frank mandersloot, Marken Eindhoven, 2011-2019, courtesy Nieuw Dakota

Ode aan de suppoost

Issue no2
April - Mei 2019
Magisch Realisme

Ode aan de suppoost - In het Van Abbemuseum vestigt frank mandersloot de aandacht op de suppoost en in het Zeeuws Museum doet Lisette Oltshoorn hetzelfde. Debbie Broekers over kunstenaars die deze precaire werkers de aandacht geven die ze verdienen.

De suppoost is essentieel voor het functioneren van een museum, maar zijn rol is ambigu. Hoewel de museale sector niet zou kunnen functioneren zonder hen, heeft het beroep nauwelijks aanzien. De suppoost reguleert door zijn of haar aanwezigheid en diverse vermaningen het gedrag van bezoekers. Dit lichaam moet opletten, maar mag zelf niet te veel opvallen. Wanneer een bezoeker afwijkend gedrag vertoond, is er sprake van een risico. Bijvoorbeeld wanneer iemand meer interesse lijkt te hebben in de camera’s in plaats van de beeldende kunst. Wanneer het gedrag van een suppoost echter afwijkt, kan er sprake zijn van kunst.

Daniel Buren

Daniel Buren, 1981, Courtesy Van Abbemuseum

Een terugblik op de recente kunstgeschiedenis leert dat kunstenaars geregeld met de figuur van de suppoost werken voor het creëren van nieuw werk. Tijdens een expositie van zijn werk in 1981 hult Daniel Buren de museumwachten van het Van Abbemuseum te Eindhoven in zijn signatuur gekleurde strepen. Als onderdeel van het uniform laat Buren gestreepte gilets in fuchsia en ivoorwit op maat maken. Op het lichaam van de suppoost kan zijn werk zich los van de muur door het museum en de collectie bewegen. Buren stelde bestaande conventies ter discussie. Wanneer wordt kunst als kunst herkend? Zijn ingreep benadrukte tegelijkertijd de zichtbaarheid van de suppoost als onderdeel van het museum als instituut, en stelde het museum als zodanig ter discussie.

frank mandersloot

frank mandersloot, Marken Eindhoven (2011-2019), Van Abbemuseum, courtesy de kunstenaar

In 2019 presenteert het Van Abbemuseum twee werken van frank mandersloot: MARKEN EINDHOVEN (b&w) 2011 – 2019 en MARKEN EINDHOVEN (r&w) 2011 – 2019. De werken zijn gemaakt uit zwart-wit of rood-wit gestreept textiel dat wordt gebruikt voor het maken van traditionele klederdracht in het Noord-Nederlandse Marken. De werken tonen de stoffen en de klederdracht (zwart is rouw, rood is feestelijk) en treden in een speelse dialoog met een kunstwerk van kunstenaar Daniel Buren, die in 1981 een gilet ontwierp voor de bewakers, naar ontwerp van zijn strepenschilderijen. De gilets van Mandersloot zullen gedurende de tentoonstelling volgens verschillende spelregels verdeeld worden onder het personeel op zaal.

Aernout Mik

Aernout Mik, Blue Sinkhole, 1995, courtesy de kunstenaar en carlier | gebauer, Berlijn

In 1995 en later nogmaals in 2013 incorporeert ook Aernout Mik de figuur van de suppoost in zijn artistieke praktijk. Miks figurant-suppoosten bezorgen de bezoeker van het Stedelijk Museum te Amsterdam in beide gevallen een unheimische ervaring. Te midden van een chaotisch decor van tot gort geslagen kamers, slappe poppen in suppoost uniform en losse kledingstukken op de vloer, zitten in Blue Sinkhole (1995) twee suppoosten aan tafel onverstoord de krant te lezen. Of ze doen een dutje op de museumvloer. Uit gewoonte zal de bezoeker de suppoosten in eerste instantie buiten het werk plaatsen tot bij nadere inspectie duidelijk wordt dat de figuren onlosmakelijk met het vreemde tafereel verbonden zijn. In Tongues and Assistants (2013) zoals vertoond in het Stedelijk Museum gebeurt iets soortgelijks. Het werk bestaat uit een videoregistratie van een dienst van de Pinksterbeweging in Brazilië, aangevuld met een live element uitgevoerd door figurant-suppoosten. Op het scherm steken de mensen die de dienst bijwonen in trance hun armen in de lucht. Op zaal waar de film vertoond wordt hangt de beveiliging schijnbaar verveeld wat rond. Ze liggen op en naast de stoelen en openen deuren die nergens toe leiden. De vreemde realiteit van het scherm sijpelt op deze wijze de ruimte in. Aernout Mik, die gefascineerd is door het gedrag van mensen (zeker op plekken waar dit nadrukkelijk gereguleerd wordt), speelt met het verwachtingspatroon van de museumbezoeker. Door af te wijken van de norm creëert hij vervreemdende situaties en zet hij de boel op scherp.

Tino Sehgal

In Tino Sehgals This is so contemporary (2004) doet een suppoost een dansje terwijl hij ‘this is so contemporary, this is so contemporary’ zingt. Bij This is Exchange (2002) bieden suppoosten de bezoekers een paar euro aan in ruil voor hun mening over de markteconomie. In Selling Out (2002) strippen ze zich ter gelegenheid van de museumnacht uit hun uniform. De bezoeker die in 2015 het Stedelijk Museum te Amsterdam bezocht had grote kans om een Tino Sehgal-werk in levenden lijve te ervaren. Ter gelegenheid van de tentoonstelling A Year at the Stedelijk: Tino Sehgal was er dagelijks een live gebeuren te zien. Sehgal, die in zijn werk uitsluitend het menselijk lichaam inzet om in ontmoeting met het publiek tot verschillende situaties te komen, werkt geregeld met figurant-suppoosten. Zijn This is… werken die vragen oproepen over waarde, transactie en de werking van onze markteconomie krijgen hierdoor nog een tweede laag: ze laten ons nadenken over de productie van culturele waarde en de rol die het museum, het kunstobject en de kunstmarkt daarin spelen.

Lisette Olsthoorn en Julia Jansen

Lisette Olsthoorn, Fantasies On How To Strike, 2019, filmstill, courtesy de kunstenaar

Tijdens de tentoonstelling Nooit meer werken in het Zeeuws Museum in Middelburg wordt de nieuwe film van Lisette Olsthoorn (1982) en scenarist Julia Jansen (1987) gepresenteerd, die gewijd is aan de arbeidsomstandigheden van de suppoost. Fantasies on how to strike handelt over de manieren waarop precaire werkomstandigheden doorsijpelen in het dagelijkse leven van werknemers.

In de pilot van de film die opgenomen werd in een fictief museum zien we diverse suppoosten aan het werk op zaal. Ze patrouilleren, knikken vriendelijk naar bezoekers en komen kort samen voor heimelijke gesprekken op fluistertoon. Ze maken zich zorgen. Cindy heeft een ontstoken heup en mag eigenlijk niet werken, maar het museum kwam mensen te kort, dus is ze er toch. Ze is al te vaak ziek geweest dit jaar. ‘Drie keer ziek. Dat is te veel’. Je kunt zien dat de collega’s liever niet te lang met elkaar in gesprek zijn, mogelijk uit angst voor een slechte beoordeling. In weer een ander gesprek worden de (on)mogelijkheden van staken op fluisterende toon besproken.

Door in te zoomen op de dagelijkse werkzaamheden van de museumsuppoost legt de film op fijngevoelige wijze de gevolgen van precaire arbeid bloot. De suppoosten op film ogen kwetsbaar. Ze zijn bang hun baan te verliezen. Precariteit sijpelt door in ons gedrag, onze mindset en ons voorkomen. Onder de omstandigheden van precarisering werken we net een tandje harder, maken we meer overuren, dragen we mooiere, maar oncomfortabelere schoenen in de hoop om onszelf voortdurend te bewijzen en op die manier dat vaste contract of die verlenging in de wacht te slepen.

DIT IS EEN INGEKORTE EN BEWERKTE VERSIE. LEES DE HELE BESCHOUWING 'WERKEN ZONDER AANZIEN: KUNSTENAARS OVER DE SUPPOOST' IN METROPOLIS M Nr 2-2019 Magisch Realisme & Venice Biennale 2019 Guide. METROPOLIS M KRIJGT GEEN SUBSIDIE. STEUN METROPOLIS M, NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET NIEUWSTE NUMMER GRATIS TOE. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected]

frank mandersloot, Marken Eindhoven (2011-2019), t/m 10.6.2019

Nooit meer werken, Zeeuws Museum Middelburg, t/m 3.5.2020 (over een jaar dus)

Debbie Broekers
is kunstcriticus en kunsthistoricus

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
laatste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 2 — 2019