de Appel, Prinseneiland, exhibition space, photo by Marco Sweening

Scherpe ja's en nee's, over de kracht van kleinschaligheid

de Appel - 40+ Years of Risks (deel 1)

Issue no5
okt - nov 2018
Entanglement

Het is een benard moment in de geschiedenis van de Appel, nu het met veel minder geld (en vanaf dit weekend voorlopig zonder vaste plek) verder moet. Tijd voor een herbezinning die directeur Niels Van Tomme in het openbaar uitvoert, in een reeks van avonden gewijd aan de opeenvolgende directoraten. We presenteren een verslag in drie delen. Vandaag deel 1: hoe de Appel een belangrijke speler in het internationale veld werd.

Wies Smals, Saskia Bos, Ann Demeester, Lorenzo Benedetti: deze directeuren hebben achtereenvolgens hun stempel gedrukt op de Appel, het kunstinitiatief turned kunsthalle dat op dit moment haar laatste project presenteert op de huidige locatie, de Prins Hendrikkade 142. De Appel moet het pand noodgedwongen verlaten; de huur is in de nieuwe financiële situatie simpelweg te hoog. Aan zet is de nieuwe directeur Niels Van Tomme, die samen met het nieuwe bestuur van de Appel, moet roeien met de riemen die hij heeft: minder financiële ruimte, geen zicht op een nieuw pand. De toekomst van de Appel is onzeker. Toch is de sfeer bij de eerste twee lezingen in het kader van De Appel Timeline: 40+ Years of Risks ontspannen. Van Tomme, die de avonden bij de Appel inleidt, lijkt niet ongerust, hij lijkt dit benarde moment in de geschiedenis van de kunstruimte met beide handen aan te willen grijpen voor een serieuze heroriëntatie en herpositionering: wat voor instituut was de Appel en wat zou het kunnen worden, nu het noodgedwongen haar koers moet wijzigen. Deze vraag stelt Van Tomme niet achter gesloten deuren, maar hij stelt hem publiekelijk, aan de betrokkenen bij de Appel, aan jou en aan mij.

De afgelopen periode van de Appel kan getypeerd worden als een periode van crisis: er was het ontslag van voormalig directeur Lorenzo Benedetti, het grote publieke protest dat hierop volgde en tot twee keer toe werd de aanvraag van de Appel voor de Basis Infrastructuur 2017-2020 negatief beoordeeld. Het waren pijnlijke momenten die nog vers in het geheugen staan.

Niels Van Tomme begint zijn directoraat met het retrospectieve project De Appel Timeline: 40+ Years of Risks, waar hij samen met het personeel en het publiek van de Appel terugkijkt naar de rijke geschiedenis van de Appel en onderzoekt waar dit instituut sinds 1974 voor heeft gestaan. Het project – dat beschreven wordt als een feestelijk overzicht - bestaat uit een tentoonstelling die in de vorm van een chronologische tijdlijn een overzicht geeft van de ruim 2.000 projecten die de Appel door de jaren heen organiseerde. De tijdlijn groeit elke week gestaag verder, richting het huidige moment. Daarnaast zijn er evenementen die zich concentreren rond de diverse directoraten, eindigend in het weekend van 10 en 11 december met het directoraat van Benedetti en de huidige directeur.

De Appel Timeline, courtesy de Appel, photo Cassander Eeftinck Schattenkerk

De Appel Timeline, courtesy de Appel, photo Cassander Eeftinck Schattenkerk

Het project lijkt het einde in te luiden van een periode van institutionele groei, waar de Appel van de Brouwersgracht 196, via het Prinseneiland 7 en de Nieuwe Spiegelstraat 10, verhuisde naar de huidige Prins Hendrikkade 142. In de ontwikkeling van de Appel werden de gebouwen groter en de locatie steeds centraler. Met de schaalvergroting kwamen meer bezoekers, maar groeide ook de bemoeienis vanuit de overheid. De Appel kampt net als andere presentatie-instellingen met het probleem dat ze ‘in ruil voor financiële ondersteuning steeds meer onafhankelijkheid moeten inleveren en zo speelbal worden van politieke beleidslijnen’ – om Jack Segbars in zijn tekst 'Gordiaanse knoop' uit Metropolis M no.5-2016 aan te halen.

De situatie waarin de Appel nu verkeert maakt duidelijk dat de kunstruimte haar positie ten opzichte van de nieuwe sociale, politieke en economische realiteit opnieuw moet bezien. De cumulatieve groei lijkt op de Prins Hendrikkade zijn grens te hebben bereikt. Is de Appel zichzelf voorbij gegroeid? In het discours rond kunstenaarsinitiatieven, presentatie-instellingen en alle instellingen die een alternatief bieden op de museale wereld en het commerciële circuit van galeries is het idee van cumulatieve groei, de kapitalistische logica van big, bigger, biggest al lang achterhaald. Teksten als Anthony Huberman’s ‘Take Care’ en de publicatie Circular Facts (beide 2011) pleiten juist voor kleinschaligheid. Belangrijker dan de grootte van een instituut, de zichtbaarheid of het aantal bezoekers (de pijlers waar de politiek graag naar kijkt), is het gedrag van een instituut, de doelstelling en de mogelijkheden die het biedt – aan de kunstenaar, aan het artistieke discours, aan het publiek. 40+ Years of Risks is als project het slot van een bepaalde periode van de Appel, maar het markeert hoe dan ook een nieuw begin. Tijd om met de Appel mee te kijken, naar het verleden, naar het heden en naar de toekomst.

Deze beschouwing zal bestaan uit drie delen. Deze eerste tekst focust zich op de vroege jaren van de Appel, op het directoraat van Wies Smals (1975 – 1983) en op het daaropvolgende directoraat van Saskia Bos (1984 – 2005) en zal zich beperken tot een bespreking van de eerste twee lezingen van 40+ Years of Risks. In twee volgende teksten wordt gekeken naar de Appel vanaf het moment dat Ann Demeester het stokje van Bos overneemt.

De Appel Timeline, courtesy de Appel, photo Cassander Eeftinck Schattenkerk

Wies Smals (1975 – 1983)

De aftrap van het programma, dat handelt over het directoraat van Wies Smals, wordt betreurenswaardig slecht bezocht. Er zijn een handjevol bezoekers, sommige van Smals’ generatie en een paar jongeren, wellicht van het CP. Op uitnodiging van Van Tomme blikt Charlemagne Palestine terug op het directoraat van Smals. Palestine – tegen zijn zin in bekend als de ‘orgel-kunstenaar’ – maakt zich de ruimte bij de Appel eigen. Met kleine tafeltjes, plantjes, zijn signatuur knuffels en kleden slaagt hij erin een intieme sfeer te creëren. Deze ingreep is bedoeld om de sfeer van de vroege Appel terug te halen. Destijds, op de Brouwersgracht, werd de kunstruimte gekenmerkt door kleinschaligheid en door haar intieme karakter. Palestine merkt op: Tonight, this turnout, that would have been a huge success!

Het verhaal wat volgt is persoonlijk, anekdotisch en focust soms iets teveel op Palestine zelf, met als centraal element een videowerk dat hij samen met Wies Smals produceerde. Hoewel ik graag wat meer had gehoord over haar programma en beleid, i.p.v. hoe ze zelf helemaal niet blij zou zijn geweest met Palestines bijdrage van de avond, paste het geheel toch goed bij die specifieke periode van de vroege jaren van de Appel: het was persoonlijk, ietwat rommelig, het instituut ontregelend – iets wat past bij het anti-institutionele van Smals. Ontregelen, dat kun je aan Palestine overlaten. Zo onderbrak hij Van Tomme voortdurend, die zich hier overigens niet aan leek te storen.

Smals, die tot 1969 bibliothecaris was bij het Stedelijk Museum Amsterdam en daarna galeriehouder van de multiple- en grafiekgalerie Seriaal van 1968 tot 1975, richtte stichting de Appel op in 1975 als reactie op een gebrek aan podia om actuele kunstvormen als performance, video en conceptuele kunst te kunnen tonen. De geschiedenis van de Appel is tegenwoordig vooral bekend om deze experimentele periode waar performancekunst, bodyart en vroege videokunst werd ontwikkeld en getoond. Hiermee was de Appel een van de belangrijkste plekken in Nederland (en Europa) waar ruimte werd geboden aan deze opkomende (immateriële) post-minimalistische kunstvormen. Kunstenaars als Ben d’Armagnac, Gerrit Dekker, maar ook Marina Abramović en Ulay, Bruce Nauman en Joan Jonas toonden er in de vroege stadia van hun kunstenaarschap hun werk. Rond 1980 besloot Smals een andere weg in te slaan en werden er vooral (media)projecten op locatie gerealiseerd.[1] Zo profileerde de Appel zich o.a. als filmproducent en produceerde het films van General Idea en Barbara Bloom. In deze periode ontwikkelde de Appel zich steeds meer in de richting van een projectbureau of impresariaat. Deze specifieke geschiedenis en het gegeven dat de Appel voor een korte tijd nomadic was, spreken Van Tomme duidelijk aan, hij komt er gedurende de avond meerdere malen op terug.

Zonder de lezing – of het directoraat van Smals - in zijn geheel te willen bespreken, wil ik er enkele elementen uit lichten die dienen als food for thought in de huidige context 40+ Years of Risks.

Vulnerability

Niels Van Tomme benadrukt de waarde van de staat van kwetsbaarheid, vulnerability, die de Appel tijdens het directoraat van Smals typeerde. Ook Smals' weerstand tegen het idee van institutionaliseren, uitgaande van de kracht die in het kleinschalige besloten ligt, spreekt hem aan. De serie Open Avonden – die onder het directoraat van Van Tomme opnieuw op het programma staan – initieerde Smals in een poging om het proces van institutionalisering te vermijden. Bij de Open Avonden wordt kunst zonder enige selectie vooraf gepresenteerd.

Wies Smals was uiterst kwetsbaar, maar daarentegen ook tough, als een samoerai, met scherpe ja’s en nee’s

Vluchtigheid, kwetsbaarheid en schoonheid zijn eigenschappen die dikwijls aan het directoraat van Smals worden toegeschreven. Volgens Palestine zijn deze eigenschappen onlosmakelijk verbonden met haar persoonlijkheid. In zijn woorden was Smals uiterst kwetsbaar, maar daarentegen ook tough, als een samoerai, met scherpe ja’s en nee’s.

In deze periode zochten mensen als Smals naar nieuwe manieren om zichzelf in dienst te stellen van de kunstenaar en de kunst die op dat moment werd gemaakt. Performance en video vragen nu eenmaal om een andere betrokkenheid dan een autonoom object, dat slechts een white-cube setting nodig heeft. Er was nog geen model en de betrokkenheid was telkens anders, afhankelijk van de betreffende kunstenaar en het werk. Zoals ook naar voren komt in de video die Palestine liet zien, moest je als kunstprofessional lef hebben, je wist immers nooit helemaal zeker wat er ging komen. Bij de Appel van Smals kregen kunstenaars carte blanche – en dit kon weleens riskant uitpakken.

Cozyness

Palestine komt een paar keer terug op de notie van cozyness om de Appel in deze vroege periode te typeren. Hij spreekt over de intieme, witte, bakstenen ruimte aan de Brouwersgracht 196 en merkt op dat we tegenwoordig noodgedwongen wellicht weer moeten terugkeren naar deze cozyness, nu de huren voor grote panden te hoog worden. Aan het einde van de avond zegt hij activistisch: Whiteywally things, let the bourgeoisie have them. Let’s go back to the roots.

Ruptures

Het kan niet anders dan dat een groot gedeelte van de avond gaat over het tragische vroegtijdig overlijden van Wies Smals. Samen met Gerhard von Graevenitz (bestuurslid van de Appel en Smals’ partner), hun kindje Hendrik, mededirecteur Josine Droffelaar en haar vriend Martin Barkhuis overleed Smals op 20 augustus 1983 als gevolg van een vliegtuigongeluk in de Zwitserse bergen. Palestine was in die tijd samen met deze groep vrienden ook in Zwitserland en had met Jan Hoet het vliegtuigje nog uitgezwaaid.

Hun overlijden was zo plots, dat het een tijd lang onduidelijk was wat er met de Appel moest gebeuren. In Palestines woorden: they disappeared instantly, leaving a hole, which had to be filled by a very new thing. Voordat Saskia Bos in 1984 als nieuwe directrice werd aangesteld, kwam de leiding van de Appel te liggen bij het bestuur van de stichting. Bestuurslid Martha Hawley werd aangesteld als interim-directeur terwijl stafmedewerker Sabrina Kamstra in deze periode de zorg voor de Appel op zich nam. De vraag was of de Appel nog wel voort kon bestaan zonder Smals en Droffelaar. Er werd besloten om door te gaan en het uitgangspunt van de Appel, het signaleren en tonen van actuele ontwikkelingen in de hedendaagse kunst, in stand te houden. Dit werd en blijft tot vandaag de belangrijkste doelstelling van de Appel.

Palestine merkt op dat de geschiedenis van de Appel, sinds het overlijden van Smals en Droffelaar - who invented the rupture by dying out of the blue – gekenmerkt lijkt te worden door plotselinge onderbrekingen: ruptures. Dit is gezien het plotselinge vertrek van Benedetti en de vrij ‘plotselinge’ benarde financiële situatie waarin de Appel zich nu bevindt een treffende opmerking.

de Appel, gevel Nieuwe Spiegelstraat

Saskia Bos (1984 – 2006)

Het tweede event van 40+ Years of Risks, dat gelukkig druk wordt bezocht, handelt zich om het directoraat van Saskia Bos, die van 1984 tot 2006 directrice was van de Appel – een periode van 22 jaar, wat haar de langst zittende directeur maakt tot dusver. Deze avond spreekt Bos scherp en uitgebreid over haar tijd bij de Appel, waarna Suzanne van de Ven (alumni Curatorial Program) haar nog wat vragen stelt.

In de publicatie If walls had ears (2005) blikte Bos al eerder terug op haar directoraat. Nu, zo’n tien jaar later, doet ze dat opnieuw aan de hand van de tekst die ze destijds schreef. Ze merkt treffend op dat het zo goed als onmogelijk is om projecten in herinnering te roepen en uitleg te geven over de keuzes die je de afgelopen ruim twintig jaar hebt gemaakt: als je een slaapwekkende lijst namen en data wilt vermijden, moet je onvermijdelijk een interpretatie achteraf geven. (if walls had ears, p.57)

Tijdens het directoraat van Bos verhuisde de Appel van de Brouwersgracht naar een nieuwe locatie op het Prinseneiland. Tegelijkertijd verschoof het zwaartepunt van de Appel van performances en projecten op locatie – waar de Appel bekend mee was geworden – naar het tonen van internationale kunstenaars die zich vooral bezighielden met installatie en de relatie van kunst met de omringende ruimte. Door deze verschuiving naar de fysieke ruimte kreeg de bezoeker nu de performatieve rol toebedeeld. Deze nieuwe focus leverde site-sensitive werken op, die dikwijls speciaal voor de ruimte op het Prinseneiland werden gemaakt. In de theorie van die tijd was Lieu een belangrijk begrip en werkten veel kunstenaars met noties als plaats, ruimte en architectuur. Bos werkte in deze periode o.a. met Marc Bustamante en Ettore Spalletti. Ook kwam de institutionele kritiek bij de Appel aan bod met solo’s van Allan McCollum, Louise Lawler en Rirkrit Tiravanija.

de Appel, 1986, exhibitionspace and view in library, prinseneiland

Toen De Appel van het Prinseneiland naar de Nieuwe Spiegelstraat verhuisde - een groter pand dat meer mogelijkheden bood - kwam de focus van het programma te liggen op onderwerpen als identiteit, post-kolonialisme en gender. Deze verschuiving was lipe synchroom met actuele ontwikkelingen in de kunstwereld. Bos presenteerde in deze periode o.a. solotentoonstellingen van Mona Hatoum en Renée Green.

Onder het directoraat van Wies Smals werd de Appel een belangrijke speler in het internationale kunstveld en een plek waar mensen heen kwamen om inspiratie op te doen: een voorloper. Men kan stellen dat, onder het directoraat van Saskia Bos, de Appel een echt instituut werd, waarbinnen de verhuizing van het Prinseneiland naar het grotere pand aan de Nieuwe Spiegelstraat in 1994 doorslaggevend was. In ditzelfde jaar richtte Bos ook - als een van de eersten in Europa - het Curatorial Training Programme op, een internationale opleiding voor jonge curatoren, waarmee de Appel haar programma verder verbreedde.

Annika Ström "This work was made with passion", 2008. fotograaf: Cassander Eeftinck Schattenkerk

Net zoals bij de bespreking van het directoraat van Wies Smals wil ik enkele elementen uit het directoraat van Saskia Bos lichten die tijdens de lezing naar voren kwamen en van belang zijn in de huidige context 40+ Years of Risks.

Solotentoonstelling

Tijdens het directoraat van Bos wordt de solotentoonstelling een belangrijk medium waarmee kunstenaars de mogelijkheid krijgen om een positie in te nemen. Waar het bij de eerdere projecten op het Prinseneiland nog ging om installaties en in-situ reacties op de ruimte, presenteert Bos in de Nieuwe Spiegelstraat voornamelijk solotentoonstellingen en enkele groepstentoonstellingen. Dit is een grote verandering t.o.v. De Appel onder het directoraat van Wies Smals, waar slechts één activiteit als tentoonstelling werd bestempeld, Exhibition JLB van James Lee Byars in 1981.

In deze jaren zien we de Appel dus veranderen van een kleine, flexibele projectruimte met een focus op productie (Smals), naar een echte kunsthalle waar het programma zich voornamelijk vormt rond solotentoonstellingen van diverse internationale kunstenaars (Bos).

Naast deze solo-shows organiseerde Saskia Bos ook enkele groepstentoonstellingen waarvan On Mobility uit 2006 over migratie eruit springt. Bij alle tentoonstellingen die ze organiseerde, waakte Bos ervoor dat de kunstenaars genoeg artistieke ruimte kregen en dat hun werk nooit ter illustratie van een bepaald idee van de curator functioneerde.

Kritische houding

Een gemene deler onder de gepresenteerde kunstenaars onder het directoraat van Bos was hun kritische of analytische kijk op kunst en op de wereld waarin deze functioneert. Iets waar Van Tomme tijdens de avond de nadruk op legt. In reactie benadrukt Bos telkens de gelaagdheid van de diverse werken: ze waren nooit eenzijdig politiek of esthetisch, maar altijd: politiek én esthetisch, mondiaal en lokaal, op het lichaam gericht en minimalistisch.

Timeliness

Een terugkerend begrip op de avond is timeliness, dat geïntroduceerd wordt door Bos om te verwijzen naar het belang om in te spelen op actuele ontwikkelingen in de kunst en om in die zin ‘een kind van de tijd’ te zijn. Gegeven de signaalfunctie van een kunstcentrum als de Appel, heeft Bos getracht om bij het uitnodigen van kunstenaars van verschillende generaties en geopolitieke regio’s zo dicht mogelijk aan de actualiteit aan te sluiten. Bos benadrukt echter dat een actuele tentoonstelling niet per se hoeft te verwijzen naar politieke gebeurtenissen, zo toonde ze in de periode na de val van de Muur ook veel apolitieke presentaties.

Reflectie

De openheid waarbij Niels Van Tomme met De Appel Timeline: 40+ Years of Risks de toekomst van de Appel publiekelijk onderzoekt is in lijn met de geschiedenis. In het archiefonderzoek dat Agnes Winter deed naar de Appel lees ik dat het bestuur, toen ze zich na het tragische overlijden van Smals en Droffelaar moesten buigen over de lastige vraag of de Appel wel moest voortbestaan en zo ja, in welke vorm, zich naar buiten keerden en collega’s uit de kunstwereld betrokken bij deze vraag. Zo stelde het bestuur een onderzoek in, waarbij ze een brief met vragenlijst over de toekomst van de Appel naar diverse (inter)nationale kunstinstellingen en personen uit de kunstwereld stuurden. In deze brief stonden vragen als; Hoe moet de Appel de ontwikkelingen in de hedendaagse kunst en kunstenaars tegemoet treden? Moet het aandachtsgebied van de Appel verschuiven naar andere media? Wat voor vorm moeten internationale samenwerkingen aannemen? Deze brief werd verstuurd naar kunstenaars als Marina Abramovic en Ulay, Moniek Toebosch, Louwrien Wijers en internationale curatoren en museumdirecteuren zoals Harald Szeemann, die de Appel van advies zouden kunnen voorzien over diens toekomst.[2]

Zoals onderzoeker Agnes Winter in haar nog ongepubliceerde paper opmerkt, handelde het bestuur van de Appel hiermee in de geest van Wies Smals, die altijd vele personen had opgezocht voor advies over beleid en nieuwe koersen. Hoewel over de uitkomsten van het onderzoek helaas weinig concreets bewaard is gebleven, was het bestuur na het onderzoek vastberaden om de Appel voort te zetten, wat blijkt uit de beleidsnota van oktober 1983 getiteld De Appel in beweging. Belangrijke redenen die zij aandroegen voor het voortbestaan van de Appel waren de vele steunbetuigingen en het feit dat de Appel stond voor een plek waar nieuwe kunst werd getoond en onderzocht, waarbij het diende als een laboratorium. Ze waren overtuigd dat waardevolle, niet in traditionele categorieën te vangen kunstuitingen aan de orde gesteld dienen te worden. Deze krijgen in de musea en op verkoop gerichte galeries geen kans of komen onvoldoende tot hun recht.[3] Zoals Winter concludeert, was de Appel een belangrijke internationale speler geworden, die de Nederlandse en internationale kunstwereld met elkaar in contact bracht. Het unieke, herkenbare gezicht van de Appel mocht niet verloren gaan.

Anno 2016 is de toekomst van de Appel – en hoe deze eruit gaat zien – onzeker. De huidige directeur Van Tomme en hoofd interne zaken en communicatie Maaike Lauwaert zijn vastberaden om de Appel voort te zetten

Anno 2016 is de toekomst van de Appel – en hoe deze eruit gaat zien – onzeker. De huidige directeur Van Tomme en hoofd interne zaken en communicatie Maaike Lauwaert zijn vastberaden om de Appel voort te zetten. Daarnaast kan de Appel nog altijd rekenen op vele steunbetuigingen vanuit het (inter)nationale artistieke circuit. Desondanks is het niet te ontkennen dat de functie en positionering van de Appel binnen het institutionele veld tegenwoordig onduidelijker zijn geworden. Voldoet de Appel nog wel aan haar eigen doelstelling? En is deze doelstelling nog relevant in een tijd waarin er vele kunstenaarsinitiatieven zijn en musea steeds sneller inspringen op actuele ontwikkelingen? Waar vragen de actuele kunstontwikkelingen en de sociale, politieke en culturele realiteit anno 2016 om? De huidige periode van crisis is immers niet te ontkennen. Een beetje gespannen, maar vol verwachting volgt het publiek van 40+ Years of Risks de ontwikkelingen - waarheen? Dat is nog niet helemaal duidelijk, maar de Appel blijft in elk geval weerbarstig in beweging.

De Appel timeline: 40+ Years of Risks is een concept van Niels Van Tomme, samengesteld door Florence Parot en geassisteerd door Aurélien Lepetit en Petros Orfanos. Dit weekend zijn de laattse ontmoetingen met Lorenzo Benedetti en Niels Van Tomme.

Deze tekst kwam tot stand met dank aan kunsthistoricus Agnes Winter en haar archiefonderzoek en paper ‘De Appel: 1984 – 2005: Het directoraat van Saskia Bos’.

 

[1] Agnes Winter, De Appel: 1984 – 2005: Het directoraat van Saskia Bos (ongepubliceerd archiefonderzoek naar Saskia Bos).

[2] Agnes Winter, De Appel: 1984 – 2005: Het directoraat van Saskia Bos (ongepubliceerd archiefonderzoek naar Saskia Bos), Notulen bestuursvergadering 08-09-1983, archief de Appel.

[3] Agnes Winter, De Appel: 1984 – 2005: Het directoraat van Saskia Bos (ongepubliceerd archiefonderzoek naar Saskia Bos), De Appel in beweging, beleidsnota 1983, archief de Appel.

Debbie Broekers
is kunstcriticus en kunsthistoricus

Share this Article:
|Back to Top
Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2018