vlnr Jane Huldman (Stroom), John de Weerd (Zaal 3), Heske ten Cate (Nest), Lucette ter Borg

‘We moeten praten’ – Nest en Zaal 3 organiseren panelgesprek over de zaak Andeweg

Issue no2
april - mei 2021
#WATGEVENWEDOOR

Als de zaak Andeweg en de nasleep daarvan één ding duidelijk maken, is het wel dat veilige werkomgevingen in de beeldende kunstsector verre van de norm zijn. Gisteravond begeleidden Heske ten Cate (Nest) en John de Weerd (Zaal 3) een zorgvuldig voorbereid panelgesprek waarin naast de journalisten van de NRC ook een advocaat, zedenrechercheur, vertrouwenspersoon en projectleider aanschoven. Centraal stond de vraag: hoe kunnen we slachtoffers adequaat beschermen?

Voor een gesprek over het waarborgen van een veilig werkklimaat binnen de beeldende kunstsector schoven gisteravond opvallend veel mensen werkzaam buiten die sector aan in Zaal 3. De meerdere beschuldigingen van stalking, geweld, aanranding en verkrachting aan het adres van Julian Andeweg vormden voor hen op verschillende manieren aanleiding de kunstwereld binnen te stappen: in de rol van advocaat die slachtoffers van seksueel geweld bijstaat (Margreet de Boer), onderzoeksjournalist (Carola Houtekamer), vertrouwenspersoon bij meldpunt voor ongewenste omgangsvormen Mores (Freek Walther) of Amsterdamse zedenrechercheur (Jan de Jong).

Het panelgesprek I Beg to differ – We Need to Talk reikt ver buiten de sector, en dat is goed ook. Deels omdat op die manier sector-overschrijdend, structureel seksisme aangekaart kan worden, maar vooral omdat er zo met een frisse, soms relativerende maar vaak ook verbaasde blik naar de beeldende kunstwereld gekeken kan worden. Er wordt met ontsteltenis gesproken over het gebleken onvermogen elkaar aan te spreken op misplaatst gedrag binnen de sector: iets wat ook bij de overige twee deelnemers, Lucette ter Borg en Jane Huldman, een gevoelige snaar raakt. Beiden zijn al lang werkzaam in de kunst; Ter Borg als kunst- en onderzoeksjournalist en Jane Huldman als projectleider bij Stroom in Den Haag, een subsidieverstrekker en presentatie-instelling waar Andeweg tweemaal een podium heeft gekregen.

De avond is expliciet opgezet als ‘proloog’. Over toxische werkomgevingen die seksueel geweld faciliteren hoeft niet gedebatteerd te worden zeggen moderatoren Heske ten Cate (Nest) en John de Weerd (HNT/ Zaal 3): niemand wil zo’n werkplek. Toch is de werkelijkheid weerbarstiger. De zaak Andeweg maakt duidelijk dat heel veel werkomgevingen in de kunstwereld onveilig zijn. De suggestie van het NRC-stuk is zelfs meer dan elders, te beginnen bij de kunstacademies, die sinds de publicatie van het onderzoek in allerijl bezig zijn te onderzoeken hoe veilig hun zo veilig gedachte leeromgeving eigenlijk is. De samenkomst is een aanzet tot het beantwoorden, of ten minste tot het formuleren van pijnlijke vragen. Schieten huidige protocollen en gedragscodes, als ze er al zijn, tekort? Legt het de afgelopen weken opgeleefde ‘trial by media’ een falend rechtssysteem bloot? En bovenal: hoe beschermen we slachtoffers adequaat?

De zaak Andeweg maakt duidelijk dat heel veel werkomgevingen in de kunstwereld onveilig zijn. De suggestie van het NRC-stuk zelfs meer dan elders, te beginnen bij de kunstacademies

vlnr Heske ten cate (Nest), Lucette ter Borg (NRC), Carola Houtekamer (NRC)

HOOR EN WEDERHOOR

Er wordt vanavond sterk vanuit het slachtoffer gedacht. Ter Borg en Houtekamer beginnen de avond met een verslag van hun onderzoeksproces. Dat de beschuldigingen ernstig en van een grote schaal zijn werd ze in het begin van het traject al duidelijk. Samen lopen ze elke beschuldiging precies na: ze zoeken naar getuigen, appjes of uitnodigingen voor feestjes die het verhaal en de tijdlijn van het beschreven delict kunnen ondersteunen. Ze verifiëren beweringen bij ooggetuigen. Gisteravond verklaren ze dat alles wat beweerd wordt geverifieerd is. Misschien nog niet juridisch getoetst, maar zonder twijfel waar.

Waarom hebben jullie de handelingen zo ‘grafisch en gedetailleerd’ weergegeven, vraagt Ten Cate. Vanwaar die journalistieke keuze? Ter Borg en Houtekamer leggen uit dat om in een artikel enig beeld te kunnen schetsen van hoe je als slachtoffer langzamerhand in een destructieve relatie kan worden gezogen het van belang is dat je het hele verhaal vertelt: inclusief pijnlijke en schaamtevolle elementen. Wanneer het verhaal in algemene verwoordingen zou zijn gegoten zou het bovendien minder transparant zijn geweest. Door gedetailleerd te zijn maak je het ook moeilijker voor mensen om het stuk naast zich neer te leggen, het maakt het verslag dwingender. De urgentie om het gehele verhaal zo bloot te leggen is ook ingegeven door de lange periode die het geweld beslaat, zegt Ter Borg. Dat geeft aan dat de culturele context waarin dit seksueel geweld werd gefaciliteerd lange tijd, ondanks meerdere signalen, heeft weggekeken.

Ze vertellen dat er een lang proces van hoor en wederhoor volgde nadat de beschuldigingen in de tekst op rij zijn gezet. Ze herinneren zich hoe vrienden die hem eerst door dik en dun steunden, maar na lezing van delen van de beschuldigingen Andeweg als een blok hebben laten vallen en toegaven bepaalde signalen al langer in de gaten te hebben gehad.

De vraag die velen heeft beziggehouden is waarom er afgeweken is van de gangbare norm een verdachte niet met voor- en achternaam in een artikel te noemen – een verdachte is toch onschuldig totdat in de rechtszaal tegendeel bewezen? Houtekamer antwoordt met een optelsom aan overwegingen. De keuze om de achternaam van de verdachte weg te laten of te vervangen door een initiaal strookt niet met de zeer gedetailleerde manier waarop het leven van die verdachte in het artikel wordt uitgespit, legt ze uit. Los van het feit dat zo’n naam anders ook met twee internetkliks achterhaald zou zijn, is het noemen van de naam ook een manier geweest om duidelijk te maken om wie het niet gaat, en zo kunstenaarsvrienden met wie Andeweg veel samenwerkte te beschermen. Uiteindelijk gaven de ernst en duur van het geweld, alsmede het feit dat het om een publiek figuur gaat, de doorslag.

Aan advocaat De Boer vraagt Ten Cate hoe zij denkt over dit noemen van de naam van de dader wanneer je naar buiten treedt met je verhaal. De Boer antwoordt dat je altijd moet kunnen beargumenteren met welke intentie je de naam noemt: is dit slechts om iemand te beschadigen, dan mag dat niet. Het is lastig aangeven waar de grens ligt, maar gevoelsmatig is het vrij helder, stelt ze. Er is een verschil tussen het gerechtvaardigde belang van slachtoffers om zichzelf te uiten en het niet-gerechtvaardigde belang iemand louter te willen schaden.

De Boer verdedigt de slachtoffers in de zaak Andeweg en spreekt zich over dat lopende proces vanavond niet uit. Wel zet ze het verloop van het doen van aangifte helder uiteen, als Ten Cate daarnaar vraagt. ‘Daar gaat nog een vraag aan vooraf’, vertelt De Boer, namelijk: ‘ga ik aangifte doen?’ Ze geeft het belang daarvan aan: door die vraag te stellen krijgt het slachtoffer enige regie terug die haar is afgepakt in het geweld dat ze heeft moeten ondergaan. Als het slachtoffer besluit aangifte te doen kan dat een manier zijn om de eigen grens aan te geven. Wanneer je streven enkel het achter tralies zetten van de dader is moet De Boer wel waarschuwen, want zo stelt ze, op dat moment ‘organiseer je eigen teleurstelling’.

Door de vraag 'ga ik aangifte doen?' bij het slachtoffer te laten krijgt zij iets van de regie terug die haar is afgepakt in het geweld dat ze heeft moeten ondergaan

Voor: advocaat Margreet de Boer, achter: rechercheur Jan de Jong

Zedendeliquenten zijn namelijk lastig te veroordelen, legt ze uit, want het moet overtuigend en wettig bewezen worden dat er sprake is van een strafbaar feit. Niet alles wat ervaren wordt als ongewenste seks is in juridische termen een strafbaar feit. Er zijn wel heldere regels: strafbaar is seks met een slachtoffer dat buiten bewustzijn is; strafbaar is seks waarbij sprake is van (dreiging van) geweld en strafbaar is als er sprake is van een vorm van opsluiting. De gebroken weerstand van het slachtoffer moet geconstateerd worden en bovendien aangevuld met bijvoorbeeld een zogenaamde disclosure-getuige (iemand met wie het slachtoffer als eerste over het misdrijf sprak), aantoonbaar letsel, DNA-sporen of gestuurde appjes. Er ligt overigens momenteel een wetsvoorstel die seks tegen je wil, maar zonder geweld, tevens eens strafbaar feit wil maken, zie hier.

Ten Cate wijst op de tendens dat veel slachtoffers hun verhaal op andere manieren dan middels aangifte naar buiten brengen. En op het fenomeen van Trial by Media, dat een effectief instrument is gebleken voor #MeToo. Wijst dat niet op een falend rechtssysteem? Of op het gebrek van meldpunten bij instituten? Er lijkt weinig plek voor het goed en bevredigend waarborgen van de verhalen van slachtoffers.

De Boer, voorheen weinig bekend met de kunstwereld, vertelt niet te willen generaliseren maar wel verbaasd te zijn geweest door de weinige meldpunten en protocollen in het veld. Misschien komt dat door de specifieke manier waarop de arbeidssector is opgezet: met veel freelance-contracten en weinig werkgever-werknemer verhoudingen. Toch geldt dit laatste ook voor de sport, en daar bestaat wel een uitgebreid netwerk van meldpunten, stelt De Boer. De beeldende kunst zou daarvan kunnen leren.

De Weerd en Ten Cate leggen dezelfde tendens voor aan de Amsterdamse zedenrechercheur De Jong en vragen hem hoe het kan dat slachtoffers na aangifte bij de politie vaak ontgoocheld naar buiten lopen, zich niet gehoord voelen en daarom steeds vaker andere kanalen opzoeken. De Jong wijt dat gevoel aan de kritische vragen die in een intake-gesprek aan het slachtoffer gesteld moeten worden om de bewijsbaarheid van het delict boven water te krijgen. Middels forensisch onderzoek en informatieve gesprekken wordt geprobeerd te achterhalen hoe ‘kansrijk’ een aangifte is. Het is een procedure waar slachtoffers moeite mee kunnen hebben maar dat verloopt met goede bedoelingen, zo legt hij uit. Houtekamer en Ter Borg vragen hem over het feit dat uit zowel uit inspectie deze zomer als hun artikel blijkt dat veel slachtoffers zich –bewust of onbewust– ontmoedigd voelen om aangifte te doen. Daarnaast krijgt een slachtoffer dat wél aangifte doet vaak maanden geen updates: hoe kan het dat zo’n aangifte lange tijd op de stapel ligt en dat er vanuit het perspectief van de slachtoffer niks mee gebeurt? De Jong wijst erop dat in ieder geval 60-70% van de aangiften in zes maanden volledig onderzocht en klaar voor justitie zou moeten zijn.

Er wordt gehamerd op een bedrijfscultuur die moet veranderen: instellingen en academies moeten elkaar kunnen raadplegen. Dit is een gezamenlijk probleem dat vraagt om een gezamenlijke aanpak

Freek Walther (Mores)

MACHOCULTUUR

Hoewel gebrekkig handelen van de politie hier wel gesuggereerd wordt blijft de kritiek vriendelijk: het doel van de avond is het inventariseren van verschillende elementen die bijdragen aan het probleem. Eén zo’n element is ook het opleidingsklimaat binnen kunstacademies, waar vaak nog een machocultuur heerst. Dat perspectief mist hier aan tafel, KABK heeft na geregelde pogingen vanuit de organisatie niet willen aanschuiven leggen de moderatoren uit. Aan het einde wordt een filmpje getoond waarin De Weerd in gesprek gaat met directeur toneelacademie in Maastricht Rob Ligthert die zich hard heeft gemaakt voor een code op de academie. Een verwoede poging het opleidingsperspectief in te voegen die toch niet helemaal recht doet aan de belangrijke plaats die voor academies en postacademische instituten weggelegd is binnen dit probleem. Dat seksisme leeft in het kunstacademie-klimaat bleek wel uit het instagram-account Call Out Dutch Institutions waarop getuigenissen van ervaren seksisme door allerlei studenten aan het licht werden gebracht. Het account is inmiddels stopgezet en verwijst nu door naar online meldpunt voor ‘ongewenste omgangsvormen podiumkunsten-, televisie- en filmsector, kunstvakonderwijs en musea’ Mores. Net als iedereen nu trouwens: de kunstsector raakte na de publicatie van het artikel in rap tempo op de hoogte van het bestaan van Mores, een meldpunt dat een luisterend oor biedt aan slachtoffers bij onder andere ongewenst seksueel gedrag.

Vertrouwenspersoon Freek Walther vertelt dat Mores vaak een laatste redmiddel voor slachtoffers is – melders zijn al naar instituten zijn gestapt. Wanneer gebeld wordt kunnen slachtoffers rekenen op een volledig vertrouwelijk gesprek. In dat gesprek wordt verteld wat de melder kan doen, stelt Walther. Hij benadrukt dat zij vooral luisteren en alles in het werk stellen om de regie bij het slachtoffer te laten. Vanuit het publiek komt de vraag of die nadruk op de eigen regie de mentale gezondheid van het slachtoffer wel bewaakt. Want is het niet wrang dat juist op het moment dat je getraumatiseerd bent je wordt gevraagd heel veel beslissingen te nemen: zowel bij de politie als bij meldpunten? De Boer begrijpt de vraag: dat het belangrijk is dat niemand jou vertelt wat je wel en niet moet doen neemt niet weg dat het tevens heel belangrijk is dat er voor je gezorgd wordt. Door Centrum Seksueel Geweld bijvoorbeeld, of door psychologen en huisartsen.

Walther geldt met zijn ervaringen als vertrouwenspersoon in ziekenhuizen en onderwijs ook als relativerende stem: ook in andere sectoren speelt seksisme, stelt hij. Hij zag in reactie op het NRC-stuk veel schaamte bij velen in de kunstwereld maar het is nu eenmaal een feit dat nalatig gedrag overal heel vaak voorkomt: mensen spreken elkaar niet vaak aan op wangedrag, niet in de kunstwereld, maar evenmin in ziekenhuizen. We missen signalen en daar moet wat aan gebeuren, maar de enorme schaamte, boosheid en teleurstelling in het eigen handelen zoals bijvoorbeeld blijkt uit Huldmans verhaal eerder op de avond raakt hem en zou volgens hem gerelativeerd moeten of mogen worden.

‘Ik heb gezien hoe weinig serieus vrouwen worden genomen’, zegt Ter Borg. De kunstwereld is lang niet zo geëmancipeerd en vooruitstrevend als men soms wil denken

John de Weerd (Zaal 3) en Jane Huldman (Stroom)

SCHAAMTE

‘Wij hebben gewoon niets gedaan’ verzuchtte Huldman eerder in het gesprek. Ze werkt als projectleider bij Stroom waar Andeweg twee keer, in 2014 en in 2017, een podium is geboden. Het bericht over Andeweg, alsmede het bericht dat ook een andere door Stroom tentoongestelde en gesubsidieerde kunstenaar beschuldigd –en in dat geval tevens veroordeeld- is van seksueel misbruik is ‘als een bom ingeslagen’. ‘Het schaamtegevoel is enorm groot’ vertelt ze. Dit vooral omdat, zoals aangehaald in de NRC-artikelen, er een dag na het sluiten van de tentoonstelling van Andeweg in 2017 een brief van een slachtoffer naar vier leden van het team is gestuurd, waaronder de directeur en Huldman zelf. Een paar dagen later is er gezamenlijk over gesproken, maar al snel nam ‘de waan van de dag’ het over. Ze zullen hier nog lang mee bezig zijn bij Stroom, vertelt ze. Vrijdag werd bekend dat Arno van Roosmalen afscheid zal nemen als directeur, maar daar wordt verder niet over gesproken. Wel wordt er gehamerd op een bedrijfscultuur die moet veranderen: instellingen en academies moeten elkaar kunnen raadplegen; dit is een gezamenlijk probleem dat vraagt om een gezamenlijke aanpak: zowel intern als extern.

Iemand uit het publiek vraagt of de focus niet te veel op protocollen is komen te liggen. Moeten we niet ook gewoon meer empathie hebben voor elkaar? Moeten de voelsprieten niet aan? Moeten we niet ‘als mensen naar elkaar kijken’?

De vragen zetten aan tot verdere overwegingen die vanavond niet aan bod zijn gekomen. Het was een voorzichtige, heldere en inzichtrijke avond, met eindelijk zorgzame aandacht voor de slachtoffers. Van belang is wel dat dit excessieve geweld in toekomstige gesprekken nadrukkelijker gecontextualiseerd wordt, dat er nadrukkelijker gewezen wordt op de bredere cultuur van seksisme waarin dit een plaats heeft. Want die cultuur is er: dat blijkt wel uit de meerdere verklaringen van als intimiderend ervaren werkbesprekingen ten gevolge van een macho-cultuur op academies, of uit het imago van de grensoverschrijdende kunstenaar dat nog vaak als ‘tof’ (Ter Borg) wordt gezien. Het is de in algemene zin achtergestelde positie van vrouwen die maakt dat zij ook in het meest ernstige geval vaak niet gehoord of geloofd worden. Zoals Houtekamer stelt: niet de meerdere meldingen over Andeweg aan de directie, maar een knokpartij tussen Andeweg en een andere jongen vormde voor KABK de druppel om Andeweg toegang tot de academie te weigeren.

‘Ik heb gezien hoe weinig serieus vrouwen worden genomen’, zegt Ter Borg. De kunstwereld is lang niet zo geëmancipeerd en vooruitstrevend als men soms wil denken, dat is inmiddels wel duidelijk. Deze gefocuste avond zet aan tot meer gesprekken, waarin ook de bredere cultuur aan bod komt die het misbruik mogelijk maakt, én ‘de sfeer van collectief niet-zien en collectief wegkijken’ die De Boer shockeerde, uitgebreider aan bod komen.

Alle foto's zijn screenshots

I Beg to differ – We Need to Talk, organisatie Nest Den Haag en Zaal 3, 24.11.2020

Marsha Bruinen
is webredacteur bij Metropolis M

Share this Article:
|Back to Top
Gerelateerd | Meest gelezen
Tijdschrift

Koop nu het
nieuwste nummer

Mail naar:
karolien [​at​] metropolism.com
(€9,95 incl verzending)

Neem nu een abonnement op Metropolis M en bespaar 40%!

Abonneer
Metropolis M Tijdschrift over hedendaagse kunst Nr 2 — 2021