstelling en zijn afstudeerfilm van de Gerrit Rietveld Academie, verwelkomt Van der Werve de bezoekers met holle stem: ‘’s Ochtends kan ik niet opstaan, ’s middags verveel ik me, ’s avonds ben ik moe en ’s nachts kan ik niet slapen.’ De jonge kunstenaar komt in beeld en kijkt ernstig in de camera. Dan zet hij een paar stappen achteruit en wordt door een auto geschept. Er komt een politiebusje aanrijden dat met piepende banden vlak naast het hoopje kunstenaar parkeert. Terwijl de kunstenaar in de hoek van het scherm blijft liggen, stappen elegante jonge ballerina’s uit het busje, die op Concerto grosso fatto per la notte di Natale van Arcangelo Correlli een balletopvoering geven. Het is een vervreemdend beeld, de roerloze kunstenaar en de fiere danseressen die braaf doordansen. Stilstand versus beweging.

Dit contrast komt vaker terug in de films van Van der Werve. De tentoonstelling in het Eye Filmmuseum biedt in elf films een overzicht van zijn kunstpraktijk, van zijn afstudeerwerk tot aan Nummer achttien (2022), zijn meest recente en nog niet voltooide film. Van der Werve’s films zijn, net als omvangrijke opussen van klassieke componisten, chronologisch genummerd. Door de chronologische opstelling van de tentoonstelling wordt ook inzicht geboden in Van der Werve’s omgang met zijn gemoedstoestand door de jaren heen.

Guido van der Werve, Nummer vier, tentoonstelling Tastbare Futiliteit, Eye Filmmuseum, Amsterdam © Studio Hans Wilschut

In de tweede film van de tentoonstelling, Nummer vier (2005), zit Van der Werve achter een piano met zijn rug naar de camera op een meer in Finland. Hij speelt de eerste Nocturne in B-klein van Frédéric Chopin, de linkerhand voortdurend stijgend en dalend over arpeggio’s, de rechterhand leidend, melodieuzer en vrijer. Het water rimpelt als geluidsgolven om hem heen, een watervogel krast. Van der Werve speelt indrukwekkend mooi, volgens de tentoonstellingstekst is muziek ‘zijn eerste grote liefde’, maar hij vond zichzelf nooit goed genoeg voor het conservatorium. In een volgend shot vaart tergend langzaam een boot langs met daarop een orkest en koor die het Lacrimosa ten gehore brengen, misschien wel het bekendste stuk uit de dodenmis - het requiem - van W.A. Mozart (dat overigens grotendeels pas na zijn dood gecomponeerd werd door zijn leerling Franz Süssmayr). In een derde shot trekt een vliegtuigje de zin ‘It was nog enough’ door de lucht: een verzuchting uit de film Stalker van regisseur Andrej Tarkovski. Hoewel muziek hier de hoofdrol speelt, werkt de film verstillend. Er gaat een bedompte rust vanuit, een melancholie die tijdloos lijkt.

Guido van der Werve, Nummer negen, tentoonstelling Tastbare Futiliteit, Eye Filmmuseum, Amsterdam © Studio Hans Wilschut

Nog sprekender is de film Nummer negen (the day I didn’t turn with the world) uit 2007, waarin Van der Werve een dag niet meedraait met de wereld onder zijn voeten. Hij trok naar het noordelijkste puntje van de planeet en draaide in 24 uur precies één rondje om zijn as, tegen de draairichting van de aarde in. Zelfs als versnelde timelapse ziet het eindeloze staan in de vrieskou er loodzwaar uit. De film is misschien wel de treffendste verbeelding van de tentoonstellingstitel, Tastbare Futiliteit. Ook hier speelt de kunstenaar met het contrast tussen stilstand en beweging, met depressieve tijdloosheid die neigt naar zinloosheid, het leven weg te zien tikken vanuit een glazen stolp.

Deze film markeert ook een ommekeer in het oeuvre van Van der Werve. Omdat hij geen passende muziek kon vinden, besloot hij deze zelf te componeren. Het resulteert in een pianostuk dat het midden houdt tussen Arvo Pärt, Philip Glass, het vroegere werk van John Cage en een vleugje Einaudi. Vanaf dit moment componeert Van der Werve al zijn muziek zelf. Vanaf dit moment worden zijn films steeds meer gekleurd door het tegenovergestelde van depressie: richting, beweging, vitaliteit. Rond 2007 raakte Van der Werve ook verslaafd aan hardlopen; marathons en triatlons komen sindsdien regelmatig terug in zijn films, vaak onder begeleiding van zelf gecomponeerde muziek. De films worden een documentatie van zijn therapie, een testament van zijn vooruitgang.

Guido van der Werve, Nummer dertien, tentoonstelling Tastbare Futiliteit, Eye Filmmuseum, Amsterdam © Studio Hans Wilschut

Guido van der Werve, Nummer dertien, tentoonstelling Tastbare Futiliteit, Eye Filmmuseum, Amsterdam © Studio Hans Wilschut

De helende werking van componeren en hardlopen wordt expliciet gemaakt in het driedelige werk Nummer dertien - emotional poverty in three effugia (2010-11). Het eerste deel, Effugium a, is een diavoorstelling waarin Van der Werve met een bos kamille in de hand van het MoMA PS1 museum in New York precies een marathonafstand aflegt naar het graf van de Russische componist Sergej Rachmaninov. De tentoonstellingstekst ligt toe: ‘Rachmaninov leed aan depressies; zowel hardlopen, kamille als het componeren van muziek staan erom bekend zwaarmoedigheid te verlichten.’ Het derde deel van deze film, Effigium c, toont de kunstenaar die twaalf uur lang rondjes om zijn huis in Finland rent. Ondanks de vermeende verlichtende werking van hardlopen, wordt de futiliteit hier wederom tastbaar; Van der Werve legt weliswaar tweeënhalve marathon af, zijn voortuin zal hij niet verlaten.

Guido van der Werve, Nummer veertien, tentoonstelling Tastbare Futiliteit, Eye Filmmuseum, Amsterdam © Studio Hans Wilschut

In de volgende film, Nummer veertien (2012), komt de kunstenaar wel verder. Deze film neemt de vorm aan van een requiem, en wordt begeleid door een requiem dat Van der Werve zelf componeerde. In twaalf aktes verdeeld over drie delen rent, zwemt en fietst Van der Werve een triatlon tussen de laatste rustplaatsen van Chopin. Hoewel Chopin overleed in Parijs en werd begraven op Père Lachaise, smokkelde zijn zus na zijn dood zijn hart mee terug naar Warschau. Het verhaal gaat dat Chopin voor zijn vertrek naar Parijs een zilveren beker vulde met zijn geboortegrond en die altijd bij zich droeg. Ook Van der Werve torst een zilveren beker mee in de zakken van zijn ren- en fietskleding of in de kraag van zijn duikpak, die hij onderweg vult met de grond uit de voortuin van Chopins voormalige huis. Beelden van de vastberaden voortbewegende kunstenaar worden afgewisseld met shots van Pella, de Macedonische stad in Griekenland waar Alexander de Grote geboren werd. Net als Chopin zou Alexander de Grote nooit terugkeren naar huis. Door de film heen bevraagt Van der Werve zijn eigen oorsprong en vraagt zich hardop af waar hij thuishoort. Al bewegend, fietsend, zwemmend, zoekt hij naarstig naar richting. Het brengt hem uiteindelijk naar zijn ouderlijk huis in Papendrecht.

In 2016 was Van der Werve slachtoffer van een zwaar verkeersongeluk. Tegen alle verwachtingen in ontwaakte hij na een maand uit een coma, waarna zijn geleidelijke maar miraculeuze herstel begon. Artsen verklaren dit wonder door te wijzen op zijn uitzonderlijke fysieke en mentale conditie, opgedaan tijdens vele extreme uithoudingsoefeningen, het rennen van marathons, het eindeloos meditatief herhalen van beweging. De tentoonstelling sluit af met fragmenten uit Van de Werve’s aankomende film Nummer achttien (2022), zijn eerste lange speelfilm. In dit ‘poëtische zelfonderzoek’, een ‘ode aan de buitenbeentjes’, reflecteert hij op zijn revalidatie, zijn eigen minderwaardigheidscomplex en de dood van zijn vader. Het zijn vervreemdende beelden, waarin hij een klein meisje uitlegt hoe een Fins natuurtoilet werkt (je moet er wat zaagsel op gooien!), door een vrouw wordt aangekleed met helm en scheenbeschermers, en met zijn eigen tien geboden door het bos loopt.

Guido van der Werve, Nummer achttien, tentoonstelling Tastbare Futiliteit, Eye Filmmuseum, Amsterdam © Studio Hans Wilschut

Als ik door de tentoonstelling beweeg, wordt me duidelijk er een steeds duidelijkere richting te ontwaren is in Van der Werve’s oeuve. In zijn films streeft Van der Werve zijn depressieve gemoedstoestand steeds dwingender voorbij en weet zo richting te vinden in de tijdeloze melancholie. Met zijn nieuwe film kleurt Van der Werve wederom een nieuwe toekomst. Iets om naar uit te kijken.

De nieuwe film van Guido van der Werve, Nummer achttien, gaat in september 2022 in première in de bioscoop.

De tentoonstelling Tastbare Futiliteit is nog t/m 29.5.2022 te zien bij Eye Filmmuseum, Amsterdam. Meer informatie op de website van Eye.

Alle afbeeldingen courtesy de kunstenaar & GRIMM Amsterdam|New York

 

Laura van den Bergh
is eindredacteur bij Metropolis M en promovendus bij ASCA aan de Universiteit van Amsterdam

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
nieuwste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 2 — 2022