performance, Kunsthalle for Music, Witte de With, 2018

Soundproof – muziek in tentoonstellingsruimtes

Issue no5
okt - nov 2018
Entanglement

Alleen nog dit weekend kun je genieten van de bijzondere muziektentoonstelling van Ari Benjamin Meyers in Witte de With. Debbie Broekers sprak met de Amerikaanse componist/curator over zijn ambities een Kunsthalle for Music op te richten. En met Dick Rijken van STEIM, die - zo mogelijk nog ambitieuzer - ijvert voor een apart museum voor muziek- en geluidskunst in Amsterdam.

Muziek- en geluidskunst is vooral aan te treffen op grootschalige, tijdelijke presentaties, zoals biënnales, triënnales en allerhande festivals, waar ze een eigen, goed geïsoleerde ruimte krijgen toebedeeld die perfect op de behoefte is aangepast. In traditionele ‘white cubes’ met hun open zalenstructuur, kom je haar minder tegen omdat het geluid doorklinkt in de andere ruimtes, terwijl de white cube een meer contemplatieve aandacht eist.

Het feit dat veel geluidswerken ingebed zijn in ruimtelijke installaties maakt de situatie er niet gemakkelijker op. Muziek- en geluidskunst verdienen meer aandacht, maar niemand weet goed hoe. Het gebrek aan vertoningsmogelijkheden is er mede de oorzaak van dat er op dit moment meerdere fronten plannen worden gemaakt voor een speciale instellingen voor muziek- en geluidskunst. Componist-kunstenaar Ari Benjamin Meyers werkt aan een Kunsthalle for Music, in het kader waarvan hij momenteel met muzikanten door de lege zalen van Witte de With trekt, met een groot scala aan muziekstukken van kunstenaars en componisten.

De jassen zijn weg, de musici zijn aan het werk, Kunsthalle for Music, Witte de With, 2018

partituur, op de grond in een zaal, Kunsthalle for Music, Witte de With 2018

Ari Benjamin Meyers betreurt de minimale plek die geluidskunst, en met name muziek, binnen het veld van de hedendaagse kunst inneemt. ‘Eigenlijk komt muziek alleen aan bod tijdens de feestelijke opening van een tentoonstelling.’ Wanneer muziek wel de weg naar het museum weet te vinden, wordt het dikwijls via koptelefoons gepresenteerd om andere werken niet te storen. Volgens Meyers gaat hiermee een essentieel onderdeel van het werk verloren. Muziek is volgens hem een livegebeuren, een overdracht tussen muzikant en publiek, geen afspeellijst die je via je koptelefoon beluistert. ‘It is in a constant state of becoming.’ En het is in essentie een sociale praktijk, een gedeelde ervaring in tijd en ruimte. Deze ervaring zijn we in onze huidige tijd kwijtgeraakt, zowel in het dagelijks leven als in de diverse presentatie-instellingen.

Het idee voor Kunsthalle for Music ontstond toen Meyers als componist problemen ondervond bij het produceren en presenteren van zijn werk binnen de geijkte kaders van de muziekwereld. De kwantitatieve logica achter de verkoop van kaartjes voor een concert of van nummers via iTunes werkt weliswaar goed bij populaire muziek, maar is ontoereikend bij de experimentelere vormen. Zo kon Meyers onder andere zijn werk Duet (2014), een één-op-één muziekstuk waarbij een bezoeker uitgenodigd wordt om samen met een medewerker van het museum een duet te zingen, niet produceren voor bijvoorbeeld een klassieke concerthal of poppodium. De infrastructuur van de muziekwereld blijft achter. ‘Het hele idee van institutionele kritiek hebben we in muziek niet gehad’, vertelt Meyers. De situatie plantte het zaadje voor het idee van een nieuw type instituut, dat zich op het grensvlak van muziek en beeldende kunst bevindt.

performance, Kunsthalle for Music, Witte de With, 2018

performance, Kunsthalle for Music, Witte de With, 2018

performance, Kunsthalle for Music, Witte de With, 2018

Met zijn plannen voor Kunsthalle for Music richt hij zich uitsluitend op de hedendaagse experimentele muziek en op de liveoverdracht hiervan. Daarbij ligt de focus op de sociale aard en potentie van muziek. Maar Kunsthalle for Music is er niet alleen om dakloze werken van componisten een nieuw thuis te geven. Meyers vindt het alarmerend dat muziek tegenwoordig compleet losgezongen is van hedendaagse kunst en wil hier met de Kunsthalle verandering in brengen. ‘Kunnen we hedendaagse muziek, compositie en muziekperformance niet zien als hedendaagse kunst? Ze liggen immers dicht bij elkaar.’ Volgens Meyers ligt er veel waarde in een kruisbestuiving. Hij doelt daarbij op specifieke muzikale systemen, als componeren, arrangeren, improvisatie en ritme, die de beeldende kunst zouden kunnen inspireren.

slotperformance, jassen worden opgehangen, Kunsthalle for Music, Witte de With, 2018

In opdracht van Witte de With Center for Contemporary Art in Rotterdam en Spring Workshop in Hongkong werkte Meyers zijn plannen verder uit. Na een eerste tentoonstelling bij Spring Workshop (An exposition, not an exhibition) begin dit jaar en een symposium bij Witte de With afgelopen mei, is er momenteel de tentoonstelling met nieuw werk bij Witte de With. De kern van Kunsthalle for Music wordt gevormd door een ensemble van muzikanten, dansers en performers dat live verschillende hedendaagse muziekstukken ten gehore zal brengen. De tentoonstelling wordt dus niet ruimtelijke gedefinieerd, maar sociaal, door het ensemble dat muziek ter ore laat komen. Zo bestaat de beoogde tentoonstelling net als muziek alleen in wording, tijdens de uitvoering. Meyers: ‘Stel je voor een lege ruimte, en vervolgens een dat is gevuld met mensen die op verschillende manieren en in verschillende samenstellingen muziek maken, terwijl ze bewegen door de ruimte.’ Net als bij eerdere live-tentoonstellingen, zoals Work/Travail/Arbeid (2015) van Anne Teresa De Keersmaeker in Wiels en Relational Stalinism – The Musical (2016) van Michael Portnoy in Witte de With kun je straks op elk moment in- en uitlopen en midden in de uitvoering belanden.

TONE

Benjamin Meyers is niet de enige curator die onderzoekt naar manieren tentoonstellingsruimtes open te stellen voor muziek en geluid. In Nederland is al sinds geruime tijd STEIM die zich sterk maakt voor geluidskunst en niet zo lang geleden een uitgebreid plan presenteerde voor een eigen centrum voor geluidkunst, met daar speciaal toe ontworpen zalen. STEIM-directeur Dick Rijken legt uit dat instellingen het lastig vinden om geluidswerk ten gehore te brengen, aangezien het ‘extreem inefficiënt en duur’ is. ‘Geluidskunst heeft fysieke, goed geïsoleerde ruimtes nodig. Op de hoeveelheid vierkante meters waar je misschien wel vijftien beeldende kunstwerken kwijt kunt, kun je maar één geluidswerk kwijt. Je hebt dan weinig kunstruimte voor je investering qua vierkante meters’. Rijken betreurt dat veel werk om deze reden in depots of terug bij de kunstenaar op zolder beland.

De mensen achter STEIM streven daarom naar een permanente instelling in Amsterdam waar geluidskunst op respectvolle wijze getoond kan worden aan een groot publiek. Dick Rijken vertelt dat hij het liefst een pand aan het IJ zou vinden, waar STEIM samen met het Muziekgebouw aan ’t IJ en de voormalige Shelltoren (tegenwoordig een dance- en muziekcomplex) één lijn kan voeren. Amsterdam als hotspot voor muziek en geluidskunst, een plek voor ontmoeting, experiment en presentatie. Een ambitieus plan, maar financieel lastig: er moet eerst een groot pand beschikbaar komen en daarna geld om deze naar behoren te kunnen verbouwen. Voorlopig presenteert STEIM de plannen daarom vooral op conceptueel niveau onder de naam TONE ((museum+) voor geluidskunst), of kortweg TONE.

Het belangrijkste concept van TONE is om elk werk in een eigen ruimte te presenteren. ‘Geen zwarte doos met alleen concerten, geen witte doos met installatiekunst, maar zoveel mogelijk verschillende fysieke ruimtes waarin kunstenaars, ontwerpers en organisaties hun experimenten aan een groot publiek kunnen presenteren.’ Rijken licht daarbij toe dat dit idee in de praktijk veel verschillende soorten ruimtes zal betekenen: hoog, laag, lang, kort, groot, klein, akoestisch nat of juist droog. ‘Hoe meer variatie, hoe beter.’ Hij wil toewerken naar zeker dertig à veertig verschillende ruimtes, naast studio’s, werkplaatsen en diverse zalen voor de geluidsexperimenten van STEIM, die zijn functie als experimenteel lab zal behouden.

In 2015 ontving de organisatie van het Mondriaanfonds een bijdrage voor een haalbaarheidsonderzoek om de plannen voor TONE verder te ontwikkelen. In het kader van form follows function gaven ze NIO architecten de opdracht om een paviljoen te ontwikkelen voor de grote hal van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. ‘De monumentale ruimtes in het pand zijn erg inspirerend om mee te spelen’, aldus Rijken. De architect kreeg twaalf iconische geluidswerken als uitgangspunt en de opdracht om een paviljoen te ontwerpen waarin elk werk goed tot zijn recht zou komen. Het resulterende Sonic Pavilion, ook wel ‘The Sausage Dog’ genoemd vanwege de geabstraheerde teckellook, is een speels, geschakeld ontwerp bestaande uit twaalf verschillende ruimtes. In de schetsen zie je hoe werken als Microtonal Wall van Tristan Perich, Joris Strijbos’ PARSEC, Jeffrey van Oers’ Black Acoustic Cube en Edwin van der Heide’s Spatial Sounds het ontwerp van de ruimtes bepalen.

Sonic Pavilion a.k.a. The Sausage Dog, voor locatie Muziekgebouw aan ’t IJ, in opdracht van STEIM, door NIO architecten

Sonic Pavilion a.k.a. The Sausage Dog, voor locatie Muziekgebouw aan ’t IJ, in opdracht van STEIM, door NIO architecten

Hoewel het Sonic Pavilion voorlopig alleen als concept bestaat en is gebaseerd op een imaginaire collectie, werkt STEIM toe naar een daadwerkelijke fysieke ruimte voor geluid met hetzelfde idee als basis. In de tussentijd maken ze het publiek bekend met hun plannen middels Micro Tone, een project waarvoor kunstenaars uitgenodigd worden werk te maken voor een kleine kubusvormige ruimte van 75 bij 75 bij 75 centimeter, zodat er een draagvlak voor hun concept wordt gecreëerd.

Naast de plannen voor TONE wil STEIM op verschillende schalen onderzoek gaan doen naar de relatie tussen muziek of geluidskunst en ruimte. ‘Nieuwe technologieën als gps maken het technisch mogelijk om de fysieke locatie van een gebruiker te betrekken in het concept van een instrument. Dan ontstaan vragen als: Kun je een performance maken van vierhonderd kilometer lang? Juist door muziek en geluid buiten de gangbare paden te laten treden, wordt het spannend’, aldus Rijken.

Met de plannen voor TONE en Kunsthalle for Music wordt de roep om een blijvende infrastructuur voor geluid en muziek luider. De grote aanwezigheid van muziek- en geluidskunst op de Biënnale van Venetië, documenta 14 en Skulptur Projekte Münster van dit jaar laten zien dat 2017 het perfecte moment biedt om de aandacht te verleggen van de tijdelijke naar een blijvende infrastructuur voor geluid.

DIT ARTIKEL IS GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NR 5-2017 REMIX. METROPOLIS M KRIJGT GEEN SUBSIDIE. STEUN METROPOLIS M, NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET LAATSTE NUMMER GRATIS TOE. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR karolien@metropolism.com (ovv actie nr 1)

Kunsthalle for Music, Witte de With, Rotterdam, t/m 3.3.2018, info

Meer info: steim.org/what-is-steim/tone/tone-in-details

Debbie Broekers
is kunstcriticus en kunsthistoricus

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 5 — 2018